Kever heeft een mening over naar buiten kijken

Deze week was ik een beetje sip, ik had gehoopt dat het eindelijk lente zau worden maar er waren ineens weer van die witte flokken, ik snap er niks van hoe dat allemaal kan en ik find er ook niks aan, nau kan ik wéér niet in mijn tuin liggen!, ik doe het wel hoor, maar niet te lang want het is nog steeds heel erg kaud.

Ferfeling

Daarom ben ik bijna altijd in mijn huis, en als ik heel eerlijk ben ferfeel ik me daar soms een beetje, ik toeter dus naar mijn mensen dat ik me ferfeel, en zij probeeren van alles: ze gooien mijn stoffen muisjes, ze gooien balletjes, ze doen heen en weer met de feer, maar het is allemaal niet wat ik wil.

Daarom toeter ik nog een keer, en nog een keer, ik kruip in mijn mand maar kom er na een paar minuutjes weer uit, Ben je nog niet klaar? fraagt mijn man, en inderdaad, ik ben nog niet klaar om te slaapen, ik wil iets anders en ik weet heel goed wat ik wil: ik wil in mijn gras liggen in de warme zon, ik wil mijn vrienden de duifen zien en een beetje plaagen, ik wil op mijn stoel zitten en rondkijken, ik wil dat mijn vrienden Mikkie, Juultje en Pokon buiten op het dak van het schuurtje zijn en dat we Saame een snekkie eeten.

En dat kan nau niet, dat weet ik best, dus ik toeter weer naar mijn mensen, mijn vrouw fraagt of ik mijn ei niet kwijt kan, nau ja, ik ben toch geen fogel!!, ze gaat bij mijn krabfootuil zitten en klopt erop, ik spring er op en bedenk me te laat dat ik nau naar buiten kan kijken, en dat mijn vrouw dan dingen aan gaat wijzen, allemaal dingen die ik echt niet wil zien.

Ik heb al faker naar buiten gekeeken, als ik dat in de woonkamer doe kan ik mijn tuin zien, maar waarom zau ik die willen zien fanuit de kamer?, ik kan toch veel beeter naar buiten gaan om te kijken wat er allemaal in mijn tuin gebeurt?, ik zit dus nooit op de fensterbank ik de woonkamer, dat lijkt me loogies.

Buiten

In de slaapkamer kan ik op de straat kijken, en dat find ik keigriezelig, ik heb het een paar keer geprobeerd met mijn vrouw erbij, maar wat ik toen allemaal zag…: mensen die foorbij loopen, outoos die rijden of stilstaan, mensen op een fiets, honden die langs komen loopen, echt flakbij!, en het engste: kleine mensen, kinderen heeten ze, zooo heee als ik die zie spring ik altijd meteen op de grond en ferstop me.

Mijn vrouw zegt elke keer dat niemand zomaar binnen kan komen, maar ik find dat je dat nooit zeker kunt weeten, straks zien ze mij en willen ze me fangen!, ik wil dus NIET naar buiten kijken, dat find ik veels te moeilijk, en bofendien: ik woon toch binnen in mijn huis?, waarom zau ik dan op straat kijken?, ik kom daar nooit, ik ken daar helemaal niets en niemand en dat wil ik zo hauden.

Ik ben geen katerjongen om naar buiten te kijken, ik kijk liefer naar binnen, in mijn hoofd en in mijn hart zit alles wat ik noodig heb om gelukkig te zijn, mijn droomen, mijn herinneringen, iedereen die ik lief findt, ook alle sterren, en ik kan in mijn hoofd fantaaseeren dat ik in mijn gras lig in de zon, dat Mikkie er weer is en dat de zomer net begint, ik moet er gewoon van brommen, brombrombrombrom doe ik, en ik klim in mijn mand om ferder te droomen.

****

Ik tetter nog steeds KEIHARD voor vreede, het is dringend!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep over de routine thuis

Zo, eigenlijk is de eerste maand van het  nieuwe jaar best wel heel erg snel voorbij gegaan, want morgen begint de tweede maand alweer.

‘t Zou voor vandaag misschien best wel een idee zijn geweest om op de hele afgelopen maand terug te kijken in deze blog, maar dan zou die best wel heel errug kort zijn, want ik heb dit jaar alleen nog maar geslapen, gegeten, gedut, gespeeld, geknuffeld en gedronken. O, en een beetje buiten gewandeld natuurlijk maar dat was vooral ‘s nachts, als ik even niet meer kon slapen vanwegens het harde gesnurk van m’n personeel. Ik snap echt niet dat ze daar zelf niet eens wakker van worden, want soms hoor ik ze nog wanneer ik buiten ben.
En dan weet ik dat ik nog even geduld moet hebben voordat de tuindeur weer opengaat en ik naar binnen kan, want pas wanneer ‘t even stil is kan ik eindelijk zonder al die herrie zachtjes mauwen dat het tijd is om m’n ontbijt te serveren. En als ze daar dan niet wakker van worden ga ik gewoon steeds harder mauwen, net zolang tot m’n personeel uit bed komt.

Dagzeggen

Maar meestal lig ik buiten nog lekker beschut te wachten totdat ik zie dat ‘t licht in de keuken aangaat. Of ik hoor de sleutel al omgedraaid worden in ‘t slot, en dan neem ik een sprintje naar binnen. Ik ren dan gelijk zonder goeiemorgen te mauwen door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. Want dat is heel erg belangrijk voor een huis-, tuin- en keukenkatermans, omdat ik m’n dag graag goed wil beginnen.
Wanneer alle aarde en ander spul van buiten weer tussen m’n tenen vandaan is en m’n nagels ook weer netjes scherp en schoon zijn wordt ‘t tijd om m’n neus en oren tegen de benen van m’n personeel aan te wrijven. Dat zien zij als dat ik ze gedag kom zeggen, dus dan krijg ik aaien en lieve woordjes. Allemaal heel leuk en lief bedoeld natuurlijk, maar ik probeer ze dan een beetje richting m’n voorraadkast te duwen zodat ze iets pakken voor m’n ontbijt. Maar eerst moet ik elke ochtend weer aanhoren dat m’n jas koud is, en voor mijn gefoel duurt het dan uren voordat ze eindelijk de deur van die kast open doen.

Mauwen

Senior is wat serveren betreft altijd wat sneller dan Junior, want hij pakt gewoon iets uit m’n voorraad, maakt het open en lepelt m’n eten in m’n bakje. Maar met Junior moet ik altijd wat meer geduld hebben, want die vraagt altijd of ik een moesje of een kuipje of een hartje of een zakje of een luxe blikje van de bovenste plank in de voorraadkast wil hebben. Alsof mij dat iets uitmaakt, want ik lust altijd alles wat er in m’n kast staat…
Wanneer ‘t me allemaal wat te lang duurt bij haar dan strek ik me helemaal uit tegen het aanrecht zodat m’n voorpoten bijna bij m’n bakje kunnen en begin ik heel hard te mauwen terwijl m’n ontbijt uit de verpakking wordt geschept. Soms mag ik dan ook nog het lepeltje aflikken voordat m’n eten op de grond wordt gezet, dus dan heb ik al een idee wat er op ‘t menu staat.

Maar soms heb ik ‘s morgens niet altijd even veel trek in wat ik voorgeschoteld krijg, al lik ik dan toch even aan wat er in m’n bakje ligt. Gewoon, om geen ondankbare katermans te lijken, want ik weet dat er buurtkatten zijn die niet eens de luxe hebben van twee keer per dag natvoer krijgen. Maar daarna loop ik dan demonstratief naar m’n bakje met droge brokjes om een paar happen weg te knabbelen. Omdat ik weet dat m’n natvoer altijd nog wel een uurtje of zo blijft staan, en zo heb ik dan in de ochtend een lekker uitgebreid ontbijt waarmee ik ‘t wel kan redden tot aan de lunch, wanneer ik een kattensoepje geserveerd krijg. Want m’n personeel zegt dat ik elke dag wat moet drinken, dus er staat altijd vers water voor me. Maar een zakje soepje erbij is natuurlijk wel veel lekkerderder dan water, al laat ik de kleine stukjes vis of vlees die er in zitten vaak wel liggen omdat dat niet zo lekker weg slobbert.

Zonder stukjes

Maar m’n favoriete lunch is toch wel de kaassoep zonder stukjes, die m’n personeel altijd over de grens gaat jagen. Maar toen ze de afgelopen week weer met een volle tas thuis kwamen, zat daar geen enkele verpakking kaassoep in. Wel blikjes met tonijn en kip met stukjes kaas, maar die krijg ik soms als diner. Dat zijn de blikjes voor speciale gelegenheden die in de bak op de bovenste plank van m’n voorraadkast staan. En als die tevoorschijn komt dan loopt ‘t water me al door ‘t bekkie. Want ik ben nou eenmaal een oerhollandse katermans die dol is op kaas, en m’n personeel weet dat.
Gelukkig waren ze op weg naar huis ook nog even bij de lokale dierenwinkel langs geweest, en daar hadden ze m’n favoriete kuipjes natvoer met kaassaus buitgemaakt. Die schijnen dan weer niet over de grens te wonen, maar wel gewoon vlakbij m’n huis.
Dus dit weekend ga ik met een paar plakken belegen kaas en wat brie m’n weiland in, om de eerste muizen daar uit hun holletjes te lokken. Want hoewel die kuipjes en blikjes allemaal heel erg lekker zijn om de winter mee door te komen, gaat er volgens mij toch niks boven lokale, krakend verse weilandmuis, gevuld met kaas.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Waarom erbij zijn belangrijk is

Het is nou zo dat mijn vrouw geeneens meer elke maand zegt hoe lang we al saame zijn dus het is nou gewoon en ook foor altijd zo.
Alleen het gaat nog niet fanzelf. Ik heb er werk aan en dan helemaal weeges dat ik weet dat Bert, de kater die hier eerder was, dat hij een knuffelkater was. Dat ben ik niet. Ik wil graag knuffels daar gaat het niet ofer, maar ik wil knuffels op mijn manier en op mijn moment en dat is thuis soms moeilijk.

Genoeg

Wat ik niet wil dat is meteen in de ochtend aan me zitten. Gewoon wat praten dat is genoeg. Soms eefe opzij van mijn kop aaien. Geen gekke dingen.
En ook niet ’s middags bij me op het dekenbed komen en dan meteen willen praten en aaien tegelijk. Daar kan ik niet tegen. Erbij liggen dat is genoeg.

Ofer erbij liggen wil ik nog wat meer zeggen. Dat is dat je bij elkaar ligt zonder aan te raken en zonder te kijken en al helemaal zonder te praten. Dus je doet niks en dat hoeft niet want je bent bij elkaar, je bent erbij, je bent saame.
Het is heel eenfoudig als ik het nou uitleg. Ik ben er ook al lang mee bezig thuis.
Maar dan gaat het soms ferkeerd. Gaat ze toch praate of aaien.
Erbij dat is erbij, alleen dat.

Uitleggen

Wat ik graag wil en dat doe ik ook is lighaamskopjes geefe, weeges alleen met mijn kop dat lukt nooit. Dus met mijn lighaam ga ik dan langs haar hoofd.
En ik was haar hand. En ik ga meestal ook naar de badkamer. Saame liggen op mijn kussen en dan met mijn poote in haar hand daar hou ik ook van. En zo doen we meer fan wat ik graag wil.
Knuffels dat is heel persoonlijk, iedereen is er weer anders in. En als je uit het asiel komt en je hebt het moeilijk gehad, dan duurt het gewoon lang eer je weet dit is foor mij het fijnste en zo wil ik het en dan moet je het thuis nog uitleggen.
Maar het lukt fast.
Dus ik blijf mijn best doen.

Jajim en Frou Frou over katten op dieet

Miauw lieve allemaal, we hopen dat jullie en jullie tweevoeters een fijne week hebben gehad. Het was echt wisselend in de lucht. Eerst leek het, zoals we vorige keer nog miauwden, wel lente en nu is het weer winter! Wij houden de winterjas dus nog maar even aan. Ik, Jajim, ga ons furhaaltje van vandaag miauwen. Frou Frou ligt nog te soezen op de grote mensenmand dus die laat ik maar even.

Winterjas

Aan die winterjas zijn we in de herfst al begonnen toen het koeler werd in huis en op ons balkon, dat doen we elk jaar heel zorgvuldig. En er zit ook een laagje isolatie onder. Onze mensenbroer heeft me toegefluisterd dat de witjas in blauw tegen hem zei dat ik daar iets te veel van heb, van die isolatie. Volslank noemde hij het, dat klinkt niet zo erg als dik, of zou het ‘t zelfde zijn?

Ander eten

Nou is het best lastig met twee poezen in huis om alles tot in de pluisjes onder controle te hebben als mens. Alleen al omdat ik graag de bakjes nog even na loop om te zien of Frou Frou haar brokjes of natvoer wel goed opeet. Zo niet dan help ik haar gewoon, je bent ook zusjes om elkaar te helpen.

Maar terug naar hoe onze mensenbroer zich in bochten wringt om mij en mijn zusje de goede hoeveelheid brokjes en blikjes te geven. We hebben ten eerste nieuwe brokken, je zou denken dat furandering niet fijn is maar ik moet eerlijk toegeven dat deze goed te knagen zijn. Ze zijn speciaal voor gewichtscontrole en ze smaken naar rund. Frou Frou hoeft niet af te vallen, integendeel, maar die krijgt dezelfde brokjes want ik eet anders ook die van haar op. Daarom krijgt zij extra, met stiekem een snack of wat extra mousse. Erg he?
Met het natvoer gaat het anders, dan is onze mensenbroer toch een beetje ofurbezorgd. Hij vindt dat ik te veel mee help met Frou Frou’s bakje leeg afleveren. Daarom moet de keukendeur tussen ons dicht zodat we allebei rustig kunnen eten en ook niet bezig hoeven te zijn met dat iemand het afpakt.

Het voelt telkens weer als een eetwedstrijd voor mij. Zodra het bakje de grond raakt, begin ik eraan alsof ik al drie dagen geen mousse meer van dichtbij heb gezien. Altijd ben ik als eerste klaar en dan doe ik ‘TIK TIK’ tegen het raam van de deur, dat betekent dat de deur open kan. En dat het bakje niet vol genoeg zat.

Ondertussen heeft mijn zusje alleen het vocht van haar mousse opgeslurpt en na drie hapjes likt ze haar bekkie schoon en springt met een ‘MIEUW’ op het huisje van de plafond krabpaal om furvolgens verder naar boven te klauteren. Onze mensenbroer loopt er achteraan met het bakje in zijn handen. ‘Kom, nog een paar hapjes meisje, kijk, lekkere mousse’ probeert hij. Maar Frou Frou miauwt dat ze het alweer druk heeft, er is net iets interessants op vogel teevee begonnen. Na nog één poging met het bakje, waarop Frou Frou een sprong maakt van het ene naar het andere mandje, geeft hij het op. ‘Je moet wel goed eten. Waar Jajim’s winterjas iets te wollig is, mag er bij jou juist wel wat isolatie bij’, zegt hij een beetje beteuterd.

Dieet

Mijn zusje hoeft het niet, op dieet. Ze zit op het moment zelfs op een aankom-menu, nou zeg, dat is toch niet eerlijk? Zo krijgt ze soms stiekem een beetje kattentaart toegeschoven en mag elke avond van haar lievelings mousse smikkelen.
Dan krijg ik ook wel hoor, maar natuurlijk véél te weinig en dat ontgaat niemand. Die dichte tussendeur is niet geluidsdicht namelijk, dus trakteer ik onze mensenbroer op een concert in de hoop dat er nog een lepeltje mousse in mijn bakje valt. Soms werkt het.

Altijd iets te m(i)auwen

Lang furhaal iets korter, het lijkt me duidelijk. In de kattenwereld gaat het net zoals in de mensenwereld; niemand is ooit helemaal tevreden. Terwijl iedereen gewoon mag zijn zoals die is, met een maatje meer of minder.
Frou Frou en ik vinden ons dieet allebei niet meevallen maar gelukkig smaken onze mieuwe brokken goed en mogen we nog steeds snackies tussen het extra trainen en spelen door. Zo blijft diëten toch nog leuk want dat kan best.
Hoe zit dat bij onze furriendjes op de blog? Hebben jullie ervaring met diëten, moeten jullie afvallen of, zoals mijn zusje, extra eten? Of vang je jouw eten zelf, vers uit eigen tuin?

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

🐾 Bliksem vraagt waar de lente blijft?

Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Ik staarde naar buiten. Alles was nat, grijs en vooral…saai!

Zon

Hoe durft de zon zo lang weg te blijven? Roover bromt al wekenlang dat zijn vacht gemaakt is voor warme stoepen en tuinen en niet voor koude vensterbanken. En Luna…. Ja Luna komt terug van een vakantie die ze niet eens wilde, en dan komt ze terug in… grauwheid. Dat helpt natuurlijk ook niet.
Dit duurt allemaal te lang, mopperde ik. De zon vindt ons zeker niet meer leuk. Roover knikte traag. Als de zon nog lang wegblijft ga ik hem zelf ophalen. En dan mag ze niet meer weg.
Op dat moment sprong Luna de jungle in. Ze schudde haar poten en liet duidelijk merken dat ze het niet eens was met het weer. Bliksem heeft gelijk, waar blijft die lente nou!
We verzamelden ons met zijn drietjes in een cirkel om een kattenoverleg te beginnen. Ik zei dat we misschien de lente gewoon moeten roepen. Roover dacht: zou dat werken? Bij eten roepen werkt het altijd zei ik. Dus we begonnen met zijn drieën te miauwen.
Een zachte wind ging door de jungle. De wolken schoven even uit elkaar.
Het werkt dus, zei ik. Het gaat alleen te langzaam. Roover zei dat het nu eenmaal zo gaat. Het is net als met grassprietjes. Luna dacht: als Bliksem ongeduldig wordt gaat er iets gebeuren. Let maar op.
En ja hoor Bliksem sprong plots overeind. Als de lente niet opschiet dan ga ik haar zelf helpen. En hoe ga je dat dan doen zei Luna nieuwsgierig? Door te doen wat de lente ook doet zei ik.

Warm

En ik begon dus aan mijn missie. Warmte maken. Ik klom op de schutting en riep: warme zon kom maar. Roover dacht dat lukt niet. En toen gebeurde er iets wonderlijks. Een straaltje zon brak door de wolken. Zie je wel! Riep ik. Het werkt! En nu ga ik de groeisprint doen. Ik rende naar de groen sprietjes en ging er naast zitten. Jij moet groter worden, zei ik streng maar liefdevol. Want de lente rekent op je. En ik blies zachtjes tegen de sprietjes. Een snippertje aarde naast het sprietje liet los waardoor het net ietsjes groter leek. Ik riep: Het groeit, het helpt echt. Luna kneep met haar ogen en zei: dat was de wind Bliksem, maar misschien helpt het wel.
Het laatste wat ik nog ging doen was de lente oproepen. Dus ik sprong op de stoel en miauwde zo hard als ik kon. Er verscheen ineens een merel op de schutting en die begon prachtig mooi te fluiten. Echt een lente melodie. Zie je wel zei ik, dit is het eerste lenteconcert van het jaar. Luna en Roover konden niet ontkennen dat de tuin ineens een beetje levendiger voelde.
En toen alsof de natuur zelf naar mij had gekeken, brak er een breder stuk zonlicht door. Het sprietje leek iets groener. De lucht rook frisser.

Lente

De lente was dus begonnen te bewegen. Misschien heel klein. Misschien heel stil. Maar dankzij onze inspanningen voelde het alsof ze écht dichterbij was gekomen.
Goed gedaan zei Luna zacht. Roover knikte langzaam. Misschien hebben jouw rare plannen wel geholpen Bliksem.
Ik glom, nog helderder dan de zon.
En dit, zei ik trots, was pas dag één.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en snel veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem