Hoe ik door de herrie kwam

Ik ben nou weer bijgekoome maar eerlijk waar er was die nacht heel feel herrie, de hele afond al en toen werd het nog raarder en raarder en hoe dat ga ik nou fertellen ook weeges ik heb geleerd wat helpt als je spanning hebt.

Gewoon

Spanning dat is als er iets gebeurt dat je niet wil en je weet zeker dat het stom is en toch gebeurt het dat had ik door het fuurwerk. Kever was een aksie begonnen en daar was ik het helemaal mee eens het is stomme herrie de hele tijd.
Die afond ging alles eerst gewoon daar had ik steun aan omdat ik foelde misschien kan ik er tegen. Dus ik kreeg mijn eete op tijd en toen ik zelf van mijn bord had gegeten toen moest mijn vrouw erbij komen weeges ik wil dan van haar vingers eete en dat gebeurde ook. En daarna gingen we met de hengel spelen dat is nou ook mijn gewoonte. En ik slapen en zij aan de tafel. Ik kreeg mijn afondhapje en daarna brokjes. Buiten was er nieuwe herrie en binnen ging gelukkig alles zoals het hoorde.

Raar

Alleen daarna niet meer.
Mijn vrouw ging op de bank liggen met een dekbed en ze deed het licht uit. Ik riep van meww en ze zei fan ‘Wat is er Ollie?’ Nou dat er iets raars was.
We gingen slapen.
En toen hoorde ik de wekker en bijna meteen was er harde herrie buiten en het licht in de kamer ging weer aan en we gingen naast elkaar liggen op mijn kussen. Ik had moeilijke gefoelens. En ik trappelde eefe op mijn deken maar dat hielp niet. Nou toen ben ik weer op het kussen gaan liggen ik had toch steun aan dat mijn vrouw er lag en dat ze steeds zei fan Ollie wat doe je het goed.

Ik weet niet hoe lang het duurde maar toch werd de herrie buiten minder. Dus ik ging een brokje eete. Eefe rondlopen. Foelen van is het hier weer gewoon aan het worden en dat was zo. En toen mijn vrouw naar boofe ging wist ik de nacht is weer zoals het hoort.
De dag erna moest ik bijkoome.
Het gewone leefe dat is het beste ik weet het nou weer helemaal zeker.

Jajim en Frou Frou: van het oude naar het mieuwe

Jajim

Miauw lieve vriendjes op twee- en vier pootjes. Hier zijn we weer met onze letters op de eerste dag van het nieuwe jaar. We hopen dat iedereen het Oude en het Mieuwe rustig door is gekomen. En eindelijk is het ons laatste jaar van vuurwerk! Hieronder furtellen we omstebeurt hoe het ging.

De avond

Jajim: ‘Hoe wij de avond door kwamen? Nou, van furriendjes kregen we goede tips hoe we rustig het oude jaar konden inwisselen voor het mieuwe. Een van die tips was om een muziekje op de achtergrond te hebben, dus dat deden we ook en echt waar, het scheelt als je achtergrondgeluid hebt terwijl het buiten knalt en knettert. Dus er kwam al vroeg op de dag muziek uit de radio. Onze mensenbroer hees zich in zijn pyjama en nestelde zich tussen ons in om Saame aan de avond te beginnen.
Maar toen, zodra het drukker werd op straat klonk er een ‘BENG’, en klom mijn zusje ‘RATS’ de hoogte in en furstopte zich op haar veiligste plekje; in het mandje helemaal bij het plafond. ‘Die knallen zijn toch helemaal niet leuk?’ piepte ze een beetje geschrokken. Om mijn zusje gerust te stellen kwam onze mensenbroer met een liquid snack en gaf aaitjes langs haar wangen. Na wat geruststellende kroel-aaitjes was het boven in de krabpaal weer rustig. Vanaf daar kan Frou Frou altijd zien wat er allemaal gebeurt. Onze teevee stond aan met een speciale film die we leuk vinden. Eentje met flamingo’s en andere speciale vogels waar we dan Saame af toe naar kekkeren, dat klinkt zo; EKEKEK.’

Saame zijn

Jajim en Frou Frou: ‘Gelukkig hoeven we niet alleen te zijn met dit knalfeest maar zijn we gezellig Saame met onze mensenbroer. Die bleef de hele dag en nacht bij ons. Het balkon ging op slot en de gordijnen moesten dicht. Want de felle lichtflitsen waren ook een beetje spannend.

Onze mensenbroer deed alsof er niks anders was dan gewoonlijk en eerlijk gemiauwd stelde dat wel ietsje gerust. ‘Alles is oké, meisjes’ zei hij als er hard geluid van buiten kwam. Ook serveerde hij extra liquid snacks om de schrik een beetje te sussen. Hij zei dat het over een paar uurtjes weer rustiger zou worden buiten, en dat het balkon de volgende middag weer open kon. Willem zou, tussen de knallen door, klagelijk tegen de balkondeur gemiauwd hebben; weer of geen weer, hij wilde graag buiten op het balkon rollebollen. Tot er een harde ‘BOEM, KRRRGHH’ kwam, dan zou hij naar binnen rennen. Hij was onze held op zijn witte sokken en nou waakt hij over ons vanuit de sterrenhemel. Gelukkig zijn de sterren véél verder weg dan waar het vuurwerk komen kan. In regenboogland hoeft niemand te schrikken want daar is alles mooi en vredig.’

Mieuw jaar

Frou Frou

Jajim: ‘Nou is gelukkig het meeste geknal weer voorbij. Soms furgist een mens zich nog, denkt dat het nog 2025 is en dan is er hier en daar een knal. Maar dat is gauw weer voorbij. Een mieuw jaar zonder knallen is een fijne gedachte en we hopen echt dat mensen op een andere manier gaan feesten in 2026! Misschien kunnen ze met oliebollen gooien?
Wat wij verder doen tijdens de furandering van het oude naar het mieuwe, is nadenken over hoe het afgelopen jaar was. Nou, eerlijk gemiauwd was dat best pittig. We hadden mooie momenten maar ook furdrietige dingen.
Onze grote stoere broer en furriend Willem ging plotseling over de regenboogbrug, net als onze Opa. Daar denken wij in deze tijd veel aan want er mist iets in het knusse. En soms zijn we dan even furdrietig. Ook al weten we wel dat ze over ons waken en regelmatig Saame een ster laten vallen voor geluk. En dat ze elkaar nu hebben. We denken ook aan leuke dingen hoor, daar furgaderen we ook over met zijn drietjes. 2025 was niet alleen maar furdriet, er waren ook veel mooie dagen en avonden en die koesteren we.

Overgaan van het oude naar het mieuwe is voor veel mensen een belangrijk iets. Daarom is het op zo’n avond en nacht extra belangrijk dat je Saame bent voor gezelschap en soms ook steun. En daarbij is Saame altijd gezelliger.’

Jajim Frou Frou: ‘Wij wensen alle katten en mensenfurriendjes een purrachtig 2026 toe zonder vuurwerk en gevuld met liefde en knuffels!’

Zachte kopjes en een gelukkig mieuw jaar,

Jajim en Frou Frou

🐾 Het eindejaar verhaal 2025 van Bliksem


Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
Het is alweer bijna het einde van het jaar, en terwijl ik op mijn favoriete deken lig, je weet wel die zachte waar ik tegenwoordig zo graag op slaap, kijk ik terug op alles wat 2025 heeft gebracht. Het was een jaar vol avonturen, kattenkwaad, nieuwe ontdekkingen, verdriet en vooral: samen zijn en vriendschap.
Een jaar met het afscheid van Doerak.
Doerak blijft natuurlijk mijn grote voorbeeld. Het maakt niet uit hoeveel ik al heb geleerd van hem, vergeten doe ik hem nooit. Hij nam mij eens mee op nachtpatrouille door de tuin. Hij zei: Bliksem, als je echte nachtkat wilt zijn, moet je leren luisteren naar wat je niet ziet.
Ik luisterde… en hoorde van alles: het zachte ritselen van bladeren, het gezoem van nachtkevers, en ja … de egelfamilie die nog steeds af en toe langskomt. Doerak keek me aan met die stoere, wijze blik en knikte goedkeurend. Dat voelde fijn. Het mooie was ook dat Doerak het allemaal geleerd had van tante Fleur. Nu zijn zij samen 2 van de mooiste sterren. Dat zie ik nu elke avond als ik in het donker naar buiten kijk.

Roover

Dan hadden we Roover.
Roover blijft de meest roekeloze van ons allemaal. Hij sprong dit jaar weer op plekken waarvan ik dacht: nee joh, dat kan echt niet. Maar Roover heeft een manier om altijd nét goed te landen.
Een keer, in de zomer, daagde hij mij uit om samen op het tuinhuisje te klimmen. Kom op Blik, jij kan dat ook. Ik twijfelde, maar deed het. En wow…. Het uitzicht! De hele tuin lag onder ons, alsof wij de wachters van de nacht waren. Ik voelde me zo vrij.

 

Luna

En dan was er Luna, zacht en mysterieus.
Luna was er ineens in mijn jungle dit jaar. Zij is zo een kat die heel stilletjes ergens verschijnt, je aankijkt en dan precies weet wat je voelt. Toen ik aan het eind van het jaar even niet zo lekker in mijn vel zat, kwam ze naast me liggen. Geen woorden, gewoon warmte. Later liet ze me zien dat zelfs de stilste kat soms verrassend dapper kan zijn. Ze joeg zonder aarzelen een brutale merel uit de tuin. Ik wist geeneens dat ze zo snel kon sprinten!
2025 was een jaar voor mij van volwassen worden. En daar heeft de wijze kater Bert mij de afgelopen jaren veel bij geholpen op Facebook. Ome Doerak volgde Bert al heel lang, toen ik er nog niet eens was. En als ik zo naar buiten kijk, naar de winterlucht, die net iets zilverachtigs heeft, voel ik me klaar voor wat er komen gaat.
Met mijn vrienden om me heen kan ik alles aan.
En als straks om 24.00 het vuurwerk begint, dan sluit ik even mijn ogen en denk aan Doerak, Bert en al mijn kater en poezen vrienden.
Zo wil ik ieder jaar beginnen – samen – met hen.

Samen

Mijn wens voor 2026:
Meer avonturen – meer leren – meer samen.
En misschien… een nog zachtere deken. Maar goed…. Dat zien we volgend jaar wel.
Met een zwiep van mijn staart en heel veel kopjes, wens ik jullie allemaal een mooi en gezond 2026 toe.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Belle en de tijd van het jaar

Hallo liefe frientjes het is weer mijn beurt om een mooie blog te schrijfe. Ik hep een warrum plekkie gefonden met de aaipet aan de tafel, die vlak foor de furrwarming staat. Het was koud he de afgeloope daage?!
De furrwarming stond de heele dag hoog en hep ik heerlijk in de warme mand op de fensterbank geleege. De zon scheen ook, maar die komp nu niet in de huiskamer, alleen op de muur aan het einde fan de middag. Daar hep ik niks aan, maar de zon is wel op de slaapkamer. Daar is geen furrwarming en staat er een raam oope, maar op bed ligt een warrume deeke, zodat het toch lekker is en ik de zon op mijn fagt foel.

Doozen

Nu zijn de Kersemusdaage achter de rug. Ik hoop dat jullie het allemaal goed hebbe gehad saame, en hebbe genoote van ekstra lekker eete en knuffels. Ik heb het fijn gehad saame met frouwtje. Er kwamen foor de Kersemus zofeel pakketten binne hier, van die groote doozen. En iedere keer die bel, keihard. Dan floog frouwtje snel met de lift naar benee want daar stond de postbezorger. Kadoo,s foor de Kersemus Belle, die gaan wij op Kersemusdag oope maake.
Nou, toen was het Kersemus. De houtkachel ging aan, de lichies en de kaarsen. Ik kreeg een lekker Kersemusontbijt en frouwtje ging in de keuken ook ontbijt maake, en zo zaten we gezellig op de bank op de warrume teddiepleet. Na het ontbijt kwamen er groote doozen tefoorschijn.

Kaado

Belle, jij hep een Kersemuskadoo furrdiend zei ze. Jij ben lief, maak niks kapot in huis, en mijn beste friendinnetje. Weet je wat er in de doos zat ? Een nieuwe krapplank, een ekstra groote! Nou, ik stoof er op af en begon gelijk te krabbe. En lekker dat die plank rook en ik ging er ook op rollebolle. Ik ben er zoooooo blij mee! En in de doos zaten ook nog snekkies.
Toen kwam er een andere doos op taafel, maar die is foor mij zei frouwtje. Belle, ik geef mezelluf ieder jaar met Kersemus een kaado. Kijk eens wat een mooie pannenset, wij gaan gezellig koken in het miniekeukentje. Mooie pannen zijn het hoor en groen fan kleur. Dat was dus uitgepakt allemaal, en toen ging ze de doozen kapot scheuren en opruimen. Dan hellup ik altijd mee want dat fin ik leuk en ren ik er doorheen. Soms doet ze een doos foor mij bewaren waar ik in kan ligge. Maar dit keer zei ze, met Kersemus geen doozen in de huiskaamer, dat komp een andere keer wel weer. We hebbe het ferder heel gezellig gehad.

Wiekent

En nu is het weer een gewoon wiekent, mij best hoor. Frouwtje hep het kersemusboompie opgeruimd, daar is ze raadikaal in. Ze zeg, Kersemus is geweest en we leefe nu toe naar Oud en Nieuw met het fuurwerruk en knallies. We hebbe nog wel lichies hoor en de kaarsen staan er ook nog, dat hoort bij feestdaage. Beneeje staat een oliebollekraam tegen de flat. Die stond er al froeg met Sinneklaas. Frouwtje eet geen oliebolle, die zijn te vet zeg ze en ligt te zwaar op de maag. Soms ruik je de olliebollegeur binne in huis als frouwtje de balkondeur oope hep. Ik ben er niet gek op, ik ruik liefer de viskraam. Die stond er gisteren zellufs ook na de Kersemusdaage.
Frouwtje zeg die man werruk hard en heeft geen Kersemusvaakanzie.

Nu fiere we aan de laatste daage fan dit jaar en doen we mooie herinneringen ophaale. Ik denk aan het foorjaar en de zoomer en hoe keiheet het was. Aan het Groote Weilandfeest wat is geweest, en alle frientjes die ik hep ontmoet, en de leuke bloggen op de Feesboek, maar ook aan frientjes die nu een ster zijn geworden en in Reegeboogland woone.

Ik hoop dat het rustug blijf met knallies op Oudejaarsafond. Ik schrik er wel fan, maar ben niet eg bang. Dat komp ook omdat ik hoog woon, het is ferder weg en die fuurpijle fin ik wel spannend.
Vorig jaar dee ik zellufs niet in het opbergvak acher het bed kruipe, en frouwtje doet ook normaal,
alsof er niks aan de hand is. Dat is het beste zeg ze.

Ik ga afsluiten met jullie allemaal een goede jaarwisseling te wensen liefe frientjes. Blijf feilig binne, dichtbij je frouwtje of baasje,

Dikke knuf fan Belle.

Japie: een feelgood furhaal over een kleine Griekse god

Japie met tante Doortje

Allemiauws, wat een walm. Zodra ze de drempel overstapt, ruik ik het direct. Onmiskenbaar de geur van een rivaal. Eentje met walnoten of misschien zelfs sambaballen. Ik weet dat mijn mens andere katten ontmoet, iedere week weer. Dat heeft ze bedongen, toen ik mijn poot onder haar adoptiepapieren zette. Dat ze blijft zorgen voor dieren zonder thuis. Anders ging het feest niet door. Meestal doet ze dat heel subtiel. Bij thuiskomst heeft ze altijd een andere vacht aan dan waarmee ze eerder op de dag vertrekt. Maar deze keer stinkt haar verschoning alsnog een uur in de wind. Naar een andere kater dus! We moeten nodig miauwen, mijn mens en ik.
Niet veel later zit ze dromerig met een bakkie leut naar buiten te staren, een grote glimlach op haar gezicht. Ze lijkt mij niet te zien, terwijl ik pal aan haar voeten zit. Ze zal toch niet furliefd zijn? Daar moet ik heel gauw een poot voor steken. Ik spring naast haar op de bank waarna ze achteloos begint te aaien. Pas als ik op het punt sta mijn stilleto’s uit te slaan merkt ze me eindelijk op. Poeslief vraagt ze wat er aan de hand is. Dan doe ik mijn boekje open. Over haar vreemdgaan. ‘Het is niet wat je denkt, Japie’, antwoord ze. ‘Dit gaat over een Griekse God. Wil je zijn furhaal horen?’ Schoorpotend geef ik toe dat ik wel meowsgierig ben naar mijn concurrent. Mijn mens begint te vertellen.

Vakantie

Ouzootje net gevonden

Het is hartje zomer als mijn vriendin met haar gezin op vakantie gaat naar een Grieks eiland waar het verzengend heet is. Om koel te blijven vermaken ze zich met plonsen in het zwembad en ijsjes die ze halen in het dorp. Altijd nemen ze het paadje rechtsom hun verblijf. Op hun laatste vakantiedag besluiten ze in een opwelling linksom te lopen. Alsof dat zo moest zijn. Ze keuvelen over de smaak ijs als een van hen plots een geluid opmerkt. ‘Stil eens,’ vermaant ze iedereen, ‘ik hoor iets piepen.’ Eén keer horen ze het allemaal, een heel iel miauwtje en dan blijft het muisstil. Niet veel later vinden ze een kittentje, zo klein dat het makkelijk in hun hand past. Zijn mama is in geen velden of wegen te bekennen. Het kan niet meer op zijn pootjes staan, zo slap is zijn lijfje van honger en dorst. Zijn oogjes zitten dicht door aangekoekte viezigheid. In zijn smoezelige jasje krioelen honderden beestjes. Maar daaronder een zwoegend borstje dat zijn best doet om levenslucht binnen te halen. Ze aarzelen geen seconde. De een snelt naar de supermarkt voor eten, de ander smokkelt het ukje naar de hotelkamer, weer een ander gaat op zoek naar hulp. En zo komt reddingsactie Ouzo in allerijl op gang. Maar waar begin je in een land waar ze anders om gaan met dierenlevens dan je gewend bent?
De kleine van hooguit vijf weken oud is een knokkertje. Met zijn laatste krachten probeert hij iets van eten binnen te krijgen dat ze met het topje van hun pink aan zijn bekje smeren. Een pincet uit de toilettas blijkt perfect om korte metten te maken met het vlooiencircus. Het gezin zet alles op alles om een dierenarts te vinden die bereid is de ieniemienie Ouzo kans te geven. Met de onbetaalbare hulp van een lokale stichting die voor zwerfdieren zorgt, vinden ze er eentje op een halfuur rijden. Terwijl ze wachten op een taxi (want ja, er gaat daar niet zomaar een bus heen), pakken ze snel hun eigen spullen in. De tijd dringt, want hun vliegtuig vertrekt binnen afzienbare tijd. Ademloos luister ik hoe het verder gaat. Mijn hart hamert in mijn borst. Als dit maar goed komt.

Meedogenloos

De dierenarts is meedogenloos. Euthanasie is de enige optie, want wie moet er voor de kleine zorgen als zij terug gaan naar Nederland? ‘Neem hem mee,’ schreeuw ik, ‘neem hem mee!’ ‘Kon dat maar zo makkelijk, Japie,’ zegt mijn mens terwijl ze me kalmeert, ‘je mag niet zomaar een dier meenemen uit een ver land. Daar zijn allerlei regels en wetten voor. Luister maar verder, hoe komt goed. Want daar is het een (waargebeurd!) kerstverhaal voor zoals we ieder jaar vertellen.’ Weer is het de stichting die helpt. Op het eiland is een Nederlands sprekend gastgezin, die de zorg voor Ouzo op zich wil nemen, terwijl ze al voor tientallen zorgen in hun eigen huis zorgen. Na nog een laatste knuffel laten ze hem achter met de belofte dat ze alle kosten op zich nemen en hem zullen adopteren zodra dat mogelijk is.

Furever home

Ouzo viert kerst bij zijn meowe furmilie
Ouzo viert kerst bij zijn meowe furmilie

Na drie maanden van intensieve zorg in het gastgezin is Ouzo sterk genoeg om op eigen poten te staan. Met een poespoort vol internationale stempels stapt de jongeman als handbagage van een bereidwillige toerist mee aan boord van een vliegtuig dat hem naar Amsterdam brengt. Daar staat het voltallige gezin op hem te wachten om hem mee te nemen naar zijn furever home. Opgelucht haal ik adem, tijd om wat te snacken. Als ik weg wil lopen, zegt mijn mens: ‘Het verhaal is nog niet helemaal klaar, Japie. Wil je de rest ook nog horen?’
Ik kruip terug op schoot als ze verder vertelt. In zijn nieuwe huis wonen niet alleen mensen, ook drie katten en een hond. Voordat ze elkaar gaan ontmoeten, moet Ouzo nog één keer naar een Nederlandse dierenarts voor een laatste check. De vreugde slaat om in teleurstelling als die vertelt dat er rare vlekjes in de nog dunne vacht van Ouzo zitten. Die zijn besmettelijk voor de rest van de furmilie. Hij moet in quarantaine. Weken zit hij opgesloten in een kamertje waar hij katzijdank wel bezoek mag ontvangen van zijn personeel mits ze zich in een wit pak hijsen. Hij moet vaak in bad en vieze pillen eten.
Ondanks alles blijft hij vrolijk en lief, weet Mo. Dat vind ik knap van Ouzo. Geen haar op mijn kop die er aan denkt om nat te worden (tenzij het een regenbui is). Ik zou al mijn stiletto’s op scherp zetten als ze dit soort fratsen met me uit willen halen. Die kleine Griek heeft een goed voorbeeld gemist. Hopelijk pakken zijn huisgenoten zijn verdere opleiding goed aan.
Vlak voor Kerst is het eindelijk zo ver. Ouzo krijgt een vrijbrief om los door het huis te mogen rennen om zijn furmilie te ontmoeten, die hem met open poten ontvangt.
‘Is het verhaal nu wel af?’ wil ik weten. Mo knikt instemmend. ‘Maar nu weet ik nog steeds niet wat dit met de walm te maken heeft die om je heen hangt. ’ Dan komt de aap uit de mouw. ‘Dat is omdat ik Ouzo heb mogen ontmoeten.‘ Zolang het maar bij een bezoekje blijft, mopper ik. Jij bent en blijft mijn enige echte Japie, belooft ze. En ze voegt er aan toe: Je kunt niet alle dieren van de wereld redden, maar voor sommige kun je wel een wereld van verschil maken. Zoals ik voor jou heb kunnen doen, Japie, en mijn vriendin voor dit Griekse katertje. Welkom thuis, lieve Ouzo.

Wij wensen al onze furriendjes een veilige jaarwisseling en een meow jaar vol lief en zacht en Saamehorigheid.

Koppie van Japie