Het luik kleppert een vrolijk melodietje achter me. Dat klinkt net zo enthousiast als ik me voel. Mijn hoofd tuimelt van de energie iedere keer als ik de purrrfecte ingevingen van m’n katlega’s lees. Al mijn furriends helpen mee om Muisbezorgd op de kaart te zetten.
Het markatingteam oppert bijvoorbeeld een happig muismenu, de muiskrokat, een muizige katsalon en een furrukkullukke cock o mouse. Loopt het water je al in de bek? Wat te denken van gemarineerde gyrosmuis (voorstel van onze teamleden met Griekse roots) of de spectaculaire spacemouse (naar aanleiding van de recente reis om de maan). Ik wil het allemaal op de muismenukaart laten zetten door mijn rechterpoot. Zoals jullie weten gaat die minder snel dan de ideeën borrelen.
Furbinding
Toen ik aan dit project begon, dat al jaren door mijn kop ging, had ik niet kunnen bedenken dat we het Saame zouden doen. Het zorgt voor een furbinding die het mensenbrein te boven gaat. Van tante Cato heb ik wel eens gehoord dat zoiets ook gebeurde in de tijd dat oudoom Bob furhalen in de lokale krant miauwde.
Toen hij over de regenboogbrug ging, gebeurde er iets wonderlijks. Na het opdrogen van zijn laatste letters kwamen er brieven uit het hele land. Van Groningen tot Maastricht, van Vlissingen tot Den Helder. Hoe kon het dat de blog van Bob door heel Nederland bekend was, terwijl de krant alleen op deurmatten viel in Hellevoetsluis en social media nog in de kinderschoenen stond. In de meelevende berichtjes die ze ontving, stond bijvoorbeeld dat een oma de purrichtjes altijd uitknipte en opstuurde in een envelop naar haar kleindochter. Een mevrouw las ze door de telefoon voor aan een zieke vriendin. Weer een ander scande de krant en stuurde ze per mail op naar iedereen die het ook lezen wilde. In het bejaardentehuis was het vaste prik bij het koffierondje.
De variaties waren eindeloos. Zo bleek een in haar beleving ogenschijnlijk simpel verhaaltje in de lokale krant een wonderlijk web te spinnen tussen mensen. Het ontroerde haar tot in het diepst van het hart. Daarna zette ze voorzichtige schreden op Beestboek. Onlangs was dat twaalf jaar geleden. Beestboek weet zulke dingen en herinnert je daar iedere dag aan.
Beestboek
Hoogste tijd voor de bissniss. Ik sjees de trap op om Mo aan te sporen verder te gaan met de website. Zoals al een paar dagen tref ik haar met een bleek gezicht en waterige ogen achter het scherm. De herinneringen van Beestboek zijn leuk, maar soms ook pijnlijk. Ze laten de ontwikkeling haarfijn zien. Die wisselt al weken tussen het ziekteproces van mijn broer Foppe en oudoom Sjaak. Een stoere kater in een roodwitte jas die transformeerde v
an een verstoten straatschoffie zonder toekomst in een geliefde pursonality met een eigen thuis. Hij miauwde al over Muisbezorgd. Weten jullie dat nog?
De dag dat hij over de Regenboogbrug ging komt er bijna aan.
Mo vindt dat nog altijd moeilijk om terug te lezen. Al is het (al of is het pas?) zes jaar geleden het voelt als de dag van gisteren. Daarnaast voelt ze het verdriet van de mensen die de afgelopen tijd onverwacht afscheid moesten nemen van hun lieve trouwe vierpoters. Ook dat staat allemaal op Beestboek. Bij het lezen van iedere letter en alle spaties daartussen is het pijnlijke verdriet van die ander zo intens voelbaar. Wetende dat er geen eindtijd zit aan rouw.
Want dieren nemen allemaal een stukje van je hart mee en die wond krijgt wel een korstje maar schiet heel makkelijk weer open.
Feest
Vandaag, de dag dat mijn furhaal op de blog komt van Ollie is het Dodenherdenking. Morgen is het Bevrijdingsdag. Verdriet en vreugde tegelijkertijd, naast elkaar, poot in poot, dwars door alles heen. Zo gaat het morgen ook hier.
Feest omdat Foppe zijn elfde furjaardag mag vieren. Hij blijft ons verbazen. Het ene moment slobbert zijn mottige jas. Dan weer zit hij strak in het pak en is het alsof zijn smoking net van de stomerij komt. Verdriet om oom Sjakie die daags na het feest van Foppe een enkele reis naar Regenboogland maakte. Zeker weten dat hij het daar groots viert met alle furriendjes die onlangs over dezelfde brug wandelden. We lachen door onze tranen heen en voelen dat we niet alleen zijn. Zouden we de kleuren van de regenboog kunnen zien als de zon door onze tranen heen schijnt?
Ik stuur kopjes vol troost naar iedereen die iemand mist, ook namens mijn furmilie.
Koppie van Japie
Van mezelf ben ik niet heel druk, ik ben meer een fieseloofies ingestelde katerman die nadenkt over het leefen, de weereld en hoe ik meer eeten kan krijgen, dat laatste is belangrijk omdat ik elke dag minder krijg dan ik zau willen en veel minder dan ik noodig heb, mijn vrouw zegt dat dat niet waar is, folgens haar zau ik dan niet te dik zijn, maar wie is er hier nau te dik?!, ik niet in ieder gefal!
bang dat ik dan stiekum terug werd gebracht naar het aasiel, en toch was ik na twee weeken een kieloo ronder geworden, mijn mensen snapten er niks van, en ik ook niet want ik dacht er niet eens over na, ik wilde alleen maar eeten en aandagt, en als ik dan aandagt kreeg moest ik bijten of krabben.
Niet netjes
Wat een week was het weer… Eindelijk lente, er zwemmen alweer kleine eendjes in de sloot naast m’n achterpad, en in een weiland verderop heb ik een heleboel kleine beebieschaapjes zien stuiteren, maar daar blijf ik toch liever uit de buurt.
geworden, maar die heb ik nog nooit ontmoet. En heel eerlijk gemauwd, ik zat daar ook helemaal niet op te wachten.
Nadat m’n temperatuur was gecontroleerd vond ik het tijd om even een wandelingetje door de onderzoekskamer te maken terwijl m’n gegevens in de leptop gezet werden. Nou, er was genoeg te zien en te snuffelen, al kon ik niet overal bij. Maar dat komt de volgende keer wel, want volgende maand heb ik alweer een tweede date staan omdat het dan tijd is voor de spuit die ik als huis- tuin- en weilandkater elk jaar krijg.
Als binnenjongen heb ik mijn fastigheid dus dat ik weet hoe is het huis en hoe is de dag en wat gebeurt er. Hier gaat alles elke dag hetzelfde alleen ik weet elke dag hoe heet deze dag, is het gaapdag en is het wiekent. Dat is mijn baasis.
Miauw lieve allemaal, het zal geen van onze furriendjes ontgaan zijn. Deze week hadden we een speciale dag. Heel Nederland kleurde oranje. Er werd feest gevierd zelfs tot achter de regenboogbrug, en hoe.
naar zijn wang. Met een paar zachte tikjes er tegenaan kreeg ik hem wakker. Slaapdronken begon ik meteen over de lessen van Willem te tetteren en miauwde over de dag van de Koning. ‘Wat een timing, kleintje’ geeuwde mijn mensenbroer. ‘Was Willem uitgerekend vandaag in jouw droom?’ Geen idee wat hij nou purrcies bedoelde. Ik sprong in de vensterbank van de slaapkamer om wat anders te gaan doen en zag iets wat me vaag bekend voor kwam. Allemaal tweevoeters, furkleed in oranje. Rijen met rood-wit-blauwe kraampjes en er speelde ergens al Nederlandstalige muziek. ‘Leve de Koning!’ schreeuwden de letters op de gevel van het buurtcafé. Purrcies de kreet die ook in mijn droom voor kwam. Zou het weer die tijd zijn voor dat ene feest waarvan Willem altijd miauwde dat het iets met hem te maken had. Of heeft?”
veld kwam de geur van gefrituurde snackies je tegemoet. Ondanks dat het steeds drukker werd, viel er plotseling een stilte. Alleen het geknetter van de frituur was nog te horen. Alle koppen draaiden om. Lege bekertjes stuiterden op de grond, de menigte schoof uiteen en maakte plek in het midden. Op een hoge troon furscheen hij, Willem. Waarop de katermannen weer miauwden: “leve de Koning!” Willem zwaaide terug met zijn staart en miauwde: ‘de barbeque is geopend! Mrrrauw’, om daarna uit de hoge mand te springen en mee te doen met het feest. Ook al moeten wij Willem hier beneden missen, regenboogland is een Koning rijker.”