Het was een gewone zondag. Of althans dat dacht ik. Ik lag een beetje te tsjillen op de wasmachiene. Je weet wel dat ding waar tweebeners hun fagtjes in wassen. Waarom ze dat niet gewoon met hun tong doen en waarom ze niet gewoon zoals ons een betere harige fagt hebben fraag ik mijzelf nog steeds af hihi. Dit is toch niet handig. Iedere keer weer alles in die machiene te moeten doen. Maar goed foor mij zit er wel een foordeel aan. Als het apparaat aan staat dan wordt het meestal ook lekker warm. En jullie weten hoefeel ik daar van hou.
Tsjillen
Dus zodra ik zag dat die machiene aan stond ben ik er meteen op gaan liggen. Enne ik zag het niet alleen. Ik hoorde het ook. Wat zo’n ding maakt best wel wat lawaai soms zal ik je miauwen. Gelukkig kan ik me best goed foor geluiden afsluiten. Dus ik verzandde snel in een hele fijne dut. Frau is dat ooferigens best jaloers op zegt ze. Dat ik ooferal en altijd
zomaar kan slaape. Of er nou geluid is of niet. Dus ik mauwde terug. Tsja je bent een kat of je bent het niet. En toen moesten we allebei lachen.
Maar goed ik lag dus te tsjillen. Lekker te dagdromen oofer een lekker muisje en een smakelijk foogultje. En ja sommige van jullie finden dat misschien zielig dat ik dat doe. Maar ik ben en blijf wel een kat en een kat is van natuure een dier dat daar fan houd. Dus als ik lekker lig te dromen of dagdromen dan gaat dat faak daar over.
Op eens hoorde ik een geluid links. Ik spitste mijn oortjes. Dat klinkt niet alleen links maar buiten links op de straat. En eefe later hoorde ik ook een geluid rechts. En dat leek ook te komen van buiten rechts op straat. Dus snel rekte ik mijzelf eefe uit om wakker te worden. Daarna sprong ik fan de wasmachiene en dribbelde ik naar de fensterbank waar de groote mand van Frau staat.
Spektakel
En wat ik toen zag! Aan de linkerkant van de straat stond een zwart witte kat. Dikke staart, boze kop, alles. En aan de rechter kant van de straat stond net zo een zelfde zwart witte kat. Ik freef eefe met mijn pootje in mijn oogjes. Zag ik dat nou goed? Het leek wel alsof het een tweeling was.
Maar goed bedacht ik me snel. Dan zouden ze niet zo met dikke staarten naar elkaar gaan zitten staan staren. Want dat was het. Een echte katten stare down zoals alleen katjes dat kunnen. En poezen natuurlijk hihi. Eerst was het nog staren naar elkaar. Maar al gauw hoorde ik links MEWWWW. En van rechts klonk het MAAAUUWWW. En ik zat zoals Frau dat altijd zo grappig noemt front row foor dit katte spektakel.
Op het moment dat ik nang nang nang hoorde en wat hoog gegil en geschreeuw wist ik wat ze fan plan waren. Blij dat ik feilig achter glas zat genoot ik ferder van de foorstelling hihi. Ze kwamen met hun dikke staarten langzaam op elkaar afgelopen. “Dit is mijn straat scheer je weg hier” mauwde het linker katje. “De straat is groot genoeg, ik kan er best bij” dat mauwde het rechter katje.
En tsja daar moest ik rechter katje wel gelijk in geven. Er is al genoeg geblaas naar elkaar in de wereld. Dan zouden wij katjes en poezen eigenlijk beter moeten weten en het goede foorbeeld geven! Dus deed ik foorzichtig met mijn pootje het raam een stukje open. En ik mauwde met luide stem zodat beide katjes mij goed konden horen. “Hier mauwt de Minniester Purresident! De straat is groot genoeg voor meerdere katjes. Dus wees lief foor elkaar en geef mekaar een kopje!”.
De katjes keken beide furrschrikt omhoog. Ik hoorde link ja mevrouw en rechts hoorde ik natuurlijk mevrouw. Toen liepen ze naar elkaar toe en gaafe inderdaad mekaar een kopje. Tefreede verliet ik de fensterbank en ging ik op de groote mensenmand in de zon ferder met tsjillen.
Nou dit was het weer foor deze keer. We tetteren nog steeds keihard foor Freede! Jullie doen toch ook mee?
Pootje van Minnie
Hoi allemaal, hier ben ik weer met mijn blog. Als eerste wil ik graag vertellen over ons nieuwe adoptiezusje op afstand. Pas heb ik verteld dat ons zusje Lobke een sterretje geworden is.
een andere adoptiezusje of -broertje uitkiezen. Alle centjes die we voor daar sparen zijn voor alle katjes maar dan worden zij suikeroom of suikertante van een speciaal katje. Ze hebben Anna gekozen, gewoon omdat ze lief is. En de rest daar natuurlijk ook allemaal. Kijken jullie misschien ook wel eens
wind kan en waar wij toch fijn op kunnen zitten en liggen. Ik denk wel dat hij heus wat gaat bedenken en maken, dus dat moet toch helemaal goedkomen.
Zooo heee, wat heb ik een week gehad, elke dag was ferschillend, als ik ging slaapen wist ik niet hoe het huis zau zijn als ik weer wakker werd, en ik zal eerlijk zeggen: ik fond er niets aan.
niets van, mijn man kwam me efen laater haalen en we gingen met zijn tweetjes weer naar binnen, ik heb oferal gesnuf-snuft, en ik zag dat mijn krabkartons op die harde grond lagen, op een stuk floerbedekking, dat zag er fertrauwd uit en daar ben ik gaan zitten.
Floer
Wat een week was het weer… Eigenlijk vind ik de herfst zoals die de afgelopen dagen was helemaal niet zo erg, de hitte is uit de grond in de tuin verdwenen en ik kan genieten van het zachte briesje dat af en toe door m’n vacht streelt.
gegaan voor m’n ontbijt, terwijl m’n personeel een reddingsactie uitvoerde op m’n grote bruine kussen, dat inmiddels een doorweekt en onbruikbaar tuintegelkussen was geworden. Maar nog voordat ik m’n ontbijt achter de kiezen had, lag m’n kussen al in dat grote draaiding dat in de keuken staat en dat brommend m’n kussen nóg natterder maakte dan dat ‘ie al was. Ik snapte er niks van.
Gelukkig kreeg ik wel meer dan genoeg knuffels en aaien en lieve woordjes als ik zo de hele dag in de vensterbank lag, en dat was heerlijk. Als ik zin had, draaide ik me op m’n rug met alle vier m’n poten omhoog, en dan kreeg ik ook nog buik- en kin kriebels. Dat maakte toch wel weer heel veel goed en ik bedacht me dat ik het ook eigenlijk helemaal niet slecht getroffen heb met m’n personeel. Maar dat serveren van m’n eten en drinken in de vensterbank of op de bank of op ‘t grote bed of op ‘t dakterras van m’n villa of boven in m’n kaktuskrabpaal opnemen in ‘t nieuwe personeelscontract lijkt me nog helemaal niet zo’n gek idee. Ik denk dat ‘t dan wel harde onderpootelingen gaan worden, want zelf eten ze ook altijd op dezelfde plek aan de grote eettafel. Maar ik wil ‘t tegen die tijd wel gaan proberen als ik er dan nog aan denk.