Japie: alles loopt in de soep. Of toch niet?

Kattentaart, muizensoep, kattentaart, muizensoep, kattentaart, muizensoep. Eén voor één bijt ik het zoveelste klittenbolletje uit mijn vacht. Nog zo’n 9246875321 te gaan. Dan weet ik zeker wat ik ga maken voor Toffe KeverT. Mijn grote furriend van de blog op zondag was pas jarig. Omdat hij zelf altijd voor ons en voor iedereen zulke lekkere hapjes maakt, wil ik iets speciaals voor hem doen. Iets dat hij zelf nog niet eerder zo lekker heeft gegeten. Ik denk aan een enorme kattentaart; dé tip van Jajim voor feesten en partijen. Of toch muizensoep? Dat zou een kattastisch visitekaartje zijn voor Muisbezorgd! Waar ben ik gebleven? Kattentaart, muizensoep, kattenstaart, muizenstoep, kattensoep, muizentaart. Koppie erbij houden, Japie! miauw ik streng tegen me zelf, anders raak je het spoor bijster. Kattentaart, muizensoep, kattentaart, ….

Muissoep

…. muizensoep! Hè hè, ik kan geen klittenbolletje meer tussen mijn tanden voelen. Tijd om mijn jas uit de poten te steken. De koelingen op de vliering puilen uit van diepgevroren piepbeesten. De oudjes met al wat taaier vlees zijn purrrfect om bouillon van te trekken tot het als draadjes van hun botjes valt. Zo gemiauwd, zo gedaan. Uren later vult de keuken zich met de meest furrukkullukke geuren, dat een aanlokkende werking heeft op buurtgenoten. Daar zitten een paar meowkomers bij. De laatste weken zijn er veel mensen in onze wijk veranderd van hun huis. Mijn oude furrienden met snorharen zijn mee furhuisd. Met de nieuwe heb ik amper kennis gemaakt. Een pan muissoep zou wel eens een laagdrempelige manier kunnen zijn om dit te doen. Als een ware gastheer zet ik kommetjes neer vol met geurige bouillon. In mum van tijd staat de tuin vol met smikkelende soortgenoten. Al heb ik geen idee hoe ze heten we maken er Saame een klein feestje van.

Stekelig

‘Eruit,’ klinkt het vanuit het niets, ‘ERUIT!’ Mijn meowe furrienden stuiven verschrikt alle kanten op. Als een wervelwind maakt tante Cato korte metten met ons spontane feestje. Ondanks haar frêle lijfje staat ze haar mannetje. Ik wist al dat mijn tante niet voor de poes is, maar om nu als een viswijf iedereen zonder pardon de tuin uit te krijsen?! Wat overblijft is een oorverdovende stilte en een bijna lege pan soep. Zo snel als ze furieus naar buiten kwam gestierd, zo traag slentert ze nog briesend naar haar schuilplek onder de tuintafel. Verbouwereerd kijk ik haar na en vraag me af wat er zojuist is gebeurd. Er is maar één manier om daar achter te komen en het mijn tante op de kat af vragen. Ze reageert fel: ‘Ik ken die wildvreemde katten niet en wil ze niet in mijn tuin hebben.’ ‘Maar het is toch ook mijn tuin, onze tuin. Ik wil graag furrienden met ze worden. Dan leren we elkaar toch kennen?!’ Boos bromt tante Cato verder: ‘Ze gaan maar in hun eigen tuin zitten. Bij hun eigen mensen. Daar waar ze vandaan komen.’ Nu ze zo haar stekels heeft opgezet, heeft het geen zin om verder te miauwen. Het is tijd om naar KeverT te gaan.

Bang

Met nog maar een bodempje van het brouwsel kom ik aan in de tuin van mijn Amsterdamse furriend. Terwijl ik vertel wat er gebeurde, verdelen we het laatste beetje uit de pan eerlijk voor iedereen die er is. Saame smikkelen Kevert en Pokon en Mikkie en Juultje van de muissoep. ‘Misschien is je tante wel bang dat er geen plek meer voor haar overblijft’, opperen ze. Ik denk terug aan de vier jaar dat ik nu een eigen thuis heb. In al die tijd zijn er heel wat vreemdelingen gekomen en ook weer gegaan, omdat het beter met ze ging. Altijd was er ruimte voor een extra bordje en een extra aai over hun bol, zonder dat wij moesten inboeten. Tante Cato heeft altijd het beste plekje in bed gehouden, dicht tegen ons mens aan. Ze hoeft niet bang te zijn. Want liefde is er altijd. Gratis en voor niks en in overvloed. Ik heb wel eens gelezen dat liefde het enige is dat zich vermenigvuldigt als je het deelt. Al heb ik geen furstand van wiskunde ik zie in de praktijk dat het zo werkt.
KeverT heeft een geweldig plan. In zijn tuin wemelt het van de bruine knoeperds. Grote en kleine. Ze zijn purrrrfect om pannen vol heerlijke bouillon te maken. Die kunnen we uitdelen. Natuurlijk nodigen we tante Cato ook uit, zodat iedereen elkaar kan leren kennen. Want alleen Saame komen we er achter dat soep nooit zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend.

Koppie van Japie

Psssst Benjamin heeft mijn boom niet omver kunnen blazen. Ieder donker klim ik naar boven om te zwaaien naar alle sterren. We denken aan jullie. Voor altijd.

Kever heeft een mening over grijs

Nau het echt herfst is, met veel reegen en wind en weinig zon, zijn mijn mensen en ik bijna altijd binnen in ons huis, ikzelf lig nog wel eens een uur in mijn tuin maar hoe hard ik ook tetter of ze bij me komen zitten, mijn mensen doen dat niet meer omdat ze het te kaud finden.

Doerak

Mijn vrouw wordt altijd een beetje somber van de herfst, en dat snap ik wel: alles is nat en kaud, de lucht is grijs en planten gaan kapoo, boomen laten hun blaadjes fallen, en soms zie je de hele dag geen zon omdat de wolken ervoor hangen, of wat het ook is dat wolken doen, en als er dan ook nog nieuws komt over een hele biesondere nieuwe ster foelt het ekstra ferdrietig en grijs.

Die ster is natuurlijk Doerak, onze eigen Doerak van de blog, die nu weer Saame is met tante Fleur, zij heeft hem als kitten zo veel geleerd en alle geheimen van de djungel ferteld, en het is mooi dat ze weer Saame zijn, maar zijn mensen en zijn broer Bliksem missen Doerak, en zijn vrienden missen hem ook.

Doerak was voor mij een foorbeeld, want toen hij ziek werd aan zijn oogen (omdat daar iets zat wat er niet hoorde) moesten zijn oogen er uit, dat is heel moeilijk en je hele leefen ferandert, Doerak moest er aan wennen om niets meer te kunnen zien, maar hij kon dat, hij ging ook gewoon zijn djungel nog in, alleen kon hij niet meer klimmen en over de daaken en de schutting loopen zoals hij altijd had gedaan.

Ik find het heel knap van Doerak dat hij zoiets groots kon leeren, maar fooral dat hij frolijk bleef, en ik find het fantasties van zijn mensen en van Bliksem dat ze hem zo goed hebben geholpen, ze waren echt een keigoed tiem.

Pasgeleeden was er slecht nieuws: wat eerst in Doeraks oogen zat en er niet hoorde was nau in zijn keel terug gekomen, Doerak kon niet meer beeter worden en het was tijd zijn geworden om over de Brug te gaan.

Zachte kopjes

Doerak woont nau in de eeuwige djungel, over de Brug, waar altijd zon is en waar iedereen frolijk en gezond is, als ik op mijn stoel in mijn tuin lig denk ik aan hem, en als het donker wordt zwaai ik naar hem, hij is een prachtig twinkelende ster geworden, maar hier beneeden is er een leegte, fooral bij zijn famielie, daarom stuur ik ze heeeeeeel veel zachte lieve kopjes om ze te laaten weeten dat ik aan ze denk.

Doerak blijft altijd bij ons hooren, Doerak die zo dapper was, Doerak die niet opgaf, en ook al foel ik ferdriet in deze sombere tijd, ik weet voor mezelf dat ik liefer dat ferdriet foel dan dat ik Doerak niet zau hebben gekend, en ik weet dat er over een tijd weer zon komt, dat de bloemen en blaadjes weer gaan groeien, als de herfst en de winter foorbij zijn.

Ik tetter gewoon door voor vreede, het is nog steeds noodig!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep over plekjes waar je kunt slapen


Eigenlijk is het al lang niet meer zo lekker om overdag buiten in de tuin te liggen. In de pot onder de kersenboom is ‘t me nu te koud, boven op die natte harde aarde. M’n eigen kussen op de tuintafel is al in de schuur gelegd, omdat die door de regen van de laatste dagen helemaal doorweekt is en m’n personeel zegt dat die nattigheid niet goed is voor m’n botten bij deze temperaturen. Dus ik ga ‘s morgens, als ik thuiskom van m’n werk of m’n wandeling door de buurt of het bijmauwen met de buurtkatten, na m’n ontbijt een lekker katfortabel en warm plekje in huis zoeken waar ik alleen vandaan kom om even de poten te strekken, te lunchen of dineren. Of om even naar buiten te gaan voor het bewateren en bemesten van de plantjes in m’n tuin. Want zoals ik al ‘s eerder gemauwd heb, als luxe huis-, tuin- en keukenkater heb ik ‘t niet zo op kou.

Op bed

Voorheen ging ik altijd graag op het grote bed liggen zodra m’n personeel dat gladgestreken had. Maar ja, dat heeft dan weer als klein nadeel dat ik regelmatig uit m’n dutje gehaald wordt als m’n personeel weer ‘s behoefde heeft aan wat aandacht of knuffels. En dan heb ik ‘t nog niet eens over alle foto’s die de Mamarazzi hier in huis van me wil maken, omdat ik er volgens haar dan weer zo schattig bij lig. Alsof ze met die honderdduizendmiljoen foto’s die al gemaakt zijn sinds ik hier op mezelf woon nog steeds niet genoeg heeft…
Nou ben ik er intussen wel aan gewend geraakt hoor, om fotomodel te spelen. Want omdat ik een lichte slaper ben hoor ik d’r vaak al van verre aankomen, hoe stil ze ook probeert om in m’n buurt te komen. En ik weet ook precies hoe ik dan moet kijken of liggen om na zo’n fotosessie nog de nodige kriebels, kusjes en kroelen te krijgen. Eerlijk gemauwd vind ik dat altijd wel heel erg lekker, en zodra ze weer weg is draai ik me om en slaap ik verder.

Raam

Maar goed, ik dwaal af want ik had het over warme slaapplekjes hier in huis nu het buiten steeds vaker koud en winderig is.
Een ander plekje waar ik graag lig is op m’n blauwe kleedje in ‘t grote slaapkamerraam. Daar kan ik als ik wakker ben mooi in de gaten houden wat er allemaal op de parkeerplaats van die bromdingen op vier wielen gebeurd, wie er langs loopt, en ik mauw altijd even gedag als ik zie dat de buurman z’n voordeur uitloopt om Ziva de buurteckel uit te laten. Zij heeft geen binnenbak en ze begraaft haar bemesting nooit, dus de buurman moet een paar keer per dag met haar aan de wandel om weer plek te kunnen maken voor haar volgende maaltijd. Maar ja, zo gaat dat nou eenmaal in een hondenleven denk ik dan, terwijl ik me nog ‘s lekker omdraai in de grote vensterbank boven de verwarming.

Kast

Sinds van de zomer heb ik trouwens ook ontdekt dat als Senior even in de slaapkamer is en ik hard ga staan mauwen bij de grote schuifdeur van de kledingkast, dat hij die dan een eindje open schuift. Mijn favoriete plank is de derde van onderen, want daar liggen de dikke wisselvachten van Senior. Junior moppert wel ‘s omdat ik die vachten altijd wel wat dikker probeer te maken door m’n eigen haren er op achter te laten, maar Senior maakt daar zelf zelden een probleem van omdat hij weet dat ik met liefde graag wat bijdraag om zijn wisselvacht wat warmer te maken.
Op die plank kan ik trouwens ook redelijk ongestoord dutten want ik ga lekker helemaal achter in de kast liggen en omdat Junior geen flits wil gebruiken als ze foto’s van me maakt is het gewoon te donker daar binnen. Behalve dan die ene keer dat ze alle lampen in de slaapkamer had aangedaan en minstens driehonderd foto’s had gemaakt, waarvan er volgens haar uiteindelijk maar één of twee een beetje gelukt waren.

Ik heb ook nog een ander donker plekje in huis gevonden, en het heeft echt dagen geduurd voordat m’n personeel door had dat ik daar lag. Want onder de eettafel staat een hele oude blauwe stoel geschoven, met hoge armleuningen. Daar kan ik mooi als ik onder de tafel doorwandel met gemak opspringen, en dan krul ik me helemaal op in die zachte stoel en geef ik geen enkele mauw terwijl m’n personeel me roept en naar me op zoek is. Maar zodra ze met m’n snektrommel rammelen kom ik heel stilletjes naar ze toe, want een lekker snekkie laat ik natuurlijk nooit aan m’n neus voorbijgaan.
Zo heb ik al heel veel prima dutplekjes in huis, en ik dacht toch echt dat ik ze inmiddels allemaal wel gevonden had.

Rood kussen

Maar sinds woensdag heb ik een heel nieuw plekje in de woonkamer ontdekt. Gewoon, op de bank. Want daar ligt al jaren een dik rood kussen, waar ik nooit eerder belangstelling voor had. Maar toen ik daar toevallig overheen liep om naar de achterdeur te gaan, ontdekte ik ineens dat het best wel lekker aanvoelde onder m’n poten. Dus ik ben er voorzichtig op gaan liggen, eerst met m’n poten ingetrokken, maar al snel merkte ik dat het ook heel lekker aan m’n buik voelt. Dus sinds een paar dagen lig ik nu opgerold of uitgestrekt over dat hele kussen heen op de bank, met m’n hengel en plafondvis en de tuindeur binnen pootbereik. Al vind ik het eigenlijk wel een beetje jammer dat m’n nieuwe favoriete plekje rood is en niet koningsblauw of zwart, want rood kleurt niet zo mooi bij m’n jas. Maar ‘t is een heerlijk plekje om de komende winter op door te komen, en als ik lig te dutten heb ik toch m’n ogen dicht. Dus ik laat het maar zo.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Ik woon hier een jaar en hoe is dat

Froeger is nou fer weg, maar ik weet er nog wel iets ofer. Dat was het moeilijke van de straat en toen het asiel daar werd ik gepest en toen kwam mijn vrouw en ik kreeg een thuis dat was hier. En nou woon ik hier al een jaar dat is heel lang weeges ik ben pas zes jaar.

Thuis

Eigenlijk woon ik hier de laatste maanden pas echt omdat ik het gefoel heb van ja ik ben thuis. Daarvoor had ik moeilijkheden:

  • ik was allergies voor eete en niemand snapte het eerst dus ik had spanningen en eerlijk waar ook agressie dan sloeg ik mijn vrouw ik wist gewoon niet waar moet ik heen met mijn gefoel er was zoveel in mijn kop. Nou heb ik diejeet en dat is beter echt waar.
  • Ik had ook trauma fan alles wat er gebeurde, dat heb ik nog en daarom krijg ik pillies en hoomejoo-druppels dan kan ik ook erfaare wat is feiligheid.

Ik moest heel erg wennen want ik was maar een kater alleen en ik wist niet zo feel van een gelukkig leefe.

Gefoelig

Hier ben ik nog in het asiel en ik wilde meteen weete wie is die vrouw dus mijn gefoel zei al ja.

Nou toen kon ik meer leren van wat wil ik, wat kan ik en wat lukt. Dit is wat ik nou heb ontdekt: ik ben een gefoelige jongen dus gezelligheid is heel belangrijk, alleen het moet op mijn manier.
Daarom ben ik de baas van de knuffels als ik zeg ophouden dan houdt ze ook op.
En eete van haar fingers is ook gezellig.
En kopjes geefe met mijn lighaam.
En dat ik op haar hand slaap en dan weet ik we zijn saame.
En ’s avonds laat in de keuken dan wil ik knuffels en dat ze fraagt hoe mijn dag was.
En ik speel elke dag alleen nou minder weeges mijn poot, maar ik rol wel op het tapijtje. met de bal of een hengel met een flieberding, dat is ook gezellig want we doen het saame.

Dus dat doe ik ook allemaal op een dag en afond. Als het nacht is slaap ik in de fensterbank. Mee naar de slaapkamer doe ik niet ook al zegt ze fan het mag hoor Ollie. Ik heb nog steeds trauma en allergie en misschien blijft dat zo, dat weet niemand en ik ook niet, maar ik weet wel ik blijf hier foor altijd, en dat is nou mijn zekerheid dus dat is poosietief.

Willem Jajim en Frou Frou: herfst- of winterkriebels?

Jajim

Lieve furriendjes, daar zijn we weer met onze letters van deze week. Vandaag gaan onze miauws over herfst- en winterkriebels en wat dat zijn. Wegens dat Willem meer levenservaring heeft, miauwt hij vandaag het woord.

Willem

Willem

Gewoonlijk worden de meeste katers en poezen in de lente of zomer furliefd. Voor mij, Willem, ging dat anders. Met de kersemus van 2022, hartje winter, kreeg ik de winterkriebels. We kregen een kersemus kaart van een familie die ook op Beestboek zit maar die we nog niet kenden. Dat was een leuke furrassing en we hadden er opeens een heleboel furriendjes bij. Één van die furriendjes is Cato en mijn oog viel meteen op haar toen ik op Beestboek ging kijken.
Het was voor mij op slag furliefdheid ook al was het winter, dat maakt niet uit als je zo’n bijzondere poezendame (of katerman) tegen komt.
Wat vind ik zo leuk aan Cato? Nou, ze is natuurlijk heel knap al is dat niet het belangrijkste. Ze heeft haar duidelijke mening, en heel belangrijk; een hele goede smaak voor ligplekjes. Laatst kwam ze met goede ideeën om in de winter ook Saame van het balkon te kunnen genieten. Catootje stuurde mij een email en miauwde van: “Zal ik terrasfurwarming aanvragen?”, daar was ik zelf niet op gekomen. Nu kunnen we het hele jaar door op het terras picknicken en beschuit met muisjes eten en liquid snacks delen. De koude maanden voelen nu al warmer aan. Dat zijn de najaarskriebels.

Furkering

Het duurde even voor ik furkering vroeg want ik ben een furlegen kat-uit-de-boom-kijk katerman. Het was aftasten en we zeiden lieve dingen via Beestboek en de mail. Soms stuurt ze mij een purrtret of andersom stuur ik soms een nieuwe foto van mijzelf voor boven haar mandje.
Op een dag dacht ik; het zou leuk zijn om officieel furkering te hebben. Dus afgelopen Valentijn voelde ik; nu is het moment. Ik ga iets romantisch doen. En toen stuurde ik de postduif richting haar woonhuis. Die duif kende de weg inmiddels en pakte de zoveelste envelop in zijn bek om ermee weg te vliegen richting mijn bijna-furkering.
Die kaart opsturen was heel spannend want wat zet je erop en hoe vraag je furkering? Nou gewoon, je furtelt wat je leuk aan haar vindt. Zo is Catootje de knapste poezendame van allemaal. Dat heb ik dus gemiauwd. En daarna kan je furkering vragen. Dat gaat ongeveer zo van ‘wil je furkering met mij?’ Gelukkig zei ze ‘ja’. En nou zijn we alweer best wel lang Saame, zeker als je het in katten-tijd telt.
Maar hoe zit het met mijn katten zusjes en hun liefdeslevens? Hier onder furtellen ze er kort over.

Frou Frou

Frou Frou

Frou Frou: “Heel eerlijk, ik heb nog geen furkering maar ik heb heel veel liefde in mij, eerlijk waar. Voor mijn mensenbroer, mijn kattenbroer Willem en mijn grote zus Jajim. Als iemand van hen wakker wordt dan kom ik er meteen aan en ga ik heel hard van ‘PRRR PRR PRRR’. Stiekem ben ik wel een beetje furliefd op een knappe katerman van Beestboek, zijn foto staat ook op mijn kuipje natvoer dus hij is nog purroemd ook, een soort Brad Pitt maar dan dus een kater. We hebben geen furkering maar wel sjans en dat is ook echt leuk. We hebben al een keertje ijs gegeten in Zandvoort met zijn camper, dat was romantisch en gezellig. Nu ben ik nog best wel jong denk ik maar wie weet komt er ooit een dubbel date met Willem, mevrouw Cato en met mijn crush”.

Furliefdheid

Jajim: “Furkering? Mij niet gezien, ik zit liever aan de 0,0 catnipwijn en kattentaart met furriendjes of speel met de hengel of gooi mijn pluchen muis door de kamer. Ik ben een poes die liever furriendjes heeft en dat is ook goed. En eigenlijk kan ik in elk seizoen de kriebels krijgen. Maar dan van blijdschap en niet per se van furliefd zijn”.

Furliefd zijn is soms onzeker maar het is vooral supurr leuk en gezellig en feel good. Of het nou herfst, winter, lente of zomer is maakt niet uit. Furliefdheid kan altijd, ik kan het weten.

Kopjes van Willem, en ook van Jajim en Frou Frou