Dit is een aksie-foto, ik ben net nog niet los in de lugt en eefe later sprong ik ofer mijn mand heen. Geeneens er in, ik wil niet in mijn mand al een hele tijd niet en dat is moeilijk thuis.
“Ollie waarom ga je niet in je mand?” vroeg mijn vrouw en ze deed met haar hand van hier is het. Wist ik al. Maar ik wil er alleen ofer springen dat is wel leuk.
“Moet ik de mand weg doen?” Ik keek eefe van niet.
“Moet de mand anders?” Nee.
Het is gewoon weeges het is zomer en dit is een mand foor in de winter en nou is dat niet zo. Dus.
Ik ben heel presies in waar ik wil slapen. Het liefste op mijn grote kussen, oferdag en afond. Als het ochtend is dan slaap ik in de fensterbank. Of op het bed als ik zeker weet dat ik de tijd en de rust heb.
Soms slaap ik ’s nachts in de fensterbank boofe.
Of in die beneden.
Of op de oferloop bij de keuken.
Nergens anders.
Dutjes tussendoor doe ik op flies en helemaal als mijn vrouw weg is dan foel ik toch ze bestaat.
Op de bank sliep ik toen ik hier pas was en toen was mijn gefoel heel anders, nou kan ik gemakkelijker in het huis zijn. Toen sliep ik ook op het krukje bij de tafel dat was omdat ik van binnen onzeker was en nou heb ik meer zekerheid. Dus dan wil je ook ergens anders slaape, dat is gewoon zo.
Misschien ga ik straks weer in mijn mand, dat weet ik geeneens, het moet eerst kouder zijn en dat duurt nog eefe en het is ook zo, ik ben nou fan binnen aan het feranderen dus ik weet niet waar ik straks wil slaape.
Maar de mand moet blijfe, dat weet ik zeker.
In het asiel had Bert er kwetsbaar uitgezien, niet echt een kater die veel miauwde en steeds in gesprek wilde gaan over de dingen van de dag. Eenmaal hier, zei hij ook niet veel. Op zijn dossierkaart stond: ‘moet beslist een rustig huis’, dat was wegens zijn diepe onzekerheid.
Hoofdstuk 1: Tante Fleur en de Sterrenhemel
de ramen sloeg, hoorde hij een zacht gemiauw vanuit de woonkamer.
En zo begon een nieuw hoofdstuk. Tante Fleur bleef waken als een ster aan de hemel, Doerak werd een wijze mentor, en Bliksem… werd een legende in wording.
Mauw. Wat ik nou toch weer heb meegemaakt. Ik zou zeggen pak een brokje, neem een slokje en lees ferder.
dat wat ik je nu ga furrtellen dat je dan niet meer zo lacht. Oef. Ze was ineens heel serieus.
namelijk al opgezocht dus ik hoefde ferder niks anders te doen dan alleen maar te kijken. Want zeg nou zelf heb jij wel eens een kat iets zien typen? Ik zou niet weten hoe. Sweipen dat gaat wel. Want dat is gewoon schuifen met je pootje. Maar typen dat lukt niet zo goed met onze poezelige poezepootjes.
Lieve allemaal, na het verhaal van Moos en de vlinder van vorige keer wil hij iedereen graag even bedanken die het gelezen heeft. Hij vond het spannend om op de blog te komen schrijven maar ook leuk en dat er mensen een reactie hadden gestuurd of het verhaal geliked hadden, vond Moos zeker ook erg fijn.
Er zijn wel een paar bijzondere dingen gebeurd trouwens. Het eerste was wel speciaal want dat had ik nog nooit eerder gezien en Moos trouwens ook niet. We lagen een beetje te doezelen in de kamer, ik fijn midden op tafel en Moos op de koele vloer en ineens zagen we iets in de struik dat er anders niet in hoort te zitten.
erg verbaasd maar liet de kans toch niet voorbijgaan om buiten te gaan zitten. Moos kwam ook dus we hebben toen samen een hele poos naar de beestjes zitten kijken die in het donker voorbij komen en die dan ook al wakker zijn. Dat is reuze spannend.