Haai piepeltjes of evveriewher
Hier ben ik weer.
Oopa Floris.
En ik ben wakkerrrrr!
Heel erg wakkerrrr.
Oké Loes wat kom ik hier doen?
Een verhaal vertellen?
Daar heb ik geen verstand van.
Hoezo doe ik dat vaker?
Wat maak jij me nou?
Ben ik daarbij dan?
Ja natuurlijk ben ik daarbij.
Hee geen feestje zonder Oopa.
Loes kom op met die pootjes.
Pootje naar uhm…
En
Sjips doe maar naar evveriewher.
Whaaaaaa haaaaaa
Mag ik nou gaan?
Niet?
En waarom niet?
Omdat ik wát moet doen?
Wat zeur jij nou met je verhaal.
Ga zelf iets verzinnen.
Hoezo fans?
Mijn fans?
Keivet Loes.
Ik heb fans!
Oopa heeft fans.
Piepeltjes horen jullie mij?
Ik zeg polonaise.
Alle fans in een rij
En gaan met die banaan!
Loes.
Loeshoes…
Leven is te kort om te uhm…
Nou ja maakt niks uit.
Ik ga eens even heel hard krijsen.
Hee de ribben uit mijn lijf!
Whaaaaaa haaaaaa
Ja ja ik gedraag me al.
Gekke Loes.
Saame krijsen.
Niet?
Dan niet!
Hee je maakt Oopa zijn uhm…
nie lauw!
Gezeik altijd.
Oopa gaat er een dut aan geven!
Hallekiedee
Oopa is wakkerrr
Lets doe dis!
Kom maar op Loes.
Mijn kop is helder.
Echt wel.
Hee Saame kopstootjes geven.
Boemsie boem boem boem!
Auw!
Ouwe kop!
Ja wat nou weer?
Nie zeuren over gedragen Loes.
Oopa kent alle regels van uhm…
Loes?
Waarvan?
Van het spel?
Dat zei ik toch.
Luister piepeltjes…
Vroeger was ik een hippe katerman.
Joe noow mie.
Haartjes in de Kuif.
Snor in de krul.
Beetje fluiten naar de poezedames.
Beetje flirten.
Whaaaaaa haaaaaaaa
Jonge katermannen lissen toe Oopa.
En lissen goed dat je het ook leert.
Oopa heeft veel verkering gehad.
Hee echt wel.
Bloemetje aan de ene poot.
Bijtje aan de andere poot.
En verkering aan de staart.
Iedereen wilde verkering met Oopa.
Hee goed luisteren nou.
Altijd netjes vragen aan de poezedame.
Uhm…
Precies!
Loes wat moet ik vragen?
Wat?
Om verkering?
Hee Oopa leeft niet in het jaar blok!
Vroeger vroeg je nog netjes om de poot?
Je riep:
” Hee lekkere poezedame ik ben op jou!”
Whaaaaaaa haaaaaa
Keivet.
Moet je eens proberen.
Poezedame in de tuin.
Eerst fluiten, fjiettttt
Dan zeg je: HEE ik ben op jou!
En dan hup…
Samen dansen en sjansen.
En soms een kopstootje van plezier.
En dan samen het feest verlaten.
Horen jullie mij.
Oopa zegt SAMEN!
En bieheef joorself!
De volgende keer zie je maar weer.
Hee geen beter leven dan een vrij leven toch.
Hup achter de leedies aan…
Wat nou Loes?
Hoezo sla ik door.
Oopa slaat nooit door.
En ik gedraag me zoals ik dat wil.
Maak Oopa wat wijs!
Kom nou!
Ja ja ik ben rustig.
Hoezo opstandig?
Hee ik heb mijn hele verstand erbij.
Kijk maar naar mijn kop.
Oopa geeft de grootste kop van uhm…
Oopa is de Tiger King.
Wat?
Lijon King?
Die ken ik nie.
Truste.
Nee ik wil niet wakker worden.
Hoezo nog niet klaar?
Klaar waarmee?
Met de vogeltjesdans?
Whaaaaaa haaaaaa
Ja ja Oopa weet van wanten.
Goed Loes wat moet ik doen?
Luisteren?
Ik denk er niet aan.
Wat heb ik gedaan?
Mijn vrouw in haar arm gebeten?
Daar weet ik niks van.
Omdat ze wat?
Mijn pinkels aan het opruimen was.
Nou daar was ik vast nie bij.
En wat heb ik nog meer gedaan?
Een drol in jouw denkpaal gelegd?
Hee piepeltjes horen jullie dat.
Hoe gaaf is die?
Oopa is van alle gemakken thuis.
Hee meek noo misteek.
Oopa is een nette katerman.
Toch Loes?
Hoezo als ik slaap en dan nóg nie?
Hee ik ben een gezonde ouwe katerman.
Gedragen is voor de leedies.
Whaaaaaa haaaaa
Leven is keivet!
Ik zeg allemaal pootje naar links
Pootje naar rechts
En zak is lekker deurrr
En nog een keer…
Oeps!
Loes.
Loehoes…
Oopa is te ver deurgezakt.
Ruim jij het op…
Toedeledokie

Hajooooooooooooo iedeween.
schop ik de bal wel eens de verkeerde kant op
hij maar eens in de soofeel tijd naar de pootpeedikuure.
Weten jullie nog hoe ik eerder vertelde over dat verdwaalde katertje dat per ongeluk in het bed van een egel was gekropen? Kraaloog blijkt geen kwaad in de zin en wil hem juist helpen zijn familie terug te vinden. Deze keer laat ik weten hoe het sprookje verder gaat.
‘Wat moeten we met hem?’, vroeg weer een ander. ‘Wij gaan hem helpen!’, zei Kraaloog resoluut. ‘Kleintje is moe, heeft het koud, zijn maag rammelt en hij heeft helemaal niemand meer. Nu heeft hij ons. Om te beginnen gaan we een maaltje voor hem verzamelen.’ Kordaat waggelde Kraaloog weg. Vertwijfeld keken de andere stekels hem na, maar volgden snel. Stuk voor stuk legden ze wriemelende wormen voor het katertje neer. Met daarboven op knisperende vliegen en glanzend groene kevers. Tot slot een lading glibberige slakken. De berg was zo hoog dat het katje er niet meer over heen kon kijken. Zoveel eten had hij nog nooit in zijn hele leven bij elkaar gezien.
Kleintje
‘Dat is raar, Japie. Sprookjes eindigen altijd met ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Zullen we het nog even afmaken?’
Mensen geven de dagen een naam maar daar doe ik niet aan, ik doe alleen aan dag en nacht, en zomer, herfst, winter en lente natuurlijk, omdat die heel erg verschillend zijn: de zomer is warm en met veel zon, de herfst is met regen en paddestoelen en gekleurde blaadjes, de winter is met witte flokken en dat het kaud is, en de lente is met kleine blaadjes en alles ruikt naar nieuw, het ruikt zo heerlijk fris!, maar die dagen met een naam vind ik flouwekul, ik weet dat woenderdag bestaat of donsdag, maar ik zie het PUNT niet van die namen.
Froeger
En als ferleeden en toekomst bij elkaar komen heet dat NU, en dat is waar ik ben, en nu is fandaag, en dat is de dag dat Bolle twee jaaren geleden een ster werd, mijn mensen hadden veel liefer zijn verjaardag geweten, dat was een fantastiese dag, het was het begin van alles, en nau weten ze alleen het einde, maar ze weten ook dat er tussen het begin en het einde een heel leefen zat, met angst en ferdriet, maar ook met liefde en geluk, en die liefde blijft altijd, die gaat nooit weg, en daarom is fandaag een ekstra biesondere dag, mijn mensen en ik vieren het leefen van Bolle, met traanen maar ook met een lach, want Bolle was fantasties, dat fergeten we nooit, en we zwaaien naar het twinkelende lichtPUNTje dat hij nau is geworden.
Filos: Bieb vertel jij verder?
Grote reis
poespas op zo’n vliegveld. Bibi vindt het té spannend en maakt zich heel klein tegen de achterwand van de reis box. Ik, Filos, ben nieuwsgierig en kijk goed rond naar wat er allemaal gebeurt.