Jajim en Frou Frou: een ei en een nieuwe struik

Miauw lieve allemaal, hier zijn we weer met een hoop verse letters. Er valt zo veel te miauwen dat we moeite hebben met kiezen. Het waren natuurlijk bijzondere dagen met de Paashaas en zijn furstopte eieren. Daarover gesproken, we hadden al een situatie maar een ei hoort er blijkbaar ook bij. Onze mensenbroer heeft dus ook een ei, maar of dat voor Pasen was..?

Een speciaal ei

Jajim: “Het begon een paar dagen voor Pasen. De vogels waren al wakker en de zon kroop boven de daken uit. Ik rekte me uit met allevier mijn pootjes, gevolgd door een zachte geeuw. Onze mensenbroer deed het zelfde, nog niet wetende wat er komen ging. Het lag zo lekker zacht, die grote mensenmand. ‘Goeiemorgen Jajim en Frou Frou’ zei hij met een slaapstem. Hij was nog aan het sluimeren; dat betekent dat je tussen wakker worden en dromenland in zit. Hij trok de lakens nog eens om zich heen en draaide om. ‘AUW!’, klonk het plotseling door de vredige ochtendgeluiden heen. De vogeltjes floten rustig verder met hun ochtendlied alsof er niets aan de poot was. Maar dat was er wél. Iets aan zijn poot. Ik schrok op van mijn zachte picknickkleed en keek op. Normaal is onze mensenbroer nooit zo luidruchtig of snel in de ochtend. Een wandeling naar de keuken voor onze ochtendroutine zat er niet in ‘Jajim, moet je kijken, ik heb een ei op mijn poot!’. En inderdaad, zelfs vanaf mijn kleed zag ik het ook. Het leek wel zo’n speciaal ei zoals ze de afgelopen tijd in de supermarkt hadden liggen. Deze had ook allerlei kleuren, vooral donkerrood en paars. ‘Is dat zo’n Paas-ei?’ miauwde ik. ‘Qua timing wel, Jajim. Maar met dit ei kunnen we niets. Ik ga de witjas bellen’. Bij het horen van die woorden wist ik genoeg. Met een rotvaart klom ik ‘RATSJ’ omhoog, de plafondkrabpaal in. Ver bij de reismand vandaan. ‘Rustig maar Jajim, jij mag gewoon thuis blijven, Saame met Frou Frou’.”

Eieren zoeken

Jajim: “De witjas kreeg dus de opdracht om naar eieren te gaan kijken, en dat vlak voor het Paasweekend. Er werd van alles onderzocht en er gebeurde iets met een zwachtel. ‘Dit ei moet goed ingepakt worden wegens dat er geen beweging in mag komen’ zei de witjas voor mensen. En onze mensenbroer kreeg er een nieuw been bij, een ijzeren been. Dat is omdat hij niet op zijn poot kan staan en voor rust zei de witjas, het zal allemaal wel maar wij vinden het een eng ding. We hadden liever een normaal Paasei gehad zonder dat er een ijzeren been bij hoefde te komen. Doe ons maar een kauwstick in de plaats.”

Tuinieren

Frou Frou: “Voor de rest furliep ons Paasweekend rustig en waren we gewoon Saame, nog meer dan gewoonlijk zelfs dus dat betekende extra veel Saame-tijd. De vogeltjes leken net iets vrolijker te fluiten en de lentezon scheen net ietsjes feller. De ochtenden begonnen vrolijk, onze mensenbroer hoefde nergens heen en zei elke ochtend ‘hebben jullie zin in een Paasontbijt?’. Daar staan onze oren áltijd naar, dat hoeft hij toch niet te vragen? Dus elke dag startten we met kattentaart en onze mensenbroer met zijn gekookte Paasei en soms at hij zelfs een chocolade paashaas. Mensen hebben rare tradities, vinden jullie ook niet? Ieder zijn meug hoor, maar wie eet er nou chocola in de vorm van een haas of een ei?

In het Paasweekend was er ook meer tijd voor andere leuke dingen. We aten natuurlijk extra lekker en veel, want zo hoort dat met speciale dagen. Wegens de zon was het ook tijd voor andere leuke dingen. Onze mensenbroer zei ‘nu dat de jungle in de binnentuin uitgedund is, is het zaak dat er wat aan het balkon gebeurt’. Dus hij ging even van huis en kwam terug met allerlei spullen. Een grote zak zand, potten waar plantjes in konden groeien. ‘Voor de bloemetjes en de bijtjes’. En een nieuwe tak, die uiteindelijk een struik moest worden. Willem had ook zo’n struik en het was zijn lievelings ligplek om lekker te soezen in de half zon, half schaduw. Zijn frambozenstruik had het lang volgehouden hoor, maar uiteindelijk was ‘ie klaar met bloeien. Nu gaan we weer opnieuw beginnen met een nieuwe frambozenstruik, die schijnen lekker te liggen. Willem wist alles van goede ligplekjes en wist altijd de beste te bemachtigen. Ik kijk er nu al naar uit, wie weet helpt het de struik wel met groeien als ik erbij ga liggen. Jajim is meer van het relaxen onder de purrasol maar dat moet ze zelf weten vind ik. We hebben maar één struik dus stiekem komt het wel goed uit. Hoewel, eerst moet ‘ie natuurlijk nog groeien. Zou het me net zo goed af gaan als onze Willem, onder die verse frambozenstruik?”

Hebben jullie mensen ook andere gewoontes op bijzondere dagen?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

🐾 Bliksem en zijn snorharen

Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Mijn man mens zei laatst dat ik grote snorharen had. Hoe komt dat eigenlijk, en heeft elke kater en poes dezelfde snorharen? Of is het toch anders? Ik ga het uitleggen.

Ze zeggen wel eens dat ik bekend sta om mijn vacht, die als nachtfluweel zo zwart is. Maar dat ik vooral bekend sta om mijn abnormaal lange, spierwitte snorharen.
Mijn snorharen fungeren als supergevoelige radars die de luchtstromen en de breedte van alle openingen meten. Soms vallen ze zomaar uit, en ze groeien dan ook weer vanzelf aan. Dat kan wel maanden duren soms.

Baas

In mijn jungle en de poort regeer ik natuurlijk als baas Bliksem. Waar andere katten soms aarzelden, liep ik met opgeheven kop, met mijn witte snorharen trillend door mijn koninkrijk. Ze dienen als een natuurlijke meetlat, dat ik weet: ik kan hier erdoor. Als mijn snorharen een doorgang raakte, wist ik direct of mijn brede zwarte lijf er doorheen past.
Op een avond, toen de mist dik om de jungle hing, wilde ik door een smalle kier in de schuur. Mijn snorharen tikte zachtjes tegen de houten planken. Niet pasbaar, gaven ze door. Ik stuurde mijn lenige lichaam direct de andere kant op, en ik was dankbaar dat mijn luchtradar mij behoede voor een benarde positie.

Roover

Ik begroette Roover, die in de schuur liep met een vriendelijke knik, waarbij ik mijn snorharen trots naar voren stuurde.
Ik zag gelijk dat Roover andere snorharen had. Dat kan dus maar zo. En soms zijn ze kleiner en zitten ze dichter bij elkaar. Volgens mij komt dat door de volgende oorzaken. En die zijn belangrijk:

  • Mijn snorharen zitten diep in mijn huid. Dat hoort zo. Daardoor kan ik en mijn vriendjes en vriendinnetjes, de kleinste verandering in windrichting voelen. En dat is belangrijk, je weet dan waar je heen moet gaan.

Snorharen kunnen zomaar uitvallen en weer aangroeien. Dat gebeurt mij ook wel eens. Dan ligt er ineens een snorhaar op de vensterbank. Dan zijn ze op en komt er weer een nieuwe aan. Dat weet ik nu en is gewoon zo. Dat heet groeien.
Ik weet nu ook dat het soms wel heel lang duurt voordat de nieuwe snorhaar weer is aangegroeid. Dat duurt soms maanden en dat is helemaal niet eng. Het is gewoon zo.

  • Mijn mensen knippen wel eens mijn nagels, maar wat ze nooit mogen knippen bij mij en al mijn vriendjes en vriendinnetjes, zijn mijn snorharen. Als mijn snorharen worden weggeknipt weet ik geeneens meer waar ik moet lopen en waar ik door kan. Dus dat mag nooit.
    Mijn snorharen zitten ook nooit in dezelfde positie. Soms zijn ze heel lang en super breed uitstaand, en soms zitten ze heel mooi recht dicht bij elkaar. Ook dat is gewoon, dat zag ik ook bij Roover. Hoe is dat eigenlijk bij al mijn Facebook vriendjes en vriendinnetjes?

Sein

Mijn snorharen zijn mijn trouwe metgezellen. Ze helpen mij niet alleen met jagen, maar ze beschermen mij ook tegen gevaar, en te kleine ruimtes. Ze geven mij dan het sein: gevaar! Ook diep in de nacht.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Belle beleefde een gezellige Paase

Dag liefe frientjes, het is weer tijd foor de blog. Ik zit foor de aaipet, mijn poote doen nog niets, ik ben aan het denke. Wat hep ik allemaal beleefd, was het druk de laatste weeke of juist rustug en was alles normaal?

Er gebeurt altijd wel wat hier, maar wat is nou eg leuk om over te schrijfe? Ik begin maar bij fandaag en het is Paase. Fanacht dee het keihard woei woei buite. Er was een raam oope in de slaapkamer en dee het dus binne woei woei. Frouwtje lig diep onder het krokussen dekbed en ik er boofe op. Maar dat is te foor mij eg te koud hoor met die woei woei. Ik hep wel een dikke fagt, maar kouwe wind foele daar hou ik nie fan.
Opeens was er een klap op het balkon. Frouwtje dee het raam dicht. Sorry hoor Belle zei ze, ik wis eg nie dat het zo zou gaan stormen. Ik ga ook eefe kijke wat er op het balkon is gebeurd. Er was een groote bak met geele tullupe omgewaaid, en die heeft ze op een andere plek beschut gezet. Zo, nu kunnen we verder slaape Belle zei ze, en dat deeje we.

Zoomertijd

Aan de zoomertijd kunnen we nog nie eg wenne. Frouwtje zeg, zo gek Belle, we zijn froeg wakker en toch is het een uur laater. Ik krijs dus ook nog gewoon op wintertijd om ontbijt, want het duurt mij allemaal te lang. Maar de zoomertijd is ook wel fijn toch want het is s’avonds langer licht. Het is nog wel koud, maar als er meer zon komp dan doe de balkondeur ook langer oope blijfe. En als het keiheet is dag en naght. Dat is feilig, hier komp niemand.We hebbe net Paasontbijt op. Er kwam fan de week speesjaal door mij een Paaspaakket van
Zoeplus. Daar ben ik altijd blij mee en frouwtje zeg het is goed foor jou een ekstra foorraad te hebbe. Ze zorrug goed foor mij. Ik hellup altijd mee de kuipjes in de kast te zetten, zodat ik persies weet waar alles sta. En daarna speel ik altijd met de doos die blijf dan nog een dag staan. Ik doe er in ligge en krabbe en frouwtje doe ook een balletje of een muis gooie in de doos.
Met Paase wil ik geen doos in huis Belle heef frouwtje geseg, dus die is furrfroegd weggedaan. We zitten nu saame gesellig foor de aaipet en frouwtje drink Paaskoffie uit een geele beker. Het is koud buite zeg ze en het doet nog steeds woei woei Belle. We gaan nie in de kou zitte en straks gaat de furrwarming aan. Daar ben ik blij om, dan ga ik in mijn mand op de fensterbank. Dan foel je zo de warrumte door de mand koome.

Furrhaal

Frouwtje had van de week een raar furrhaal. Belle zei ze het is fandaag 1 april en dan houwe mensen elkaar door de gek en doen grapjes maake. Daar snap ik niks fan hoor, het kan mij ook nie scheele maar ik hoor wel haar furrhaale aan.
Belle, achter de flat is een groot grasfeld en daar gaat iets gebeuren zegge ze. Ze zegge dat het grasmaaie feel weeruk is en ze moeten gaan bezuinigen. Het kwam eg nie binne wat ze bedoelde hoor, maar ja. Ze zei, nu willen ze op het grasfeld schaape gaan laate loope en dat die dan het gras opeete en kort houwe. Dan hoeve mensen niet meer met de groote machine het gras te maaie. Stom iedee he Belle geloof jij het, of zou het een 1 april grap zijn?
Nou, ik was inmiddels bijna in slaap gefallen van het stomme furrhaal. Je laat toch geen schaape los op een grasfeld midden in een woonwijk, dee ik denke.
Jij ben furrstandig Belle, want zo denk ik er ook ofer. Stel je foor dat die schaape op de drukke weg gaan loope, of opgejaagd worden door furrvelende mensen die niet fan dieren houwe? Tot op de dag van fandaag zijn er nog geen schaape op het grasfeld, dus frouwtje denk eg dat het een 1 aprilgrap was. Gelukkig maar want anders had ik per ie-meel een klacht ingediend bij de
dierenbescherming. Goed dat die bestaan hoor, want mensen kunnen soms gekke dingen doen met dieren en dat mag nie.

Zon

Frouwtje hep een tweede bakkie koffie ingeschonken en doe ze sjokoolaade eitjes eete. Ik krijg een paar snekkies ekstra omdat het Paase is. Verder doen we alles rustug en genieten we fandaag. We nemen het zoals het komp en alles is goe. Ik zie fanuit de fensterbank dat er een streepie blauwe lucht koome doe en een straaltje zon. Hoe fijn is dat ?!

Zo, dat was weer mijn blog foor deze keer. Liefe frientjes, baasjes en frouwtjes, het ga jullie allemaal heel goe en tot een folgende keer.

Een warrume kopstoot fan,
Belle.

Japie: hoe het nu gaat en hoe ging het toen


Wauw miauw, ik ben overdonderd door zoveel reacties op de ontwikkeling van m’n website. M’n bissniss gaat als een tierelier sinds de muismenukaart online staat. De mailbox stroomt over met bestellingen en sollicitaties. Muisbezorgd kan de vraag amper aan. Om de voorraden op peil te houden zijn extra muizenvangers meer dan welkom. Bij de Binnendienst hebben zich al veel snorhaarders gemeld, maar de ploeg die de klauwen uitsteekt kan zeker uitbreiding gebruiken. Meedoen is heel simpel. Je hoeft enkel je goeie kop te mailen naar japie apenstaartje muisbezorgd punt en el. Het is niet nodig om eerst via Beestboek of purrrsoonlijk aan mijn mens te vragen of je mee mag doen. Stuur gewoon een foto van jezelf naar dit mailadres. Furtel erbij hoe je heet en waar je ambities liggen. Alles is goed, zolang het maar gerelateerd kan worden aan Muisbezorgd. Mijn rechterpoot zorgt er daarna voor dat jouw mooie kop bij het Team komt. (psssst, furriendelijk furzoek van de administratie, om het overzicht te bewaren graag enkel mailtjes naar dit mailadres).

Dwiezeliesje

Omdat we onze poten vol hebben aan het wegwerken van de achterstand in de administratie deze keer een furhaal uit Den Ouden Doosch. Het is nog van de poot van mijn oudtante Dwiezeliesje. Degenen die mijn furmilie al lang volgen, kennen haar uit de furhalen van BBB – Blije Beestenboel als Zusje. In 2014 moest Zusje rond Valentijnsdag afscheid nemen van haar furriendjes met lange oren – Dirk en Juf Nijn – en van haar grote broer Bob. Het huis was opeens akelig leeg. En haar hartje wist het niet meer. De Paashaas stuurde haar een lief kaartje en dat gaf haar hoop. Daar schreef ze destijds dit furhaal over:

Paashaas

Geen glimp van de paashaas. Niet in de achtertuin, waar ik het konijnenhok nauwlettend in de gaten hou. Ook niet aan de voorkant. Regelmatig ren ik daar naartoe om een kijkje te nemen, maar geen enkele pootafdruk van Haas. Kon ik het nog maar eens aan Dirk vragen, of aan Juf Nijn, zij wisten vast hoe ik de paashaas zou kunnen herkennen. Verlangend kijk ik naar de zachtgrijze wolkenpartij. Ergens daar achter, daar zal de Regenboogbrug zijn. Zittend op het dak van het nog altijd lege hok breek ik mijn bolletje over hoe daar te komen, zonder mijn aardse jasje te moeten verlaten. Het gekissebis van een stel mussen haalt me uit mijn overpeinzingen. Opeens heb ik een idee. Als zij nu eens…..

Ik spreek de eerste de beste mus aan en vraag hem op de vogel af op hij voor mij naar de Regenboogbrug wil vliegen om het m’n konijnenvriendjes te vragen. Hij kijkt bedenkelijk, krabt eens achter zijn bruine kopje, overlegt met zijn familie en knikt dan volsnavelig ja. Vol vertrouwen kijk ik de enthousiast tsjilpende troep na tot het laatste stipje niet meer zichtbaar is. Terwijl ik zit te wachten op een teken van leven strijkt meneer Tortel neer op de schutting. Ik nodig hem uit om de restjes van het in allerijl achtergelaten paasontbijt op te peuzelen en vertel hem over het plan. Als hij eindelijk het laatste graantje heeft weggepikt, laat hij weten dat je als levend wezen nooit bij de Regenboogbrug kan komen. Ook niet als je kunt vliegen! Ontgoocheld laat hij me achter.

Regenboogbrug

‘Wat zit je te treuren, kleintje. Is er iets aan de poot?’, hoor ik opeens in mijn oor schreeuwen. Het is Kauw, die dagelijks uit een potje pindakaas komt snoepen. Hoopvol vertel ik hem over de kaart die op de deurmat is gevallen met de groetjes van de paashaas erop; over hoe menslief straalde toen ze de lieve woorden van Haas las en over mijn zoektocht naar de paashaas. Maar ook dat ik niet zo goed weet hoe ik hem kan herkennen, anders dan aan zijn grote oren en mand met eieren. Dan begint Kauw te bulderen van het lachen. Met zijn krassende stem laat hij weten dat de paashaas helemaal niet bestaat. Dat mensen hem hebben bedacht om de lente te vieren. ‘Kijk maar om je heen,’ zegt hij, ‘overal is nieuw leven!’

Ik hef mijn treurende koppie op en inderdaad, nu zie ik het ook. Frisgroen blad wuift mee met de wind, bloesem barst uit de knop, hemelsblauwe vergeet-me-nietjes laten trots hun fragiele bloempjes zien en paps en mams merel vliegen af en aan met wormen om hun kroost groter te laten groeien. Dan breekt de zon door het wolkendek en vuurt vol passie haar stralen richting de aarde. Al van verre hoor ik de mussenfamilie terugkomen. Vanuit de keukendeur strooit mijn mens een handvol voer om de luid kwetterende groep terug welkom te heten. In geuren en kleuren doen ze hun avontuur uit de doeken. De Regenboogbrug hebben ze niet gezien, laten ze weten. ‘Maar,’ voegen ze er in dezelfde ademtocht aan toe, ‘je hoeft helemaal niet zo ver om Dirk en Juf Nijn te ontmoeten. Ze zijn gewoon daar, waar jij met je hart bent. En daar zul je ook de paashaas vinden.’
Was gemiauwd door Dwiezeliesje

Koppie van Japie met een staartzwaai naar alle sterren

Kever heeft een mening over de beste zijn

Aksiefootoo, zien jullie dat ik een tijger ben?!

Forige week kreeg ik van mijn vrienden en vriendinnen ZO een lieve woorden, ze gingen over toen ik kleine Kever was, niemand fond dat raar of stom, niemand zei dat ik maar een grote jongen moest zijn, iedereen wilde me helpen en daar was ik zo blij mee!

Soms is het moeilijk om te zeggen dat je dingen niet kan of niet durft, maar ik probeer het tóch want misschien helpt het iemand, als ik van andere katten lees dat ze bang zijn of iets niet kunnen foel ik dat ik niet alleen ben, en dat find ik fijn om te weeten.

Taalent

Ikzelf kan best heel veel dingen, zo kan ik echt fantasties mooi spieraal speelen, mijn vrouw roept nau dat je dat eigenlijk niet hoort te zeggen van jezelf, maar waarom niet?, ik ben er trots op en ik oefen ook elke nacht, het is een taalent van mij dat ik heb ontdekt toen ik me nog vaak ferstopte onder het bed, ik ben de eerste kat die hier woont die muziek maakt op de spieraal van het bed, dat is toch biesonder?, dat beteekent niet dat ik mezelf beeter find dan anderen hoor, echt niet, zo ben ik niet en ik hau daar ook niet van dus ik ga nooit een patser worden, zeker weeten van niet!

Ik kan ook keigoed tetteren, ik kan de feer fangen, ik kan heel hard over mijn gras rennen, en ik kan knuffelen als de beste, dat zijn allemaal belangrijke dingen en daar ben ik helemaal tefreeden mee.

Maar ik kan ook best veel NIET: ik kan niet klimmen, ik kan niet goed springen, ik ben echt heeeeeel erg bang voor alle mensen die niet mijn mensen zijn, ik durf niet langs de wasmasjien, ik ben bang voor alles wat ik nieuw is, en ik begrijp vaak dingen niet, ik word er wel eens ferdrietig van als ik bijfoorbeeld zie hoe snel Pokon en Juultje zijn en wat ze allemaal kunnen en durfen en doen, terwijl ik er bij sta te kijken en niet snap wat er allemaal gebeurt – dan foel ik me heel klein en onzeeker.

Heppie

Gelukkig krijg ik altijd veel kompliementen van mijn mensen, ze zeggen dat er op de heele weereld geen Kever is die zo lief en grappig is als ik ben, dat ik altijd vriendelijk en netjes ben tegen katten en andere beestjes, en dat ik een Keverzonnetje in huis ben.

Mijn vrouw zei dat niemand beeter is omdat ie meer kan dan een ander, en dat iemand die niet zo veel kan ook niet minder is, dat hoe je je gedraagt veel belangrijker is dan wat je allemaal kunt en hebt, dat we allemaal gelijk zijn, en dat ze trots op me is omdat ik zo lief ben, ze noemde me besch-eiden en vriendelijk, zooo heee ik was er helemaal heppie van!

En daarom ben ik zo blij met jullie als vrienden: omdat we hier op de blog NAAST elkaar staan, niet BOOFEN elkaar, we helpen elkaar, we deelen geluk en ferdriet, en het gaat er niet om wie de beste is, want dat zijn we allemaal Saame!!

***

Ik tetter voor vreede, maakt niet uit hoe lang het noodig is: ik geef het niet op!
Naar iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes, en ik wens jullie allemaal een frolijk Paasen!