Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
Ik zat op mijn plek op de vensterbank, mijn staartje netjes om mijn pootjes gevouwen. Buiten was het nog winter, maar in mijn hoofd waaide al een zachte lentewind. 2026 voelde als een bijzonder jaar. Een jaar vol plannen, dromen en nieuwe avonturen.
Voorbeeld
Ik ga dit jaar door met bloggen. Dat is in ieder geval zeker. Niet zomaar bloggen. Ik wil wilde verhalen maken. Over nachten waarin de maan laag stond over alle paadjes in de jungle. En over alles wat je alleen maar ziet als je goed kijkt. Mijn blogs zijn er voor iedereen die wil meelezen met een nieuwsgierige kater.
Natuurlijk komen er ook echte avonturen. Ik ken de jungle –anderen noemen het de tuin – inmiddels goed, maar controleren moest toch echt elke dag. Of het nu regent, vroor of bruine blaadjes over de grond rolden. Ik neem die taak heel serieus. De paden, de heg, de schaduwrijke hoekjes: alles moet veilig blijven.
Ik wist dat ik niet meer het kleine kitten was dat alles nog moest leren. Dit jaar wilde ik het
grote voorbeeld zijn, net zoals Doerak dat voor mij geweest is. Rustig blijven als het spannend werd. Slim handelen. En soms gewoon even laten zien hoe je waardig op een muurtje zit, alsof niks je kan raken.
Tussen al die plannen door kijk ik vooral uit naar de lente en de zomer. De eerste warme zon op je vacht. De geur van gras. Lange middagdutjes doen en korte, snelle avonturen in de schemering. Dat zijn de momenten waarop ik het gelukkigst ben.
En heel zacht, bijna alsof ik het geheim niet hardop durf te zeggen, dacht ik aan iets nieuws.
Misschien……
Misschien zou er dit jaar wel een baby kitten bijkomen. Iemand om verhalen aan te vertellen. Om te laten zien waar de veiligste slaapplek is. Om mee te delen hoe spannend en mooi de wereld kan zijn.
Egeltje
Terwijl ik dit vertel vond ik de jungle te stil. Veel te stil. Bladeren ritselden zonder wind. Een tak kraakte, terwijl er niets te zien was. Ik bleef staan, mijn snorharen trilden. Dit moest onderzocht worden. Het is tenslotte mijn jungle.
Ik bewoog me soepel, ik dacht aan Doerak die me geleerd had: Kijken zonder gezien te worden.
Ik hoorde weer iets. Wie is daar miauwde ik. Geen antwoord.
Heel langzaam liep ik verder, achter de struiken onder de oude blaadjes zag ik iets bewegen. Iets kleins, iets ronds. Iets wat duidelijk geen gevaar was…. Maar wel bang.
Een egeltje keek mij aan. Hij trilde een beetje maar rolde zich niet op Ik ging rustig voor hem zitten. Groot maar rustig. Dit is veilig gebied zei ik. De jungle staat onder mijn toezicht. Gelukkig begreep het egeltje het.
Ik bleef nog even zitten, wachtend tot het egeltje tussen de struiken verdwenen was. Toen stond ik rustig op en keek om mij heen. Alles klopte weer
Toen ik terug liep over het pad voelde ik mij groter dan ooit. Niet omdat ik iets had bevochten, maar omdat ik het had begrepen. De jungle is geen plek om te overheersen, maar om te bewaken..
Ik kneep mij ogen tevreden dicht.
Wat er ook zou gebeuren in 2026: Ik ben er klaar voor!
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en snel veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem
Hallo liefe frientjes, hier is Belle weer. Ik wens jullie allemaal een heeeel gelukkig Nieuwjaar en dat jullie allemaal goed van de gezond mooge zijn, warme slaapplekjes hebbe, lekker eete en feel knuffels krijgen, en alles wat wenseluk is! Hetzellufde foor jullie baasjes en frouwtjes uiteraard.
Op maandag gaapdag, doe frouwtje altijd froeg opstaan en dan ga ze werken in een huis waar mensen koome die ziek zijn. Sommige worden beeter, maar sommige ook niet zeg ze. Frouwtje doe die mensen masseren heb ze mij furrteld, dan worden ze ontspannen en blij. Ik kreeg froeg ontbijt en ging frouwtje ekstra froeg de deur uit want het sneeuwde en was het heel druk op de weg. Dag lieve Belle tot fanmiddag zei ze.Kwam ze toch thuis met een heel furrhaal, ze had haar jas nog aan. Belle, ik ben geslipt met de auto
Boodschappen doe ze loopend, de viskraam staat tegen de flat en de winkels zijn aan de oferkant. Nu doe ze wel spijkers onder haar schoenen als de naar buite ga. Ze heeft een slipkomplex geloof ik gekreege. Ja Belle, ik hep antie-slipspikes uit foorzorrug onder mijn schoenen, want ook loopend kan je hard valle in de sneeuw en ijs. Nou, het zal allemaal wel dacht ik. Ik heb gelukkig 4 poote en zowiezo altijd goed grip ik loop. Nu is het wiekent en hier is de sneeuw weg. Het is een grijze en ijskouwe winterdag en ik doe lekker dutten. De houtkachel is aan en het is heerlijk warrum, er staat sagte musiek aan, ik krijg knuffels en eete en drinke en treene doen we ook. Wat wil je nog meer? Ik ben een tefreede poes, ik ben saame, feilig en alles is rustug!
‘Mo, we moeten nodig praten! Nu het meeste gedoe voorbij is, is het tijd om de draad weer op te pakken. Want mijn handel ligt plat. Als het zo doorgaat, is Muisbezorgd binnenkort failliet, foetsie, met één veeg van de kaart, verdwenen!’ Die woorden komen binnen bij mijn mens. Ik heb direct haar volle aandacht.
knallen en flitsen kwamen van alle kanten en gingen door merg en poot. Het voelde alsof we omsingeld waren door oorverdovend vuurwerk. Toen er ook nog ontelbaar veel sirenes kwamen en zwaailichten die onophoudelijk doorgingen, wist ik het helemaal niet meer. ‘Dat was heel erg eng, Japie’, geeft Mo toe. ‘Ik vond het ook heel spannend dat er vlammen uit de auto’s kwamen in de parkeergarage aan de overkant.’ Ik kijk mijn mens aan. Vond zij het ook eng? Daar heb ik helemaal niets van gemerkt. Ze bleef zo kalm terwijl ze met haar hoofd tussen de dichte gordijnen door nauwlettend in de gaten hield wat er voor de deur gebeurde. ‘Denk je dat de muizen oververhit zijn geraakt door de brand?’ Daar moet ze over nadenken. ‘Dat weet ik niet zeker, Japie. Wel dat muizen superslim en razendsnel zijn. Ze konden vast allemaal op tijd weg komen.’ Ik hoop het zo, want ik heb er sindsdien niet één meer gezien.
moeten de muizen zichzelf trouwens vetmesten als ze door de sneeuw niet op zoek kunnen naar eten?’ Nu ik alles zo opgesomd heb, zakt de moed me tot diep in m’n poten. Ik denk niet dat het ooit nog goed gaat komen met Muisbezorgd. Omdat mijn Beestboek al maanden stil ligt, kan ik geen nieuwe katlega’s werven. De bestellingen liggen op zijn gat, terwijl ik zo had gehoopt dat de feestdagen voor een opleving zouden zorgen. Tot overmaat van ramp komen daar die enorme temperatuurschommelingen bij. Mocht ik al een muis kunnen vangen, dan zit er waarschijnlijk kraak noch smaak aan.
Eigenlijk dacht ik dat de winter wel foorbij zau zijn na het fuurwerk, want al dat lawaai is toch voor een nieuw jaar en een nieuw begin enzo?!, dus ik had me ferheugd op lente, en dat ik lekker rustig in mijn tuin zau kunnen zitten, met Juultje op het dak van het schuurtje en Pokon die af en toe langskomt, en wie weet zau Mikkie zelfs wel efentjes naar mij toe koomen, ik was al helemaal frolijk er van.
Nadat ik vorige zaterdag in de ochtend binnen was gekomen voor m’n ontbijt, spelen met m’n personeel en de dagelijkse kroelen, knuffels en lieve woordjes, ben ik daarna nietsvermoedend op het grote bed heel tevreden in slaap gevallen. In de woonkamer hoorde ik de vertrouwde geluiden van m’n personeel en dat herrieapparaat waar donker water uitkomt, dat m’n personeel zo graag drinkt. Zelf moet ik daar niks van hebben, het ruikt raar als het in hun hoge drinkbakjes op tafel staat, en ‘t is warm. Nee, ik hou ‘t liever bij m’n eigen drinken, gewoon helder en koel uit m’n glazen schaaltje, dat vind ik veel lekkerderder.
Geen woord over een dikke vette muis. Maar het zag er nu buiten ineens heel anders uit dan toen ik binnen was gekomen. Alsof iemand een heel groot dik warm dekbed over m’n tuin had gelegd.
Tot donderdag.