Alle katers, wat vliegt de tijd. De zomer lijkt nu toch écht wel voorbij na de storm van eergisteren, want de meeste blaadjes zijn nu toch wel van de bomen gewaaid.
Vogels
Ik heb bijna de hele week voor het grote raam in de woonkamer zitten mekkeren tegen de zwarte vogels die de laatste restjes van de druiven in de tuin kwamen opeten, maar ze deden net alsof ze me niet zagen. Eén keer ben ik zelfs even naar buiten gestormd om er eentje te verjagen, maar die griezel kwam toen in een duikvlucht op me af. En hoewel ik helemaal niet bang ben aangelegd, was dat vliegbeest van dichtbij toch echt wel een heel stuk groterder dan ‘ie binnen vanaf de vensterbank leek, dus ik ben toen maar weer snel naar binnen geglipt omdat ik er helemaal niks voor voel om de winter in te gaan met gaten in m’n mooie jas.
Voordeel van die vogels is dan weer wel dat het slordige eters zijn, want voor elke druif die ze van de struik afpikken laten ze er drie op de grond vallen. En omdat die dingen zo mooi rond zijn, kun je er prima mee pootballen. En ze plonsen zo lekker als ik ze de sloot in mep.
Druif
Die druivenstruik stond al jarenlang in de tuin toen ik hier kwam wonen, en vooral Junior was wat ongerust omdat ze wist dat druiven giftig zijn voor katten. Senior was wat meer relekst, en zei dat het onmogelijk was om alle druivenstruiken in m’n dorp uit te graven. Hij vertrouwde op m’n gezond instinct, dat ik niets eet wat niet goed voor me is.
Nou moet ik wel heel eerlijk mauwen dat ik vorig jaar wel ‘s stiekem een keertje in een druif heb gehapt omdat ik op weg naar ‘t schuurdak altijd over de schutting tussen de takken door moet tijgeren, maar ik snap helemaal niet wat tweebeners nou zo lekker aan die bolletjes vinden. Dus ik gebruik ze maar om mijn linker- en rechterpass te oefenen, en ze daarna nonchalant met een tikje van m’n achterpoot in de sloot te mikken. Want ik blijf natuurlijk wel regelmatig trainen, voor ‘t geval er in het Nationale Pootbalteam een plekje vrijkomt.
Ik ben ook helemaal geen fruiteter hoor, ik heb liever gewoon lekker een visje of een stukje vlees. M’n personeel heeft ‘t vroeger wel ‘s geprobeerd, om me van die kleine blauwe besjes te laten eten. Maar ik snuffelde er dan even aan, en mikte die dan als m’n personeel even niet keek heel snel onder de bank, waar ze dan elke week met de schoonmaak weer onder vandaan werden geveegd, samen met alle speeltjes die daar per ongeluk ook terecht waren gekomen.
Tegenwoordig krijg ik trouwens niks meer onder de bank gemikt, want m’n personeel heeft halve zachte buizen onder de rand tussen de poten van de bank geschoven, en ze zijn ook opgehouden met me blauwe bessen te geven. Die rotzooi eten ze maar lekker zelluf.
Wat ik wel weer aardig vind is een schijf van dat oranje rode waterige spul met een dikke groene rand. Da’s in de zomer, als ‘t warm is, best lekker om aan te likken, maar opeten? Daar begin ik dus écht niet aan.
Muis
Een paar dagen geleden had ik weer ‘s een muis uit ‘t weiland meegenomen en in de tuin onder de tafel neergelegd voor m’n personeel. Dat soort dingen doe ik op z’n tijd graag voor ze, als een bedankje omdat ze zo lief zijn. Maar wat denk je? Die muis heeft daar twee
dagen gelegen zonder dat ze ‘m zagen. Nou kan ik ze dat eigenlijk ook niet kwalijk nemen, want het was de afgelopen week nou niet echt lekker weer voor hullie om in de tuin te zitten. Maar toen ik de muis katsoonlijk aan hun voeten had gelegd omdat het anders misschien nog weken zou duren voordat ze ‘m vonden, konden ze m’n katdootje toch nog enorm waarderen en kreeg ik extra lieve woordjes, knuffels en aaien. O, en een lekker snekstaafje om me te bedanken. Nou, en dan is ‘t de moeite waard, hè.
Daarna heb ik samen met Junior een kuiltje in de tuin gegraven om de muis in te leggen, want krakend vers was ‘ie na die twee dagen al lang niet meer.
Buurtkatten
Wat ik voor de rest gedaan heb deze week? Nou, overdag eigenlijk lekker op m’n kleedje in de vensterbank boven de verwarming liggen dutten. Tussendoor even snel voor wat bewatering en bemesting naar buiten, en dan gauw weer terug. De meeste nachten heb ik straatcontrole gedaan, maar de twee nachten dat ik vrij was heb ik lekker op ‘t grote bed tussen m’n personeel in gelegen omdat het te hard regende voor een uitgebreide wandeling in de buurt.
Nou ja, als één van die twee midden in de nacht naar hun eigen bak ging, wilde ik wel even buiten gaan kijken om een frisse neus te halen, de poten te strekken en de sociale kattacten te onderhouden. Want hoewel het met het vieze weer van de laatste dagen errug rustig was op straat, hebben de buurtkatten en ik altijd wel wat te mauwen over van alles en nog wat. Dat hoort er nou eenmaal bij, want saame is toch altijd gezellig nu de nachten weer wat langer gaan duren…
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Hallo lieve lezers, daar zijn we weer met onze letters. Vandaag gaan we miauwen over comfortabele plekjes. We hadden laatst Dierendag en toen kregen we alledrie een nieuw, supurr zacht mandje. Daar gaan we vandaag meer over furtellen.
Mand of hangmat
weet ik, het is tijd om de mandjes op te schudden. Zo blijft de vering langer goed. Op de foto ziet u mij in actie.
De zon is allang wakker als ik mijn naam hoor roepen: ‘Japie. Jaaapie.’ Loom strek ik mijn poten uit. Ik lig hier meer dan heerlijk onder de prikkelbosjes. In gedachten dwaal ik terug naar het donker. De klopjacht was bijzonder geslaagd. De korte pootjes, de glimmende oogjes, de schubbige staart. Het besliste in mijn voordeel. Met trage, stevige halen duw ik mijn ruwe tong over mijn overvolle buik. Zo’n massage is goed voor de spijsvertering heb ik wel eens gehoord. De stem van mijn mens gaat een paar octaven omhoog: ‘Jaaapie! JAAAPIE!!’ Ik geloof dat ik mijn neus maar even moet gaan laten zien thuis.
Ik klauter omhoog mijn boom in tot aan het plankje waar ik purrrfect uitzicht heb op de keukendeur. Lang hoef ik niet te wachten. Met een zwaai gooit ze em open en vlak voor Mo mijn naam wil roepen, ziet ze me al liggen. Met tranen in haar ogen komt ze op me afgestormd. Na wat katpriolen op het plankje, nog wat knipoogjes en een paar zachte kopjes weet ik dat ze me al vergeven heeft. Mijn mens is zo makkelijk te paaien. ‘Kom, kleine belhamel, je eten staat klaar.’ Beter blijf ik liggen om uit te buiken, maar wil geen argwaan wekken. Zo energiek mogelijk spring ik uit mijn boomhut en voor de show ren ik achter aan haar. Ze mag niet te weten komen dat ik al meer dan genoeg gegeten heb.
nog een zoen op mijn kop sta ik katzijdank weer met vier poten op de grond.

