Lucky staat op de film

Hoi lieve allemaal, vorige keer wilde ik een blog maken over eten en zo maar toen had mijn man een filmpje gemaakt maar dat was nog niet helemaal klaar. Nu is het filmpje wel klaar zodat jullie ook eens bewegende beelden van mij kunnen zien en deze hebben met eten te maken. Jullie weten wel dat ik niet bepaald de kleinste kater ben en dat ik erg veel van eten houd. Dat heeft volgens mij mensen nog steeds te maken met dat ik honger had als kitten maar ze geven me ook steeds zulk lekker voer en snekkies, daaraan kun je dan als kater toch niet weerstaan zeker?

Film

Maar goed, onze mensen bestellen regelmatig voer, snekkies en soms speelgoed bij die winkel die dozen stuurt met pootjes erop en waar zo’n herkenbare groene band omheen zit. Als we die dozen zien, weten we dus ook meteen dat er spulletjes voor ons in zitten of voor andere poezelvriendjes. Als ze veel eten bestellen, kunnen ze puntjes sparen. Geen idee want dat nu eigenlijk precies betekent want daar houd ik me als katermans niet echt mee bezig. Veel puntjes betekent echter dat ze cadeautjes mogen uitzoeken. Dat zijn dan uiteraard cadeautjes voor katten en soms kiezen ze ook wat voor konijntje Jip. Ze hadden al snoepjes en liquid snacks uitgekozen maar omdat ze heel veel puntjes hadden verzameld, hebben ze ook een soort speelgoed gekozen.
Het heet met een moeilijk woord een Activity Centre maar wij noemen het gewoon een snekkies puzzel.
Op het filmpje kunnen jullie zien hoe ik de snoepjes eruit haal. Ik was er als ware verkenner natuurlijk als de kippen, huh katten bij om te zien wat er nu toch weer uit die grote doos tevoorschijn gekomen was. Het is een groot bord met daarop verschillende vakjes waar snoepjes in kunnen. Ik zorg er uiteraard zeker voor dat mijn mensen het bord met grote regelmaat bijvullen want er moet natuurlijk wel wat te snekken blijven. Aan de kant waar ik sta op het filmpje, is het het meest ingewikkeld om er snoepjes uit te halen. Helemaal aan de andere kant is het makkelijker maar ja, jullie snappen dan ook wel dat de snoepjes daar het eerste op zijn want daar kunnen we met onze snuit bij en hoeven we niet te hengelen met de pootjes. Eerst snapte ik die kleine bolletjes niet zo goed en dacht ik dat de snoepjes aan de buitenkant lagen maar ze zitten er heus in. Als je dan een pootje erin steekt, kun je ze er zo uithalen maar dat behoeft wel wat oefening natuurlijk.

(tekst loopt door onder de video)

Emmer

Inmiddels ben ik er aardig bedreven in en mijn broer Moos ook. Ik heb hem laten zien hoe het moet en hij kan het nu zelf ook. Dropje snapt het ook goed maar haar hoefde ik het niet uit te leggen want zij wist prima zelf hoe het werkte. Het is natuurlijk niet alleen belangrijk dat er altijd voldoende snoepjes in zitten maar je moet er als kater ook voor zorgen dat het de juiste snekkies zijn. Dat wil zeggen dat het snoepjes zijn die je heel erg lekker vindt! Dat is erg voornaam om te onthouden, mochten jullie ook een voerpuzzel krijgen. Ik kan het wel aanraden want ermee spelen en dan beloond worden is altijd leuk.

Er is ook nog wat gebeurd dat in ons andere huis ook wel eens voorkwam. Mijn man ging de emmer met brokjes vullen en daarvoor moest hij een nieuwe zak open maken. Die brokjes zijn altijd super lekker en vers dus ik begin dan zo snel mogelijk met eten. Bij voorkeur uit de emmer natuurlijk.
Ik ben blij dat dit in Krullieland ook kan en we hebben nog altijd dezelfde brokjes als eerst dus die smaken gewoon goed. Zo is dezelfde dingen hebben en krijgen nog altijd het fijnste. En kan ik daarna als een ware prins op de erwt gaan slapen op mijn zachte dekens en lekker dromen over van alles en nog wat.

Knuffels en veel kopjes van Lucky

PS Moos vond het erg leuk dat er zoveel mensen ook hem geschreven hebben nadat hij vorige keer meegeholpen had met bloggen!

Kever heeft een mening over goede ferzorging

Terwijl ik de lente rook (en dat deed ik echt, ik ruik de lente nog steeds!) is de winter weer terug gekomen, er was veel kau en reegen in in mijn tuin, twee daagen ben ik bijna niet buiten geweest, zo een fies weer fond ik het, er was geen zon en alles zag er grijs en kaud uit, maar dat past wel bij wat ik fandaag ga fertellen.

Spullie

Met mij is alles prima hoor, dat zal ik meteen maar efentjes zeggen, het gaat zelfs beeter dan het ging, ik krijg sinds een tijdje een soort spullie door mijn eeten, en daardoor beweeg ik weer veel makkelijker, het is spesjaal voor je gefrigten (dat zijn je kniejen en je rug enzo), en nau lijk ik soms wel een beebiekitten folgens mijn mensen: ik ren, ik spring en ik hang elke dag een paar keer aan de bank om te laten weeten dat ik wil speelen.

Als je huiskater, huispoes of huiskitten wordt ga je bij mensen wonen die voor je zorgen, die met je knuffelen, je lekker eeten geefen en met je naar de dokter gaan als het noodig is, ook al wil je dat eigenlijk niet, zo hoort het, ik en al mijn vrienden op de blog wonen zo, gelukkig maar, want het kan ook heel anders… zoals met Mio, het minikleine katermannetje dat mevrouw Kim ophaalde uit het asiel.

Mio

Mevrouw Kim is een vriendin van mij, en haar katten Sam ⭐️, Pom en Wolf zijn ook vrienden van mij, als kat bof je maar als je bij mevrouw Kim mag woonen, dat weet ik zeker, je mag bij haar zijn zoals je bent, zoals poes Pom die buiten woont, ze wil niet binnen woonen en heeft een eigen huisje in de tuin, is dat niet fantasties?

Nadat poes Sam een ster was geworden, kwam Wolf bij mevrouw Kim woonen, hij is al helemaal gewend maar wil graag een vriend erbij, en toen mevrouw Kim een footoo van Mio zag staan bij een asiel ging ze hem ophalen, het asiel had gezegd dat Mio pillies moest hebben maar ferder een makkelijke audere katerman was.

Toen Mio uit de reismand kwam merkte mevrouw Kim meteen dat er van alles mis was: hij liep freemd, hij was blind aan een oogje, je kon al zijn botjes foelen en hij snapte er allemaal niks van, maar het grootste probleem was dat hij niet wilde eeten, zelfs met zo een zalluf voor in je oor dat je honger krijgt wilde hij persee niet eeten.

Mio was waar hij froeger woonde zo slecht ferzorgd dat niemand er iets aan had gedaan dat hij helemaal maager was geworden, en niemand was met hem naar de dokter gegaan, in het asiel hadden ze maar wat gedaan, en zo kwam Mio bij mevrouw Kim teregt, zij heeft alles geprobeerd, de dierenarts kwam om de paar daagen bij haar thuis, Mio heeft efentjes toch gegeeten maar hield weer op, zijn lijfje was al te fer kapoo om weer gezond te kunnen worden, en na een maand is hij een prachtig klein sterretje geworden.

Saame

Natuurlijk heeft mevrouw Kim daar heel veel ferdriet van, en ze had al ferdriet omdat poes Sam vlak daarvoor ook een ster was geworden, maar ze is fooral blij dat Mio nog een tijdje goed ferzorgd is en heeft kunnen knuffelen en rusten, soms kun je niet het fijnste doen maar alleen het beste, en dat heeft mevrouw Kim gedaan, hoe moeilijk het ook was, en dat find ik zo mooi, daarom schrijf ik deze blog voor haar, dat heeft ze ferdiend find ik, en de blog is ook voor Mio, en voor alle beestjes die het moeilijk hebben.

Ik ben blij dat Mio het gefoel van Saame heeft gekend ook al was het niet lang, ik zwaai fanafond naar hem, en naar alle andere sterren, en weeten jullie wat zo mooi is?, toen ik dit had geschreefen ging ineens de zon weer schijnen, ik ren en ik spring buiten in mijn tuin, ik geniet van mijn lijf dat zoveel kan en van de knuffels van mijn mensen, van mijn tuin en mijn vrienden en mijn leefen, want ik weet weer ekstra goed hoe biesonder dat allemaal is.

***

Natuurlijk blijf ik doortetteren voor vreede, ik geef nooit op!!, en ik stuur een zacht kopje naar iedereen die iemand mist.

En nog even mevrouw Kever hier
Kever krijgt Glucobest poeder door zijn eten, vanwege artrose, en dat helpt heel goed. Hij eet het redelijk makkelijk (door iets lekkers heen) en hij is sindsdien weer veel actiever!

Joep over zelfstandig worden

Nee, ik ga het vandaag niet weer over het weer hebben, want dat lijkt nog steeds niet op voorjaar. M’n personeel loopt te blaffen alsof ze een hele gesprekken met de nieuwe buurpuppy aan het voeren zijn en ze beginnen wat waterig uit hun ogen te kijken terwijl ze de leeftijd van snotneus toch al heel lang voorbij zijn. Dus ik denk dat het nu aan mij is om de taak van mantelzorgkater op me te nemen. Beetje extra aandacht geven, wat meer knuffels en kopjes, spinnen en dicht tegen ze aan liggen. Wedden dat ze zich dan na dit weekend weer een stuk beter voelen?
Gelukkig gaan ze nog wel de deur uit om brokjes te verdienen en op jacht te gaan naar eten, want dat moet natuurlijk wel gewoon door gaan. Net zoals ik nog steeds m’n inspectierondes doe, maar als die achter de rug zijn ga ik snel weer naar binnen want ik heb mantelzorgkaterwerk te doen. En vier poten plus twee oortjes om weer op te warmen.

Twee jaar

Tijd vliegt als ik zo druk bezig ben. Het duurt niet eens meer twee volle maanden voordat ik jarig ben, en over iets meer dan vier maanden woon ik alweer twee jaar op mezelf. In m’n eigen huis, met eigen personeel.
Natuurlijk was dat die eerste dagen even wennen, zo zonder m’n broertjes en zusjes. Soms vraag ik me wel ‘s af hoe ‘t met hun gaat. Zouden ze net zo’n leuk huis hebben als ik, ruimte om buiten te rennen, lekker eten en ‘n hele hoop knuffels krijgen? Zou ik ze herkennen als we elkaar ooit nog ‘s tegen komen?
M’n personeel vertelde dat het personeel van m’n moeder verhuisd is, dus ik denk dat zij ook niet meer in ‘t huis woont waar ik geboren ben. Maar ik weet niet of ze wel zo blij zou zijn als ik haar zou opzoeken, want hoewel ze heel lief was en ons als kittens veel geleerd heeft, vond ze ‘t op een gegeven moment toch hoog tijd dat we op eigen pootjes gingen staan. Ze ging ook steeds vaker op stap toen we niet meer bij haar kwamen drinken omdat we al beebiekitteneten kregen. M’n personeel vertelde me later dat dat er nou eenmaal bij hoort, bij zelfstandig worden.

Zelfstandig

En ik moet eerlijk mauwen, dat zelfstandig worden heb ik aardig onder de wolfsklauw gekregen hoor. Okee, af en toe moet ik m’n personeel nog wel wat bijsturen en trainen, maar ze leren best nog wel snel voor hun leeftijd. Al heeft het een tijdje geduurd voordat ze doorhadden dat het niet hun huis is, maar ‘t mijne. Maar tegenwoordig ziet iedereen die binnenkomt dat gelijk aan het aantal krabpalen, mandjes, kussentjes en speeltjes, die allang niet meer in de twee speelgoedmanden passen die ik heb. En niet te vergeten aan de haren die ik, ondanks regelmatig kammen en borstelen, graag achterlaat op de stoelen en tegen de dikke gordijnen in de slaapkamer. Want eerlijk is eerlijk, daar kan geen stofzuiger of rubber handschoen tegenop. Het is tenslotte míjn huis.
Maar ik probeer m’n personeel ook best tegemoet te komen door tegenwoordig m’n kattenbak nog maar zelden te gebruiken. Want waarom zou ik, als ik zo’n heel mooi groot weiland achter m’n huis heb? Bijkomend voordeel daarvan is ook dat andere katten nu kunnen ruiken dat ‘t mijn weiland is. ‘t Heeft even geduurd, maar ik heb m’n plekje tussen de buurtkatten inmiddels wel gevonden.

Enigst Kater

Hoewel ik het heel errug leuk vind om samen met m’n vrienden buiten te spelen, ontdekken en stoeien, ben ik altijd weer blij dat ik Bewust Enigst Kater ben gebleven in een huis waar ik de baas ben. Ik wil m’n personeel ook echt niet delen, en m’n eten en speeltjes ook niet.
Heel af en toe probeert één van de buurtkatten wel ‘s op bezoek te komen, en dan deelt m’n personeel snoepjes uit. Míjn snoepjes! En ik vind het op zich helemaal niet erg als ze over de vloer komen, maar ‘t moet niet te lang duren. Als de snoepjes op zijn zet ik een hoge rug op, en dan weet ‘t bezoek al dat ‘t tijd is om te gaan en verdwijnen ze door de voor- of achterdeur.
Daarna is ‘t weer heerlijk rustig in huis, en heb ik alle tijd voor knuffels, kriebels, kopjes en aaien. Of ik ga lekker in één van m’n manden liggen, die ik ook met niemand deel. Voor een dutje, of om plannen te maken voor als ‘t weer zomer wordt. En dat lukt altijd ‘t beste zonder gemauw van andere buurtkatten aan m’n kop.

Vrienden

Nou zul je misschien denken dat ik nooit bezoek wil, maar in elk kattenleven zijn natuurlijk uitzonderingen.
Zo is er de hond van de overbuurvriendin, die wel ‘s meekomt als zij op bezoek komt. Zij (de hond hè, niet de overbuurvriendin) mag best m’n bakje eten leegmaken als ik uitgegeten ben en m’n waterbak leegslobberen. We spelen daarna dan een paar keer verstoppertje, en dat win ik altijd sinds ik weet dat als ik hoog ga zitten ze me niet kan zien. Blijft leuk.
En dan is er m’n grote vriend waarmee ik elk weekend snekkies deel. Gezellig samen, als katers onder mekaar, de laatste nieuwtjes bemauwen. Soms ga ik ook wel ‘s naar hem toe, met een rolkoffer vol met snekkies, want hij heeft een hele mooie tuin waar heel veel te beleven is. Ik kijk daar elke week weer naar uit.
Werk en plezier zijn ook heel goed te combineren als een andere grote vriend op bezoek komt of ik naar hem toe ga. Hij heeft een eigen bedrijf waar ik graag een pootje in meehelp, en we bedenken dan onder ‘t genot van wat snekkies, plannen om samen met anderen de koelwagens weer vol te krijgen als ‘t feest seizoen weer begint. Ik heb al veel van ‘m geleerd op ‘t gebied van muizen vangen, want als ervaren kater draait hij daar z’n poot niet voor om.

Weilandfeest

En natuurlijk kijk ik er al naar uit om al m’n andere vrienden weer tegen te komen op m’n eigen Weilandfeest, dat dit jaar zeker gaat komen. Ik heb al wat plannetjes in m’n kop die ik nog verder moet uitwerken, maar daar heb ik alle tijd voor zolang het nog koud is buiten. En zolang de buurtkatten niet telkens binnen proberen te komen om m’n snekkies op te eten…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Waarom ik op schoot boos werd

Goed liggen dat is belangrijk, je hebt als huiskater een plek nodig waar je gewoon op jezelf kunt liggen zonder dat ze thuis fraagen van Ollie waar ben je en Ollie wat doe je.
Zo foel ik dat.
Als je huiskater bent is het altijd thuis de vraag van ga je op schoot ja of nee.

Op schoot

Ik heb het deze week weer geprobeerd dat ik eefe op schoot zat toen mijn vrouw aan tafel was, maar ik fond er niks aan. Dan zit ik daar. En ik kon ferder niks. Ik kreeg een zachte knuffel en ik hoorde liefe woordjes en ze hield me echt goed fast, dat is waar, maar ik wist niet wat nou.
Liggen kon niet.
Anders zitten kon ook al niet.
Mijn muis was er geeneens bij.
En vogel-teevee die had ik al gezien.
Nou en toen opeens foelde ik me boos worden. Ik dacht van waar zijn we mee bezig en ik keek mijn vrouw aan, ik zwiepte met mijn staart en ik zat helemaal regtop en ze zei toemaar-Ollie en ik sprong meteen weg.
Toen was ik niet meer boos. Weeges ik kon op mezelf liggen.
Misschien is het niks foor mij, dat op schoot zitten.

In het begin toen ik hier woonde wel. Dan had ik oferdag op de slaapkamer geslapen en dan kreeg ik daar mijn eete, het was dan donker. En dan klom ik op schoot. Mijn gefoel zei van dat is feilig en dat was het ook. Ik had het ook gewoon nodig.

Boos

Maar nou ben ik minder bang en ik snap het leefe meer en mijn vrouw zegt dat ik zelfstandiger ben en dat ik meer durf en dat is ook zo.
Dus ik probeer dingen en dan weet ik wil ik het wel of wil ik het niet. En als ik het niet wil dan ben ik boos, het duurt eefe en dan ben ik weer gewoon. Boos is helemaal niet erg, dat heb ik ook geleerd.

Hoe Bert weer op de rit kwam (19)

Naar de dokter gaan met Bert was altijd een zwre gang, zowel voor hem als voor mij. Hij wilde er niet heen, hij vond in de taxi reizen naar en ik vreesde altijd het ergste.
Maar soms moest het toch.

Signaal

Bert was al een paar dagen te lang vreemd hangerig toen ik het ‘even aanzien’ niet meer uithield. Hij at te weinig, hij dronk te veel, hij keek zo raar naar me, er was iets mis. Toen hij zich terugtrok achter de kastjes in de huiskamer, hield ik het niet meer. Dat was altijd het alarm-signaal voor me.
“We gaan Bert,” zei ik en we gingen.

Op de rit

De dokter nam bloed af en Bert en ik moesten in de wachtkamer de uitslag afwachten. Het goede nieuws stelde me meteen gerust: geen nierziekte. Dat had Tim gehad, de kater voor Bert. En Bert was nu ook 13 jaar, net als Tim bij die diagnose.
Dus ik keek blij, de dokter nog niet.
“Hij heeft een lichte alvleesklierontsteking,” zei ze. En ze zei ook iets over hoge cijfers zus en zo en beginnende suikerziekte.
Dat was foute boel, wist ik meteen, en ik zag meteen een lijdensweg voor me, kort of lang, alles even ellendig.
“We kunnen hem weer op de rit krijgen,” hoorde ik nog. Die uitdrukking bleef me lang bij. In de taxi vroeg ik aan Bert of hij het snapte. Ook niet. Evenmin als ik.

Maar er was plan van aanpak en dat werkte:

  • Cerenia tegen de misselijkheid
  • Onsior tegen de pijn
  • Licht en voedzaam eten
  • Extra aaien voor de geruststelling

Ik kocht overal pakjes en zakjes en blikjes, alles waarvan ik dacht dat lust hij. Nieuwe brokjes. Extra hapjes. De cerenia vijzelde ik fijn en serveerde ik vermengd met Gourmet kip op mijn mooiste servies.
Maar in de keuken had ik een noodplan klaargelegd. Per dag wist ik welke dierenarts dienst had en ook tot hoe laat en ik had contant geld voor de taxi’s klaarliggen; ingeval van stress vergeet ik de pincode nogal eens.
Ik moest van mezelf extra gaan wandelen om kalm te worden en te blijven.

In deze situatie bleek weer eens het geweldige karakter van de kater in kwestie. Hij nam het zoals het was. De hapjes at hij. De nieuwe brokjes ook. Dat er minder snacks kwamen, was even wennen en daarna weer het nieuwe gewoon.
Bij het volgende bloedonderzoek bleken de suikerwaardes gedaald. En die alvleesklier was iets chronisch, dus Bert moest blijvend licht verteerbaar eten, wat Onsior en Cerenia op voorraad was een goed idee. Van de weeromstuit ging ik hamsteren zodat we weken, ofwel maanden, vooruit zouden kunnen en dat konden we al snel.

De blik

Eerlijkheidshalve moet ik hier noteren dat ik dit alles graag met Bert wilde bespreken, maar dat ging niet. In de jaren van samenzijn had hij een speciale blik ontwikkeld voor gesprekken die hem niet aanstonden, dat was de blik van “Nee hè, niet dat.”
Dus zo leerde ik weer iets over de situatie nemen zoals het was, zelfs al stormde het van binnen want dat deed het,  ook al was Bert inderdaad weer op de rit.