
Het is nog steeds zo dat ik niet op schoot durf dus als mijn vrouw het moeilijk heeft dan moet ik iets anders bedenken. Ik kan iets dat heet nabeiheid.
Samen
Als huiskater ben ik altijd thuis tenminste ik wel dus dat betekent dat ik dingen voor mezelf doe en voor het samenzijn in huis. Ik controleer de straat, ik ruik aan de boodschappentas dat er geen gekke dingen in zitten, ik help mee als er nieuwe lakens op bed moeten en nog veel meer en ik moet ook op mijn vrouw letten. Zij zegt: “We doen het samen, Bert.”
Dit is wat ik doe als alles gewoon is en gewoon moet blijven:
- als ze te laat naar bed gaat miauw ik keihard dat helpt
- blijft ze te lang liggen ’s morgens dan ga ik voor het bed zitten en heel intens kijken
- wil ze ’s morgens vroeg weg dan doe ik of ik slaap dus dan zie ik het eigenlijk niet
- als het tijd is voor avondeten dan kijk ik naar de keuken en naar haar, tot ze het snapt
Beter
Nou gebeurt het soms dat ze moe is en dus heel erg moe. Eerlijk waar ik vind het een beetje eng wegens wie moet er dan de grote vogels wegjagen als ze komen? Het is anders dan gewoon dus het is niet goed. En van mijn vrienden op Feesboek weet ik dat een vrouw dan beter wordt als je op schoot gaat of op haar gaat liggen, mijn verkering Loesje kan dat zelfs een hele nacht.
Maar ik niet.
Ik heb het nooit gedaan hier en misschien ga ik het nooit doen ook. Maar iets moet ik wel doen als huiskaterman en dat heb ik uitgevonden, het heet nabeiheid.
Je gefoel
Nabeiheid dat is als je met je lichaam heel dicht bij elkaar bent zo dicht als je durft en dan ben je met je gefoel nog dichter bij elkaar.
Dat kan ik.
Ik ga twee foorbeelden geven.
Als mijn vrouw moe is gaat ze op het tapijt liggen. Dan ga ik bij haar liggen ook op het tapijt, dat is om te helpen. Wanneer ik haar aankijk dan foelt ze mijn gefoel en dan is er nabeiheid. We slapen dan en daarna is ze beter.
Of ik lig op mijn kussen op de bank en zij komt erbij en zegt dat ze zo moe is. Dan geef ik haar hoofd een kopje en dan zegt ze “Dankjewel Bert” en dat is ook nabeiheid.
Dus misschien kan ik niet op schoot maar ik kan wel iets anders en dat helpt ook.

Mijn mensen zijn heel rustig. Gelukkig. Ze doen geen feestjes houden of dat soort dingen.
Ik zakte door mijn poten en rolde zomaar op mijn rug! Mijn vrouw moest lachen en zei tegen Daan dat iemand op zijn buik geaaid wilde worden. Daar bedoelde ze mij natuurlijk mee, dat snapte ik echt wel en Daan ook. Hij kwam bij me zitten en aaide me zachtjes over mijn rug en over mijn buik en over mijn hoofd. Het was eerlijk waar presies goed. Ik ging brommen, zo lekker vond ik het. En mijn tong ging zelfs een beetje naar buiten, per ongeluk.
Biesonder
Ik ging er klaar voor zitten. Dat is wanneer je laag zit maar toch kunt springen. Mijn oren gingen een beetje plat en mijn staart zwiepte heel langzaam. En nu zat ik in mijn oer houding te wachten. Ik maakte geen geluid maar keek naar de tjoepers in het veld. Er waren er best veel. Toen zag ik er eentje vlakbij. Het was klein, grijs van kleur en het had een lang dun staartje. Met mijn hele lijf maakte ik een sprong. Pof! Met al mijn vier poten landde ik tegelijk. Hebbes! Er zit iets onder mijn voorpoot. Lanzaam tilde ik mijn voorpoot op. Wat zie ik nu, het is een klein muisje. Een klein grijs muisje. Het zat als een opgerolde bal in onder mijn voorpoot. Ik denk dat het bang was want het bewoog bijna niet. Ik zag alleen maar het buikje op en neer gaan van als je adem doet halen. Eigenlijk vond ik dit kei zielig. Toen heb ik mijn hele voorpoot eraf gehaald om te kijken wat het deed. Eerst bleef het stil zitten, toen gaf ik het een zetje en daarmee tjoepte het weer terug het gras veld in. Ik keek nog even na hoe dat kleine muisje weg tjoepte. Ook keek ik nog even naar de ander muisjes in het veld. Er waren er echt kei veel. Ik kon ze niet tellen zoveel. Ik besloot om daar maar in het gras te liggen en te kijken hoe de muisjes deden tjoepen. En toen… toen zakte mijn oog daar ook dicht.
Even later voelde ik iets bekends. Een aai. Een aai die van mijn kop naar mijn staart gaat en dan best langzaam. Ik wilde zeker weten of het mijn vrouw was dus ik deed mijn oog open en keek. En ja, gelukkig was het mijn vrouw. Ze gaf me aaien en knuffels en ze plantte ook een kus op mijn kop.

Assie ouwer wor kan jij allemaal dinge krijge aan jou gezond. Dattie niemeer zo gezond ben zeg maar als dattie froeger ben gewees. Selluf heb ik daar feel erfaring mee. Van me eigen ben ik groonies van mij niese en ook van mij niere. Mij niese heb ik al bijna mij heele leeftijd maar assie ouwer wor kan jij er meer last van krijge.
Assie poes ben en jij heb verkering dan wil jij er wel goed uitzien. Van mij eigen ben ik wel onseeker sins mij dokter al mij tande uit mij bek heb getrokke. Assie geen tande meer heb, kan jou bek somaar invalle. elukkig ben ik wel rond van mij figuur, dan hebbie nog wel iets bij te zette. Ik zeg u in mij diepse fertrouwe, het is mij nachmerrie. Dat iemand teege mij eigen zeg, Loes jij heb jou ingefalle bek gekreege! Jij foel alles in jou lijf tekeer gaan van jou paaniek. Het is mij schrikbeeld van mij leeve.