Op de slaapkamer staat een king size bed, en daarbij hoort dus een king size matras en daaroverheen past een king size hoeslaken. Altijd een gedoe om dat te vervangen, maar gelukkig hielp Bert graag mee, als het hem even uitkwam.
Elke keer hoopte ik wel dat het mij dan ook uitkwam.
Nodig
Want een gedoe was die vervanging van het hoeslaken. De dekbedden er allemaal af was al een kritieke handeling. Het maakte een geluid dat Bert, dan nog beneden in de huiskamer, in de aktie-stand zette. Hij hoorde iets. Hij moest even gaan kijken of hij daar nodig was.
Nodig en nodig zijn twee.
Techniek
Met de dekbedden van het bed, zag Bert een grote leegte. Dus hopla, springen en op het bed heerlijk liggen, de pootjes gestrekt, meteen tevreden knorrend om het gezellige van dit huiselijke avontuur.
“Hè Bert,” zei ik. “Ik moet wel wat doen, hoor.”
Dat vereiste een zekere techniek.
Eerst wrikte ik de ene hoek van het hoeslaken los, van het korte stuk. Daarna de andere hoek. Zo rolde ik het hoeslaken op, en de grote liggende knorrende huiskater bleef altijd gewoon liggen waar hij lag, op het midden van het bed.
Vervolgens rolde ik het andere korte stuk op.
Bert keek belangstellend toe.
Hij bleef liggen.
Via dezelfde techniek van de korte stukken friemelde ik het schone hoeslaken aan het matras, en dat rolde ik richting Bert.
“Kijk eens,” fleemde ik met zachte stem, “een schoon laken, daar kun je heerlijk op liggen.” Bert overwoog de aantrekkelijkheid daarvan en begaf zich zo langzaam mogelijk naar het schone laken, waar hij neerplofte.
Dan had ik zeven tot tien seconden om de operatie laken vervangen te voltooien. En daarna begon het echte fun-gedeelte.
Samen
Bert lag in de ene hoek.
Ik schuifelde naar de andere hoek.
We keken elkaar aan.
En dan liep hij, kroop ik, naar het midden. Bert liggen. Ik liggen. En zo lagen we dan, rustig ademend, in het midden van een king size matras. Ons kon niks gebeuren. Want wij waren samen.
Lieve allemaal, in mij hart is alles warm en dat komt door best veel dingen. Als ik naar buiten kijk is het echt nog stees lente en de fogels doen zo hun best om takjes te zoeken en andere zachte dingen zoals de vacht van Toby.
Nou komt mij folgenne ding waar eerst blij van was maar nou weet ik het niet meer. Mijn mandje. Mij ooma heeft een knoop hobbie die ik niet snap maar ze maakt zo heel veel mooie dingen. In mij vorige woordjes was ik echt super duper blij met mijn nieuw mandje. Hij was zacht en warm en ook al rook hij niet naar mij, ik vond het een lekker ding.
heb je ook gezien dat er nou twee paaginas zijn? Zoveel leden!! Zelfs nijnen en woefen.
‘Japie, ga je mee naar boven?’ De stem van mijn mens komt van ver. Ze vraagt het nog eens. Deze keer fluisterend in mijn oor. Loom strek ik mijn poten uit, knipper met mijn ogen, geeuw uitgebreid en kijk in het rond. Om me heen zijn de muren van de slaapkamer, onder me een slordig opgevouwen dekbed dat goddelijk ligt, juist omdat het niet zo netjes strak getrokken is. Ik snap niet wat ze bedoelt. De enige manier om in dit vertrek te komen is de trap op. Hoe kan ik mee naar boven gaan als ik daar al ben?
hand op de houten treden. ‘Ga je nog mee?’ Dat laat ik me geen twee keer miauwen. Zo’n kans krijg ik misschien nooit meer.
Stapels latten, bergen gereedschap, vuilniszakken met restjes en een grote rol met heel dikke watten. Ik slalom er om heen, stap over wiebelende planken en tijger onder de laagste delen van het dak door.
Geluk is een klein woord voor een groot gefoel, geluk stroomt door je hart en je hoofd en je lijf, het foelt aan als een soort bubbeltjes, kleine lugtbelletjes die bruisen en dansen, soms lijkt het wel alsof ik zoveel geluk foel dat het niet meer in me past, dat het gaat overstroomen, of het is net alsof ik door de lugt zweef, dat komt door al die luchtbelletjes natuurlijk, als dat zo is denk ik nergens meer aan want ik ben alleen maar dat ene gefoel; geluk.
Maar het ECHTE knuffelen gaat zo: ik tetter naar mijn mensen, en daarna loop ik naar mijn krabkartons of naar mijn kersmusmand bij het raam, ik ga daar liggen en mijn mensen (allebei of één van de twee) komt naar me toe, en dan kan het feest beginnen!,