Bert helpt mee met het hoeslaken (27)

Op de slaapkamer staat een king size bed, en daarbij hoort dus een king size matras en daaroverheen past een king size hoeslaken. Altijd een gedoe om dat te vervangen, maar gelukkig hielp Bert graag mee, als het hem even uitkwam.

Elke keer hoopte ik wel dat het mij dan ook uitkwam.

Nodig

Want een gedoe was die vervanging van het hoeslaken. De dekbedden er allemaal af was al een kritieke handeling. Het maakte een geluid dat Bert, dan nog beneden in de huiskamer, in de aktie-stand zette. Hij hoorde iets. Hij moest even gaan kijken of hij daar nodig was.
Nodig en nodig zijn twee.

Techniek

Met de dekbedden van het bed, zag Bert een grote leegte. Dus hopla, springen en op het bed heerlijk liggen, de pootjes gestrekt, meteen tevreden knorrend om het gezellige van dit huiselijke avontuur.
“Hè Bert,” zei ik. “Ik moet wel wat doen, hoor.”
Dat vereiste een zekere techniek.
Eerst wrikte ik de ene hoek van het hoeslaken los, van het korte stuk. Daarna de andere hoek. Zo rolde ik het hoeslaken op, en de grote liggende knorrende huiskater bleef altijd gewoon liggen waar hij lag, op het midden van het bed.
Vervolgens rolde ik het andere korte stuk op.
Bert keek belangstellend toe.
Hij bleef liggen.

Via dezelfde techniek van de korte stukken friemelde ik het schone hoeslaken aan het matras, en dat rolde ik richting Bert.
“Kijk eens,” fleemde ik met zachte stem, “een schoon laken, daar kun je heerlijk op liggen.” Bert overwoog de aantrekkelijkheid daarvan en begaf zich zo langzaam mogelijk naar het schone laken, waar hij neerplofte.
Dan had ik zeven tot tien seconden om de operatie laken vervangen te voltooien. En daarna begon het echte fun-gedeelte.

Samen

Bert lag in de ene hoek.
Ik schuifelde naar de andere hoek.
We keken elkaar aan.
En dan liep hij, kroop ik, naar het midden. Bert liggen. Ik liggen. En zo lagen we dan, rustig ademend, in het midden van een king size matras. Ons kon niks gebeuren. Want wij waren samen.

Mila over wat warm en fijn is

Lieve allemaal, in mij hart is alles warm en dat komt door best veel dingen. Als ik naar buiten kijk is het echt nog stees lente en de fogels doen zo hun best om takjes te zoeken en andere zachte dingen zoals de vacht van Toby.
Want de tijd gaat snel en folgens mij kaalender is het folgenne maand alweer mei waarin er beebie fogels koome. En daar word ik zo heel blij van. Ik vind het gezellig als fogels aan het rommelen zijn voor het perfecte nestje voor hun beebies. Dan liggen de beebietjes lekker warm in een nestje waar ze groter gaan worden. Als poesedame vind ik dat echt heel maagies dat zoies kan.

Mandje

Meestal moet ik er van kekkeren met mij bek omdat ik zo heel blij ben. En het allerleukste is dat ze bij ons wonen! Ze wonen bij ons onder de dakpannen. Dit jaar zijn er al drie families die er wonen. Ik heb de papa’s op Toby’s vacht zien duike voor plukken vacht. Toby vind dat niet zo erg die heeft het toch al warm. En ergens vind ik dit zo heel roomanties. De papa’s doen het bouwwerk en de mama’s houden de beebies warm. Dat is toch zo heel knap.
Nou komt mij folgenne ding waar eerst blij van was maar nou weet ik het niet meer. Mijn mandje. Mij ooma heeft een knoop hobbie die ik niet snap maar ze maakt zo heel veel mooie dingen. In mij vorige woordjes was ik echt super duper blij met mijn nieuw mandje. Hij was zacht en warm en ook al rook hij niet naar mij, ik vond het een lekker ding.

Eefe een eerlijk woordje. Ik ben er niet meer in gegaan. Ik heb de mand niet meer aangekeken. En waarom? Dat weet ik niet. Ik vind er niks meer aan. Misschien komt het door het kussen wat er in is gelegd dat het nou niet meer lekker ligt. Want mijn vrouw was pas bij mij voor een foto waarbij ik in het mandje lig maar daar lag ik niet. Ik was op de zolder want daar heb ik mijn oranje mandje die wel lekker ligt en helemaal naar mij ruikt. Dat mandje ligt ook op mijn krabpaal. Daar lig ik er eigenlijk nooit in maar het mandje is er wel.
Maar nu eefe voor de onzeekere onder ons. Wat nou als je iets nieuws en ies moois krijgt maar je vind er niks meer aan. Nou, dat kan! En dat is helemaal ok. Het is ontzettend lief dat je zoies moois krijgt maar jij mag zelf beslissen wat je doet. Mijn vrouw en ooma snappen dat maar niet iedereen weet dit.

Saame

Misschien is dit ook ies voor Ollie om te weten. Al koopt je vrouw duizend dingen, het is echt aan jou wat je doet. Je kan altijd mauwen hoe blij en dankbaar je bent natuurlijk maar als ies niet fijn ligt en je dan onrustig word in je kop jongen, dan zou ik dat laate want jouw kopgezond is belangrijker en dat weet je pas als je het probeert. Dus niet bang zijn van oh wat nou als mij vrouw boos word, dat wordt ze niet.
Het is saame ontdekken van wat wel en wat niet. Net zoals mij mandje. Mijn ooma vind het helemaal niet erg want ik vind haar schoot veel warmer en zij kriebelt mij dan. Dan word mijn hartje van binnen zo heel erg warm.

Kattenklup

En nu wil ik graag ook nog een WARM woordje mauwen voor iedereen die lid is geworden van onze kattenklup: Sjapoo!! Wat knap dat je hebt durfe meele! Die fraage zijn best diep en soms ben je onzeeker of weet je niet hoe je moet meele dus dan is het ekstra knap. En heb je ook gezien dat er nou twee paaginas zijn? Zoveel leden!! Zelfs nijnen en woefen.
Dus kom maar op met de meels nou durf je vast wel en als beloning voor je meel krijg je een super koel pasje wat mevrouw Olliebert saame met Ollie maakt en ik stuur je een warme meel terug met een kopje of neusje. Dat je weet, ik ben nou SAAME! Dat is toch puure warmte in je hart.

Freede
Ik weet zeker dat als we zo zijn dat er freede komt en dat iedereen leert: liefde is zoveel meer! Ik doe nog eefe kijken naar de papa’s en mama’s want ik vind ze zo lief en dan wacht ik op jouw meeltje. Oja, voordat ik het fergeet. Mevrouw Olliebert doet 1, dus één, keer per week updeete en de pasjes maake want zij hebben thuis ook nog andere taake.

Een warme groet, zacht neusje en een:

Poot getekend, mienister van zachte zaake,

Milamuisje

Japie neemt een kijkje in de toekomst

‘Japie, ga je mee naar boven?’ De stem van mijn mens komt van ver. Ze vraagt het nog eens. Deze keer fluisterend in mijn oor. Loom strek ik mijn poten uit, knipper met mijn ogen, geeuw uitgebreid en kijk in het rond. Om me heen zijn de muren van de slaapkamer, onder me een slordig opgevouwen dekbed dat goddelijk ligt, juist omdat het niet zo netjes strak getrokken is. Ik snap niet wat ze bedoelt. De enige manier om in dit vertrek te komen is de trap op. Hoe kan ik mee naar boven gaan als ik daar al ben?

Machtig

Gemorrel aan het plafond in de gang maakt me met één klap klaarwakker. Het geheime luik komt knarsend en piepend naar beneden. Dat is dus boven! Het verboden terrein waar de vlieringsnuiter oorverdovende dingen deed waar wij niet bij mochten zijn. Die snuiter heb ik trouwens al tijden niet gezien. Zou het werk af zijn? Mo klopt uitnodigend met haar hand op de houten treden. ‘Ga je nog mee?’ Dat laat ik me geen twee keer miauwen. Zo’n kans krijg ik misschien nooit meer.
Ik heb de eer om voorop te gaan. Onwennig zet ik mijn voorpoot op de eerste tree. Het voelt anders dan de trap met de vale vloerbedekking naar de eerste verdieping, maar verder werkt het precies hetzelfde. Daar draai ik mijn poot niet voor om en sjees naar boven. Mijn mens komt sjokkend achter me aan. Tegen de tijd dat ze kromgebogen onder het lage dak staat, heb ik er al drie rondjes op zitten. Wat een machtige ruimte.

Droom

Boven aan de houten trap is een kleine overzichtelijke ruimte. Een planken vloer met aan de kant van mijn linkerpoot een groot apparaat aan de muur dat er voor zorgt dat we in de winter warme poten houden. Bij het rechtsaf slaan kom ik in een veel groter deel uit waar daglicht naar binnen stroomt door een raampje dat zelfs open kan. Eerlijk gemiauwd kan ik er mijn kont niet keren, zo’n bende is het er. Die snuiter heeft duidelijk nog werk te doen. Stapels latten, bergen gereedschap, vuilniszakken met restjes en een grote rol met heel dikke watten. Ik slalom er om heen, stap over wiebelende planken en tijger onder de laagste delen van het dak door.
Als ik de troep weg denk, zie ik een walhalla aan mogelijkheden. Aan de ene kant kunnen vriezers, een paar op een rij. Zo houden we de smaken gescheiden. Zilte Zeemuizen, Hartige Hunnebedmuizen, Sappige Sallandse Heuvelrugmuizen, Wonderlijke Weilandmuizen, noem maar op. Aan de andere kant opslag van isoboxen in allerlei maten. In het midden een lange inpaktafel. Ik zie het helemaal voor me. De koelwagens kunnen beladen worden via het dakraam. Ik heb de De Rossige nog nooit een muis zien vangen, maar dat hij zonder vrees op daken kan lopen dat heeft hij wel bewezen. Hij zou het purrrrfect doen om de leiding over de bevrachting vanuit het klapraampje op zich te nemen.

Uiteenspatten

Mo is met een duimstok van alles aan het opmeten. Dat komt goed uit. Kan ze gelijk de maten opschrijven van de koelingen. Die passen precies in de nis naast de schoorsteen. Vlak bij de trap kan een balie komen om pursoonlijk een bestelling af te halen. ‘Kijk Japie,’ begint ze, ‘ik had gedacht om hier een krabpaal tot aan het plafond te maken. Daar een kruipsluipgang om verstoppertje te spelen.’
Ho, ho, wacht eens even, waar heeft mijn mens het nu allemaal over?! Het wordt hier geen speeltuin. Nou ja, misschien een kittenhoekje. Dat is leuk voor de kleintjes die met hun ouders meekomen die een muizenafhaalmenu besteld hebben. In mijn kop noteer ik speelgoedmuizen om als katdootje mee te geven voor die ukkies. Jong geleerd is oud gedaan. Verder geen fratsen, anders is de vergunning niet op tijd rond voor het Grote Weilandfeest begint. De katlega’s van Muisbezorgd moeten ruim de gelegenheid hebben om proef te draaien. ‘Gaat het wel goed met je, Japie?’ vraagt Mo bezorgd als ze schrik in mijn ogen ziet. Ze heeft totaal niet in de gaten dat mijn droom zojuist uiteengespat is.
Snel dender ik het steile trappetje af voor ze nog meer stomme voorstellen doet. Want over de bestemming van de vliering is het laatste nog niet gemiauwd.

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over lugtbelletjes

Geluk is een klein woord voor een groot gefoel, geluk stroomt door je hart en je hoofd en je lijf, het foelt aan als een soort bubbeltjes, kleine lugtbelletjes die bruisen en dansen, soms lijkt het wel alsof ik zoveel geluk foel dat het niet meer in me past, dat het gaat overstroomen, of het is net alsof ik door de lugt zweef, dat komt door al die luchtbelletjes natuurlijk, als dat zo is denk ik nergens meer aan want ik ben alleen maar dat ene gefoel; geluk.

Heppie

Natuurlijk foel ik me niet de hele tijd zo hoor, zo is het leefen niet, meestal ben ik tefreeden en blij en frolijk, soms ben ik een beetje mopperig, andere keeren ben ik bang, en dan kan ik dus ook nog helemaal heppie zijn, heppie is geluk in het engelands en ik find het zo een leuk woord, o en als ik echt HEEL erg heppie ben ben ik heppie de peppie, zo heet dat.

Mikkie en ik geefen neusjes!

De laatste tijd lijkt het elke dag wel zomer in mijn tuin, de hele dag is er zon, de lucht is warm en zacht, ik ben bijna de hele dag buiten, elke ochtend lig ik op de teegels foorin de tuin, daarna ferhuis ik naar mijn gras, dat is dan nog lekker fris en koel, en als er echt folop zon is ga ik tussen de struiken in liggen, Mikkie en Pokon en Juultje komen een paar keer per dag langs op het dak van het schuurtje of in de tuin van de buuren, we krijgen een snekkie en daarna gaan we liggen soeselen.

Knuffels

Van mij mag het wel altijd zo blijfen, ik find het heerlijk, alleen is er één probleem: ik krijg oferdag te weinig knuffels, dat komt omdat ik dus steeds in de tuin ben, ik word wel geaaid maar dat is steeds maar efentjes, het echte knuffelen dat ik het fijnste find kan niet in mijn tuin.

Van knuffelen krijg ik nooit genoeg, het mag van mij altijd en oferal, of ik nau wakker ben of slaap, en of het nau kusjes zijn of aaien of kriebels, dat maakt allemaal niets uit, borstelen en kammen find ik ook knuffelen dus dat mag ook altijd, daar ben ik een makkelijke jongen in.

Uit de tuin

Ik geef ook kusjes terug, en ik geef fooral mijn vrouw likjes, dat ik dus efentjes haar haaren of haar gezicht was, bij mijn man lik ik aan zijn neus, ik wrijf mijn hoofd tegen mijn mensen aan, en ik ga altijd tegen ze aanleunen als ik binnen kom uit mijn tuin, mijn mensen weeten dat en steeken daarom hun been een beetje uit, zodat ik daar meteen tegenaan kan leunen.

Maar het ECHTE knuffelen gaat zo: ik tetter naar mijn mensen, en daarna loop ik naar mijn krabkartons of naar mijn kersmusmand bij het raam, ik ga daar liggen en mijn mensen (allebei of één van de twee) komt naar me toe, en dan kan het feest beginnen!,
mijn mensen komen naast me liggen en aaien me, geefen me kusjes en zeggen dat ik de allerliefste Kever ben, dat wil ik graag hooren, dat foelt feilig en dan hoef ik niet bang te zijn dat ze niet meer van me hauden, en ik doe de hele tijd brom-brom-brom omdat ik gelukkig ben.

Op bed

Elke afond knuffelen we zo op het grote bed, ik lig in de armen van mijn vrouw, zij ligt ondersteboofen want ik lig op het stuk waar mijn mensen met hun voeten liggen, mijn man zit op de grond, mijn vrouw en ik doen onze foorhoofden tegen elkaar aan, en onze neuzen, we aademen dezelfde aadem en ik foel haar hart, mijn man aait mijn buik, we zijn met zijn drietjes en de tijd staat stil, er is alleen maar geluk, ik foel belletjes van mijn ooren tot aan de PUNTjes van mijn teenen, en ik weet dat mijn mensen die belletjes ook foelen.

****En ik tetter weer voor vreede, zodat ooit iedereen feilig is en gelukkig kan zijn!!