Lieve allemaal, vandaag zijn er alleen maar fijne dingen. Het is offiesjeel lente en ik zie overal knopjes aan de plantjes. Mijn beebie aardbijtjes zijn al meega groot en kunnen binnenkort in een potje alleen want ze groeien echt heel hard. De plantjes voor de hamsers doen het ook goed. En wat ik ook zo heel fijn vind is dat de klup echt super groot aan het worden is. Iedereen doet mee en dat vind ik echt heel fijn.
Boom
Maar even terug naar de lente want nou kunnen we lekker naar buiten. Sommige hebben een balkon waar ze even een frisse neus halen en andere vinden buiten niks, dat kan ook. Zelf heb ik een tuintje achter het huis en die staat vol met planten, bloemen en er staat zelfs een boom! Eigenlijk wilde ooma een eekhoorn in haar tuin maar dat kan niet zomaar. Eekhoorntjes wonen in het bos en wij niet. Ik woon in een gewoon huis van steen samen met Ooma, mijn manspersoon en Toby. Mijn vrouw heeft een eigen huis die wel vlakbij een bos is.
Natuurlijk krijgt mijn vrouw wel eekhoorn op bezoek en mijn ooma niet maar nou staat die boom er nog stees. Hij is best groot en er komen walnoten aan. Eerst zijn het van die groene knoppen en dan worden ze stees groter tot ze bijna eefe groot zijn als een tennisbal en dan zit daar binnen in de walnoot. En de walnoot heeft nog een schil die eraf moet
voordat je hem wilt gaan eten. Ik denk dat die eekhoorn daar veel te lang mee bezig is en dat ie daarom naar mijn vrouw gaat. Zij heeft altijd voer voor alle soorten dieren. Ook voor kleine fogels en grote fogels. Pas waren er duife in haar tuin. Een mannetje en een vrouwtje.
Oooo en nou denk ik aan ies. Binnenkort komen er weer beebie fogels!!
Dat is zo heel erg schattig. Dan zijn ze nog helemaal van dons en piepklein en dan piepen ze ook echt. Zou het daarom piepklein heten omdat ze piepen? Ik vind dat zo heel mooi om te zien. Mij innerluk zegt dan van: ‘dat is een beestje en die moet je fange!! Het jouw natuur om beestjes te fange’. Maar mij hoofd zegt dan van doe dat nou niet. Het is een kleine beebie en het is een leefe en het is schattig. Zelf vind ik het zo heel moeilijk om kontroole te houden maar ik doe het wel. Want zo ben ik. Ik hou van zachte zaake en liefe dingen. Ook donsjes. Toen ik nog jong was deed ik wel jaage en zo en toen fing ik wel eens een fogeltje, maar nou niet meer.
Tuin
Nou doe ik voor alles en iedereen zorge omdat ik dat veel beter kan. Laatst was ik met mijn vrouw in de tuin achter en toen zagen we allebei dat de tuin ook zorg nodig had. Er waren allemaal oude takjes en bruine blaadjes die oferal lagen. Dan is het tijd om je tuin netjes te maake.
Mijn vrouw en ik hebben het saame gedaan. Ik mauwde waar er kontroole moest zijn en zij deed kijken. Ooma kwam soms ook eefe kijken en Toby was er ook. Wat deden we dan eigenlijk? Ik ging bij een struik staan of bij een blaadje en dan deed ik zo heel hard mauwen van ‘kijk eens hier naar deze takjes’. Dan kwam mijn vrouw eraan en deed ze de takjes tjekken. Dan deed ik er nog een keertje aan snoffen en daarna knipte mijn vrouw deze takjes met een speesjaale schaar voordat ze in de konteener gaan.
Takken
Er was één hele grote struik die heel veel takjes had en daar deed ik eefe inspekzie. Ik liep er onder door en toen hoorde ik van alles kraake. Het was dus nodig dat deze struik ook geknipt moest worden met de schaar. Dat heet snoeien. Ik vind knippen beter klinken. Er waren wel meer dan twintig takjes aan die struik en sommige hadden er nog oude blaadjes aanzitten. Ik liep gauw onder de struik uit zodat mijn vrouw het helemaal kon kaal
knippen. Er zitten nou bijna geen takjes meer aan. De konteener zit goed vol maar als de waage komt voor de konteener dan ben ik weg want die vind ik eng net als mijn broer Bram.
Straks wil die waage ook mijn billen hebben, nee dank je. Hij mag de takjes hebben en de blaadjes. Maar nu is alles zo heel kaal en leeg en als je twee kaalender maanden verder bent dan zie je er niks meer van. Alles is dan mooi en heeft bloemetjes.
Ik denk dat ik nog eefe in de zon ga dutten. Ik wens jullie een warme fijne week met heel veel bloemetjes en plantjes. Ik tetter mee voor freede want die komt er.
Poot getekend, mienister van zachte zaake,
Milamuis

Een week geleden miauwde ik met veel bravoure op Beestboek dat ik een nieuw onderzoek zou publiceren. Deze keer over een bijzonder object dat in onze huiskamer staat, eh ligt. Of is het nou staan? Hoe dan ook, het opmerkelijke is dat het ding daar pas is, sinds de vlieringsnuiter over de vloer komt. Dan moet er een relatie zijn tussen die twee. Hoe het purcies zit, daar kan ik mijn poot nog niet helemaal op leggen. Een compleet verslag houden jullie daarom tegoed. Deze keer moet ik echt miauwen over de furjaardag van mijn tante Cato. En vooral wat er de ochtend daarna gebeurde. Want dat was geen kattenpies. Lees maar.

Het ene mooment is het winter, een winter die wel altijd lijkt te blijfen duuren, en het andere mooment is het plotseling lente, een beetje foorsichtig nog, maar toch: de winter is foorbij, er komt meer licht en het is iets minder kaud, de vogels gaan zingen en druk rondfliegen, in mijn tuin komen allemaal kleine groene dingetjes te foorschijn aan de takken van planten, maar ook uit de grond komt van alles omhoog, en er zijn zelfs al een paar bloempjes aan het bloeien.
Mila en Toby, mijn vlinderleeuw, de verkeering van Jafita, onze Brammie van de blog, die een jaar geleeden een ster is geworden.
Je leefen is niet alleen feranderd door het ferdriet van het gemis, maar fooral door de liefde, die draag je altijd je mee, feilig in je hart, en net toen ik daarover nadacht landde er een klein beestje in het gras, een soort hommel, hij ging met zijn fleugels wijd oopen op een blaadje zitten, om zoveel mogelijk van de zon te kunnen genieten, net zoals Brammie en ik altijd deden als we met onze buiken in de zon lagen, en ik knipoogde naar het beestje foordat hij weer ferder floog.
De afgelopen week heb ik eigenlijk helemaal niks bijzonders gedaan. Dat leek me even het beste, na de stunt die ik vorige week heb uitgehaald waarmee ik m’n personeel de stuipen op ‘t lijf heb gejaagd. Dus ik heb me heel netjes gedragen, heb m’n inspectierondes buiten afgewisseld met lekker lui binnen op het grote bed liggen. Of op de stoel onder de eettafel, of in de vensterbank in de zon.
Weilandfeest
ik Bram altijd weer te vinden tussen al die andere prachtige sterren. Want Bram heeft een speciaal plekje in m’n hart. Ook zonder al zijn mooie letters, wijze woorden en prachtige blogs is Bram nog steeds dicht bij me. Hij was de mooie vlinder die me spelenderwijs de wereld liet ontdekken en hij was de wind die door het hoge gras in ‘t weiland streek toen ik als kleine kittenkater m’n eerste stappen buiten zette.