Mijn letters voor deze keer zijn heel simpel. Het is een vraag. Een vraag die wellicht vragen oproept. Wees gerust, ik zal ze allemaal in dit furhaal beantwoorden. De vraag is: Wie wil er een stukje van mij hebben?
Rustig, rustig, niet allemaal door elkaar miauwen. Ik zal eerst vertellen waarom ik dit vraag. Eerlijk gemiauwd gaat dat al eventjes terug. Naar Oom Bert om purcies te zijn. Onze nestor waar ik ieder donker met veel liefde naar zwaai. Oom Bert wilde best graag een Meen Koen zijn. Van binnen voelde hij zich denk ik ook zo. Een heuse leeuw met woeste manen, grote voeten en een brul waar een huistijger jaloers op zou zijn. Oom Bert had alles in zich om zich een Meen Koen te voelen. Alleen die lange manen ontbraken.
Toen hij op een frisse najaarsdag zo’n anderhalf jaar geleden liet weten dat hij het een beetje koud had, keek ik eens goed naar mijn vacht en dacht ‘die jas is groot genoeg voor Oom Bert en mij Saame’. Ik stelde het voor aan mijn mens. Ze woelde met haar handen door mijn zachte haren. ‘Het is heel genereus van je, jochie, om je jas te delen met Oom Bert. Maar op dit moment is hij nog niet dik genoeg. We moeten wachten tot het kouder is. Dan krijg je een wollige ondervacht en worden de haren bovenop heel lang. Dat geeft je gelijk tijd om een plan te maken hoe je zelf warm kan blijven als je geen jas meer hebt?’ Daar moest ik over nadenken. Want in mijn blote niksie naar buiten als het hartje winter is, is inderdaad niet zo’n goed idee.
Klittenbaal
Ik moest eerder een oplossing bedenken dan gedacht. Want het werd januari 2024 en het werd kkkkkkkoud. Mijn eens zo keurige jas veranderde in mum van tijd in één grote klittenbaal. Hoe meer ik me waste om mijn haren terug in de plooi te krijgen, hoe erger het werd. Mo kwam aan met borstels en kammen. Voorzichtig probeerde ze me te helpen om mijn eens zo mooie jas uit de knoop te krijgen. Al ging ze nog zo zachtjes te werk het deed al pijn zodra ze bij me in de buurt kwam.
Als vanzelf sloegen mijn stiletto’s uit en klauwden zich venijnig in haar handen. Ondanks de gaten in haar vel ging ze door. Toen moest ik wel mijn vlijmscherpe hoektanden inzetten. Het werd een gebed (en gevecht) zonder end.
Schaar
Er zat niets anders op dan het afknippen van mijn ooit zo lange lokken die inmiddels als vervilte ballen tegen mijn huid aan zaten geplakt. Met minuscule knipjes moest een ieniemienie schaartje het werk doen. Haartje voor haartje werd voorzichtig los geknipt, beetje bij beetje, tot uiteindelijk de hele klit los kwam. Ik moet erbij miauwen dat hier dagen per klit over heen gingen, omdat ik bij ieder knipje in de handen van de kapper beet. Handen die ik ook al in de klem had met mijn stiletto’s.
‘Zachtjes, Japie,’ zei de kapper steeds, ‘anders knip ik nog in je velletje en dan zijn we verder van huis.’ Het dreigement van witjas èn het vooruitzicht van kipsnackjes na iedere knipbeurt hielden me op de poot. Na weken, zeg gerust maanden, van knippen was mijn jas dusdanig gekortwiekt dat ik weer opgelucht kon ademhalen. De kou was toen allang voorbij. De sjaal voor Oom Bert van echt Meen Koenhaar zouden we in de zomer gaan breien, zodat die op tijd klaar zou zijn voor als het weer kil zou worden. Oom Bert heeft de halsdoek van mijn haren nooit kunnen dragen.
Suikerspin
Deze winter gebeurde het weer. De ene dag zit mijn jas soepel om mijn lijf, alle haren keurig gekamd. Een dag later trekt een hardnekkige mist op en binnen 24 uur tijd verandert mijn kapsel in een grote suikerspin waar de kapper van met de handen in het haar zit. De schaar doet opnieuw knip knip knip. De berg plukjes wordt met de dag groter.
Daarom de vraag: ‘Wie wil er een stukje Japie hebben? Bij iedere plukje is het net of je Oom Bert weer een beetje dichterbij kan voelen.’
Koppie van Japie
Nu het winter is merk ik wel dat ik geen fijf of acht jaaren meer ben, en al helemáál geen beebiekitten meer, als je jong bent maakt de kau je niet veel uit, en zeker als je nog maar een mini bent ben je de hele dag aan het speelen en ontdekken en groeien, zonder je iets aan te trekken van kau of reegen.
Deze winter heb ik voor het eerst ontdekt hoe heerlijk het is om lekker in mijn warme kermusmand te slapen, en dan bedoel ik niet alleen in de nacht, maar ook oferdag, dat deed ik nooit, in forige jaaren snapte ik de winter nog niet zo goed en ferfeelde ik me de hele tijd, maar dit jaar ga ik efentjes buiten een plasje of een poeps doen en ik kom meteen weer binnen om geborsteld of gekamd te worden, dan speel ik met mijn ketnipmuis of mijn ketnipaarbei en daarna kruip ik zó weer in mijn mand bij de ferwarming om te knorren.
Ik ben al jong geweest en dat draag ik nog met me mee, kleine Kever woont in mijn hoofd, net als de Kever die folwassen was maar nog niet echt auder, PLUS nog seeniejor Kever, er zijn dus eigenlijk wel drie Kevers in mijn hoofd, en zo heb ik echt keiveel erfaaring!
Lieve allemaal, fandaag zijn we weer eens stapje dichterbij de lente en dat is fijn. Dan kunnen we weer lekker naar buiten het warme zonnetje opzoeken. Ik kijk er zo heel erg naar uit. Van mij mag de zon elke dag komen zoals de zon in de lente en zomer is. Dan geniet ik het meest als ik buiten ben in de tuin. Maar nu vind ik het nog een beetje zo heel erg te fris. Dus ik ga liever binnen aktief zijn.
gewoon mee.
Ik stond op, keek niet meer naar de bal en liep naar beneden. Daar ging ik wat brokjes eten. Mijn bakje staat op mijn paal wegens dat Toby het niet mag hebben maar wel heel graag eet. Hij wordt dan zo heel erg ziek en dat wil ik niet. Daarna ben ik eefe op de vensterbank gaan zitten om naar buiten te kijken. Dat vind ik zo heel erg fijn want de verwarming is nog aan en dat voel ik dan. Ik heb ook nog eefe bij de visjes gezeten om te kijken of ze het allemaal nog goed doen en dat doen ze.
Brrr wat is het koud buiten he. Gelukkig kan ik als binnenkat gewoon binnen blijven en kan ik mijn straatcontrole prima vanachter glas doen. Ik kan redelijk hard mauwen dus mensen en dieren horen me toch wel. En als ze niet luisteren dan laat ik mijn gefaarlijke tandjes zien of mijn mooie stilletoos. Dat helpt meestal wel. Foor de rest ben ik een heel freedeliefend poesje hoor geen zorgen.
Eerst dribbelde ik naar de gang om daar bij de voordeur te checken of daar alles in orde was. Mauw check dat was zo. Toen even naar de deur van de MinKeef gemauwd. Foor de zekerheid dat er echt niemand achter die deur zit. Daarna dribbelde ik naar de trap. Hop hop hop zo naar boofe. Sprong eerst op de wasmachine en van de wasmachine op het kleine fensterbankje wat daar is. Vanaf daar heb je het beste uitzicht oofer de hele straat.
toen ik dat zo lekker zat op te smikkelen toen liet ze me een tasje zien. Kijk eens Minnie wat ik van een collega heb gehad? Dat is speciaal voor jou! Dus ik keek met haar mee en zag twee gloedje nieuwe etensbakjes. Op de bodem stond een poes afgebeeld. Dat is Siepie zei ze. Leuk he! Miauw mauwde ik. Als het maar lekker eet. Frau deed mijn brokjes erin en ik probeerde het voorzichtig. Kraak kraak, ja hoor dit eet prima! Toen waren we allebei tevreden en gingen we op de bank lekker samen knuffelen.
Lieve allemaal, hier ben ik weer vanuit een niet al te zonnig en vooral nogal koud Krullieland. Ik kom momenteel niet veel in de tuin want soms is het echt veel te koud daarvoor (eigenlijk alle dagen wel) en eerder deze week was het toch echt zo raar. Je kon amper meer de tuin aan het einde zien of eigenlijk helemaal niet als ik eerlijk ben. Net alsof ze een wit gordijn hadden dichtgetrokken en onze tuin ineens veel kleiner geworden was. Dat noemen ze nu mist zei mijn vrouw maar echt, ik vond het maar heel raar en was blij dat het later weg was hoor. Het kan toch niet zomaar dat ze je tuin dan ineens een stuk kleiner maken denk ik dan maar weer.
kwam een paar dagen geleden enthousiast thuis met de mededeling dat daar, in datzelfde huis, ook een zwart witte poezel woont, een heel grote. Dus ik miauw terug: nou, ik denk dat die af en toe bij ons in de tuin te zien is.
vallen zoals Mikkie bij Keef doet hoor. Ik denk dat ze via het weiland hierachter komen maar zover ben ik nog niet geweest. Daarmee wacht ik wel tot het beter weer wordt.