Hallo lieve vriendjes en vriendinnetjes, Noxy en Nisha hier!
Ollie heeft ons gevraagd of we bij het Saame Pootschrijfteam wilden. Nou, we voelen ons zeer vereerd want als Ollie zoiets vraagt zeg je geen nee, natuurlijk! Dus vanaf nu zullen jullie af en toe Pootschrijfsels van ons zien langskomen.
De meeste van jullie zullen ons al wel een beetje kennen, maar in dit Pootschrijfsel vertellen we toch eerst maar iets meer over onszelf.
Asiel

Wij zijn twee poezendames en komen uit het asiel in Almelo. Ik (Noxy) ben pikzwart en ben als kitten op straat gevonden. In het asiel heette ik Joey. Nadat ik daar eerst mocht bijkomen, heb ik een paar weken in een gastgezin gewoond, bij een mevrouw. Zij heeft mij een beetje geleerd hoe het leven binnen, bij mensen in huis is. Hoe dat gaat enzo. Er zijn beelden van mij dat ik flink naar die mevrouw uithaal met mijn nagels en dat ik hard tegen haar blaas. De mevrouw bleef lief tegen mij.
Uiteindelijk kon ik kort bij haar op schoot liggen. Toen dat goed ging en ik iets minder bang was werd ik weer naar het asiel gebracht. Dat vond ik zo stom! Ik zat in een kamer met andere katten die ik niet kende. Aan de muur hingen vierkante huisjes en daar ging ik in liggen, zo ver mogelijk achterin, uit het zicht. Zo kon ik ongezien vanuit mijn veilige plek de wereld om mij heen observeren.
Ik (Nisha) heb een zwart-witte vacht, net als mijn mama. Wij zijn saame van de straat gehaald en naar het asiel gebracht. Ik was doodsbang voor alle nieuwe geuren, de mensen, de blaffende honden… Met grote angstogen verstopte ik me bijna de hele dag in de houten huisjes in mijn kamer en ik sloeg hard van me af als iemand naar me toekwam.
Een thuis
Elke dag hoopten we dat iemand ons zou komen ophalen omdat we weg wilden uit het asiel. Maar niemand keek naar ons. Iedereen liep ons altijd voorbij. Tot de dag dat er een vrouw naar Almelo kwam. Zij had op de leptop een foto gezien van Noxy en besloot zich te gaan voorstellen aan ons, ze heette Iris.
In Almelo werkte een mevrouw met een grote liefde voor alle katten, maar met extra liefde voor angstkatten, net als Iris. Die mevrouw wilde mij (Noxy) alleen meegeven aan iemand die mij echt begreep. Ze keek dus heel kritisch toe hoe Iris mij benaderde. Ze moest door de ‘ballencommissie’ of zoiets. Gelukkig deed Iris alles goed en vond die strenge mevrouw dat we perfect bij elkaar pasten.
Ik bekeek Iris vanuit mijn schuilplek met mijn oren in mijn nek en was helemaal niet aardig tegen haar. Ik blies vooral, want dat kan ik goed. Maar ik was ook wel nieuwsgierig, vooral omdat ze speciaal voor mij kwam! Dat had nog nooit iemand gedaan. Terwijl ik blies, praatte Iris zacht tegen mij, ze zei lieve woordjes en had een speelgoedmuisje voor me meegenomen. Die sloeg ik met één trefzekere mep uit haar hand en hield hem bij me in mijn houten huisje. Nu was dat Mijn Muis!
Al snel zei Iris dat ze graag voor me wilde zorgen. Ik snapte er niks van: Ik was toch helemaal niet lief tegen haar? Mijn hartje ging sneller kloppen… zou het echt waar zijn? Mocht ik hier weg? Omdat ik nog een prikje moest hebben van de witjas, moest ik nog een paar dagen blijven. Maar Iris kwam terug en nam me mee. Vanaf dat moment woonde ik ineens in een echt huis. Maar niet alleen.
Ik (Nisha) wist helemaal niets van dit bezoek van Iris aan het asiel. Ik wist ook niet wie Noxy was, want ik zat in een hele andere kamer angstig te wezen. Naar mij kwam helemaal niemand vragen. Zelfs die asielmevrouw, die heel wat gewend was met angstkatten, vond mij een ‘erg pittige dame’. Toen Iris weer thuiskwam, keek ze op de leptop of er bij de foto van Noxy een regeltje ‘gereserveerd’ stond. Dat stond er. Blij keek ze nog even verder. En dat was mijn geluk want zo vond ze mij.
Ervaring

Ze werd meteen geraakt door mijn blik. Ik lijk heel erg op Binah, mijn voorgangster, die drie maanden eerder naar de Regenboogbrug was gegaan. Iris las de tekst bij mijn foto waarin stond dat ik niet gemakkelijk in de omgang was. Maar omdat ze al drie angstkatten had opgevoed, dacht ze: het zal allemaal wel meevallen. Ze stuurde een meel aan die asielmevrouw waarin ze vroeg of ze ook voor mij mocht zorgen.
De asielmevrouw schreef terug dat ik (die toen nog ‘Loiza’ heette) “nog meer angsten had dan Joey”. Ze had saame met haar collega’s nagedacht. Die twijfelden of twee van “zulke moeilijke” katten in één huishouden plaatsen wel verstandig was. De mevrouw zei dat ze Iris had gezien met ‘Joey’ en dat ze het met haar wel zou aandurven om mij er ook bij te nemen. Iris haar ervaring maakte dat de asielmevrouw alle vertrouwen had in deze ‘moeilijke’ dubbelmatch. Ze hoopte ook dat ‘Joey’ en ik doordat we saame zouden zijn, elkaar door de spannende momenten van het leven heen zouden helpen.
Ons nieuwe leven
Iedereen zei toen ‘ja’ en zo werden wij, Joey en Loiza, op 19 september 2020 Noxy en Nisha en begonnen we saame aan ons nieuwe leven bij ons voor-altijd-vrouwtje. We waren toen drie en vier maanden oud. Ik (Nisha) ben de oudste.
We zijn nog steeds dankbaar dat vrouwtje ons zag en dat ze voorbij onze angsten keek. Dat ze het niet erg vindt dat wij geen kroelkatten zijn en ons niet laten oppakken. We hebben alle rust en tijd gekregen om in ons eigen tempo de wereld te ontdekken en we mogen helemaal onszelf zijn.
We wonen nu zes jaar saame en zijn nog steeds angstig voor bepaalde dingen, maar wat hebben we al veel geleerd! Onze angstogen zijn weg, onze vachten glanzen en we durven steeds meer. In onze volgende Pootschrijfsels vertellen we jullie meer over ons leven.
Kopjes van Noxy en Nisha
Gelukkig gaat hier alles intussen weer z’n gewone gangetje, sinds m’n personeel zo nodig met vakansie wilde en ineens twee hele nachten en twee dagen weg was. Nou ja, eerlijk gemauwd was het twee keer een halve met daar tussen in een hele dag, maar voor het gemak reken ik dat maar even als twee hele.
ogen de weg en ruikt het altijd vertrouwd. Ik weet wie ik kan tegenkomen, en weet inmiddels ook bij wie ik uit de buurt moet blijven om zonder vachtscheuren weer heelhuids thuis te komen.
Dat zijn toch allemaal moeilijke vragen waar ik de afgelopen week lang over nagedacht heb wanneer ik, nadat ik buiten de poten had gestrekt en het weiland en m’n tuin had bemest en bewaterd, weer op m’n vaste plekjes in m’n eigen huis lag te rieleksen.
Lieve allemaal, nu is er eindelijk het koele geweest en zo heel veel regen. Dat is goed voor de plantjes en de bomen want die hadden toch zo heel veel dorst van de zomer. Het was ook heel lang zonder regen en dan wil je wel drinken.
De sneks ruiken dus lekker, zien er goed uit maar ik vind ze een beetje te klein van formaat. Nu komt het belangrijkste. De smaak. Ik pak er een met mijn bek en knabbel er op. Ze smaken inderdaad naar kip en nog iets anders maar dat weet ik niet wat dat is. Misschien is dat wel tandpasta voor poese en katers, ik weet het niet.
vijfentachtig cent. Dus ze zijn helemaal niet zo duur. Bij de Action hebben ze deze niet helaas maar dus wel bij Petsplace. En ik vind nog steeds dat ik niet smek maar kraak.
Ik hoorde iedereen oofer faakanzie en toen bedacht ik dat ik heelemaal nog niet met de kemper had gekampeerd alleen naar Joep’s GWF.
Wij hadden daar een suuper kemper-parkeerplaats, er was een oplaader foor de kemper en bij de kemper genoeg priefeeplek om te zitten. Nadat we een beetje om ons heen hebben gekeeken zijn we een stukje gaan wandelen we bleefen foor de zeekerheid in de buurt fan de kemper want stel dat we zouden ferdwaalen en niet meer thuis zouden koomen daar wilden we niet aan denken een lange wandeling hebben we ook niet gemaakt want het werd al een beetje donker.
zijn dan kaaterjongens en kaatermannen, het zal wel hun oergefoel zijn omdat ze altijd hun beebies moeten beschermen dat hoefen de kaaters niet.
Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
moment later hoorde ik het deurtje van de reismand sluiten. Klik. Gevangen.
Toen ik weer thuis kwam stormde ik gelijk uit de reismand en rende naar mijn voerbak om de rest van mijn achtergebleven eten op te eten. De rust was wedergekeerd. Ik had de dierenarts weer overleefd, mijn territorium verdedigd en bewezen dat ik de dapperste kater uit de buurt ben.