🐾 Bliksem en hoe Roover terug komt

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen hoe Roover ineens weer terug kwam.
Het was een fijne rustige ochtend in mijn jungle. Ik lag languit tussen de struiken, genietend van mijn alledaagse leven toen ik ineens iets hoorde. Het geritsel van pootjes door de gevallen bladeren. Ik spitste mijn oren. En daar, tussen de struiken, verscheen een bekende gestalte: Roover! Na zo een lange tijd was hij eindelijk terug.
Ik sprong overeind, mijn ogen glinsterden van blijdschap.

Op pad

Roover! Waar ben jij al die tijd geweest? Roover grijnsde geheimzinnig. Avonturen, vriend. Maar vandaag… vandaag gaan we weer samen op pad.
Zonder aarzelen renden we naar het achterste deel van de jungle, waar de struiken hoog stonden en een groene muur vormden. Onze jungle. We slopen tussen de takken door sprongen over de bloempotten en volgden een smal pad dat naar een schaduwrijk hoekje leidde.
Plotseling hoorde we een zacht miauwtje. Uit een boom kwam Luna naar beneden geklauterd, haar vacht glanzend in het daglicht.
Wat doen jullie hier? Vroeg ze nieuwsgierig. De jungle verkennen! Zei ik vol trots. Kom mee, Luna. Hoe meer avonturiers, hoe beter!
Samen trokken we verder, alsof wij samen een geheime expeditie vormden. We ontdekten een plek vol mos waar het rook naar regen, we vonden een oude bloempot die dienst deed als grot, en zelfs een mysterieuze veer die volgens Roover van een exotische vogel kon zijn. Wij voelden ons alle drie alsof wij in een andere wereld waren.

Luna

De eerste tuin die we tegen kwamen was van een oude dame die rozen kweekte. De geur was bedwelmend, maar tussen de rozenstruiken lag een slapende hond. Ik sloop als een schaduw langs hem heen, Roover volgde met soepele sprongen, en Luna… Luna tikte speels tegen een rozenblad zodat het hondje even zijn neus bewoog, maar niet wakker werd. 1 tuin gehaald, fluisterde ze met trots.
De 2e tuin was een paradijs van vijvers en fonteinen. Daar zagen we iets bijzonders, een kikker met een gouden stip op zijn rug. Toen hij ons zag, sprong hij naar een steen en kwaakte alsof hij ons wilde waarschuwen. Er is waarschijnlijk gevaar in de buurt dacht ik. Maar er was geen tijd om het te vragen – achter ons klonk er gegrom, en dat kwam steeds dichterbij.
We sprongen over schuttingen, renden langs moestuinen vol pompoenen en bonen, en kwamen uiteindelijk in een tuin die ons de adem benam. Een plek vol lichtgevende bloemen, alsof de maan zelf hier wortel heeft geschoten.
Waar zijn we nu riep ik. En Roover keek ook met verbazing om zich heen.
Dit is het, zei Luna zacht. Dit is mijn tuin. Ik vond dat jullie katermannen de weg moesten weten naar mijn eigen jungle. Zodat we hier ook samen kunnen zijn.
Langzaam aan werd het avond en begon het donker te worden. We keerden terug naar mijn jungle.

Saame

Ik keek naar Roover en Luna en dacht: Dit was de beste dag in lange tijd. Dat zou ome Doerak mooi hebben gevonden. Want soms is het mooiste avontuur gewoon samen zijn. Dat vind ik.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Belle en de fensterbank

Hallo liefe frientjes, hoe maake jullie het? Lekker binnen bij de furrwarming en af en toe een frisse neus buite haale?

Jullie weete ik kom bijna niet op het balkon. Foordat ik hier woonde hep ik zoolang buiten gezworven met babies en al, nu blijf ik lekker binne. Wat ik wel doe is snuffen met mijn neus als de balkondeur oope is. Achter de hordeur foel ik mij feilig en kan ik toch frisse lucht opsnuffen.
Van de zoomer hep ik wel eefe op het balkon geleege toen het keiheet was, maar ik ben het meest op mijn gemak binnen.

Mand

Ik hep een nieuw plekkie gefonden, dat is in de fensterbank, daar staat mijn mand nu. Eerst lag die in de stoel, maar toen we een bank kreege heeft frouwtje de mand in de bank gezet. Opeens zei ze Belle, een mand in de bank is eigenluk ooferboodig, want je hep een warme teddiepleet in de bank. Ik was het heelemaal met haar eens, want ik lag niet in die mand op de bank. Maar nu wel, want nu staat de mand boofenop de fensterbank. En weten jullie wat daar zo fijn aan is? De mand is warm als de furrwarming aan is. En die is nu regelmaatig aan, want het is nu herruf en de winter komp, en dan is het koud.

Gezellig

Jullie weete dat ik hoog woon in de flat op de 7e eetaazje. Als ik op de fensterbank zit kan ik alles zien benee. Mensen, autos de weekmarkt, de kipkraam op woensdag die erg lekker ruikt, de notenkraam, de kaas en eierenkraam, en de viskraam staat er 3 dagen per week. Frouwtje heeft dat allemaal uitgelegd van die dagen en wie er dan staan, want dat weet ik allemaal niet. Maar nu snap ik het en hoor ik aan de geluiden’s morgens froeg welke kraam er staat. Op dinsdag is de grootste herrie, dan staan er feel kraamen bij elkaar, en komt er ook nog een draaiorgel die keihard speelt. Frouwtje zeg, dat is gezellig eg Hollands Belle. En nou fin ik het ook gezellig!

Dus nu heeft mijn mand een faste plek in de fensterbank gekreege. Eerst lag daar een teddiematje. Dat was ook wel fijn, maar als ik ging ligge paste ik niet goed op het matje en dat fon ik toch niet zo fijn. Nu kan ik languit in de mand op de fensterbank ligge, en ook naar buiten kijke en zie ik alles beweege.

Knal

Ik lag forige week in de mand lekker warrum op de fensterbank in diepe slaap en snurruken dee ik zellufs. Opeens was er een keiharde knal en ik schrok mij een hoedje. Ik glee met mand en al op de vloer. Frouwtje schrok ook en kwam naar mij toe geloope. Oh Belle je hep toch niets gebrooke ? Nee hoor ik had niets gebrooke, maar was wel errug geschrokken, want die harde knallies buite die hoor je nie vaak. Wat was er nou gebeurd?
Er loope buite weleens verfelende jongens die kattenkwaad uithaale. En nu hadden ze fuurwerruk afgestooke, en daar was ik zo van geschrokke. Frouwtje was ook geschrokke, zij was alleen niet fan de bank gevallen gelukkig. Belle, het is nog lang geen oudejaarsafond en nu steeke die jongens af fuurwerruk af, da mag heelemaal nie! Maar wat kan je er aan doen dach ik als je lekker in je mand lig te slaape op de fensterbank, niks. Frouwtje zeg nu zulle er fast wel meer harde knallies zijn de komende weeke, maar jij mag nie meer met mand en al fan de fensterbank afglije.

Antie slip

Wat heef ze nou gedaan? Op de weekmarkt staat een meubelmaaker met stoffen en fanalles. Frouwtje kreeg ineens een idee. Dus is ze fan de week naar die meubelmeneer gegaan en heeft ze furrteld dat ik in de mand was uitgegleeje omdat ik schrok en op de grond terecht was gekoome.
Nou, die meneer wist raad. Hij zei tegen frouwtje, ik hep een stukkie ondertapijt en dat is antie slip. En als je dat nou onder de kattenmand op de fensterbank leg dat kan die mand niet meer verschuife. Frouwtje kwam dus thuis en toen heeft ze fan het stukkie ondertapijt een rondje geknip net zo groot als de mand, en de mand er op gezet.
En nou kan ik niet meer zomaar met mand en al op de grond terecht koome als slaap, en van schrik uitglij. Want dat is gefaarluk, ik ben een wat zwaardere poes en ik kom harder neer. Zo foel ik mij feilig in de fensterbank. Frouwtje heef geseg Belle, uitglije dat kan niet meer, maar schrikke van harde knallies nog wel. Dat ze aan die knallies niks kan doe fin ik wel jammer. Ik denk dat de meubelmeneer daar ook niets foor heeft. Gelukkig woon ik hoog en zijn de knallies niet dichtbij. Frouwtje zeg, de komende weeke tot het eind fan het jaar kan het onrustig zijn, dat finne dieren maar ook mensen ook niet fijn. Maar daarna is het foorbij en nieuwjaar, en dan gaan de sneeuwklokjes en krokussen weer koome en dan is alles fijner is rustuger. Maar dat duurt nog wel eefe hoor Belle, je merrukt het fanzelluf wel.

Wij fiere eerst Sinneklaas hep ze geseg, en krijg ik een kadoo! En daarna ga ze lichies ophange en koome de kersemusballe tefoorschijn. Dat fin ik mooi. Ik kom er niet aan hoor, ik kijk er alleen naar en zie het glisteren.

Maar fandaag is fandaag en hep ik de blog geschreefe.

Japie: ratjetoe

De titel boven mijn furhaal zou kunnen vermoeden dat ik het over Grote Bruine Knoeperds ga hebben. Was het maar zo’n feest! Ik zou zo’n beest best als toetje willen (ratje – toe). Helaas gaat het niet over die hele grote muizen. Die zijn al maanden uitverkocht bij Muisbezorgd. In de wijde omtrek is er niet één meer te bekennen. Het zou zomaar kunnen dat ze allemaal bij KeverT in de tuin wonen en daar een winterslaap houden. Genoeg over de GBK’s, daar wil ik niks over miauwen. Deze keer heb ik het over van alles en nog wat. Kleine purrichtjes die ik anders op Beestboek zou zetten. Daar blijven we nog een tijdje stil, dus vertel ik hier hoe het bij mij thuis gaat.

Furmilie

Met mijn furmilie gaat het boven verwachting. Het magere lijf van tante Cato reageert goed op druppeltjes van aardige planten die haar weerstand verhogen. Het ziet eruit als water, het ruikt naar water en het smaakt naar water. Daarom gaat het moeiteloos door haar dagelijkse portie vloeibare snackjes. Het enige bakje waarvan ik nooit de kans krijg om het af te wassen. Haar hartje is nog wel furdrietig om Oom Willem. Ze zou maar wat graag Saame met hem onder een dekentje liggen. Omdat dat niet meer kan, zit ze ieder donker in de vensterbank van de slaapkamer en zwaait naar hem tot haar staart moe is. Het goeie meows is dat de gekke beestjes die haar eerder zo ziek maakten zich gedeisd houden, waardoor haar jas minder slobbert. De kapper heeft haar mottige piekende winterjas omgetoverd in een zachte wollen broek. Het is even wennen deze meowe mode. Tante Cato overlegt met de katarazzi welke foto van de catwalk ze mogen gebruiken.
Bij mijn broer knettert het al een tijd niet meer onder zijn staart. De buik van Foppe is zo rustig dat hij een pilletje minder mag. Hoe simpel zoiets lijkt, het is een reuzenmijlpaal. Vooral voor ons mens die daardoor zomaar meer bewegingsvrijheid krijgt. Nu duimen dat hij dit vast kan houden.

Cijfers

Iedere week gaan we op een apparaat dat getallen laat zien. Bij mijn tante begint het getal al een paar weken met een drie in plaats van een twee en dat was reden voor een feestje. Toen mijn eerste cijfer van een vijf naar zes sprong, was ons mens minder enthousiast. Dat vind ik meten met twee maten. Wat het extra leuk maakt (vind ik) is dat het getal van tante Cato pas purcies de helft is van mijn getal. En Foppe weegt exact datgene dat ik woog voordat ik een bolletjes winters pretvet ben gaan heten. Mo zegt dat ik daar best iets minder trots op mag zijn. Inmiddels ben je geen bolletje meer, Japie, voegt ze er aan, maar een BOL.
Al dat gegoochel met cijfers is een beetje onzin, maar wel goed voor mijn wiskundeknobbel die me weer van pas komt bij Muisbezorgd. Ik trek me er geen lor van aan. Als Mo het apparaat neerzet, ga ik er uit mezelf braaf op zitten. Steevast krijg ik een catpliment dat ik zo netjes stil zit. Daarna gaan we een rondje rennen met een onwijs gaaf nieuw speeltje. Het is een felgele kronkelende worm aan een extra dik touw. Alleen maar omdat ik de gewone draadjes aan hengels in een oogwenk doorknaag met mijn vlijmscherpe hoektanden. Tja, die zijn nou eenmaal nodig voor mijn handeltje in piepbeesten.

Pyjamaparty

Om even over piepbeesten te miauwen; het muishouden op de vliering is onder controle. Na de schreeuw van tante Cato zoals te lezen in mijn vorige furhaal hebben die kleine rakkers zich razendsnel uit hun piepkleine pootjes gemaakt. Het kan ook zijn dat ze zo enorm zijn geschrokken van het idee dat al mijn furrienden komen voor een pyjamaparty. Hoe dan ook ze zijn in geen velden of vliering te bekennen. Het is fijn te weten dat iedereen paraat staat als het muis aan de man is. Overigens schijnt de vlieringsnuiter nog een keer langs te komen om zelfs de piepkleinste gaatjes dicht te komen maken. Dan kunnen we dat feestje hierboven wel op onze buik schrijven.
Ik heb wel een ideetje. Zal ik KeverT vragen of we een pyjamaparty in zijn tuin mogen houden? Dan slaan we twee vliegen in één klap. Een kat- en muisspel is hartstikke goed tegen zijn ferfeeling en je krijgt het er vanzelf warm van. Dan is buiten weer leuk, ook al is het winter. Ik ga hem gauw een kattenbelletje sturen. Jullie komen dan toch ook, als het mag?!

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over ferfeeling

Het was een tijdje zo kaud dat ik bijna niet in mijn tuin kwam, als ik naar buiten ging snufte ik aan de lucht en foelde meteen aan mijn ooren dat het kaud was, dus draaide ik me om en ging weer naar binnen, wat moest ik buiten ook doen?, Mikkie en Juultje waren er niet, zelfs voor Pokon was het te kaud, ik zag geen vogels, er was helemaal niets, alleen maar kau.

Buiten en binnen

Forige winters ging ik altijd naar buiten en liep ik door de witte flokken, maar ja toen was ik jonger en wist ik nog niet beeter, nu ben ik een seeniejor katerman en find ik warm veel fijner dan kaud, die witte flokken zijn leuk om te zien maar als je er doorheen moet loopen krijg je me toch een partij kaude foeten… daar begin ik niet meer aan, en als het gefrooren heeft kan ik niet eens fatsoenlijk een gat graafen om een plasje te doen.

Daarom ben ik een paar keer binnen op mijn bak geweest, dat is veel makkelijker, alleen voor plasjes hoor, poepsen doe ik altijd buiten, dat hoort nau eenmaal zo find ik, en ik laat alles gewoon liggen als het kaud is, dat ingraafen komt wel weer een andere keer.

In mijn huis slaap ik lekker veel, ik eet mijn brokjes, ik word gekamd en ik knuffel met mijn mensen, maar daarna is er nog een heel stuk van de dag en de afond over, soms komt Pokon efentjes binnen en ferstopt hij zich en ga ik hem zoeken, maar als het echt heel erg kaud is blijft hij thuis, en dan duurt een dag best lang, eigenlijk TE lang.

Op zo een te lange dag ferfeel ik me en ga steeds naar mijn mensen om te fraagen of ze iets weeten om te doen, ik bedoel dus knuffelen of kammen of snekkies eeten, maar mijn mensen zeggen dat dat niet de heele dag door kan en dat ze soms zelf efen iets moeten doen, nau ja!!, ik snap dat niet, wat moeten ze doen zonder mij?, dat kan nooit iets belangrijks zijn, dus ik find het niet noodig dat ze die dingen langer doen dan een paar mienuutjes, daarna zet ik mijn toeter weer aan voor aandagt, ja logies want ik ben toch Kever?!

Spelen

Mijn mensen hebben van alles voor me gemaakt en gekocht maar ik doe er niets mee: ik ga nooit meer op mijn meubel voor het raam zitten, ik kijk niet naar buiten naar mijn tuin fanaf de fensterbank, ik speel niet met de bal die ik rond kan duwen in een kartonnen ding, ik wil geen fillumpjes zien op de Aaipet, ik wil niet in een kartonnen doos zitten, ik find het allemaal stom.
Ik speel wel efentjes met mijn mensen Saame, ze gooien pluusjen muisjes of ik fang de feer, ik trap tegen mijn wiewspeelgoed dat ze gooien en ik hang aan de bank, maar eigenlijk wil ik gewoon naar buiten, naar mijn tuin, daar is altijd van alles te doen en ik ferfeel me er nooit.

Gelukkig is het nau een beetje minder kaud en kan ik weer buiten op mijn stoel zitten, ik heb al een rondje gemaakt langs alle stoelen in mijn tuin, ik heb getetterd naar Juultje die op het schuurtje zat, ik heb me ferstopt voor de duifen en sprong ineens te foorschijn, mijn vrouw en ik hebben gespeeld met een duifenfeer, kijk maar op de fillum, ik had het keidruk, echt waar, ik was er helemaal frolijk van geworden, de kau duurde al veels te lang, en ik hoop dat de winter nau eindelijk foorbij is!

***

Ik tetter natuurlijk weer voor vreede!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep denkt na over een ribbelding

Heb ik jullie ooit wel ‘s gemauwd over m’n allereerste uitschuifbare hengel, die ik als beebiekittenkater kreeg toen ik op mezelf ging wonen?

Ik heb daar heel erg lang veel plezier van gehad, want ik oefende daarop om het veertje aan het uiteinde van de hengel te vangen en omdat het uiteinde van de hengel lekker doorveerde kon ik er met m’n kleine pootjes op trainen om m’n evenwicht te bewaren. Met als gevolg dat, toen ik eenmaal naar buiten mocht in het voorjaar nadat ik was geboren, geen muis te snel voor me was en geen schutting te smal. Maar dat had een prijs…

Hengel

Naarmate ik groterder groeide, m’n poten sterkerder werden door het vele rennen, klimmen en klauwteren in huis en de cijfertjes van m’n geboortegewicht al lang meer dan verdubbeld waren, brak de hengel steeds vaker en elke keer weer op een andere plek dan waar m’n personeel ‘m net met een dikke laag plakspul omwikkeld had. Dat ging net zo lang goed tot er bijna een hele rol plakspul over de hele hengel zat, en hij ook lang niet meer zo leuk doorveerde wanneer ik er op sprong.

Hengel

Toen de hengel op een ochtend op zó veel plaatsen was doorgebogen dat ‘ie echt niet meer te redden was en alleen nog maar van plakspul aan elkaar hing, verdween hij in de grote vuilnisbak. Ik moet eerlijk toegeven, m’n personeel heeft hun best gedaan om een nieuwe voor me te vinden die net zo mooi uitschoof, maar ze konden niks vinden. Zelfs bij m’n lokale dierenwinkelmeneer, waar m’n allereerste hengel vandaan kwam, was een vervangend model niet meer verkrijgbaar. Die had alleen nog maar van die korte houten stokjes, die helemaal niet mee bogen als ik er op sprong. O, ik heb echt een poging gedaan hoor, om die bij gebrek aan beter toch leuk te vinden, maar de lol was daar snel van af toen het stokje tijdens een wilde speelpartij al snel gewoon krak deed. De maanden daarna heb ik zonder hengel gezeten, maar ik kon m’n snelheid en evenwicht gelukkig buiten purrrfectioneren. Maar ja, toen werd het weer winter dus de muizen bleven binnen en de schuttingen en richeltjes waren te nat en te glad om te oefenen.

Dat was het moment om me te gaan bekwamen in pootbal, want ik moest toch wat om m’n katditie op peil te houden als ik binnen was. Ik begon zelfs te dromen van een loopbaan in het Nationale Kattenteam, als eerste doelkater. Want er kwam geen bal voorbij me, hoe snel, hoog of groot die ballen ook waren. Maar ja, m’n personeel en ik waren het er over eens dat we geen ballenkittens over de vloer wilden, om de ballen te verzamelen en terug te brengen zodat ze opnieuw gegooid of gerold konden worden, dus m’n droom ging voorlopig even in de onderste la van de koelkast. Daarbij kwam ook nog ‘s dat ik het na die winter heel druk kreeg met de straatcontroles in m’n wijk, dus ik had weinig tijd meer om een hele dag binnen te spelen. Het leek er op dat zulke keuzes nou eenmaal gemaakt moeten worden wanneer je ineens een volwassen katermans bent geworden.

In m’n blog van volgende week mauw ik verder over de zoektocht van m’n personeel naar een telescoophengel, want ze hadden natuurlijk al lang door dat ik toch wel weer heel erg graag een nieuwe zou willen. Dus dat verhaal gaat nog verder.
‘t Is niet dat ik geen ander speelgoed meer had om de dag door te komen hoor, maar zo’n hengel was toch echt wel m’n favoriet. En volgens mij vond m’n personeel het zelf ook wel leuk speelgoed, want we konden daar saame dagenlang mee bezig zijn.
Maar ik wil ook nog wel wat kwijt over de afgelopen week, want tussen het dutten door scheen af en toe de zon en hoewel het best wel wat kouderder is geworden doet me dat dit najaar weinig, want m’n winterjas is inmiddels dik genoeg om een hele tijd lekker warm te blijven. En als ik echt kouwe poten krijg kan ik altijd weer terug naar binnen, om lekker op ‘t grote bed of in de vensterbank te slapen.

Bank

Maar halverwege de afgelopen week ontdekte ik dus een heel nieuw plekje in m’n huis om warm te worden, en dat wil ik vandaag even met jullie delen omdat ‘t buiten nou echt geen zomer meer is.
Want waarom zou ik, als ik na een inspectieronde buiten weer binnen kom, óp de vensterbank gaan liggen op een dik zacht kussen, als ik ook ónder de vensterbank kan opwarmen, direct op dat grote ribbeltjesding waar de warmte van af komt? Ik vond het best wel een aardig idee van mezelf, dus zo gemauwd, zo gedaan. Ik moet toegeven, het duurde even voordat ik echt katfortabel lag, met de nagels van m’n voorpoot in m’n bank voor een beetje extra houvast. Want iets nieuws uitproberen, da’s toch altijd best wel een beetje eng. En ik ben katermans genoeg om dat toe te durven geven. Maar al snel warmde m’n buik op, en m’n poten, en durfde ik los te laten om een half uurtje lekker warm te dutten voor de lunch werd geserveerd.
M’n personeel stond even heel raar te kijken toen ze me zo zagen liggen, maar intussen zijn ze er al aan gewend. Natuurlijk moet ik elke keer als ik daar wil gaan liggen wel eerst checken of de kachel niet te warm is, of te koud. Want dat voelt dan niet lekker. Maar de komende week ga ik proberen of ik ook op m’n rug op dat ribbelding kan liggen, of misschien zelfs wel op m’n zijkant. Al moet ik dan wel in de gaten houden dat m’n personeel niet in de buurt is om foto’s te maken…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep