Miauw lieve allemaal, daar zijn we weer met onze donderdagse letters. We hebben pootje gedrukt om te bepalen waar we vandaag over gaan miauwen. Nu willen jullie natuurlijk weten wie er gewonnen heeft met pootje drukken?
De spanning was om te snijden, je kon een snorhaar horen vallen, zo stil was het in de kamer. Strak keek ik Frou Frou aan en fronste een beetje. Met mijn strenge frons, die ik extra aanzet met de witte bliksemschicht boven mijn neus, voor karakter. Ze keek me wat onzeker maar geconcentreerd aan, de kussentjes van onze linkerpoot stevig tegen elkaar aan gedrukt, maar we bleven allebei purrcies in het midden. Zo zaten we al zeker 6 minuten lang en Frou Frou is helemaal niet van de confrontaties. Ik houd daarentegen wel van een potje tikkertje, of in dit geval een serieuzer potje pootje drukken. Onder mijn andere drie poten waarmee ik op de tafel stond, begonnen zich kleine zweetdruppeltjes te vormen en ik voel mijn stand verslappen. Zou dat bij Frou Frou ook zo zijn? Als je je tegenstander maar genoeg vermoeid, komt de ofurwinning vanzelf. Ik zocht mijn moment uit en toen, als een verrassings-move, zette ik extra kracht met mijn poot tegen die van Frou Frou en BAP! Haar pootje ging met een klein plofje tegen de tafel. Laat die snackies maar komen.
Saame spelen
Jajim: “We spelen niet zo vaak Saame, Frou Frou en ik. Alleen met het klosje veren aan een touw en een stok, die dingen klapwieken ook zo indrukwekkend door de hele kamer heen. Vandaag deden we een intensief spel, pootje drukken. Dat speelde ik wel eens met Willem, Frou Frou is meer van de sierlijke spelvarianten zoals bromvlieg vangen of achter lintjes
aan springen. Dus waaróm deden we dan aan pootje drukken? Dat komt omdat we Saame onze letters maken en deze keer wilden we allebei over iets anders schrijven. Nu ik gewonnen heb, gaan we het over onze namen en bijnamen hebben, en vooral hoe we daaraan komen. Voor ik verder typ, strek ik mijn pootjes uit en klauw met mijn nagels in de stof van een sierkussen. ‘Poes… poe-hoes’ klonk het meteen vanuit de keuken.”
Bijnaam
Jajim: “Vinden jullie het ook niet gek dat onze mensenbroer mij vaak Poes noemt, terwijl ik Jajim heet? Dat zit zo. Het is vanuit de tijd toen ik nog wilde haren had en als kitten door het huis rende. Ik was zo klein, wollig en snel dat onze mensenbroer vaak niet wist waar ik was. We woonden toen nog ergens met twee verdiepingen en ik kon rondjes rennen van de woonkamer naar de hal, linksom via de keuken terug met een sliding de woonkamer in. Beneden was een supurr plek voor furstoppertje. En als hij me dan bijna vond, was er nog een trap waar ik met mijn kittenpootjes keihard overheen kon rennen. Ik woonde pas net bij mijn mensenbroer en had nog geen naam. Ook niet in mijn poespoort. Op mijn furjaardag, geslacht en kruising na stond er niks. En onze mensenbroer wilde toch af en toe weten waar ik zat, of gewoon iets naar me roepen voor de gezelligheid. ‘Nu je hier woont heb je ook een naam nodig’, zei hij. Kort daarna kreeg ik een tijdelijke naam; Poes. Echt heel veel fantasie zit daar niet in vind ik, maar verder voelt de naam goed. Zo goed dat ik er nog steeds op reageer. Of ik er ook naar luister hangt van de situatie af. Pas na drie weken denken kwam er een naam in hem op. Twee zelfs: Jajim Robinson, want ik furdien ook een achternaam, zegt ‘ie. Jajim is niet echt een woord, het is helemaal furzonnen vanuit zijn kindertijd en het betekent eigenlijk biggetje, en het betekent ook mascotte en in Spanje noemen ze een huisdier ‘mascota’ dus dat lijkt erop. Ik vind het wel prima, het liefst heet ik Jajim Poes want die namen snap ik allebei.”
Kruimeltjes
Frou Frou: “Zo, mijn grote zus Jajim zit weer op de miauwmand. Als die eenmaal begint met miauwen…. Goed, het furhaal over hoe ook ik aan een naam kwam. Dat ging bij mij heel anders want ik kwam net van de straat en had niet eens een poespoort, dus niemand wist wie ik was. De lieve mensen die mij en mijn broertjes van een schoolpleintje hadden gered, gingen een poespoort voor ons maken, dat was nodig voor de witjas en voor het officiële. Omdat mijn broertjes en ik nog zulke mini kittens waren, leken we wel een stelletje kruimels. Zo kwamen mijn broertjes aan hun koekjes namen, zoals Oreo en
Cookie. Nou moest er nog een derde koekjesnaam komen zodat iedereen wist dat we bij elkaar hoorden. Mijn mensenbroer en de andere kattenmensen gingen keihard nadenken en uiteindelijk hadden ze het; Frou Frou, dat spreek je uit als Froe Froe. Chique he? Plus, een koekjesnaam vind ik purrsoonlijk wel goed bij me passen want ik ben, al miauw ik het zelf, ook altijd zoet en nog steeds klein. Toen ik mijn gouden furrever mandje kreeg, kwam er ook een bijnaam bij. Op een dag toen onze mensenbroer mij weer eens liep te zoeken gebeurde het. Mensenbroer riep en riep, maar ik kwam niet. En opeens klonk het ‘Kruimeltje’, want hij had al heel vaak Frou Frou geroepen, en sinds die dag noemt hij me ook wel eens Kruimeltje, omdat ik zo klein ben en me goed kan furstoppen en zo zoet ben als een koekje.”
Hoe kom jij aan je naam?
Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou
Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
los gaat zitten en de zon weer kan schijnen over de jungle. Dus voor al mijn vriendjes en vriendinnetjes: De zon komt eraan, nog even geduld hebben. Het komt goed.
Dag Liefe frientjes,
moe eerluk zegge dat ze heel goed kan aaien, want dat doet ze natuurlijk ook bij mij.
wekker.
Een beetje regenbui kan ik prima hebben. Wel lekker zelfs. Maar een complete wolkbreuk is andere brok. Na een sprintje duik ik onder de dichtstbijzijnde struiken. Al trek ik mijn vacht strak om me heen ik kan niet voorkomen dat er een waterstraal tussen de bladeren door mijn nek in sijpelt. H
belangstellend op.
Spotje heeft in het geheim gewerkt aan een belangrijk project. Naast het ontwerpen van bedrijfskleding en kekke karretjes heeft ze een heus kantoorpand ingericht. Want, zo miauwde de creatieve duizendpoot, de CEO van Muisbezorgd kan niet zonder een eigen kamer. Met tromgeroffel mag ik em eindelijk aan jullie laten zien. Zitten jullie er klaar voor?!
Buiten speel ik het liefste in mijn upje, dat is omdat ik zelf presies weet hoe alles hoort te gaan, het luistert allemaal heel nouw en als mijn mensen zich er mee bemoeien raak ik in de war, mijn spel gaat zo: ik krab eerst aan mijn eene stoel en klim dan naar de andere, daar krab ik ook aan, daarna spring ik op de grond en ren naar mijn gras dat flakbij is, daar ren ik rondjes en als laatste laat ik me fallen en schop tegen het gras en krab er aan zodat de aarde in het rond fliegt, het is een keigaaf spel en ik speel het al zolang ik in mijn tuin kom, het ferfeelt nooit.
Binnen speelde ik soms daagenlang niet, maar nu speel ik elke dag, wel drie of fier of fijf keeren op een dag!, één spel is dat ik aan de bank ga hangen met mijn naagels, ik slaa mijn naagels zo hoog als ik kan in de stof, ik weet dat mijn mensen gaan zeggen Kee-ee-eef…, dus ik sta al klaar om weg te rennen, ik ben echt raazend snel, mijn mensen gooien muisjes door de lucht en die fang ik, ik ren door het hele huis.
Het komt allemaal door die nieuwe bank en de nieuwe floerbedekking, die krabben zooo fijn dat ik heel veel inspieraatsie krijg om te speelen, ik heb al flokken uit de floerbedekking getrokken, dat was bij de forige veel moeilijker, je zag het bijna niet maar bij deze wel, dat is natuurlijk veel leuker, de nieuwe bank krabt als de beste, en weeten jullie wat zo grappig is?, als ik aan de bank krab of aan de floerbedekking staan mijn mensen meteen klaar om met mij te speelen, en als dat niet zo is krab ik gewoon nog een keer, RITS RATS en ja hoor – het werkt altijd.