Wauw miauw, toffe furriendjes, ik kan het wel van de daken schreeuwen. Alleen kom ik met geen mogelijkheid mijn dak op. Dat loopt schuin af. Voor ik op de nok ben, schuif ik honderdduizend keer naar beneden. Zeker met de gladheid van de laatste tijd. Daarom miauw ik het hier.
Zal ik het zachtjes doen? Tuurlijk niet! Dit moet iedereen kunnen horen: MUISBEZORGD ZIT WEER IN DE LIFT. Tof, hè?! Allemaal door jullie aanmoediging.
Oeps, het was niet zo potig om zo hard te schreeuwen. Mijn mens komt polshoogte nemen. Met ogen vol donkere kringen kijkt ze me streng aan. ‘Geen muizen meer, Japie. Je weet wat ik heb gezegd. In ons huis komen enkel mensen en katten. Alle andere dieren zijn veel liever buiten. Ook als het koud is. Ik wil geen enkele muis meer in huis. Ook geen ratten. Ook geen vogels. Die moeten allemaal buiten blijven! In huis alleen maar katten. Knoop dat in je oren!’ Haar tirade liegt er niet om. Met mijn allerliefste smoel knik ik braaf en denk ondertussen terug aan een kattastische tijd, die begon met een bibberende veldmuis. Die kan ik toch niet in de kou laten zitten?!
Muis in huis
Wat is dat toch met vrouwen. Nu komt tante Cato zich er ook mee bemoeien. ‘Dat was toch de muis van je broer, als ik me niet vergis? Zijn snorharen hebben in tijden niet zo geglommen van trots.’ Beschaamd laat ik mijn kop hangen. Ik kan wel miauwen dat ik heb meegeholpen, maar eerlijk is eerlijk, het was Foppe die em mee naar binnen bracht èn losliet in de woonkamer. Daarna heeft hij het beest met zijn leven bewaakt, urenlang, tot Mo uit haar werk kwam. Wel was het stom van hem om niet aan te komen rennen, toen de voerbakken werden gevuld. Anders was die muis nooit op tijd ontdekt en hadden we die nacht urenlang speelplezier gehad. Niet dat het uitmaakt. Het feest is meer dan goedgemaakt.
Moet ik het nog hebben over die ene vogel die slap in mijn bek hing? Ik zal er kort over zijn. Liever denk ik niet terug aan dit moment. Mo liep al in pyjama toen ze me er mee binnen zag komen door het luik. Voor ik me onder de tafel kon installeren om het dier vol veren te ontleden, had ze me al opgepakt en met vogel en al via de voordeur op straat gezet. Ik hoorde haar nog net zeggen voor ze de deur achter me dicht deed: ‘Ik heb het je al zo vaak gezegd, Japie, géén dieren in huis! Je eet em buiten maar op.’ Op dat moment had ik sneller moeten rennen. Ik was net een fractie te laat. Nog voordat ik mijn poot tussen het luik kon proppen, hoorde ik het slot hermetisch dicht gaan. Daar stond ik dan met een slappe vogel tussen mijn kaken in de vrieskou.
Grote Bruine Knoeperd
Nee liever heb ik het over mijn trots, een grote bruine knoeperd met een isolatielaag waar je u tegen miauwt. Mijn mens was extra vroeg naar bed gegaan na de zoveelste slapeloze nacht. Niet door mij hoor. Mijn broer en tante moesten zo nodig de boel op stelten zetten met maaginhoud die minder lekker viel. Hadden ze maar iets moeten bestellen bij Muisbezorgd in plaats van dat vlees uit een zakje eten.
Hoe dan ook, Tante Cato en Foppe hadden zich bij ons mens op het matras in de woonkamer genesteld. Daar was het lekker warm. Ze waren alle drie diep in slaap toen ik op kousenpoten binnenkwam met een nieuwe furriend gehuld in een diepdonkerbruine jas en een meterslange robuuste staart. Het was nogal een gesjouw met zo’n bakbeest in mijn bek. Om bij te komen, liet ik hem los. Eventjes maar. Geloof mij, dat kun je beter niet doen in de buurt van je slapende mens.
Zo was op slag wakker, knipte het licht aan en wist gelijk hoe laat het was. Half één, om precies te zijn. Zwijgend pakte ze haar beddengoed, bracht het naar boven in de ijskoude slaapkamer waar een gemene oostenwind door de kieren gierde. Ze kwam terug om de status van mijn GBK te bestuderen en knoopte daarna de gordijnen omhoog. ‘Sorry’, zei ze tegen het beest met zijn grote bruine kraalogen, waarom dat snap ik niet zo goed. Voor ze de deur dicht deed, liet ze me weten dat ik het zelf maar moest opknappen. Daar zat ik dan, samen met mijn vangst. En had de tijd van mijn leven. Zo rond de klok van vijf was het gevecht beslecht.
En kwam ik als winnaar uit de bus. Als dat geen opsteker is voor Muisbezorgd weet ik het niet meer.
Koppie van Japie

De meeste nieuwe dingen doe ik binnen in mijn huis, omdat ik daar meestal ben, mijn tuin is nog steeds te kaud om er lang te zijn, daarom ferzin ik van alles in mijn huis om toch afontuuren mee te maken, want anders find ik het een beetje saai worden, zo zonder mijn tuin.
dat?
Nou, ik heb me vorige week heel wat op de hals gehaald door mijn spontane idee voor het zelf kweken van met kaas gevulde Weilandmuizen te delen in m’n vorige blog… O, er was best wel wat belangstelling van mijn vrienden voor hoor, maar praktisch gezien leek m’n plan toch wel wat meer poten in de aarde te hebben dan ik bij stilgestaan had.
mauwde terug dat het nu misschien nog wel een beetje vroeg was om m’n plan uit te voeren, maar dat ik over een paar weken toch wel wilde gaan starten zodra m’n vrienden van Muisbezorgd tijd hadden om te komen helpen. En toen bleef het even stil. Muisstil. Dus ik besloot me tussen hen in op de grote bank te netstelen, iets wat ik nog nooit eerder gedaan had maar eigenlijk best wel katfortabel en warm lag, en wachtte geduldig op wat er nog meer zou gaan komen.
weilandmuizen van kop tot staart zou kunnen vullen met pindakaas, dat ik dan zakgeld zou kunnen besparen op liters pindasaus wanneer de muizen krakend vers van de barbeknoei af zouden komen tijdens ‘t Weilandfeest.
Zo is het ook, Ik ben ferandert en hoe kan dat nou, ik hou geeneens fan dat iets anders is, wat heb ik daaraan niks. Als alles hetzelfde is, dan snap ik mijn dag en dus het leefe ook.
Spelletje