🐾 Bliksem en zijn snorharen

Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Mijn man mens zei laatst dat ik grote snorharen had. Hoe komt dat eigenlijk, en heeft elke kater en poes dezelfde snorharen? Of is het toch anders? Ik ga het uitleggen.

Ze zeggen wel eens dat ik bekend sta om mijn vacht, die als nachtfluweel zo zwart is. Maar dat ik vooral bekend sta om mijn abnormaal lange, spierwitte snorharen.
Mijn snorharen fungeren als supergevoelige radars die de luchtstromen en de breedte van alle openingen meten. Soms vallen ze zomaar uit, en ze groeien dan ook weer vanzelf aan. Dat kan wel maanden duren soms.

Baas

In mijn jungle en de poort regeer ik natuurlijk als baas Bliksem. Waar andere katten soms aarzelden, liep ik met opgeheven kop, met mijn witte snorharen trillend door mijn koninkrijk. Ze dienen als een natuurlijke meetlat, dat ik weet: ik kan hier erdoor. Als mijn snorharen een doorgang raakte, wist ik direct of mijn brede zwarte lijf er doorheen past.
Op een avond, toen de mist dik om de jungle hing, wilde ik door een smalle kier in de schuur. Mijn snorharen tikte zachtjes tegen de houten planken. Niet pasbaar, gaven ze door. Ik stuurde mijn lenige lichaam direct de andere kant op, en ik was dankbaar dat mijn luchtradar mij behoede voor een benarde positie.

Roover

Ik begroette Roover, die in de schuur liep met een vriendelijke knik, waarbij ik mijn snorharen trots naar voren stuurde.
Ik zag gelijk dat Roover andere snorharen had. Dat kan dus maar zo. En soms zijn ze kleiner en zitten ze dichter bij elkaar. Volgens mij komt dat door de volgende oorzaken. En die zijn belangrijk:

  • Mijn snorharen zitten diep in mijn huid. Dat hoort zo. Daardoor kan ik en mijn vriendjes en vriendinnetjes, de kleinste verandering in windrichting voelen. En dat is belangrijk, je weet dan waar je heen moet gaan.

Snorharen kunnen zomaar uitvallen en weer aangroeien. Dat gebeurt mij ook wel eens. Dan ligt er ineens een snorhaar op de vensterbank. Dan zijn ze op en komt er weer een nieuwe aan. Dat weet ik nu en is gewoon zo. Dat heet groeien.
Ik weet nu ook dat het soms wel heel lang duurt voordat de nieuwe snorhaar weer is aangegroeid. Dat duurt soms maanden en dat is helemaal niet eng. Het is gewoon zo.

  • Mijn mensen knippen wel eens mijn nagels, maar wat ze nooit mogen knippen bij mij en al mijn vriendjes en vriendinnetjes, zijn mijn snorharen. Als mijn snorharen worden weggeknipt weet ik geeneens meer waar ik moet lopen en waar ik door kan. Dus dat mag nooit.
    Mijn snorharen zitten ook nooit in dezelfde positie. Soms zijn ze heel lang en super breed uitstaand, en soms zitten ze heel mooi recht dicht bij elkaar. Ook dat is gewoon, dat zag ik ook bij Roover. Hoe is dat eigenlijk bij al mijn Facebook vriendjes en vriendinnetjes?

Sein

Mijn snorharen zijn mijn trouwe metgezellen. Ze helpen mij niet alleen met jagen, maar ze beschermen mij ook tegen gevaar, en te kleine ruimtes. Ze geven mij dan het sein: gevaar! Ook diep in de nacht.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Belle beleefde een gezellige Paase

Dag liefe frientjes, het is weer tijd foor de blog. Ik zit foor de aaipet, mijn poote doen nog niets, ik ben aan het denke. Wat hep ik allemaal beleefd, was het druk de laatste weeke of juist rustug en was alles normaal?

Er gebeurt altijd wel wat hier, maar wat is nou eg leuk om over te schrijfe? Ik begin maar bij fandaag en het is Paase. Fanacht dee het keihard woei woei buite. Er was een raam oope in de slaapkamer en dee het dus binne woei woei. Frouwtje lig diep onder het krokussen dekbed en ik er boofe op. Maar dat is te foor mij eg te koud hoor met die woei woei. Ik hep wel een dikke fagt, maar kouwe wind foele daar hou ik nie fan.
Opeens was er een klap op het balkon. Frouwtje dee het raam dicht. Sorry hoor Belle zei ze, ik wis eg nie dat het zo zou gaan stormen. Ik ga ook eefe kijke wat er op het balkon is gebeurd. Er was een groote bak met geele tullupe omgewaaid, en die heeft ze op een andere plek beschut gezet. Zo, nu kunnen we verder slaape Belle zei ze, en dat deeje we.

Zoomertijd

Aan de zoomertijd kunnen we nog nie eg wenne. Frouwtje zeg, zo gek Belle, we zijn froeg wakker en toch is het een uur laater. Ik krijs dus ook nog gewoon op wintertijd om ontbijt, want het duurt mij allemaal te lang. Maar de zoomertijd is ook wel fijn toch want het is s’avonds langer licht. Het is nog wel koud, maar als er meer zon komp dan doe de balkondeur ook langer oope blijfe. En als het keiheet is dag en naght. Dat is feilig, hier komp niemand.We hebbe net Paasontbijt op. Er kwam fan de week speesjaal door mij een Paaspaakket van
Zoeplus. Daar ben ik altijd blij mee en frouwtje zeg het is goed foor jou een ekstra foorraad te hebbe. Ze zorrug goed foor mij. Ik hellup altijd mee de kuipjes in de kast te zetten, zodat ik persies weet waar alles sta. En daarna speel ik altijd met de doos die blijf dan nog een dag staan. Ik doe er in ligge en krabbe en frouwtje doe ook een balletje of een muis gooie in de doos.
Met Paase wil ik geen doos in huis Belle heef frouwtje geseg, dus die is furrfroegd weggedaan. We zitten nu saame gesellig foor de aaipet en frouwtje drink Paaskoffie uit een geele beker. Het is koud buite zeg ze en het doet nog steeds woei woei Belle. We gaan nie in de kou zitte en straks gaat de furrwarming aan. Daar ben ik blij om, dan ga ik in mijn mand op de fensterbank. Dan foel je zo de warrumte door de mand koome.

Furrhaal

Frouwtje had van de week een raar furrhaal. Belle zei ze het is fandaag 1 april en dan houwe mensen elkaar door de gek en doen grapjes maake. Daar snap ik niks fan hoor, het kan mij ook nie scheele maar ik hoor wel haar furrhaale aan.
Belle, achter de flat is een groot grasfeld en daar gaat iets gebeuren zegge ze. Ze zegge dat het grasmaaie feel weeruk is en ze moeten gaan bezuinigen. Het kwam eg nie binne wat ze bedoelde hoor, maar ja. Ze zei, nu willen ze op het grasfeld schaape gaan laate loope en dat die dan het gras opeete en kort houwe. Dan hoeve mensen niet meer met de groote machine het gras te maaie. Stom iedee he Belle geloof jij het, of zou het een 1 april grap zijn?
Nou, ik was inmiddels bijna in slaap gefallen van het stomme furrhaal. Je laat toch geen schaape los op een grasfeld midden in een woonwijk, dee ik denke.
Jij ben furrstandig Belle, want zo denk ik er ook ofer. Stel je foor dat die schaape op de drukke weg gaan loope, of opgejaagd worden door furrvelende mensen die niet fan dieren houwe? Tot op de dag van fandaag zijn er nog geen schaape op het grasfeld, dus frouwtje denk eg dat het een 1 aprilgrap was. Gelukkig maar want anders had ik per ie-meel een klacht ingediend bij de
dierenbescherming. Goed dat die bestaan hoor, want mensen kunnen soms gekke dingen doen met dieren en dat mag nie.

Zon

Frouwtje hep een tweede bakkie koffie ingeschonken en doe ze sjokoolaade eitjes eete. Ik krijg een paar snekkies ekstra omdat het Paase is. Verder doen we alles rustug en genieten we fandaag. We nemen het zoals het komp en alles is goe. Ik zie fanuit de fensterbank dat er een streepie blauwe lucht koome doe en een straaltje zon. Hoe fijn is dat ?!

Zo, dat was weer mijn blog foor deze keer. Liefe frientjes, baasjes en frouwtjes, het ga jullie allemaal heel goe en tot een folgende keer.

Een warrume kopstoot fan,
Belle.

Japie: hoe het nu gaat en hoe ging het toen


Wauw miauw, ik ben overdonderd door zoveel reacties op de ontwikkeling van m’n website. M’n bissniss gaat als een tierelier sinds de muismenukaart online staat. De mailbox stroomt over met bestellingen en sollicitaties. Muisbezorgd kan de vraag amper aan. Om de voorraden op peil te houden zijn extra muizenvangers meer dan welkom. Bij de Binnendienst hebben zich al veel snorhaarders gemeld, maar de ploeg die de klauwen uitsteekt kan zeker uitbreiding gebruiken. Meedoen is heel simpel. Je hoeft enkel je goeie kop te mailen naar japie apenstaartje muisbezorgd punt en el. Het is niet nodig om eerst via Beestboek of purrrsoonlijk aan mijn mens te vragen of je mee mag doen. Stuur gewoon een foto van jezelf naar dit mailadres. Furtel erbij hoe je heet en waar je ambities liggen. Alles is goed, zolang het maar gerelateerd kan worden aan Muisbezorgd. Mijn rechterpoot zorgt er daarna voor dat jouw mooie kop bij het Team komt. (psssst, furriendelijk furzoek van de administratie, om het overzicht te bewaren graag enkel mailtjes naar dit mailadres).

Dwiezeliesje

Omdat we onze poten vol hebben aan het wegwerken van de achterstand in de administratie deze keer een furhaal uit Den Ouden Doosch. Het is nog van de poot van mijn oudtante Dwiezeliesje. Degenen die mijn furmilie al lang volgen, kennen haar uit de furhalen van BBB – Blije Beestenboel als Zusje. In 2014 moest Zusje rond Valentijnsdag afscheid nemen van haar furriendjes met lange oren – Dirk en Juf Nijn – en van haar grote broer Bob. Het huis was opeens akelig leeg. En haar hartje wist het niet meer. De Paashaas stuurde haar een lief kaartje en dat gaf haar hoop. Daar schreef ze destijds dit furhaal over:

Paashaas

Geen glimp van de paashaas. Niet in de achtertuin, waar ik het konijnenhok nauwlettend in de gaten hou. Ook niet aan de voorkant. Regelmatig ren ik daar naartoe om een kijkje te nemen, maar geen enkele pootafdruk van Haas. Kon ik het nog maar eens aan Dirk vragen, of aan Juf Nijn, zij wisten vast hoe ik de paashaas zou kunnen herkennen. Verlangend kijk ik naar de zachtgrijze wolkenpartij. Ergens daar achter, daar zal de Regenboogbrug zijn. Zittend op het dak van het nog altijd lege hok breek ik mijn bolletje over hoe daar te komen, zonder mijn aardse jasje te moeten verlaten. Het gekissebis van een stel mussen haalt me uit mijn overpeinzingen. Opeens heb ik een idee. Als zij nu eens…..

Ik spreek de eerste de beste mus aan en vraag hem op de vogel af op hij voor mij naar de Regenboogbrug wil vliegen om het m’n konijnenvriendjes te vragen. Hij kijkt bedenkelijk, krabt eens achter zijn bruine kopje, overlegt met zijn familie en knikt dan volsnavelig ja. Vol vertrouwen kijk ik de enthousiast tsjilpende troep na tot het laatste stipje niet meer zichtbaar is. Terwijl ik zit te wachten op een teken van leven strijkt meneer Tortel neer op de schutting. Ik nodig hem uit om de restjes van het in allerijl achtergelaten paasontbijt op te peuzelen en vertel hem over het plan. Als hij eindelijk het laatste graantje heeft weggepikt, laat hij weten dat je als levend wezen nooit bij de Regenboogbrug kan komen. Ook niet als je kunt vliegen! Ontgoocheld laat hij me achter.

Regenboogbrug

‘Wat zit je te treuren, kleintje. Is er iets aan de poot?’, hoor ik opeens in mijn oor schreeuwen. Het is Kauw, die dagelijks uit een potje pindakaas komt snoepen. Hoopvol vertel ik hem over de kaart die op de deurmat is gevallen met de groetjes van de paashaas erop; over hoe menslief straalde toen ze de lieve woorden van Haas las en over mijn zoektocht naar de paashaas. Maar ook dat ik niet zo goed weet hoe ik hem kan herkennen, anders dan aan zijn grote oren en mand met eieren. Dan begint Kauw te bulderen van het lachen. Met zijn krassende stem laat hij weten dat de paashaas helemaal niet bestaat. Dat mensen hem hebben bedacht om de lente te vieren. ‘Kijk maar om je heen,’ zegt hij, ‘overal is nieuw leven!’

Ik hef mijn treurende koppie op en inderdaad, nu zie ik het ook. Frisgroen blad wuift mee met de wind, bloesem barst uit de knop, hemelsblauwe vergeet-me-nietjes laten trots hun fragiele bloempjes zien en paps en mams merel vliegen af en aan met wormen om hun kroost groter te laten groeien. Dan breekt de zon door het wolkendek en vuurt vol passie haar stralen richting de aarde. Al van verre hoor ik de mussenfamilie terugkomen. Vanuit de keukendeur strooit mijn mens een handvol voer om de luid kwetterende groep terug welkom te heten. In geuren en kleuren doen ze hun avontuur uit de doeken. De Regenboogbrug hebben ze niet gezien, laten ze weten. ‘Maar,’ voegen ze er in dezelfde ademtocht aan toe, ‘je hoeft helemaal niet zo ver om Dirk en Juf Nijn te ontmoeten. Ze zijn gewoon daar, waar jij met je hart bent. En daar zul je ook de paashaas vinden.’
Was gemiauwd door Dwiezeliesje

Koppie van Japie met een staartzwaai naar alle sterren

Kever heeft een mening over de beste zijn

Aksiefootoo, zien jullie dat ik een tijger ben?!

Forige week kreeg ik van mijn vrienden en vriendinnen ZO een lieve woorden, ze gingen over toen ik kleine Kever was, niemand fond dat raar of stom, niemand zei dat ik maar een grote jongen moest zijn, iedereen wilde me helpen en daar was ik zo blij mee!

Soms is het moeilijk om te zeggen dat je dingen niet kan of niet durft, maar ik probeer het tóch want misschien helpt het iemand, als ik van andere katten lees dat ze bang zijn of iets niet kunnen foel ik dat ik niet alleen ben, en dat find ik fijn om te weeten.

Taalent

Ikzelf kan best heel veel dingen, zo kan ik echt fantasties mooi spieraal speelen, mijn vrouw roept nau dat je dat eigenlijk niet hoort te zeggen van jezelf, maar waarom niet?, ik ben er trots op en ik oefen ook elke nacht, het is een taalent van mij dat ik heb ontdekt toen ik me nog vaak ferstopte onder het bed, ik ben de eerste kat die hier woont die muziek maakt op de spieraal van het bed, dat is toch biesonder?, dat beteekent niet dat ik mezelf beeter find dan anderen hoor, echt niet, zo ben ik niet en ik hau daar ook niet van dus ik ga nooit een patser worden, zeker weeten van niet!

Ik kan ook keigoed tetteren, ik kan de feer fangen, ik kan heel hard over mijn gras rennen, en ik kan knuffelen als de beste, dat zijn allemaal belangrijke dingen en daar ben ik helemaal tefreeden mee.

Maar ik kan ook best veel NIET: ik kan niet klimmen, ik kan niet goed springen, ik ben echt heeeeeel erg bang voor alle mensen die niet mijn mensen zijn, ik durf niet langs de wasmasjien, ik ben bang voor alles wat ik nieuw is, en ik begrijp vaak dingen niet, ik word er wel eens ferdrietig van als ik bijfoorbeeld zie hoe snel Pokon en Juultje zijn en wat ze allemaal kunnen en durfen en doen, terwijl ik er bij sta te kijken en niet snap wat er allemaal gebeurt – dan foel ik me heel klein en onzeeker.

Heppie

Gelukkig krijg ik altijd veel kompliementen van mijn mensen, ze zeggen dat er op de heele weereld geen Kever is die zo lief en grappig is als ik ben, dat ik altijd vriendelijk en netjes ben tegen katten en andere beestjes, en dat ik een Keverzonnetje in huis ben.

Mijn vrouw zei dat niemand beeter is omdat ie meer kan dan een ander, en dat iemand die niet zo veel kan ook niet minder is, dat hoe je je gedraagt veel belangrijker is dan wat je allemaal kunt en hebt, dat we allemaal gelijk zijn, en dat ze trots op me is omdat ik zo lief ben, ze noemde me besch-eiden en vriendelijk, zooo heee ik was er helemaal heppie van!

En daarom ben ik zo blij met jullie als vrienden: omdat we hier op de blog NAAST elkaar staan, niet BOOFEN elkaar, we helpen elkaar, we deelen geluk en ferdriet, en het gaat er niet om wie de beste is, want dat zijn we allemaal Saame!!

***

Ik tetter voor vreede, maakt niet uit hoe lang het noodig is: ik geef het niet op!
Naar iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes, en ik wens jullie allemaal een frolijk Paasen!

Joep mauwt over zijn honderdste blog

Volgens mijn personeel is nul brokjes niks. Dus dan moeten twee nullen wel een hele lege etensbak zijn als ik er zo over nadenk.
Maar wanneer er een één voor die twee nullen staat, dan is het ineens best wel een hele bak vol met brokjes, denk ik dan.

Honderd

Zo gaat dat ook met blogs. Nul blogs is niks, maar honderd blogs, da’s echt wel een heleboel veel verhalen vol letters over heel veel lief en soms ook een beetje leed. Letters die over avonturen gaan, of belevenissen. Of m’n personeel. Of over vragen die me al bezighielden vanaf dat ik een beebiekittenkatertje was tot aan vandaag, nu ik een volwassen katermans ben geworden en m’n honderdste blog voor jullie mag gaan mauwen.
Nou ben ik niet van plan om vandaag al die voorgaande negenennegentig verhalen uit de sloot te halen, want jullie kunnen alles tot aan nu zelf op de saait van Saame.nl terug vinden. En mocht je die pagina’s nog nooit gezien hebben dan kan ik je aanraden om daar echt ‘s te gaan kijken, want elke dag staat er weer een nieuw verhaal op van één van m’n katlega-bloggers. En ik kan je furzekeren dat dat goed is voor urenlang leesplezier.

Keuken

Nee, ik dacht dat het misschien wel ‘s leuk zou zijn om een kijkje in de keuken te geven over hoe ik mijn blogs maak. En dat is bijna letterlijk in de keuken, want de eettafel waar ik wekelijks m’n verhaal aan mauw staat dan wel in de woonkamer, maar daar zit geen muur tussen. M’n personeel noemt dat een open keuken, maar je kunt het eigenlijk net zo goed een open woonkamer noemen. M’n huis is niet zo heel erg groot, maar ik ben heel erg blij met die grote woonkeuken. Of is het eigenlijk toch de keukenkamer?
Hoe dan ook, ik heb vanaf diverse plekjes een heel mooi overzicht van wat er allemaal in die ruimte gebeurd. Al hoor ik zelfs als ik aan de andere kant van m’n huis op ‘t grote bed lig wanneer m’n voorraadkast open gaat, of wanneer er een blikje of een zakje of een kuipje of m’n snektrommel geopend wordt. Want ik hoor alles.

Leptop

Maar, ik dwaal af. Terug naar m’n verhaal.
M’n blogs mauw ik door aan Junior, en die vertaalt het dan weer naar tweebenertaal, zodat jullie personeel dat dan weer voor kan lezen. Want je zult, net als ik, die tweebenertaal ook echt wel snappen, maar om het allemaal zelf te schrijven, daar heb ik gewoon geen tijd voor.
Dus dat doen we altijd saame, ook al omdat de vingers van Junior veel beter op de toetsen van de leptop passen dan mijn eigen poten. En waar heb je anders personeel voor, toch?
Meestal zit ik naast de leptop op de eettafel en kijk dan mee hoe de letters op het beeldscherm komen. Maar soms mauw ik m’n verhaal ook vanaf de bank, die naast de eettafel staat. Of als ik echt lui ben, lekker vanuit de vensterbank. Dan kan ik gelijk in de gaten houden wat er in m’n tuin, op ‘t achterpad of in ‘t weiland gebeurt.

Furtrouwen

Maar soms zijn er van die dagen dat ik geen idee heb waar ik het in m’n blog over wil hebben. Dan is ‘t niet dat ik in de week ervoor helemaal niks meegemaakt heb, want voor een huis- tuin- en weilandkater als ik valt er altijd wel wat te beleven. Nee, het gaat er dan om dat ik thuis niet alles hoef te vertellen wat ik doe als ik buiten ben, of wat ik denk wanneer ik ergens in huis lig te dutten. Want ik hoef ook niet alles te weten van wat mijn personeel doet wanneer ik op ‘t huis blijf passen. Niet dat we geheimen hebben voor elkaar, maar we respekteren hier in huis elkaars praivesie. Ik heb m’n eigen negen levens, en zij hun ene. Da’s een kwestie van elkaar furtrouwen dat we voorzichtig zijn, niet met verkeerde vrienden omgaan en altijd weer heelhuids thuiskomen.

Wanneer ik dan uiteindelijk toch nog gemauwd heb over wat ik kwijt wil dan leest Junior het hele verhaal nog ‘s aan me voor. Soms volg ik dat niet meer helemaal, omdat ze een zin dan net weer iets anders wil neerzetten, of ergens nog een komma wil plaatsen of juist weg wil halen. Ik zit dan geduldig te wachten totdat ze eindelijk klaar is, want meestal heeft ze ook nog ‘s te veel letters in de blog staan. En dan moeten we gaan schrappen voordat m’n blog doorgestuurd kan worden naar Ollie en zijn vrouw.
Daarna gaan Junior en ik foto’s voor in de blog uitzoeken, en dat is altijd leuk. Soms, als ik over vroeger gemauwd heb, moet Junior heel ver terug in m’n archief om de beste foto erbij te zoeken, en dan neem ik zelf even de tijd om wat te knabbelen of te drinken, of naar buiten te gaan om de poten te strekken of juist even een dutje te doen. Want ik weet dat er toch geen foto naar Ollie en z’n vrouw wordt doorgestuurd voordat ik ze goedgekeurd heb.

Snekkies

Nu deze honderdste blog alweer bijna klaar is, ga ik toch even inspecteren of er misschien honderd brokjes in m’n etensbak liggen. Of dat er al wel honderd snekkies in m’n snoeptoren zitten.
En misschien trakteer ik m’n personeel vanavond voor ‘t diner zelfs wel op een blikje kip met kaas uit m’n eigen voorraadkast.
Want honderd blogs, dat moet hier thuis natuurlijk wel gevierd worden omdat we dat saame toch maar weer gedaan hebben.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep.