Stilletjes staart ze voor zich uit. Een beeld dat me steeds meer vertrouwd wordt. Mo doet alles wat nodig is. Ze gaat naar haar werk, haalt boodschappen, zorgt voor volle voerbakken, sleurt het zuigmonster brullend achter zich aan, klopt het zand uit bed (geen idee hoe dat daar komt), eet en slaapt (met ons erbij) en plakt een lach op haar gezicht. Een lach die haar ogen niet altijd bereikt. Dat zie ik heus wel.
Pudding
Al ben ik pas twee ik leer heel veel van mijn levenswijze furriendjes op de blog, van CW en de snorders op Beestboek. Daarom sta ik klaar als ze alles heeft gedaan wat moet voor ze op de bank ploft. Dan spring ik op haar schoot om daar uren te blijven liggen.Eerlijk gemiauwd lig ik daar niet alleen voor troost. Ze eet namelijk dingen waarvan ik het
bestaan niet wist. Maar toen ze het voor de eerste keer uit de koelkast pakte, voelde mijn buik feilloos dat ik dat wilde eten. Het kwijl drupte al langs mijn kin voor het folietje er af was. Eenmaal met het tot dan toe onbekende bakje op de bank zat mijn bek er al in voordat ze zelf een hap kon nemen. De smaak was nog beter dan ik van te voren had kunnen proeven. Een zachtromige vanillepudding gleed zo mijn keel in. Werkelijk waar furrukkulluk. Katzijdank staat het spul – of een variant ervan – sinds een paar weken dagelijks op haar menu. Dat komt omdat Mo kiespijn heeft die net als haar hartezeer maar niet over wil gaan.
Hart
Na veel te veel bezoeken aan een tandarts met een moeilijke naam is de boosdoener uiteindelijk verwijderd. Uit betrouwbare bron weet ik dat februari de maand is van het gebit. Honden en katten mogen gratis in hun bek laten kijken. Al is de maand bijna voorbij ik waarschuw jullie: trap er niet in! Al beloven ze je alle snacks van de wereld. Ga nooit naar
een tandarts! Want na haar laatste bezoek kan Mo niet meer stoppen met huilen. Hoe ik ook mijn best doe met schoot liggen en haar wangen wassen tot ze schraal zijn de tranen blijven komen. Het liefst zou ik die witjas kennis laten maken met mijn vlijmscherpe hoektanden. Maar mijn snorharen laten mij voelen dat er meer aan de poot moet zijn. Zo overstuur heb ik mijn mens de laatste weken nog niet meegemaakt.
‘Het is je tante Loesje’, fluistert Mo met een rouwe keel. Ik spring overeind. Daar herken ik het gevoel van! Het is net als toen met Oopa Floris op de dag dat we de tuin klaarmaakten voor de komst van Pita Piraat. Het gaat niet om het bloederige gat in haar kaak, het gaat om kraters in harten. Het voelen van die niet te omschrijven pijn waar de allerliefste vrouw van Loes nu doorheen moet. Haar nog rouwende hart dat nu in nog meer ontelbare stukjes ligt.
Zij aan zij
Katzijdank heeft Louis mijn boom laten staan. Voorzichtig klauter ik zo hoog mogelijk tussen de nog altijd zwiepende takken. Honderdenduizenden kopjes vol troost stuur ik mee met de wind naar het huis waar de allerliefste huispoes woonde. Het huis waar haar vrouw en Zusje nu dicht tegen elkaar aan zijn gekropen met een niet te omvatten leegte om zich heen. Als door een wonder breekt het wolkendek open. Naast de volle maan schittert daar een meowe ster zij aan zij met die stuiterende waar ik ieder donker naar zwaai. ‘Dag lieve tante Loesje met uw aura van gouden stralen. Eindelijk kunt u Oopa Floris weer omhelzen. Nu bent u furrever samen. Hartjes naar links. Hartjes naar rechts.’
Koppie van Japie
‘Slaapt Magnum uit?’ vraag ik Pita Piraat die net haar bekkie volpropt. Steevast als ik terug kom van mijn nachtelijke patrouille tref ik ze samen smikkelend aan het ontbijt. Deze keer zit ze alleen te knagen. ‘Hm, mijn man had nog niet zo trek.’
BBB-familie. Ook zijn meisjes Fleurtje en Nola komen daar vandaan. Als Mo vertelt dat Pita bij Konijnenopvang Lapina gaat wonen, spring ik op de barricatten. Dat was niet de afspraak! Niet naar een opvang! Mo stelt me gelijk gerust. Lapina is geen opvang meer. Wel woont er een groepje konijnen van seniore leeftijd die met elkaar gezellig oud mag worden. Als een van hen een ster wordt, hebben ze steun aan elkaar. Niemand hoeft meer alleen achter te blijven. De hele achtertuin van Lapina is een speelparadijs voor konijntjes waar ze kunnen rennen door tunnels, verstoppertje kunnen spelen in de vele holletjes en kunnen springen op huisjes waar de zon de daken verwarmt. Lekkers is er in overvloed. En bovenal een heleboel furriendjes met flapperoren, net als Pita.
Het kan niet anders gemiauwd, sinds mijn mens een andere baan heeft – iets op een ict-afdeling – is ze een beetje wantrouwig geworden. Niet naar mensen of dieren toe hoor, wel naar het wereld wijde web waar Big Brother regeert.
“Er is een intensieve training met langdurige observaties aan vooraf gegaan. Inmiddels ben ik cum laude geslaagd voor mijn Sherlock-diploma. Ik voel purrrcies wat ze nodig heeft en wanneer. Zo weet ik hoe laat ze opstaat, hoe laat ze naar haar werk gaat, hoe laat ze thuis komt en hoe laat ze naar bed gaat. En met wie ze onder de wol kruipt. Wat ze ontbijt, luncht of ’s avonds eet is geen geheim voor mij. Met mijn uitmuntende reukvermogen ruik ik wat er op haar bord ligt. Zelfs als ze buiten de deur heeft gegeten weet ik wat het was en met wie. En wie ze onderweg een knuffel heeft gegeven. Als ik wil weten hoe haar humeur is, hoef ik enkel mijn hart open te stellen. Verdriet bijvoorbeeld voel ik feilloos aan. Tegen mijn manier van troosten kan die big brother niet op. De geur van haar schoenen vertelt me zonder twijfel waar ze die dag is geweest ook als ze haar locatie niet met me heeft gedeeld. Het is niet nodig om haar te overspoelen met reclames. Met mijn rijke variatie aan meows, kopjes langs haar benen en onweerstaanbare blik in mijn goddelijke ogen heb ik alles in huis om haar te laten doen wat ík wil. Als er iets is waar ze voor zwicht, is het mijn poot die zachtjes haar hand aanraakt. Mijn high paw breekt dwars door alle barrières heen.”
hongerige buik een dekmantel heeft om daarna zijn achterban van informatie te voorzien. Oom Bert die controles doet vanuit de vensterbank. Yep en Demi die ’s nachts alles in de smiezen houden. De heimelijke bezoekjes van mijn aller charmantste Pummy die dit op haar beurt deelt met haar broertjes. Pokon en Mikkie die bij KeverT op bezoek gaan en daarna Amsterdamse tuinen doorstruinen. Dat is allemaal niet zomaar. Al sta ik nog aan het begin van mijn opleiding nu zie ik dat ik onderdeel ben een veel groter geheel. Dat wereld wijde web dat zijn wij! Alle snorders bij elkaar. En ik ben er één van.
JE MOET EEN MEOWJAARSDUIK NEMEN, JAPIE! Dertien straten verderop zit iedereen rechtovereind als CW verder tettert. DAT IS DAT JE EEN PLONS DOET OM ALLES VAN HET AFGELOPEN JAAR VAN JE AF TE SPOELEN. Ik ben zo blij om die ouwe dibbes te zien dat ik vergeet te zeggen dat hij het in mijn oor kan fluisteren.
Tot op de snorhaar verkleumd ren ik naar huis, dender door het kattenluik en geef de ooit zo hagelwitte kastjes in de keuken een donkerbruine kleur. Vol overgave slobber ik een bak vlees in nat weg. Voldaan kruip ik tussen het dikke dekbed waar mijn mens koortsachtige dromen heeft. Zo’n oververhit lijf is purrrfect om mijn doorweekte jas droog te stomen. We kruipen heel dicht tegen elkaar aan om elkaar nooit meer los te laten. Nou ja voor even dan. Want de echte meowjaarsduik moet nog komen. Dit was pas de generale repetitie. Ik kan niet wachten op de Umuis, de stevige soep van muizenstaart, die me als muziek in de oren klinkt.
demonstratief in een plastic plasdoos een welriekende dampende hoop deponeert. Hij brengt me op een idee. Terwijl heel Nederland zijn roes uitslaapt, spring ik in de megagrote kattenbak die de weg naar buiten blokkeert. Hij is zo groot dat ik me er wat verloren in voel. Net zoals het jaar dat voor ons ligt met allemaal lege bladzijden. Blanco pagina’s die erom vragen een nieuw furhaal te gaan schrijven. Hoe dat moet weten nog niet zo goed. Maar Saame gaat het lukken. Dat hebben we gevoeld toen het koud werd om ons hart. Zoveel lieve kaarten waar ons hart weer van ging gloeien. We hebben ons geen seconde alleen gevoeld. Dank jullie wel daarvoor.
Mijn megagrote kartonnen doosfeest ter ere van mijn tweejarig in-mijn-nekvel-grijp-jubileum dreigt in het water te vallen. Alle voorbereidingen zijn in volle gang. Mijn katlega’s van de blog plannen hun wilde plannen tot in de puntjes van hun snorharen.
gaten extra. Daar hoor je mij niet over klagen. Alleen die piercing in mijn oor doet dingen waar mijn mens dan weer niet blij van wordt. Iets met warm en rood en dik.