
Miauw lieve allemaal, we zijn er weer met onze letters en hopen dat iedereen een fijne week heeft gehad.
Frou Frou: “net op het moment dat mijn ogen dichtvallen tijdens het begin van een catnap, klinken er geluiden van achter het keukenmuurtje. Onze mensenbroer probeert zo stilletjes mogelijk de schaaltjes en een vork uit de kast te halen om rustig ons eten te kunnen furdelen. Maar ik herken het geluid meteen. Het klinkt namelijk heel anders dan wanneer hij zijn eigen schaaltje pakt. Vol furwachting til ik mijn koppie op en strek mijn nekje uit om
te laten zien dat ik best trek heb in wat lekkers. Jajim pakt het moment anders aan, nog voor het natvoer klaar staat cirkelt ze miauwend en zingend om zijn benen heen. Jullie weten ondertussen hoe ze is. ‘Even geduld meisje’, is het antwoord op Jajim’s ongeduld. Maar daar is mijn zus het niet mee eens en zodra het zakje met saus open gaat maakt ze een sprong en probeert het met haar poot uit zijn handen te tikken.”
Jajim: “met mijn allerliefste en meest hongerige blik kijk ik omhoog. ‘Schiet nou op’, miauw ik. Zonder effect, hij schiet helemaal niet op. Tenminste, het kan altijd sneller, toch? ‘Komt eraan meisjes’. Nadat onze mensenbroer VEEL te langzaam de stukjes vis over de bakjes furdeelt en prakt, komt eindelijk het magische woord. ‘Eeeten!’. Ik loop voor hem uit en het bakje raakt de vloer nog niet of ik begin al te slurpen.”
Frou Frou: “zelf blijf ik geduldig in mijn mandje liggen, onze mensenbroer zal die vis heus niet zelf opeten, toch? Ik steek mijn snorharen vooruit en snuffel in de lucht, maar blijf gewoon liggen waar ik lig. Onze mensenbroer komt op ooghoogte bij me staan en zet het bakje voor mijn neus in de grote mand. ‘Kijk eens kleine Kruimel, lunch!’ zegt hij enthousiast. Maar waar ik net mijn snorharen alleen al aflikte bij de geur, moet ik nu opeens nog even nadenken en draai mijn koppie de andere kant op. ‘Toe, kijk eens? Visjes, in saus!’. Hmm, die saus ruikt wel heel lekker… Met een beetje tegenzin kom ik half overeind en neem een likje. Jammie, de moeite waard om mijn catnap even uit te stellen. En dan begin ik enthousiast te smullen. Het maakt me ook niets uit dat er af en toe een stukje vis in mijn snorharen belandt of door de lucht vliegt. Die restjes zijn voor straks. Ondertussen zegt onze mensenbroer allemaal lieve dingen, over hoe goed ik het doe.”
Aanmoedigen
Frou Frou: “jullie vragen je vast af waarom ik lunch in mijn mand krijg en met allemaal aanmoedigingen. Nou, soms zijn er dingen die me zenuwachtig maken, zoals herrie. En dat was laatst, keiharde herrie!
Wat het nou purrcies was blijft een mysterie voor mij als poes. Het andere waar ik zenuwachtig van word is dat Jajim altijd op mijn bakje zit te azen, maakt niet eens uit wat erin zit zolang het maar eetbaar is. Daarom eet mijn grote zus aan de andere kant van de tussendeur, ook wel onze kattensluis. De zenuwen met eten doen me denken aan toen ik in een kennel woonde met een heleboel andere katten, daar heb ik geleerd om heel bescheiden te zijn en liet alle andere katermannen en poezendames voor. Het komt omdat ik zachtaardig ben, en een allemansvriendinnetje, zegt onze tweevoeter.”
Jajim: “die dichte deur vind ik purrsoonlijk heel stom! Het beste zou zijn als er helemáál geen deuren in huis zitten. Soms bedenkt onze mensenbroer het om te gaan douchen met de deur dicht, iets met tocht. Ik weet niet wélke tocht hij bedoelt, zo groot is de badkamer écht niet hoor. Pas geleden heb ik er wat op furzonnen, op dat met die deur. Namelijk een prooi vangen en dan roepen dat ik een katdootje heb. Zo hard dat de buren het vast ook horen. En het werkt echt goed! Zo snel als hij kan komt onze mensenbroer de badkamer uit en geeft me een aai over de bol.
En soms ook een snoepje. Waarom niet altijd? Het zou kunnen dat ik nog een beetje aan mijn zomerjasje aan het werken ben op het moment, dat zou beter zijn voor mijn gezondheid. Ach ja, hij zegt wel meer. Bijvoorbeeld dat het prooi-popje misschien aan furvanging toe is. Kijk nou zelf, die is toch supurrr mooi?”
Even rust
Frou Frou: “weet je nog laatst, Jajim? Toen moest er een klusjesman in de grote kamer zijn.
Er werd met spullen geschoven en van alles en dat was vanwege die man. Ook moesten wij naar de kleine kamer, sterker nog, wij wilden naar die kamer toen de bel keihard ging. Daar is het onze veilige plek voor. Of eigenlijk is het vooral míjn veilige plek. Mijn lievelingshangmat is daar, en ook onze oude krabpaal. Allemaal met furtrouwde luchtjes.
Voor mij is het geen probleem als de deur even dicht is hoor. Een zus hebben is vaak gezellig, heus waar, maar soms wil ik even rust. En Jajim ook.”
Jajim: “daar heeft mijn zusje dan wel weer een punt. Ook al houd ik écht niet van deuren, zolang onze mensenbroer aan dezelfde kant van de deur zit als ik is het opeens niet erg meer. Hoef ik ook niet steeds prooien te vangen, en we kunnen Saame relaxen of slapen zonder dat Frou Frou de boel furstoord door keihard PRRR PRR PRRR te doen en bovenop ons te gaan liggen.
Soms wil je gewoon even met zijn tweeën zijn. Sinds Willem in Regenboogland is gaan wonen, hebben we een nieuwe dynamiek, zo noemen mensen dat. En nu hebben we ontdekt dat het echt genieten is om af en toe je mensenbroer helemaal voor jezelf te hebben. Maar dat we elkaar ook missen als er te lang een deur dicht is.”
Hoe is jouw dynamiek thuis?
Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou