Belle over lichten en foorjaarsbloeme

Dag liefe frientjes, het is weer mijn beurt om een mooie blog te schrijfe. Wat hep ik allemaal meegemaak deze keer?

Kwalletie-time

Ten eerste doen jullie mij misschien missen op de Feesboekpaagina van Huiskater Bert/Ollie. Frouwtje hep geseg, Belle in het nieuwe jaar doen sommige mensen het anders dan dat ze vorige jaar deeje.
Ik dacht wat zullen we nou krijge, wij katten houwe helemaal niet van anders doen en furranderingen. Wij willen reegelmaat! Nee, zei frouwtje dit noem je goede foorneemens en die doe je in januari en het is de kunst om dat het heele jaar fol te houwe. Gaan we kunstjes doen froeg ik? Nee zei ze zo noem je dat, het gaat erom dat je goede foorneemens folhouwe doe. We gaat meer tijd besteeden saame Belle. Dat deeje we al, met de aaipet op schoot, maar dat gaan we nu nie meer zo feel doen de heele tijd. Ik ga minder op de aaipet zei frouwtje. Jij mag op de aaipet wanneer jij wil, maar frouwtje ga niet meer zo feel reejageeren op de Feesboek iedere dag. Nou, als frouwtje dat nie meer doe, dan doe ik dat ook nie meer iedere dag.
Ik vind het een goed besluit. Zonder de heele dag Feesboek hebbe we meer kwalletie-time zeg frouwtje, en ik merk het nu ook. We doen meer treene en zo en ik vind het een fijne furrandering in het nieuwe jaar. Een goed foorneeme dus, en ik doe mee. We leese wel iedere dag hoor op de Feesboek eefe. We willen natuurlijk wel weete hoe het met jullie gaat liefe frientjes, maar daarna gaat de aaipet uit. Er zijn nog zofeel andere leuke dingen te doen in het leefe Belle zeg ze, en dat gaan wij doen.

Kursus

Nou, gisteren wat frouwtje toch sjaagaarijnig. Niet op mij hoor, maar op de aaipet. Ze zei forige week al, Belle het internet valt soms uit, en dan kan je niet op de aaipet, die doe het dan nie. Dan moet je eefe wachten totdat het weer werrukt. Wij hebbe een foorneeme Belle dat we niet meer zo feel oo de aaipet zitten, maar soms Belle hep je het egt nodig, omdat er iets belangerijks op is. Frouwtje doe soms studeere op de aaipet. Dan is er een mefrouw of een meneer en die gaat dan dingen op de aaipet zeggen teege frouwtje, en dat noem ze studeren.
Ik snap er niet zofeel van, maar ik laat frouwtje dat maar doen. Gsiteren zat ze dus s’middags foor de aaipet met pen en papier, en ik zat midden op de taafel. Ik wilde toch wel eefe meekijke wat er allemaal te zien was.
Nou er was een mefrouw en die ging dingen uitlegge, en toen ineens was die mefrouw weg. Het internet valt uit Belle. Soms is dat wel meer in het wiekent, maar nu onder de kursus mag da nie zei ze. Nou de aaipet ging uit en aan en toen weer een hele tijd uit. Inmiddels was ik fan de taafel gespronge en riep frouwtje, ik kap er mee, dat stomme internet, nou kan ik de kursus niet folluge.
Boos dat ze was en sjagarijnig! Schreeuwen dee ze niet hoor, maar ze klapte keihard met de keukenkastjes en ik dacht nu ga ik maar eefe naar de slaapkamer in het opbergvak achter het bed ligge.
Nou, na een poosje riep ze Belle, kom je foor de dag, we gaan sjokolaademelluk maake en jij krijg een paar lekkere snekkies. Ik hoorde al dat ze dee met het doosje rammelen en toen kwam ik hoor. Toen ginge saame we lekker op de bank zitten. Ze zei ik was boos op de aaipet en dat is nu oofer Belle. Ik ga niet meer met de keukenkastjes klappen hoor en je hief niet meer te schrikken fan mij. Toen was alles weer goed en kon ik mij ontspanne.

Noordpool

Fan de week was er nog wat, een groot spektakel zoals dat heet. Iets moois in de lugt wat nie feel foorkomt zeg frouwtje. Ik hep jullie weleens furrtelt dat frouwtje op de Noordpool heeft gewoond in Noorwegen met de zwart-witte Timmie en de rooie Dikkie. Die liepen daar zo ofer het gladde ijs en sprongen in de sneeuw.

Frouwtje doet mij soms furrhaale fertelle dat op de Noordpool de heele zomer de de zon bleef schijne in de nacht, en dat het in de winter de heele dag donker was.
Gek he, dat kan je toch nie geloofe. Ze zeg dan ook dat er in de winter in de lucht iets moois beweege doe. Nee het is geen foogel, het lijkt op fuurpijle, maar dat is het niet. Het is een furrschijnsel in de lucht Belle op de Noordpool en het hep groene kleuren en soms roze en rood en geel zellufs. De Timmie en de Dikkie hadden een mooie uitkijkplaats op de steenkouwe zolder.
Daar keeke ze dan naar buiten naar die groene en roze streepe in de lucht en deeje ze soms ook beweege, als een soort gordijn. Dat heet noorderlicht Belle en dat is heel biesonder om te zien. Frouwtje liep dan in een warrum termopak naar buiten en dan ging ze midden in de kou en sneeuw languit in de tuinstoel ligge om te noorderlicht te zien. En als haar wangen dan gingen befriesen van de kou, dan ging ze weer naar binne. Frouwtje furrtelt mij vaak over haar leefe op de
Noordpool saame met de Timmie en de Dikkie.
Ik fin die furrhaale mooi en probeer mij foor te stellen hoe het daar is. Maar toen ik een paar weeke gelee met mijn poote in de sneeuw eefe op het balkon liep, was ik in no time weer binnen.
Wat was dat koud zeg en raar aan mijn poote.

Noorderlicht

Maar fan de week liep frouwtje s’avonds al een paar keer onrustug heen en weer. Ik lag lekker te slaape in mijn warrume mand in de fensterbank. Belle je moet ook oplette en goed naar buite kijke zei ze. Je weet dat ik furrhaale hep furrteld oofer de Noordpool en dat daar noorderlicht was in de winter, die mooie groene en roze beweegende streepe in de lugt. Nou is dat hier nu ook Belle en we moete goed kijke of we het ook kunne zien fanaf het balkon.
Ik kom nie uit mijn mand dacht ik en iedere keer op het kouwe balkon naar de lugt kijke doe ik ook niet dacht ik. Hep er geen zin in zo laat nog, ik wil rustug slaape. Maar daar kwam nie so feel van want iedee keer ging de balkondeur oope en dicht en kwam er toch een kou naar binne, dat geloof je nie.
Misschien zien we het Belle en het is mooi. Het lijkt op fuurwerrukpijle, alleen maake ze niet die keiharde herrie, nee het noorderlicht is stil. Nou werd ik toch wel een beetje nieuwsgierig en ging rechtop zitte in mijn mand. Weer ging die balkondeur oope en dit keer liep ze met een kaameraa heen en weer.
Jaaah Belle, er is noorderlicht te zien, je moet goed kijke naar de lucht en dan zie je het ook. Ik strekte mij eens goed uit en toen ineens zag ik in de lucht allemaal goene en roze streepe en ze deeje ook beweege. Ik zat te wachten op harde knallies, maar die kwaame nie.
Dat doen alleen fuurpijle Belle, dit is noorderlicht. Nou, frouwtje heef nog lang op het balkon gestaan met die kaameraa. Het was al heel laat toen ze naar binnenkwam. Ze zei, ik heb heele mooie footo’s gemaak. En ga jij ook maar in de blog schrijfe oofer het mooie noorderlicht in Neederland. Nou, dat doe ik dus nu, ik fon het naameluk heel mooi om te zien. Misschien hebbe jullie liefe frientjes het noorderlicht ook wel gezien van de week? Nou we doe maar afwagten wanneer het nog een keer komp.

Foorjaar

Hier beneeje aan de flat heb ik nog geen foorjaarsbloeme gezien en zijn de boome kaal. Maar frouwtje zeg dat er langs de weg geele bloemen bloeie en in het parruk mooie sneeuwklokjes.
Dat betekent Belle dat het nog wel winter is, maar dat het foorjaar er aan komp.
Ik merruk zellfuf dat het s’morgens al een beetje lichter is en dan ga ik miauwen want dan ik wil ontbijt. Het Kersemusserfies staat hier nog steeds op tafel, maar frouwtje heeft ook hiejaasinten op taafel staan, en die ruike lekker fin ik. Maar als ze te sterruk gaan ruike zet frouwtje ze op het balkon en kunnen we er ook naar kijke.
Ik hoop dat het verder allemaal goed ga met jullie liefe frientjes en tot de folgende keer, baaj baaj!

Warme kopstoot,
Belle.

Japie: zijn er twee Japie’s?

Op de uitkijk

Wauw miauw, allerliefste furrienden, jullie dachten massaal mee na mijn furhaal waarin ik mijn zorgen uitte over Muisbezorgd. Katlega’s uit de wijde omtrek en ver daarbuiten staan in de startblokken om in de lente aan de slag te gaan.
Ze helpen niet alleen zelf mee, ze vragen ook hulptroepen. Buurtpoezels worden ingezet, zodra de tijd rijp is. Er is een cursuscentrum in oprichting waar katspiranten de fijne kneepjes van het vak in de poten kunnen krijgen. En Ollie – de master van de blogs himself – heeft kattastische tips gegeven. Ik slaap met een gerust hart, onder een heerlijk, warme deken vol poesitiviteit die jullie met zijn allen over me heen hebben gelegd. Het is niet zo dat ik nu op mijn lauweren kan gaan rusten. Ik leg uit waarom.

Mo doet raar

Alles lijkt weer normaal. De sneeuw is weg. Mo gaat naar het werk. Tijd om te dutten, net zoals mijn broer en tante. Ik droom mooie dromen over Muisbezorgd en over de uitwerking van alle plannen. Met het opleidingscentrum, met katvertenties, met hulp van al mijn toffe katlega’s en furrienden. En misschien wel met een eigen website. Daar ga ik zelf eerst een studie naar doen. Het is al bijna donker als ik mijn naam hoor. Het is mijn mens die roept dat ik uit de tuin van de buren moet komen. Ik snap niet dat wat ze daar doet. Weet ze dan niet dat ik prinsheerlijk bij de kachel lig te ronken?
De dag erna ben ik diep in slaap als Mo thuis komt. Ze is hoogst verbaasd om me te zien. ‘Jij was net toch buiten, Japie?! Ik zag je onder de struiken vandaan rennen en de hoek om vliegen. Je oren deden het niet toen ik je riep.‘ Slaapdronken laat ik haar weten dat er niks mis is met mijn oren en dat ze haar bril moet oppoetsen. Dan had ze gezien dat ik het niet was, want ik was al die tijd hier.

Zorgen om Mo

Een dag later lig ik in de vensterbank als Mo aan komt fietsen. Een purrrfecte plek om alles in de smiezen te houden. Ik zie hoe een vaag type onder de struiken vandaan komt en razendsnel richting een met dichte klimop begroeide muur sprint. Eén keer knipperen met m’n ogen en de ragebol is uit het zicht verdwenen. Als mijn mens maar niet gezien heeft waar die vreemde op vier poten de muur door ging. Dan komt mijn geheime ingang aan het licht. ‘Japie, Japie,’ roept mijn mens, ‘ga je mee naar huis?’ Mijn mens trekt wit weg als ik haar in de gang enthousiast begroet. Ze snapt er niks van. Eerlijk gemiauwd, ik ook niet. Moet ik me zorgen gaan maken om Mo?
Weer een dag later, hetzelfde ritueel. Ik moet weten wat hier aan de poot is. Als alle lampen uit zijn, kom ik in actie. Door de geheime ingang sluip ik de tuin in die ik op mijn pootje ken. Het is de tuin van Berdus, mijn toffe furriend met wie ik zoveel avonturen heb beleefd. Voor ik verder op onderzoek ga, klauter ik de muur op om naar hem te zwaaien, zoals ik ieder donker doe. Zijn fonkelende ster danst Saame met heel veel andere, die zo gemist worden op aarde. Hij wijst dat ik achter me moet kijken, naar het raam. Ik schrik me duizenden muizenstaarten in de rondte. Want daar achter het glas zit iemand die veel – wat miauw ik – heeeeeel veel op mij lijkt. Het is alsof ik mezelf zie zitten.

Een extra jaap

De dag erna sta ik oog in oog met mijn look-a-like. We zijn als twee druppels water. Met dat verschil dat mijn dubbelganger een piepklein wit vlekje op de borst heeft. Laat ik het netjes miauwen, onze kennismaking verloopt niet echt soepel. Als Mo terug komt van brokken verdienen, hoor ik haar niet roepen. Die boodschap heb ik mijn nieuwe buur wel duidelijk kunnen maken. Alleen flauw dat ik er een flinke hijs voor terug kreeg. Nu heb ik een gleuf op mijn kop. Zo eentje als in een spaarpot. Waar zal ik eens voor gaan sparen?

Koppie van Japie (met een jaap)

Kever heeft een mening over knuffelen zoals het hoort

Omdat het buiten nog steeds frips is ben ik vaak binnen in mijn huis, daardoor heb ik ekstraa veel tijd om te knuffelen, en nau wil ik een keertje uitleggen HOE ik knuffel, want elke kat doet dat weer anders, je hebt katten die tegen hun mensen aan kruipen of die op schoot komen, zo waren Popje en Molly die hier froeger woonden, en je hebt katten die wel knuffels willen maar niet al te veel, zo was Grote Beer die hier SAAME met Popje en Mol woonde.

Gereserfeerd

Er zijn ook ook katten die graag knuffels willen maar dan anders, zo was Bolle en zo ben ik ook, mijn vrouw heeft ergens geleezen dat dat komt omdat Bolle en ik allebei voor het grootste deel brits kortharen zijn, die zijn graag bij hun mensen in de buurt maar ze zijn gereserfeerd, dat betekent foorzichtig en een beetje ferleegen, er stond ook nog iets over erg rustig zijn en snel dik worden, maar dat ben ik meteen fergeeten, en ik denk ook niet dat dat waar is – kijk maar naar Bolle en mij.

Toen ik net bij mijn mensen woonde moest ik knuffelen nog leeren, ik fond het wel fijn maar ik ging er ook van bijten en krabben, na fijf jaaren ben ik er natuurlijk al lang aan gewend en folgens mijn vrouw heb ik nu nog maar twee standen: slaapen of knuffelen, dat klopt en dat is toch loogies?, als ik wakker ben wil ik aandagt, wat moet ik anders doen?, mijn vrouw roept nau iets van naar buiten kijken, een voerpuzzel maken, een beetje spelen maar dat zijn dingen die ik niet durf of niet snap, ik heb bijfoorbeeld een paar keer naar buiten gekeeken, zooo heee er liepen mensen foorbij en er stond een outoo, het was kei eng, dat doe ik dus niet nog een keer!

Als ik wil knuffelen ga ik naar mijn mensen, zet mijn toeter aan en loop dan meestal naar mijn krabkartonnen, daar ga ik liggen (soms lig ik gewoon op de floerbedekking, dat kan ook), en ik wacht tot mijn mensen naar me toe komen, dat doen ze gelukkig bijna altijd maar fooral mijn vrouw probeert nog wel eens of ik naar haar toe kom als ik toeter voor knuffels, dat doe ik niet want HET HOORT NIET!!

Oferal en alles

Met knuffelen mag ALLES van mij, mijn mensen mogen me oferal aaien en kusjes geefen, en ik geef ook kusjes terug, en likjes, bij mijn vrouw was ik haar haaren of haar gezicht, bij mijn man lik ik aan zijn neus, ik wrijf altijd mijn hoofd tegen mijn mensen aan, en als ik helemaal heppie ben ga ik op mijn rug liggen, in de armen van mijn vrouw.

Hoezo geen tijd om NU te knuffelen?

Het allerallerallerfijnste find ik het als allebei mijn mensen me tegelijk knuffelen, dan moet ik zo hard brommen dat ik me wel eens ferslik, maar dat geeft niets, we gaan gewoon door, knuffelen word mij nooit tefeel en ik find het jammer dat ik tussendoor moet slaapen, of dat mijn mensen soms slaapen, of dat ze er efentjes niet zijn, of dat ze geen tijd hebben, nau ja!!, hoe KAN zoiets, ik heb toch ook altijd tijd om te knuffelen?, als ik knuffels wil is het dringend, want ik ben toch Kever!!

****

Ik tetter tussendoor weer KEIHARD voor vreede, voor iedereen die meedoet dankjulliewel!!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep kijkt uit naar het voorjaar

Zoals veel van mijn vrienden hier begin ik echt alweer uit te kijken naar ‘t voorjaar. Niet dat ik een winterdipje ofzo heb, maar ik heb ‘t gewoon niet zo op dat kouwe weer buiten. En hoe ouderder ik word, des te meer begin ik van warmte te houden.

Wachten

Ik ben tenslotte ook als een voorjaarsbeebiekitten geboren, en tegen de tijd dat ik op mezelf ging wonen was ‘t alweer zomer en lekker warm zo achter glas in de vensterbank. Want ik moest toen nog tot het eind van de winter daarop wachten voordat ik echt kon voelen hoe het buiten was, omdat ik van m’n personeel nog niet helemaal alleen over straat mocht. Ze vonden één rood-witte jonge katermans meer dan genoeg in de wijk en m’n zakgeld was toen ook nog veuls te weinig om een eigen gezin van te kunnen onderhouden.
Daar kwam dan ook nog ‘s bij dat ik eigenlijk niet zat te wachten op nakomelingen die ‘pappa’ tegen me zouden mauwen. Want ik had al heel jong besloten dat ik, als ik later groot zou zijn, een vrije katermans wilde worden. En profpootballer in het Nationaal Pootbalelftal, maar trouwe lezers en toehoorders van m’n blog weten inmiddels al wel dat zo’n elftal helemaal niet lijkt te bestaan.

Verschillen

Toch vraag ik me nog steeds wel ‘s af of beebiekittens die in de winter geboren zijn dan wel van koud weer houden. Misschien moet ik ‘s proberen om daar achter te komen, want nu ik veel binnen ben en in m’n vensterbank of op ‘t grote bed tussen het dutten door lig te mijmeren, komen er allerlei vragen in m’n kop op waar ik het antwoord niet zo snel op weet. Zoals hoe m’n eten zo netjes in een blikje, een zakje of een kuipje terecht komt. Of waarom tweebeners ‘s nachts niet gewoon lekker mee naar buiten gaan in plaats van met hun ogen dicht bomen te zagen in een groot bed onder een dekentje. Of waarom ik maar één jas heb die ik niet eens kan uittrekken, terwijl m’n personeel er elke dag weer anders uitziet.
Niet dat ik ontevreden ben over m’n jas, integendeel zelfs. Maar het valt me gewoon steeds vaker op dat m’n personeel en andere tweebeners best veel verschillen van mij en de buurtkatten.

Personeel

Terwijl ik m’n gedachten zo hardop voor me uit mauw, zie ik dat m’n personeel zit te denken. Er is nog zoveel dat ik als katermans niet begrijp, maar zij weten de antwoorden dus ook niet. Nou ja, behalve dan over m’n eten, want daar weet de leptop wel een oplossing voor als de juiste letters worden ingetikt. Maar de rest lijkt gewoon een gefoel te zijn. Want hoewel m’n personeel en ik niet in alles hetzelfde zijn, weet ik zeker dat ik van hullie hou en zij van mij. En dat het ons eigenlijk helemaal niks uitmaakt dat de buitenkant en de gewoontes die we hebben zoveel van elkaar verschilt, zolang we aan de binnenkant hetzelfde foelen.
Want mauw nou eerlijk, stel je voor dat je eigen personeel met je mee op jacht zou gaan naar muizen en mollen. Daar zou dan toch helemaal niks van terecht komen, want dat kunnen ze gewoon niet zelf. Net zo min als dat ik de blikjes, zakjes of kuipjes uit m’n voorraadkast kan pakken en zelf netjes in m’n etensbak krijg. Zo hebben we allebei onze eigen dingen en dat is eigenlijk maar goed ook. Want als iedereen hetzelfde zou kunnen zou het best een hele saaie boel worden.

Vensterbank

Daarom ben ik heel blij dat m’n personeel ook niet elke dag bij me in de vensterbank ligt. Daar zijn ze namelijk veuls te groot voor, en ze zouden niet alleen zichzelf maar ook mij al snel gaan vervelen. En dan kan ik m’n werk niet goed doen, want ik heb de hele afgelopen week elke dag wel een paar uur heel serieus parkeerplaatscontrole gedaan. Omdat ik ‘t buiten gewoon te koud vond en het heerlijk ligt zo boven dat warme ribbelding, heb ik lekker vanuit huis gewerkt. En daar had ik ‘t best druk mee hoor, want ik heb heel veel tweebeners met blaffers voorbij zien wandelen, en tweebeners in hun brommende blikken zien komen en gaan. Inmiddels weet ik precies welk blik bij welke tweebener hoort, al blijft het altijd wel een verrassing wat ze bij zich hebben. Soms een tas, soms een doos, soms allebei. Maar zolang ze mijn deur voorbij lopen ben ik eigenlijk helemaal niet meer nieuwsgierig naar wat daar allemaal in zit, want als ‘t belangrijk genoeg is dan hoor ik dat ‘s nachts altijd wel van van m’n buurkatten, als we elkaar weer tegenkomen.

Uit huis

Dit weekend blijf ik weer lekker vanuit huis werken overdag, want parkeerplaatscontrole bevalt me best wel. Met een beetje geluk schijnt de zon ook weer in de vensterbank en dan droom ik gewoon verder over het voorjaar dat er aan komt.
En ik ben blij dat ik de afgelopen dagen geleerd heb dat verschil juist heel goed is, omdat we diep van binnen altijd wel iets vinden dat saame toch purrrcies hetzelfde is. En dat maakt de wereld altijd weer een heel stuk mooier, zelfs als de zon even niet schijnt…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Mila en het drinken van water

Lieve allemaal, in mijn vorige woordjes was het heel erg winter want alles was wit van de sneeuwflokke en die zijn nu gelukkig weg en nu kan ik weer naar buiten. Het is op en af soms best koud maar soms ook best warm dat je denkt, is het nu lente. Ik hoorde pas buiten de fogels fluiten en toen wist ik bijna zeker dat het lente was.

Kieskeurig

Wat ik buiten lekker vind is water drinken en zeker als het al lente is maar het is nog stees winter. Dan kan ik buiten geen water drinken want dat is bevroren. Het is dan nog helemaal van ijs en dat vind ik niet zo fijn om daar van te drinken. Het is veel te koud aan mijn tong en dat wil ik niet. Maar binnen heb ik overal water staan en dat vind ik fijn.
Ik ben heel kieskeurig over mijn water. In de lente en zomer drink ik het liefst buiten maar in de herfst en winter drink ik het liefst binnen. Zo heb ik op mijn krabpaal een bakje water staan en in de keuken. Die op mijn krabpaal is het aller lekkerst omdat die elke dag vers is. Die in de keuken ook wel maar die is ook voor Toby en die moeten we saame delen.

In een bakje

Toen mijn vrouw nog hier woonde had ik op de zolder ook een bakje vers water. Dat deed zij altijd bijhouden. Nu liggen er alleen maar sneks op de zolder. Ze liggen in een laadje waar ik niet bij kan en dat is best slim want anders zou ik alles in één keer opeten omdat ik snekken ook zo lekker vind. Nu weet ik van een aantal poesen en katers dat ze ook water drinken van de douche maar dat heb ik nog nooit gedaan. De straale die van de douche zijn vind ik eng want dan word ik ook nat en dat wil ik niet. En van de wastafel weet ik het ook niet omdat ik naar nog nooit water heb gedronken. Misschien is dat water wel lekker.
Van Bram weet ik dat hij dat wel altijd deed dus ik denk dat dat water ook lekker is. Mijn manspersoon deed Bram altijd optillen en op de wastafel zetten zodat hij van de kraan kon drinken.

Ik denk dat ik liever mijn water in een bakje heb en dat dat elke dag vers uit de keuken komt. Dat water smaakt een beetje zoet in het begin en daarna is dat weg. Dus elke keer als je water uit de keuken proeft is dat wat zoet. Het water wat ik toen op de zolder had was minder zoet en ik denk dat dat uit de kraan van de wastafel komt of misschien zelfs van de straale maar dat weet ik niet zeker. En heel soms kwam er water uit een flesje maar daar zat helemaal geen smaak aan. Daar wilde ik ook niet zoveel van drinken. Mijn vrouw dronk het wel uit haar fles.

In de zomer is het het allerfijnst om buiten water te drinken. En zeker als er een onweersbui is geweest met heel veel water in de wolken. Dat is pas lekker water. Het is niet zoet zoals water uit de keuken maar anders. Het smaakt naar waterdruppels die op gras hebben gelegen. Vers en toch ook weer niet. Er zit ook een klein beetje zand in wat in de wolken heeft gezeten en dat maakt het ekstra lekker. Het liefst drink ik uit een bakje water wat al even buiten staat maar waar dan vers wolken water in ligt.

Oud water

Oud water vind ik niks aan. Het maakt niet uit of dat nou binnen is of buiten. Oud water smaakt vies en ik vind dat er altijd stof in zit. Mijn vrouw zegt dat er geen oud water is maar ik vind van wel. En vooral buiten. Oud water is niet meer zoet en ik ruik dat er stofjes in zitten. Stofjes als in huisstof ook al is dat buiten. Het is geen zand wat je dan proeft maar stofjes. Dan drink ik ergens anders dan buiten. En als er binnen oud water is, wat soms wel zo is, dan drink ik daar ook niet van. Dan ga ik liever naar buiten om water te drinken. En het water waar de visjes in zwemmen mag ik niet aan komen. Daar kan ik ook helemaal niet bij omdat daar een deksel opzit en die kan ik niet open krijgen. Ik zou denk ik best wel het water van de visjes willen proeven want dat heb ik nog nooit gedaan. Zou dat water dan naar vis smaken of gewoon naar water? Ik weet het niet en ik mag er ook niet van drinken. Misschien weet een van jullie dat wel.

Ik geef iedereen een zacht neusje en tot de volgende woordjes en hopelijk is het dan wel lente want die mis ik nu wel een beetje.

Poot getekend,
mienister van zacht zaake, Milamuis