
Hopelijk is voor iedereen het nieuwe jaar feilig begonnen, hier was het de dag ervoor ZO hard aan het knallen dat ik al om vijf uur in de middag niet meer naar buiten durfde, binnen fond ik het niet eng hoor, maar ik ben pas de folgende morgen weer mijn tuin in gegaan om te kijken naar dat nieuwe jaar, en dat kon ik nergens finden.
Folgens mijn vrouw kan je zo een nieuw jaar ook niet zien, het IS er gewoon zegt ze, nau ja dat zal dan wel, ik hoop dat het voor iedereen een goed jaar wordt met veel knuffels en snekkies, en dat iedereen weet dat we in dit nieuwe jaar ook weer SAAME zijn, net zoals in het forige jaar.
Pokon en Mikkie

Misschien denk je dat SAAME beteekent dat je bij iemand bent die je lief findt, en dat kan, maar het kan op heel veel ferschillende manieren, ik ben bijfoorbeeld SAAME met mijn ferkering Milamuis, we wonen niet in hetzelfde huis maar toch foel ik dat ze bij me is, en zo is het ook met mijn vrienden, we wonen allemaal ergens anders maar hier op de blog komen we bij elkaar, ik weet dat mijn vrienden er voor me zijn, en ik hoop dat jullie ook foelen dat ik er altijd voor jullie ben.
Soms kan SAAME een beetje moeilijk zijn, zoals ik dat heb met Pokon en Mikkie, ik kijk altijd of ze op het dak zijn of in de tuin van de buuren, dat find ik gezellig en dat hoort zo, we zijn vrienden maar ik heb liefer niet dat ze bij mij in mijn huis of tuin komen!, mijn vrouw legde me uit dat dat prima is, dat SAAME niet hoeft te beteekenen dat je steeds bij elkaar bent, daar was ik stiekum wel een beetje opgelugt over.
Er zijn ook nog de sterren: ik slaap altijd met een vlinderdeeken die van mijn Brammievlinderleeuw is geweest, en ik heb nog speelgoed dat ik van Loes heb gekregen, als ik die dingen zie is het net alsof ze weer efentjes bij me zijn, mooi hè?, als ik mijn letters maak denk ik aan Bertje, want hij is ooit de blog begonnen, ik zwaai elke afond naar de sterren, ze wonen allemaal in mijn hart en daar blijfen ze voor altijd, ik fergeet geen enkele ster!
Famielie

Weeten jullie met wie ik ook SAAME ben?, met Bolle, Billy, Pop, Grote Beer en Molly, zij woonden hier foordat ik kwam en ze wonen nu in hun grafjes in mijn tuin, en ze blijfen altijd bij mij en mijn mensen hooren.
Want dat is mijn eerste SAAME: met mijn mensen!, we zijn een famielie van twee mensen en een hele knappe katerman (dat is een grapje hoor!), het foelt net alsof we altijd bij elkaar zijn geweest en we hopen dat dat nog heeeeeeel lang zo blijft, in ons upje zijn we niet kompleet maar met zijn drietjes wel!
Ik zau het liefste willen dat alle dieren en alle mensen op de hele weereld SAAME zauden zijn, dat er vreede zau zijn en geen ruusie, want ik zie het zo: of we willen of niet, we leefen met zijn allen op deze weereld, dan kan je toch maar het beste vrienden zijn?, je hoeft dus niet persee bij elkaar in huis te wonen, je kan ook in elkaars hart of hoofd wonen, daar is altijd ruimte genoeg, ik denk dat het kan, mijn vrouw weet niet zeker of het gaat lukken maar ze findt het wel een mooi plan, zullen we het gewoon probeeren in dit nieuwe jaar?
***
Ik tetter altijd door voor vreede, en ik stuur zachte kopjes aan mevrouw Kim en Mio, ik hoop dat hij beeter wordt, en ik stuur mevrouw Sylvia zachte neusjes.
Nou is het nieuwe jaar alweer vier dagen oud, en alles begint weer een beetje normaal te worden in huis. De kerssemusseboom is weer ingepakt, net als alle kleine lichtjes. Er staan alleen nog wat kaarsen met van die knopjes aan de onderkant, het soort waar ik rustig aan kan snuffelen zonder m’n snorharen kwijt te raken. En dat is wel zo prettig. O, en m’n eigen rode kralen kerssemusseboom heb ik ook nog steeds staan hoor, want die vind ik altijd leuk. Is gewoon een klein dingetje waar m’n personeel lichtjes doorheen gevlochten heeft, maar ik denk dat ‘ie vooral mag blijven omdat ze die draadjes met piepkleinere dan piepkleine lichtjes niet meer tussen die kraaltjes uit krijgen.
tussen het werken door veel geslapen, maar dat komt misschien ook wel door ‘t sombere weer van de laatste tijd. Want ‘t is nou niet al te best geweest, al hebben we vorige maand toch heus wel een echte witte kerssemus gehad, die bijna een hele week bleef hangen. Tenminste, dat vond ik.
Terwijl ik langzaam in slaap begon te sukkelen hoorde ik m’n personeel praten over mist, en dat de wereld wel heel erg klein was die dag. Mist? Ik tilde m’n kop op, want hier wilde ik toch wel even meer van weten…
Lieve allemaal, fandaag is het een speesjaale dag want dit is de eerste dag van het nieuwe jaar. Het jaar twee-duizen-en-vijf-en-twinnig is nu hier. In het afgelopen jaar had ik zo heel veel meegemaakt en daaruit kwam een ieboek.
Meer warmte
zijn. Dat de lijn tussen sterren en geen sterren eefeveel is zodat we allemaal saame zijn. Voor mij is Bram nog stees hier al werkt hij in regenboogland. Hij tel eefeveel mee als iemand anners. Ik vind dat daar geen ferschil in is ook al woont hij nou ergens anners. Ook vind ik dat we niet aan pesten moge doen want dat is niet zo heel leuk. Sommige vriendjes hebben een annere kleur van facht en sommige mauwen in een annere taal en weer annere hebben een aparte naam maar we zijn tenslotte allemaal dezelfde. We zijn allemaal friende. Folgens mij vrouw is dat normen en waarde maar die twee ken ik nog niet zo heel goed. Ik doe mij best.
Vandaag mag ik, Dopey het verhaal vertellen, een bijzonder verhaal. En met een aantal van ons in huis is het soms voor vrouw ook niet duidelijk wie het gedaan heeft.
Maar een ander verhaal zijn de haarballen die we af en toe moeten uitspugen omdat we teveel haren van onze vacht hebben opgelikt.
Sinds de openingstijden van het vogelrestaurant in onze ieniemienie achtertuin zijn verruimd, is het een drukte van jewelste. Als een lopend vuurtje gaat het nieuws door de wijk: ‘Heb je het al gehoord? De Fly-Inn in de jungle van Japie is deze winter weer non-stop geopend!’ De vleugels kwetteren het aan elkaar door. Van heinde en ver komen ze aanvliegen op de goed gevulde voederplank.
Ze loopt naar buur toe. Ik sluip achter haar aan en verschans me tussen uitpuilende kliko’s. Wat er niet meer in past, ligt op de grond. Ik knoop in mijn staart dat ik hier vannacht even terug moet komen. Dat kan nog wel eens wat interessants opleveren. Mo blijft in de poort staan van de verder smetteloze tuin waar een zware azijnlucht op haar longen slaat. Buur heeft de grote tegels grondig geboend. Sprietjes groen krijgen er geen kans. Zandkorrels ontsnappen niet aan de aandacht als de hoge drukreiniger het werk doet. Happend naar adem vraagt ze wat er aan de hand is. ‘Jouw kat loert naar de vogels. Dat is zielig voor die beestjes.’
Val