Frou Frou over mandjes

Hallo lieve lezers, daar zijn we weer met onze letters. Vandaag gaan we miauwen over comfortabele plekjes. We hadden laatst Dierendag en toen kregen we alledrie een nieuw, supurr zacht mandje. Daar gaan we vandaag meer over furtellen.

Frou Frou is een luxepoes en is expert in mandjes. Ze doet eerst aan proefliggen en ze weet altijd de zachtste en fijnste ligplekjes te vinden. Daarom miauwt Frou Frou vandaag hoe je de beste ligplek vindt en waar je op moet letten.

Frou Frou

Miauw, hallo furriendjes, mijn specialiteit is dus de beste ligplek vinden. Al in de kennel tussen alle andere poezen en katers, dat waren er wel 20 (!), vond ik de beste plek. Meestal koos ik een hangmatje die zo hoog mogelijk boven de grond hing, precies op de hoogte waar de mensen me nog konden wel aaien maar waar ik ook rust en overzicht had. Met meerdere katten is het fijn als je het hoogste plekje hebt, zo zie je altijd wat ze aan het doen zijn. En je ziet het ook meteen als er snacks tevoorschijn komen.
Zo’n hoog plekje moet natuurlijk ook comfortabel zijn. Het fijnste vind ik fluffy stofjes die lijken op een schaap. Die stof ligt heeel lekker zacht en warm en je kan er met je nagels doorheen voor je pawwdicure, gaan ze mooi van glimmen.

Mand of hangmat

In het begin toen ik hier woonde wilde ik meestal in een hangmat liggen wegens dat ze veilig en hoog bij de radiator hangen waar ik overzicht heb. Zo’n radiator hangmatje geeft ook een gevoel van vakantie en zomer door het warme van de furwarming. Daarom was de hangmat heel lang mijn lievelings.

Nou ben ik de laatste tijd overgestapt op een ander soort mandje. Het zit aan de muur vast en is dichter dan dicht bij het plafond. Dat is extra leuk want klimmen is ook één van mijn hobby’s. Dan ga ik ‘RATSJ’ razendsnel via de krabpaal naar het plafond en dan ga ik ‘HUP’ van het krabpaal-mandje naar het volgende mandje, de hoogste van allemaal, en daar lig ik meestal.

Waar je op moet letten

Met een nieuwe mand moet je letten op een paar dingen; waar hangt of staat je mand? Het beste zijn hoge plekjes. Dat is vanwege het volgende belangrijke; heb je ofurzicht? Vanaf een goede hangplek kan je alles zien wat er om je heen gebeurt en zo weet je wanneer je liever boven in jouw mandje blijft of dat je gezellig naar beneden gaat om te spelen, te eten of voor gezelschap. Wat ook belangrijk is, is dat het een warme plek is. In de buurt van een furwarming en uit de tocht. Of als het zomer is, in de zon. Die van de foto is onze zonnemand.

Onderhoud van je mand

Dit is een van mijn corvee taken, niet omdat het moet maar omdat het leuk is. Ik schud de mandjes hier in huis allemaal op. Dan voel ik me tevreden en dan begin ik in de mandjes te kneden en maak ik heel hard het geluid ‘PRRRRR’. Soms komt dat gevoel zomaar en dan weet ik, het is tijd om de mandjes op te schudden. Zo blijft de vering langer goed. Op de foto ziet u mij in actie.
Zelf vind ik het gezellig om Saame een mandje te delen. Dat is extra warm en ik vind het gezellig. Jajim vindt daar niks aan. ‘Ik heb mijn purrsonal space nodig, Frou Frou!’ miauwt ze dan een beetje kattig. Mijn broer Willem tolereert het meestal, zolang ik niet met mijn pootjes in zijn zij ga kneden. Hij hoeft niet opgeschud te worden miauwt ´ie. Willem kijkt een beetje chagrijnig uit zijn ooghoek als ik bij hem in de mand spring, maar blijft liggen. Ik drapeer mij soepel over hem heen. Nog een chagrijnige blik, maar mijn kattenbroer is liever lui dan moe en staat niet op. ‘Zucht, vooruit, voor deze keer dan. Maar alleen omdat ik net zo lekker lig’. Als ik zelf ook eenmaal fijn en warm lig, komt er heel diep van binnen weer dat geluid ‘PRRR PRR PRRR’.

Zachte kopjes van mij en ook van Willem en Jajim

Frou Frou

Japie: geen plaats voor taart

De zon is allang wakker als ik mijn naam hoor roepen: ‘Japie. Jaaapie.’ Loom strek ik mijn poten uit. Ik lig hier meer dan heerlijk onder de prikkelbosjes. In gedachten dwaal ik terug naar het donker. De klopjacht was bijzonder geslaagd. De korte pootjes, de glimmende oogjes, de schubbige staart. Het besliste in mijn voordeel. Met trage, stevige halen duw ik mijn ruwe tong over mijn overvolle buik. Zo’n massage is goed voor de spijsvertering heb ik wel eens gehoord. De stem van mijn mens gaat een paar octaven omhoog: ‘Jaaapie! JAAAPIE!!’ Ik geloof dat ik mijn neus maar even moet gaan laten zien thuis.

Doen alsof

Op mijn gemakkie slenter ik naar de tuin, waar tante Cato me met ogen als schoteltjes tegemoet komt. Is ze nou boos of is ze bang? Zou er iets aan de poot zijn? Mijn zorgeloze gevoel van zojuist maakt plaats voor iets anders. ‘Waar was je nou, Japie?! Je hebt zelfs mijn derde ontbijt gemist.’ Ik voel mijn buik en weet dat er geen hap meer bij kan na mijn enorme maal van Muisbezorgd. Tante Cato moppert verder: ‘Mo is hartstikke ongerust. Ze is bang dat je kwijt bent. Uitgerekend op je nekvelgrijpdag.’ Oeps, dat moet ik even laten bezinken. Over die nekvelgrijpdag, die ik liever furgeet. Of nou ja, de periode vóór die bewuste dag. Daarna is mijn leven er alleen maar op vooruit gegaan.
Ik klauter omhoog mijn boom in tot aan het plankje waar ik purrrfect uitzicht heb op de keukendeur. Lang hoef ik niet te wachten. Met een zwaai gooit ze em open en vlak voor Mo mijn naam wil roepen, ziet ze me al liggen. Met tranen in haar ogen komt ze op me afgestormd. Na wat katpriolen op het plankje, nog wat knipoogjes en een paar zachte kopjes weet ik dat ze me al vergeven heeft. Mijn mens is zo makkelijk te paaien. ‘Kom, kleine belhamel, je eten staat klaar.’ Beter blijf ik liggen om uit te buiken, maar wil geen argwaan wekken. Zo energiek mogelijk spring ik uit mijn boomhut en voor de show ren ik achter aan haar. Ze mag niet te weten komen dat ik al meer dan genoeg gegeten heb.

Bolle buik

Er staat een rijtje afwas van mijn broer en tante. Ik snuf er even aan, voel mijn maag oprispen en loop verder. Dat had ik beter niet kunnen doen. Mo tovert in een ommezwaai een bakje met vers vlees tevoorschijn. Als ik ook dat negeer, zijn de brokken gaar. Bij het optillen voelt ze mijn opgeblazen buik, die nog net geen burp zegt. ‘O, o, Japie, heb je een feestje gevierd vannacht?! Dat snap ik wel hoor, jochie’, murmelt ze liefkozend in mijn jas. Ze lijkt door te hebben dat ik nu geen polonaise aan mijn lijf wil. Toch dansen we heel langzaam Saame een klein rondje door de kamer. Mijn bolle buik in haar armen, mijn wollige wang tegen haar zachte warme wang. Tot mijn furbazing lijkt ze helemaal niet boos. Ze dreigt niet eens met witjas. ‘Gefeliciteerd Japie,’ fluistert ze in mijn oor, ‘dat je vandaag al vier jaar bij ons woont. Ik ben zo dankbaar dat je uitgerekend bij mij in de tuin bent gaan zitten toen je hulp nodig had. Weet je nog, ventje, hoe het allemaal begon?’ Na nog een zoen op mijn kop sta ik katzijdank weer met vier poten op de grond.
Ik voel aan alles dat Mo heel blij is met deze dag en dat ze het uitgebreid wil vieren. Liever wil ik gaan liggen. Mijn buik is echt heel erg vol. Gelukkig voelt ze dit haarfijn aan. Wat dat betreft heeft ze best wel wat geleerd in al die jaren. Dat ik niet gelijk naar een dokter hoef als ik een keer geen trek heb in eten bijvoorbeeld. Ze weet inmiddels dat als er een grote, bruine knoeperd op mijn menu heeft gestaan dat mijn buik opzwelt als een ballon en dat ik dan voor twee dagen genoeg gegeten heb. Als ze aan de koffie zit, duik ik naast haar op de bank. Ze heeft haar fijne blauwe vest aan. Die sabbelt zo lekker. Terwijl ze achter mijn oren kriebelt, vallen mijn ogen dicht. In de verte hoor ik haar nog zeggen. ‘Zal ik je furhaal over je nekvelgrijpdag maar voor de andere keer bewaren, Japie?!’ Ik vind alles best als ik nu maar mag slapen. Ik droom over kattentaart, waar Jajim pas zo mooi over miauwde. Het water loopt me in de bek. Als ik wakker schiet, voel ik hoe het kwijl langs mijn kin druipt. Ik had me enorm furheugd op zo’n kattastische taart naar het recept van Willem, Jajim en Frou Frou. Maar ik weet nu al dat ik die voor vandaag op mijn buik kan schrijven.

Koppie van Japie

Psssst Omdat Mo druk is met andere dingen blijven, reageren we niet op jullie letters op de blog. Ik had het al gemiauwd op Beestboek, maar miauw het hier ook even, zodat jullie niet denken, waarom is die Japie zo stil. Hij zal ons toch niet furgeten zijn. Hoe zouden we jullie nou kunnen furgeten, lieve furriendjes?! Soms vraagt het leven om andere prioriteiten.

Kever heeft een mening over wennen aan de herfst

In mijn gras

In mijn huis is gelukkig alles weer normaal, er zijn een paar kleine dingen feranderd maar dat find ik geen probleem, mijn leefen is gewoon weer zoals altijd, presies zoals ik het het liefste heb: elke dag is hetzelfde, ik hoef niet bang te zijn dat ik iets niet snap, mijn mensen zijn waar ze hooren te zijn, mijn spulletjes ook en mijn tuin doet zijn eigen ding en is bezig aan de herfst.

Voor mij hoeft dat niet, ik find mijn zomer het allerfijnste, maar mij wordt niks gefraagd, mijn tuin luistert nergens naar en doet gewoon wat ie wil, en zo hoort het ook folgens mijn vrouw, ze zegt dat dat nau eenmaal zo gaat in de natuur.

Papegaaitjes

Waar zijn de papegaaitjes?

Mijn appeltjes en peertjes zijn allemaal weg, er lagen er best veel op de grond dit jaar maar die zijn allang opgefrooten door slakken en muisjes, en weeten jullie trauwens WAAROM er zo veel appeltjes op de grond lagen?, omdat de groene papegaaitjes ze uit de boom haalden, ze met één pootje vasthielden, er een paar happen uit namen en ze dan gewoon op mijn gras gooiden, nau ja!

Mijn mensen moesten er om lachen, maar ik find het niet netjes, niet dat ik die appeltjes zelf wilde eeten, bah nee – ik find frugten fies!, maar het werd zo wel een puinhoop in mijn gras, en ik hau mijn gras graag netjes, dat is toch loogies?, maar ferder find ik de papegaaitjes juist leuk, ze kletsen altijd zo gezellig met elkaar en daar luister ik graag naar, ook al kan ik ze niet ferstaan.

Er komen elke dag drie dikke duiven elke dag in mijn tuin, ze heeten hautduiven zegt mijn vrouw, ze gaf de duiven een paar keer wat brokjes van mij, en elke keer als mijn vrouw nu naar buiten gaat komen ze meteen aanfliegen en willen ze brokjes, als ze die niet krijgen gaan ze heel druk doen, en eentje komt dan flakbij mijn vrouw en gaat haar aankijken, met één oog want een duif heeft zijn oogen aan de zijkant van zijn hoofd, dus ze kunnen nooit met twee oogen tegelijk naar fooren kijken, freemd hè?, maar dat maakt ze niets uit.

Als mijn vrouw en ik buiten zitten staat er een glaazen pot met brokjes op de taafel, en soms gaat een duif dan op mijn (MIJN!!) glaazen pot met brokjes zitten en tikt met zijn snaafel tegen het glas, zo van: Ik wil dit!, en nau heeft mijn vrouw spesjaal voor de duiven brokjes die ik niet lust in een andere pot gedaan, en die krijgen de duiven, zo ben ik al best veel fiese brokjes kwijtgeraakt dus ik find het prima.

Kouwstik

Hier zei ik Geef die kouwstik maar meteen!!

Ik lig nog steeds elke dag op mijn stoel, en ik kijk naar mijn tuin, ik zie de blaadjes in het gras fallen, ik zie dat sommige dingen niet meer groen zijn maar een beetje bruin worden, Mikkie en Juultje liggen niet meer de hele dag op het dak van het schuurtje omdat het kauder is, maar ze komen nog wel elke dag, en Pokon natuurlijk ook, soms gooit mijn man of mijn vrouw stukjes kouwstik naar ons om te fangen, en ik kan dat echt keigoed, kijk maar op de footoo!

Ik mis mijn zomer, maar ik denk wel dat de herfst ook fijn kan zijn, sommige dingen zijn een beetje anders, maar net als aan de floerbedekking kan ik daar best aan wennen, want ik ben toch Kever!

***

Ik tetter nog steeds voor vreede, ik denk dat ze ons soms hooren dus het is ekstra belangrijk!
En ik stuur zachte kopjes naar Doerak, dat hij zich goed blijft foelen, je hoort bij ons lieve vriend 💖,
Voor mevrouw Emmy heb ik hele kleine neusjes, spesjaal voor haar en ook voor prinses Noa💝, en naar Belle van mevrouw Ceciel zwaai ik elke afond, ze is een prachtigmooie ster geworden 🌈🌟

Joep over een beebiekitten zijn

Vroeger, toen ik nog een beebiekitten was, kreeg ik elke maand op de twaalfde dag een katdootje. Zoals m’n mooie reismand, waar ik tot op de dag van vandaag alleen nog maar reizen naar die lieve dierendoktermeneer mee heb gemaakt.

Al hoop ik wel dat ik ooit ook nog ‘s ergens anders mee naar toe mag. Want een keer mee op jacht met m’n personeel staat nog steeds hoog op m’n verlanglijstje. Gewoon om te weten in welke weilanden ze elke keer weer m’n natvoer, snekkies, brokjes en ander lekkers vangen, omdat ik in m’n eigen Grote Weiland alleen maar muizen en mollen tegenkom. En heel eerlijk gemauwd, muizen eet ik alleen maar als ze gemarineerd zijn en gaar van de grote barbeknoei af komen. En mollen, nou, daar ben ik zelf niet echt dol op. M’n personeel trouwens ook niet, want als ik er weer ‘s eentje mee neem naar huis als katdootje voor hunnie dan graven ze een groot gat in de tuin om de mol weer in terug te leggen.

Pootjes

Op de tweede twaalfde van de maand dat ik in m’n eigen huis was getrokken kreeg ik een écht groot formaat katerkattenbak, want ik had tot die tijd nog steeds een laag instapmodelletje met open dak omdat de rand van de kattenbak die nog hier in huis stond te hoog was voor m’n toen nog korte kittenpootjes. Maar ik groeide als kool door alle knuffels, kroelen en lieve woordjes, dus toen vond m’n personeel dat ik eigenlijk wel een hele eigen nieuwe kattenbak moest, zo eentje waar alleen maar m’n eigen luchtje in hing. En die staat nu nog steeds in m’n badkamer, al gebruik ik ‘m alleen nog maar als het buiten echt koud en vies weer is, of wanneer ik binnen op ‘t huis pas omdat m’n personeel even weg moet.
En zo ging dat een tijdlang door met al die katdootjes elke maand. Ik kreeg m’n krabpaal tot aan ‘t plafond, waar ik op leerde klimmen en afdalen. Nou ja, tijdens m’n dagelijkse zoomies door het huis schoot ik supersnel naar boven om me daaarna gewoon vanaf plafondhoogte neer te laten ploffen op de bank die er naast staat, maar dat was dan weer om te oefenen om netjes op m’n poten te landen.

Ik kreeg nieuwe speeltjes, zachte mandjes of heerlijke kleedjes om in de vensterbanken op te dutten. Of een nieuwe krabpaal, omdat ik die regelmatig versleet door meerdere keren op een dag m’n stiletto’s aan te scherpen.
Ik kreeg regelmatig nieuwe speeltjes, zelfs als het niet de twaalfde van de maand was. En natuurlijk m’n allereerste hengel, waarop ik m’n evenwicht kon oefenen. Dat die daar niet voor bedoeld was had niemand me ooit gemauwd, maar omdat ik steeds groterderder groeide en m’n beebiekittengewicht op de duur veranderde in een grotekatergewicht duurde ‘t niet lang voordat de hele hengel geknakt was en aan elkaar hing van dikke lagen zwart plakkend band…

Katdootjes

De tiende keer dat ik katdootjes kreeg mauwde m’n personeel dat ik m’n verjaardag mocht vieren omdat ik precies twaalf maanden eerder, samen met m’n broertjes en zusjes, geboren was. Tweebeners schijnen dat dan altijd heel leuk te vinden met een huis vol met andere tweebeners, maar omdat ik niet weet waar al m’n broers en zussen zijn gaan wonen toen ze bij m’n moeder uit huis gingen kon ik ze niet op m’n eerste verjaardag vragen. Ze hadden het trouwens ook vast veel te druk met het vieren van hun eigen eerste verjaardag, want dat heb je nou eenmaal, als je alle zes op dezelfde dag geboren bent.
Niet dat dat een probleem was hoor, want ik heb er gewoon samen met m’n personeel een heel mooi feestje van gemaakt. Met lekkere hapjes, extra snekkies en heul, heul veul knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes. En natuurlijk katdootjes, want die horen er nou eenmaal bij op een verjaardag.

De twaalfde van de maand daarop maakte ik m’n personeel vroeg wakker. Ik kreeg knuffels en een overheerlijk ontbijt zoals elke ochtend, maar helemaal niks om uit te pakken. Als kittenkater begreep ik daar helemaal niks van, maar m’n personeel legde uit dat ik in de afgelopen maanden al zóveel speelgoed, krabpalen, dekentjes en manden had gekregen dat het huis inmiddels al zo vol stond dat er eigenlijk niks meer bij kon. En dat ik, nu ik dertien maanden oud was, al een hele grote kater aan het worden was en alles al had wat ik me maar kon wensen.

Nou, daar zat ik dan, met lege poten en een goed gevulde maag.

Dertig maanden

Maar diep in m’n hart wist ik dat m’n personeel gelijk had. Er lag zoveel speelgoed in huis waar ik eigenlijk helemaal niet meer naar om keek omdat ik buiten zijn veel leukerder vond. En als ‘t rotweer was, lag ik overdag veel liever op de tuintafel of in de vensterbank te dutten, zodat ik ‘s nachts weer lekker uitgerust was om m’n straatcontrolerondes te lopen.
Ik had en heb helemaal niks te klagen.

Waarom ik dit allemaal mauw? Nou, omdat ik afgelopen zondag precies dertig maanden oud ben geworden en heb bedacht dat het er in een kattenleven helemaal niet om gaat hoeveel speelgoed of mandjes of krabpalen je in je huis hebt staan. Het gaat er om dat je lief personeel hebt dat aan één mauw genoeg heeft om te snappen wat je bedoelt, een warm en droog plekje hebt om veilig te slapen, knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes krijgt. En niet te vergeten, op z’n tijd je natje en je droogje, met af en toe wat snekkies tussendoor. Okee, en een klein beetje speelgoed zoals een hengel, een knikkerbaan of een muis met een lekker luchtje of een balletje om achteraan te rennen. Want mijn kattenpoot is tegenwoordig snel gevuld…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep