Waarom ik mijn vrouw wil wassen

Het is mijn roetiene dat ik elke ochtend naar de badkamer ga, weeges dat is normaal en ik doe dan ook knuffels en ik trappel op de badjas. En ik zie dan ook dat ze zich wast en dan met de handdoek en dan kleren, ik let op die dingen fan wat doet ze allemaal.
En ik moet fan haar ook zeggen dat ze schoon is op haarzelf weeges anders mocht ik dit ferders niet schrijven dus dat heb ik nou gedaan.

Het is dus zo dat ik de laatste tijd foel van ik wil haar wassen. Ik doe haar hand fooral en ook soms ofer haar arm en heel af en toe op haar hoofd daar ben ik niet zeker fan of dat moet.
Eerst ging het goed. Ze zei fan wat lief Ollie. En ze lag stil dus ik kon wassen en ik moet ook zeggen, ik doe altijd mijn best net als op mijn eigen vagt. Dus niks zagt en langzaam zo’n jongen ben ik niet. Ik ga goed liggen dat ik de ruimte heb en dan begin ik met alle kragt die ik heb.
Nou al gauw hoorde ik fan Hè-Ollie.
Het deed pijn zei ze. Het was te hard. Ze deed haar arm weg en dan kon ik niks meer dat is toch stom.
De hand mag wel zei ze.

Ik find het stom. Weeges elke afond fraagt ze of ik een fijne dag heb gehad en al die dingen meer en ook of ik me heb kunnen uiten in hoe ik ben, dat is belangrijk dat weet ik ook.
Wassen is dat ik me uit. Dat ze dan naar mij ruikt zoals ik ook een beetje naar haar ruik, dat is de lugt van thuis.
Het gebeurt nou bijna elke keer dat ik Hè-Ollie hoor en eerlijk waar, ik weet niet of andere huiskaters en huispoezen dat nou ook hebben of ben ik de enige?

Hoe Bert en ik de rust van de avond vonden

Het merkwaardige is, van Bert heb ik zo enorm veel foto’s, en toch ontbreken er beelden in die verzameling. Ik heb in huis op een paar plaatsen een toestel liggen en dan is er de smartphone nog, dus ik begrijp niet waarom ik geen beeld heb van Bert die op het krukje ligt, naast me aan mijn werktafel. En dat juist terwijl het aanvankelijk niet de bedoeling was dat hij er lag.
Maar hoe gaan die dingen.
Als volgt.

Krukje

In de eerste maanden dat Bert er was, ging het met mijn gezondheid wat minder. Dat kwam door de rouw om Tim, weet ik nu. Het verdriet zorgde voor een sterke fysieke reactie en, lang verhaal kort, na een spataderoperatie moest ik de benen wat hoger neerleggen.
Bij Xenos kocht ik een rotan krukje en zette het onder mijn werktafel. Geregeld.

Er kwam snel een avond waarop ik merkte dat het krukje bezet was. Bert had zich in de kleine ruimte tussen krukje en tafel gewurmd. Hij keek terug toen ik onder de tafel keek. Ik vond het geen doen, zo in het halfdonker, dus ik zette het krukje naast me, met daarop een kussen.
Voor mezelf kocht ik een tweede krukje.

Zacht

De locatie en het kussen bevielen Bert gelukkig. Hij lag er half opgerold, met net genoeg ruimte om te doezelen en wat te slapen. En in al zijn onzekerheid vond hij het ook een overzichtelijke plek, hij kon de kamer overzien en zag en hoorde ook wat ik aan het doen was: zitten aan de werktafel, lezen en schrijven. Het typen maakte kleine geluiden, die kon hij aan.
Vooral ’s avonds merkte ik dat we een nieuwe gezelligheid hadden verworven. Schemerlicht in de kamer, geen getelefoneer, weinig overdag-geluiden uit te straat, we hadden weldadige uren waarin we alle twee voelden wat het samenzijn betekende.
Soms keek ik opzij naar de slapende kater, legde mijn hand op zijn warme vacht en zei zachtjes: “Gezellig hè, Bert.”
– Meww.
Een kleine miauw, vaak gevolgd door even knorren en verliggen. Ik keek ernaar, en als hij weer wegdoezelde, schreef ik verder.
Zachte weldadige uren.
Het krukje staat er nog. Als blijvende herinnering en ook in de hoop dat Ollie het gezellig gaat vinden.

🐾 Doerak en de kat van drie huizen verder

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen hoe ik kennis maakte met mijn vriend Roover.
Het was een zonnige ochtend in mijn tuin in Doetinchem. Ik lag languit op mijn tuinbank, mijn rode vacht werd heerlijk warm door de zon. Bliksem lag op de tuinstoel, zijn ogen halfdicht, maar zijn oren waren alert. Dat zag ik. De lucht rook alsof het ander weer ging worden. Dat weet ik als ervaren katerman. En de bladeren begonnen meer te vallen in de tuin.

Geluid

Ineens hoorde ik wat. Ik spitste mijn oren. Er klonk een zacht geritsel in de heg. Niet het gewone geritsel van een vogel of een muis, nee dit was anders. Nieuw. Ik sprong geruisloos van de tuinbank en sloop richting het geluid.
Daar, tussen de bladeren, zat een onbekende kat. Grijs met een beetje zwart en witte achterpoten. Zijn ogen waren helder en hij keek mij zomaar aan.

Roover

Wie ben jij vroeg ik? Roover antwoorde de andere kat. Ik woon 3 huizen verderop. Ik zag jou en die bliksemsnelle zwarte kat vaak spelen. Jullie leken mij wel…..interessant.
Bliksem was er inmiddels ook bijgekomen. Hij keek Roover aan , knikte kort, en zei: als je snel genoeg bent mag je meedoen.
Dat was het begin van een nieuwe vriendschap.
Vanaf die dag waren wij met zijn drieën: Doerak, Bliksem en Roover. We gingen door de tuinen zwerven, sprongen op schuttingen, en ontdekten geheime plekjes in de buurt. Roover was ook een slimme kat, hij wist veel leuke plekjes, Bliksem kende alle vluchtroutes, en ik… ik was de strateeg. Samen vormen we een onverslaanbaar team.
Op een avond toen de maan hoog aan de hemel stond, zat ik met Bliksem en Roover op het dak van het schuurtje van Roover. Wij keken uit over de wijk. Onze wijk.
Vrienden? Vroeg Roover.
Vrienden, antwoorde ik en Bliksem tegelijk.
En zo werd Roover niet alleen de kat van drie huizen verderop, maar ook een vaste vriend van mij en Bliksem.
Een broeder in de dagelijkse en nachtelijke avonturen in de jungles van Doetinchem.
De volgende keer vertel ik over het eerste grote avontuur die ik samen beleefde met Bliksem en Roover in de geheime tunnel onder de oude schutting. Die stond een paar tuinen verderop bij de overburen van Roover.

Zon

Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik weer knuffels, lekker eten, snacks en veel zon.
Maar volgens mij komt er ander weer aan. Het wordt herfst.
🐾 Poot van Doerak

Belle over lawaai en over rust

Dag trouwe frientjes,
Genieten jullie nog steeds van die mooie naazoomer ? Fandaag is het zellufs weer warm en doe ik lekker niks hoor. Het treene pak ik wel weer op in de herruf. Als het warrum is, dan moet je je nie druk maake.

Het waren hier rustuge dagen de afgeloope weeke. Gelukkig, want herrie hebbe we de heele zoomer gehad. Er was kerrumus, toen die enge beesten expo, een cirkus, en 2 maanden lang waren er werkmannen aan het werruk in het flatgebouw. Genoeg is genoeg, en dat fin mijn frouwtje ook. Het is fijn als het rustug is, dan geniete we s’afonds van de mooie zoomerafond en de zonsondergang. Wij noeme dat een Zen-rustpunt en doen wij rieleksen saame op de bank.

Markt

Fan de week was de markt er weer, en kreeg ik mijn lekkere gekookte visje. De visman weet mijn presies mijn naam en waar ik woon, en dat ik graag vis lus. Als de markt weg is dan koome de foogels. Je hoort ze dan schreeuwen en pikken ze alle eetensresten van de straat. Ik lag lekker uit te buiken van mijn visje en weet je wat er toen gebeurde?
Mijn ooge werden zo groot als knikkers ! Ik herkende het geluid van die groote treelers en fragtwaagens, en sprong ik gelijk in de fensterbank. Nu zulle we het hebbe hoor zei frouwtje, de foorbereidingen fan het Dorrupsfeest. Ze liep hoofdschuddend het balkon op en keek naar benee.

Dorrupsfeest

We krijge van ‘t wiekent feel herrie Belle, er is een Dorrupsfeest georganiseerd, 3 daage lang zellufs. Zullen we maar hoope dat het keihard reegent en storrumt, dan gaat het niet door. Nou, dat leek mij een goed iedee. Frouwtje ging nog meer mopperen, hoe furrzinnen ze het, zo’n spektakel midden in een woonwijk! Natuurlijk was ik het heelemaal met haar eens en ik dacht wat kan ik doen? We kunne met alle flatkaaters en poesen hard gaan blaase en teege de raame gaan krabbe, maar dat hellupt niet. Toen zei frouwtje wijse woorden, Belle wat komt gaat ook weer weg!
Dus weer al die fragtwaagens en treelers en schreeuwende mannen die met allemaal dingen gingen gooien. Ik hou daar eggie waar niet fan hoor en foel mij dan het feiligst met frouwtje op de bank. Nou, de folgende dag ginge die mannen een heele groote tent opzetten benee, en kraamen en taafels en stoelen. Het reegende keihard en dat fon ik stiekum net goed.
Frijdagmiddag ging het Dorrupsfeest van start. Ik zat in de fensterbank foor het raam en de burrugemeester dee het feest oopene, hij schreeuwde door de miekrofoon: welkom op ons eerste Dorrupsfeest beste bewooners ! Nou, en toen ging hij zegge wat er allemaal kwam. Foodtruks met allemaal eete en drinke, feest en spelletjes foor de kinderen, muusiekbends, en nog feel meer.
Daar zitte we allemaal niet op te wachte hè Belle zei frouwtje, het is allemaal stom. Toen die burrugemeester uitgeschreeuwd was hoorde wij een knal. Dan schrik je je eggie waar rot en ik floog in het opbergvak achter het bed. Je denk is het oudejaarsafond, dat kan toch niet in de naazoomer? Nee zei frouwtje, die burrugemeester laat een sgot met een piestool, en hoorde ik hem schreeuwe: hiermee is het Dorrupsfeest geoopent ! Omdat ik toch wel een nieuwsgierige poes ben en ik alles wil zien, ben ik uit het opbergvak gekroope en hup op mijn uitkijkplaats op de klimpaal foor het raam. Konnie eens rustig ligge of dutte van de herrie. Frouwtje zei, jammer van de warmte maar de balkondeur blijf oope, anders vallen we in huis neer van de hitte Belle.
Langzaam werd het donker en toen zag ik allemaal lichies en knipperlichies. Dat is om je zenuwen te teste, zei frouwtje. Nou, en toen brak het los, er begon een muuziekbend te speele.

Boem boem

Een mefrouw begon te springe en keihard te krijse door een miekrofoon, het heele flat dreunde, boem, boem, boem. Om 11 uur was het gekrijs en gedreun afgeloope, maar toen was er nog heel lang naaherrie. Er waren mensen die te feel hadden gedronken en die ginge midden in de nacht met een heele sliert winkelwaagens van de Jumbo door de straat rijden, en da mag nie! Toen heeft een bewooner fan onze flat de pooliezie gebeld en die kwaame met een rotgang aanrije. Ze begonnen teege die dronken mensen te schreeuwen dat ze moesten ophouwe en de winkelwaagens netjes moesten terugzette. Nou, dat deeje ze en daarna moesten ze ophoepelen.Toen kon iedereen weer slaape eindeluk.

Eg uitslaape konden we de folgende dag nie. Ik hoorde al foor 9 uur harde mannenstemmen en geschuif met taafels en stoelen. Het hele dorp mog koome om te ontbijten. Wij blijfe gewoon boofe Belle zei frouwtje wij maken ons eigen ontbijt. Dus kreeg ik lekker mijn natvoer met brokkies er doorheen.
Dan denk je lekker fan het weekend te gaan genieten en te rieleksen in de zon, nee hoor. Allemaal kinderen krijse op trampolienes en de ook weer stemmen door de miekroofoon. Ze deeje ook nog een wedstijd touw trekken, stom spel is dat. Ik speel zelluf ook wel met touw, maar dan zet ik dan BAM mijn poote op, dat is leuk. In de middag brak het los en kon ik niet dutten van de muuziekbends en boem, boem, boem. En vals zingen dat ze deeje, het geluid leek alsof er een kat op zijn staart werd getrapt. Ik rook wel lekkere eetensgeuren van de foodtruks en zag rijen mensen staan. Wij eete thuis hoor Belle zei frouwtje, maar ik was eigeluk wel benieuwd wat ze hadde. Jij krijg geen hamburger en ook geen patat met majo, zei frouwtje, dinsdag staat de viskraam er weer, dat is gezond eete voor je ! Nou, daar moest ik het mee doen. Maar ik kreeg wel eksta knuffels en snekkies de heele dag, ik had eg last van die herrie en was onrustug geworden. Toen het afond werd zei frouwtje, nu zulle we het beleefe, we krijgen tot laat een muuziekbend die Hollandse Hits speelt. Was niet om aan te hoore die smartlappe, het keukenraam begon er zellufs van te trillen, kan je na gaan. En iedereen keihard mee blére natuurlijk. Het duurde lang hoor en was al laat, maar eindeluk was het gekreis afgeloope en moesten alle mensen naar huis.
Maar toen begonne verfeelende jongens met bierblikke te gooie, en werden andere mensen boos. Ik zag alles heel goed fanuit het raam. Ook ginge ze weer met de winkelwaagens keihard oofer de weg rijje, ik snapte het niet want de Jumbo was allang gesloote.
Het gaat gaaos worden Belle zei frouwtje, en uit de hand loope. Mensen drinke te feel, kunnen teegewoordig niet meer normaal een feesie fiere. Nou, toen kwaame er 3 pooliezieooto’s en moest iedereen snel furrtrekke. Het duurde nog eefe hoor, maar toen het uiteindelijk rustug werd zijn we gaan slaape.

Uitslaape

De folgende dag kinden we wel uitslaape, want het feest begon pas om 2 uur. Eerst was het zagies hoor, dus kon ik nog een beetje riekeksen. Zet je schrap Belle zei frouwtje, het einde is in zicht ! Laater op de middag was het nog wel een poosje boem, boem, en dreun, dreun. Wenne doe je er niet aan, maar je leert ermee het wiekent door te koome. Tot slot kwam de burrugemeester het dorrupsfeest afsluite en schreeuwde keihard door de miekroofoon: bedankt liefe mensen foor het fantastieze Dorrupsfeest wat we met z,n alle hebbe gefiert dit wiekent, tot follugend jaar ! Alle mensen ginge juige en klappe. Wij niet hoor en we hebbe ook niet geswaajt.
Nee, swaaje doen we naar de sterren s’afonds laat als het stil is..

Nou, de mensen dropen af en gingen er mannen met taafels en stoelen schuife. Frouwtje zei Belle, ze gaan alfast wat opruimen, de rest doen ze morruge. Einde dorrupsfeest!

Nou ben ik beslist niet neegatief hoor en frouwtje ook niet, maar we hebbe van de zoomer zofeel feesten foor de deur gehad, allemaal stomme feesten, genoeg is genoeg. Het plein is een parkeerterrein foor ootos zeg frouwtje en geen eevenementenplein!

Nu zal er morruge nog wel herrie zijn, de groote tent moeten ze afbreeke en verder alles opruimen en in de groote treelers en fragtwaagens doen. Maar dan kan je al wat meer rieleksen omdat je weet dat ze weg gaan.
Ik ga morruge alles in de gaate houwe, maar ik weet als frouwtje s’middags van het werruk thuis komp dat alles weg is en het rustug is. Dan hebbe we normale en fertrouwde geluiden en kunnen we saame rustig rieleksen op de bank en geniete van de mooie wolken en de ondergaande zon.

Dag liefe frientjes tot de folgende blog, en een warme kopstoot van Belle

Japie: mijn mens krijgt de kriebels


Het zachte gekriebel onder mijn wangen maakt me soezerig. Traag glijden de vingers heen en weer, steeds weer, tot ik knikkebol. Ken je dat gevoel, dat je kop naar beneden valt, terwijl je eigenlijk wakker wilt blijven om te genieten van het moment? Voor mijn ogen langzaam dichtvallen kijk ik naar haar op. ‘Wat is dit lang geleden, Mo,’ verzucht ik, ‘dat we Saame op de bank zaten.’ Mijn mens streelt mijn kop en drukt me dichter tegen zich aan. ‘Dat is het zeker, lieve Japie, ik heb jou ook zo enorm veel gemist.’ Zou ze speciaal voor mij die lekkere zachte broek met pantervlekken aan hebben getrokken? Die is kattastisch om tegen aan te slapen. Ik voel mijn lijf steeds meer ontspannen, terwijl haar vaardige vingers purcies de juiste plekjes aaien. Vergeten en vergeven is haar vele afwezigheid. Nu is ze er. En ze is helemaal van mij. Niets kan dit gelukzalige moment verstoren. Of toch wel?!

Schijnwerper

‘Wat is dat bij je oor, Japie?‘ Traag til ik een ooglid op. Wat nu weer? We hebben het net zo fijn met elkaar. Ik voel hoe zo over me heen buigt, om het beter te kunnen zien. ‘Er zit echt iets in je oor hoor!’ Dat weet ik, het kietelt er al een tijdje, en het boeit me niks. Niet nu ik zo lekker lig. Kan het niet wachten?! Ze pakt die verfoeide telefoon die ze eindelijk eens had weggelegd. Daar was ze de laatste tijd zo druk mee. Met bellen en typen en gedoe. Nu blijkt er ook nog een schijnwerper op dat apparaat te zitten. Ze richt het felle licht op mijn oor en slaakt een kreet in de net nog zo serene ruimte. Weg is de rust. ‘Jakkie Japie, er kruipen vlooien uit je oor!’ Dat was het dus wat ik steeds voelde. Lekker laten zitten, probeer ik nog, maar het is tegen dovemans oren. Ze luistert niet, springt van de bank, rent naar de kast, rukt een laatje open en komt terug gesneld met iets in haar hand. Voor ik het weet, drukt ze een koud goedje in mijn nek. Ik ben te verbouwereerd om te protesteren. Dat ze tegelijkertijd een handvol kipsnackjes onder mijn snufferd legt, helpt misschien wel poesitief mee.

Van kwaad tot erger

Nadat ze mijn broer en tante ook heeft overvallen met zo’n goor pipetje begint ze aan het fleecekleed te trekken, waar ik net zo lekker op lig. ‘Ga er eens af, Japie, het moet in de was. Nu!’ In allerijl verzamelt ze onze mandjes en propt ze in de wasmachine. Als daarna de stofzuiger tevoorschijn komt, is de sfeer definitief verpest. Ons momentje van geluk Saame was van korte duur. Ik kan me maar beter met katse dingen gaan bezig houden en duik de geheimen van het donker in.
De volgende avond ligt het kleed fris gewassen op de bank. Vlak voor ze naar bed gaat, kruip ik bij haar. Alles lijkt weer normaal. Totdat Mo me begint te aaien. In een fractie van een seconde sta ik wederom in de spotlights. Misschien had ik eerst even moeten miauwen dat ik per ongeluk op een tekennest was gaan liggen. Maar het is al te laat. Ze weet dat ik een bloedhekel heb aan kammen en toch waagt ze het om met dat stalen ding door mijn jas te gaan. Laat ik het erop houden dat we daarna weinig gezellig doen tegen elkaar. Haar stem gaat steeds een paar octaven hoger als ze me maant om mee te werken. Ik trek alles uit de kast om dat tegen te gaan. Katzijdank zijn mijn stiletto’s in optima forma. Zij houdt mij in een houtgreep, ik haar. Ondertussen gillen we tegen elkaar. Dat er niemand aanbelt om te vragen wat er aan de poot is, is een wonder.

Weer bij zinnen

Tot diep in de nacht trekt ze wederom de stofzuiger op de hoogste stand achter zich aan. Geen enkel plekje ontkomt aan het brullende zuigmonster. De wasmachine draait op volle toeren. Ieder hoekje wordt minutieus onderzocht op sporen van beestjes. Kasten worden uitgesopt. Alles wat schoon en droog is, gaat in vuilniszakken die hermetisch worden dichtgeknoopt. Nergens een zacht plekje, zelfs het matras gaat van bed. Als na een paar

Tante Cato vraagt waar ze moet liggen

licht en donkers van grondig boenen de eerste herfststorm losbarst, kijkt tante Cato ons mens vragend aan. ‘Waar moet ik slapen? Ik kan toch niet met mijn magere botjes op de harde grond liggen?’ Verdoofd door slaapgebrek kijkt Mo om zich heen en ziet ons half ontmantelde huishouden. Dat is het moment dat Mo na dagen van waanzin langzaam bij haar positieven komt. In allerijl scheurt ze de vuilniszakken open waar de schone manden uit buitelen. Met tranen in haar ogen tilt ze m’n tante op en legt haar voorzichtig op het dikste en zachtste kleed. Foppe krijgt een paar ferme zoenen, terwijl ze goedmakende woorden in zijn vacht fluistert. Dan ben ik aan de beurt. Zachtjes wrijf ik tegen haar handen die ruw zijn geworden van het soppen. ‘Sorry ventje,’ zegt ze met gesmoorde stem, ‘ik wil zo graag met je kroelen, maar ik krijg ook nog steeds jeuk van je.’ Ik doe alsof ik dat niet gehoord hebt en kruip zo dicht mogelijk tegen haar aan. Dat is gewoon de beste remedie tegen dit soort kriebels.

Koppie van Japie