Japie: over hoe je van ketnip overmoedig wordt

Een week geleden miauwde ik met veel bravoure op Beestboek dat ik een nieuw onderzoek zou publiceren. Deze keer over een bijzonder object dat in onze huiskamer staat, eh ligt. Of is het nou staan? Hoe dan ook, het opmerkelijke is dat het ding daar pas is, sinds de vlieringsnuiter over de vloer komt. Dan moet er een relatie zijn tussen die twee. Hoe het purcies zit, daar kan ik mijn poot nog niet helemaal op leggen. Een compleet verslag houden jullie daarom tegoed. Deze keer moet ik echt miauwen over de furjaardag van mijn tante Cato. En vooral wat er de ochtend daarna gebeurde. Want dat was geen kattenpies. Lees maar.

Traktatie

In de krant staat dat de lente begint op 20 maart. Dat is misschien wel waar. Toch vinden wij dat op de furjaardag van tante Cato het voorjaar pas echt begint. En dat is op 21 maart. Het is een zonovergoten ochtend als ik uitgepierd èn bijzonder tevreden terug kom van een nachtelijke missie die zijn weerga niet kent. Ik had bedacht dat het leuk zou zijn als we al onze furriendjes zou kunnen trakteren op een krakend verse versnapering. De actie waar katlega’s van Muisbezorgd door het hele land aan meededen was een purrrrfecte voorbereiding voor het op poten zijnde Weilandfeest van Joep. Ik ben enorm trots op iedereen die heeft meegeholpen om de koelwagens vol te krijgen. Dezelfde dag nog reden ze naar alle windstreken om de lekkernijen pursoonlijk te bezorgen. Het liep op rolletjes.

Ketnip

De Rossige en vogels op het dak.

Ik word pas wakker als de zon bijna onder gaat. Tante Cato gaat met de Upurr naar Willem voor een klein feestje met veel liquidsnacks, haar favoriet. Foppe en ik duiken de tuin in, waar het heerlijk toeven is onder de sterrenhemel na een warme lentedag. Terwijl we naar iedereen zwaaien die we missen komt De Rossige er bij. Hij heeft snackies bij zich en ketnip. Heel veel ketnip. Mijn broer wordt ook al een dagje ouder en houdt het voor gezien. Vanaf dat moment gaan De Rossige en ik helemaal los. Hij schudt het ene stoere furhaal na het andere uit zijn vacht. Zelf schep ik op over Muisbezorgd. Hoe meer we door de ketnip rollen hoe meer we denken te kunnen. De zon piept al boven de huizen uit als De Rossige, die zo stoned is als een garnaal, miauwt dat hij op het dak wil klimmen. Ook al ben ik zelf in kennelijke staat, ik weet dat zoiets levensgevaarlijk is als je niet meer zo stevig op de poten staat. Ik praat het plan uit zijn kop en zeg dat het de hoogste tijd is om te gaan slapen. Zingend hoor ik hem op huis aan gaan. Ik duik gauw mijn mand in.

Vogels

De Rossige

Niet veel later word ik bruut gewekt door meeuwen die keihard krijsen. Ik schuif het gordijn opzij en zie dat er ook grote zwarte vogels cirkelen boven het huis waar De Rossige woont. Ik sjees naar buiten en tuur naar de felblauwe lucht. Daar zit hij, mijn furriend. Helemaal op de nok van het dak. Hoe hij daar is gekomen, is me een raadsel. Was ik nou maar bij hem gebleven tot hij veilig thuis was. Mijn hart slaat over van schrik als ik zie hoe de gemene vogels hem aanvallen en op zijn rug pikken. Als hij maar niet naar beneden valt! ‘SCHEER JULLIE WEG!’ miauw ik zo hard als ik kan. Even zijn de vogels afgeleid. De Rossige grijpt het moment aan om langs de pannen naar beneden te glijden. Een paar meter lager drukt hij zich tegen een muurtje. Daar kunnen de gemenerikken niet bij hem komen en taaien af.
Niet veel later wandelt hij nonchalant de tuin alsof er niets gebeurd is. Ik weet wel beter want zijn vacht piekt alle kanten op. Ook Mo zag het gebeuren en is bezorgd. Ze bekijkt hem van onder tot boven en van kop tot staart. Nergens een gapende wond. Katzijdank is dit avontuur met een sisser afgelopen. Maar bij het Weilandfeest moeten we De Rossige heel goed in de gaten houden.

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over een vriend

Het ene mooment is het winter, een winter die wel altijd lijkt te blijfen duuren, en het andere mooment is het plotseling lente, een beetje foorsichtig nog, maar toch: de winter is foorbij, er komt meer licht en het is iets minder kaud, de vogels gaan zingen en druk rondfliegen, in mijn tuin komen allemaal kleine groene dingetjes te foorschijn aan de takken van planten, maar ook uit de grond komt van alles omhoog, en er zijn zelfs al een paar bloempjes aan het bloeien.

Bram

Maar de afgeloopen daagen leek het ineens geen lente, maar zomer!, er was heel veel zon en het was zo warm dat ik onder mijn bankje moest kruipen, ik kon zelfs op mijn rug in het gras gaan liggen!, toen ik dat deed moest ik meteen aan Brammie denken, de broer van Mila en Toby, mijn vlinderleeuw, de verkeering van Jafita, onze Brammie van de blog, die een jaar geleeden een ster is geworden.

Ik heb van Brammie geleerd dat je als jongenskater best gefoelig mag zijn, dat het goed is om beestjes in je tuin te helpen, en dat je Saame heel veel plezier kan hebben, en ik mis hem, ook na een jaar nog, maar natuurlijk mist zijn famielie hem het allerergste, daarom stuur ik ze allemaal zachte kopjes, zodat ze weeten dat ik aan ze denk.

Zon

Brammie en ik lagen altijd met onze buiken in de zon, dat fond Mila niet netjes, maar we deeden het stiekum toch, sorry muisje!, het fijne van vrienden is dat je dingen Saame kan doen, dat je een stuk van je leefen deelt, en met elke vriend of vriendin is dat weer een ferschillend stuk, als een vriend een ster wordt is je leefen daarna helemaal anders en het wordt ook nooit meer hetzelfde, er blijft altijd die leege plek, en hoeveel nieuwe vrienden je ook laater nog maakt, er is niemand meer zoals die ene vriend.

Vriend

Je leefen is niet alleen feranderd door het ferdriet van het gemis, maar fooral door de liefde, die draag je altijd je mee, feilig in je hart, en net toen ik daarover nadacht landde er een klein beestje in het gras, een soort hommel, hij ging met zijn fleugels wijd oopen op een blaadje zitten, om zoveel mogelijk van de zon te kunnen genieten, net zoals Brammie en ik altijd deden als we met onze buiken in de zon lagen, en ik knipoogde naar het beestje foordat hij weer ferder floog.

***

Zachte kopjes

Ik stuur zachte kopjes naar iedereen die iemand mist, want dat is heel moeilijk, ik denk aan je!!, en weeten jullie dat sterren ook bij de klup mogen?!
En natuurlijk tetter ik weer voor vreede, het blijft hard noodig, en ik hoop dat ze me ooit een keer hooren, maar ik geef nooit op!

Joep denkt na over de week en over Bram

De afgelopen week heb ik eigenlijk helemaal niks bijzonders gedaan. Dat leek me even het beste, na de stunt die ik vorige week heb uitgehaald waarmee ik m’n personeel de stuipen op ‘t lijf heb gejaagd. Dus ik heb me heel netjes gedragen, heb m’n inspectierondes buiten afgewisseld met lekker lui binnen op het grote bed liggen. Of op de stoel onder de eettafel, of in de vensterbank in de zon.

De week

‘k Heb gevochten met m’n vis die boven de bank met een elastiek aan het plafond hangt, gepootbald, m’n hippe snuffelzakjes en m’n ketnipmuis ondergekwijld, met m’n knikkerbaan gespeeld en achter balletjes aangerend.
O, en ik heb ook nog netjes m’n etensbakjes met natvoer in twee keer leeggegeten en heel veel kopjes, likjes en knuffels aan m’n personeel gegeven. Want daar worden ze altijd blij van, en als m’n personeel blij is dan is de kans groot ‘t voor mij wat lekkere snekkies oplevert…

Weilandfeest

Er zijn trouwens al heel veel reacties binnengekomen op het Grote Weilandfeest 2025, met hele goeie ideeën. Jammer genoeg heeft m’n personeel het de afgelopen week heel druk gehad met brokjes verdienen, dus ze hebben flink wat achterstand opgelopen om te reageren. Maar ik beloof met m’n poot op m’n hart dat ik er alles aan ga doen om ze in de komende dagen achter de leptop te krijgen om alles te noteren en te beantwoorden!
‘t Duurt dan nog wel bijna vier maanden voordat het zo ver is, maar er kan natuurlijk al een hoop geregeld worden. Zo heb ik kattakt gehad met de kater van de Dubbele Wokkelwaterglijbaan, en hij heeft al toe kunnen mauwen dat die er ook dit jaar weer komt. En ik ben nog in onderhandeling met de nieuwe waakhond van het tentenbedrijf maar dat heeft nog wel wat poten in de aarde vanwege de taalbarrière, dus ik ben nu op zoek naar een tolk die blafs én mauws verstaat om te vertalen zodat ik binnenkort m’n poottekening onder de reservering kan zetten. Wie zou me daarbij binnenkort willen helpen?

Bram

Binnenkort is ook wel vroeg genoeg, want voor nu ga ik lekker languit in de vensterbank voor het grote raam liggen, om extra te denken aan mijn vriend Kater Bram. Het is vandaag namelijk precies een jaar geleden dat hij z’n laatste grote reis over de Regenboogbrug maakte. Hoewel ik weet dat hij daar veilig is aangekomen en een mooi plekje gevonden heeft tussen alle vriendjes die hem al waren voorgegaan, mis ik Bram aan deze kant nog steeds enorm en denk ik vaak aan hem. Als het helder weer is en m’n personeel lekker ligt te slapen, klim ik in het donker op ‘t schuurdak om naar de sterren te zwaaien. En dan weet ik Bram altijd weer te vinden tussen al die andere prachtige sterren. Want Bram heeft een speciaal plekje in m’n hart. Ook zonder al zijn mooie letters, wijze woorden en prachtige blogs is Bram nog steeds dicht bij me. Hij was de mooie vlinder die me spelenderwijs de wereld liet ontdekken en hij was de wind die door het hoge gras in ‘t weiland streek toen ik als kleine kittenkater m’n eerste stappen buiten zette.
Nu ik, een jaar later, inmiddels zelf een jonge katermans ben geworden denk ik nog steeds aan Bram. Want échte vrienden blijven voor altijd bij je…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Soms heb ik dus een gloephoest

De lente is er nou weer, net als eefe terug, en dit is mijn eerste lente in mijn nieuwe huis dus waar ik nou woon.

Wat positief is

Positief is dat de deuren elke nacht openstaan dus ik kan zomaar naar de badkamer en naar de keuken en ik kan ook op het aanrecht springen om te zien wat ligt daar en kan ik er wat mee, en dan is er niemand die fraagt van ‘Ollie wat ben je aan het doen’.
Dat is ook fijn. Rustig de tijd aan mezelf hebben.

Positief is ook dat ik in de zon kan liggen, eefe weeges ik heb een dikke vagt en dan er eefe uit en er weer in.
De dikke vagt is nou een zomervagt aan het worden.
Ferhaare, het gaat vanzelf, het is oer en het hoort erbij maar eerlijk, het is helemaal niet leuk.

Dat zeg ik eerlijk.
Ik heb meer losse haren. Daardoor heb ik kriebels. Mijn vrouw doet helpen, ik heb nou drie borstels en elke keer was alleen de eerste keer fijn daarna dacht ik liefer niet. En dan bedoel ik helemaal niet en ik doe BAM met mijn poot als het toch gebeurt. Ik ben een kater van nee is nee en niet nog een keer probeere.
Aaien dat is anders en het helpt ook.

Gloep

Maar ja ik moet het toch fooral zelf doen. Met wassen. En dan heb je als katerman zijnde soms een haarbal alleen die komt er niet uit. Dan doe ik gloephoesten. Hoesten hoesten hoesten en dan gloep, ik slik en het is weg.

De dokter zegt van borstelen. Wil ik niet. En sneks ertegen kan ik niet eete weeges ik ben allergies. Het is dus wassen en aaien en mijn vrouw zegt we gaan toch een keer die borstel doen, en dan denk ik nou ik weet het niet.

Ferders is de lente super dat is gewoon zo. Hangen in de zon. Rieleksen. Knuffels doen. Ik hou van lente eerlijk echt waar.