“Hier is altijd alles hetzelfde, Ollie, dus dan heb je zekerheid,” zei ze en zoiets is het beste als je beginnende huiskater bent dat is gewoon zo. Eerlijk waar, zo ging het ook. Elke dag lijkt hier op de andere dag en de nacht ook dus foor iemand als ik met dingen in zijn kop is dat het beste. Alleen nou pas kwam er een ferandering en toen had ik de gekste nacht van mijn leefe.
Muis
Eerst ging alles gewoon. Hapje. Speele. Dan zij naar de slaapkamer en ik hier nog wat rondhangen, wat voor mezelf doen, beetje kijken hier en daar. Ik hoorde wel herrie in de straat en eerlijk waar dat was grieselig.
Nou en toen opeens komt ze naar beneden. Ik zat net ferstopt weeges die herrie.
Gaat ze op het tapijt liggen onder een dekbed. Het licht bleef uit.
En toen snapte ik het.
We speelden muis onder de lap en zij was de muis.
Ik springen en rennen, echt de hele tijd en keihard ook.
BAM
Daarna ging ik eefe naar de lichten in de lucht kijken. Ik foelde me sterk weeges ik was niet alleen. En toen eefe later was het toch te moeilijk al die herrie. Dus ik weer erbij liggen. En toen speelden we weer muis onder de lap en zij was nog steeds de muis. Ik kon nou harder springen weeges ik had erfaring dus dat deed ik ook. Echt BAM.
Nacht
oen deed ze het licht aan. Ik weer in de vensterbank kijken.
Daarna licht weer uit. En ze zei: “Nou kan het weer Ollie.” Het dekbed ging weer op de bank en zij ging weer naar de slaapkamer.
Ik heb dat nog nooit meegemaakt en het was raar. Maar best leuk want een nieuw spelletje daar hou ik van fooral als ik het meteen kan. Dus nou denk ik, misschien ga ik ’s nachts een keer heel stil naar boofe, dat hoort bij speele, dat je sluipt en sluipt en dan opeens BAM dan spring je op de muis onder de lap die dan in bed ligt. Ik foel dat ik het kan. Ik heb erfaring. Ik weet nou ’s nachts spelen dat hoort erbij, dus ik ga het doen.
Het einde van december naderde en daarmee kwam het besef dat er een nacht kwam met vuurwerk, hoe moest dat met Bert? Een gevoelige kater met angstklachten hield vast nog minder van dat soort herrie dan ik. En in het asiel wisten natuurlijk ook niet hoe hij zou reageren. Dus we waren op onszelf aangewezen, met andere woorden op elkaar. Het nieuwe jaar 2016 was overmijdelijk, wilden we goed door die laatste nacht komen.
Lieve allemaal, fandaag is het een speesjaale dag want dit is de eerste dag van het nieuwe jaar. Het jaar twee-duizen-en-vijf-en-twinnig is nu hier. In het afgelopen jaar had ik zo heel veel meegemaakt en daaruit kwam een ieboek.
Meer warmte
zijn. Dat de lijn tussen sterren en geen sterren eefeveel is zodat we allemaal saame zijn. Voor mij is Bram nog stees hier al werkt hij in regenboogland. Hij tel eefeveel mee als iemand anners. Ik vind dat daar geen ferschil in is ook al woont hij nou ergens anners. Ook vind ik dat we niet aan pesten moge doen want dat is niet zo heel leuk. Sommige vriendjes hebben een annere kleur van facht en sommige mauwen in een annere taal en weer annere hebben een aparte naam maar we zijn tenslotte allemaal dezelfde. We zijn allemaal friende. Folgens mij vrouw is dat normen en waarde maar die twee ken ik nog niet zo heel goed. Ik doe mij best.
Vandaag mag ik, Dopey het verhaal vertellen, een bijzonder verhaal. En met een aantal van ons in huis is het soms voor vrouw ook niet duidelijk wie het gedaan heeft.
Maar een ander verhaal zijn de haarballen die we af en toe moeten uitspugen omdat we teveel haren van onze vacht hebben opgelikt.
Sinds de openingstijden van het vogelrestaurant in onze ieniemienie achtertuin zijn verruimd, is het een drukte van jewelste. Als een lopend vuurtje gaat het nieuws door de wijk: ‘Heb je het al gehoord? De Fly-Inn in de jungle van Japie is deze winter weer non-stop geopend!’ De vleugels kwetteren het aan elkaar door. Van heinde en ver komen ze aanvliegen op de goed gevulde voederplank.
Ze loopt naar buur toe. Ik sluip achter haar aan en verschans me tussen uitpuilende kliko’s. Wat er niet meer in past, ligt op de grond. Ik knoop in mijn staart dat ik hier vannacht even terug moet komen. Dat kan nog wel eens wat interessants opleveren. Mo blijft in de poort staan van de verder smetteloze tuin waar een zware azijnlucht op haar longen slaat. Buur heeft de grote tegels grondig geboend. Sprietjes groen krijgen er geen kans. Zandkorrels ontsnappen niet aan de aandacht als de hoge drukreiniger het werk doet. Happend naar adem vraagt ze wat er aan de hand is. ‘Jouw kat loert naar de vogels. Dat is zielig voor die beestjes.’
Val