
Mijn mensen zeggen dat ik veel praat, ik weet zelf niet of dat zo is, misschien praten andere katten juist weinig, dat kan natuurlijk ook, ik praat veel omdat ik veel te vertellen heb, en dat komt weer omdat ik van alles zie en ruik en hoor, en ik denk ook na en heb gefoelens, dat wil ik allemaal vertellen aan mijn mensen of aan andere katten buiten, toen mijn mensen me ophaalden in het asiel heb ik de hele weg terug in de auto hard geroepen, mijn vrouw zat naast me en zei steeds ja hoor, het is ook spannend, dat zei ze wel honderd keer en dat vond ik fijn, ik knipperde tegen haar dat ik dat een veilig gefoel vond, toen ik thuis kwam was ik eerst helemaal stil, maar na een paar uur ging ik heeeeel hard roepen in de slaapkamer, mijn mensen kwamen kijken en vroegen wat er aan de hand was, en dat ik natuurlijk naar de woonkamer mocht komen, dat heb ik gedaan en ik ben nooit meer gestopt met praten, o jawel, toen ik naar de dokter moest, dat was echt een dieptePUNT.
Praten
Ik gil soms als ik bijna in slaap val, mijn mensen weten dat dat komt omdat ik eng droom, het is net alsof ik weer op straat loop en niet weet wat ik moet doen, mijn mensen geven me altijd een kus en zeggen dat alles in orde is, en daarna val ik gewoon in slaap, Beer die hier vroeger woonde had dat ook in het begin zegt mijn vrouw, maar na een tijdje niet meer, het is bij mij ook al minder, gelukkig maar want ik wil niet meer aan vroeger denken, alleen soms gebeurt het zonder dat ik dat wil, dat kan ik niet altijd tegenhauden, waarom ben ik in de steek gelaten?, waarom heeft niemand mij gezocht?, heb ik iets faut gedaan?, ja dat zijn dingen waarover ik denk en dus ook praat, maar liever niet want ik zau er een PUNThoofd van krijgen
(Kever gaat verder onder de video)
Met mijn stem
Ik kan heel veel met mijn stem, ik kan heel lief zachtjes praten, ik kan keihard gillen, als ik blij ben doe ik prrrrrrrt, als ik geknuffeld word maak ik allemaal knorretjes, net als een schattig klein varkentje vindt mijn vrouw, als ik het gefoel heb dat er niet naar me wordt geluisterd ga ik harder tetteren en slaat mijn stem soms over, zooo heee dat vind ik stom!, ik word er een beetje boos van op mezelf, mijn vrouw zegt dat ik de baard in de keel krijg, wat is dat nau weer?, altijd als ik heb gegeten moet ik meteen iets vertellen en dan lachen mijn mensen, ze zeggen dat ik niet met volle mond moet tetteren, dat ik loop te gorgelen en te spetteren, nau en?, als ik wacht tot mijn mond leeg is ben ik misschien vergeten wat ik wilde zeggen, zooo heee dat zau vreselijk zijn!, ik moet toch mijn mening kunnen geven?, mijn standPUNT?
Inhalen
In de nacht, als mijn mensen slapen, moet ik ook wel een paar keer iets zeggen, ik begin dan zachtjes en ga steeds harder roepen, mijn mensen gaan me aaien en soms val ik dan weer in slaap, maar dat wil ik niet want ik moet iets vertellen!, dus ik ga onder het bed zitten tetteren, zo moeten mijn mensen wel opstaan om mij te aaien en stil te krijgen, slim hè?, ik heb nau eenmaal een mening en ik wil die vertellen, ik wil aandacht en knuffels want die heb ik zo lang gemist, dat is toch logies? pas als ik ooit alle knuffels heb ingehaald stop ik op met tetteren, maar misschien hau ik wel nooit op, dat kan best, want ik ben toch Kever met zo een streeppunt!

Dat was froeger toen ik nog een straatmeisje was en net furkeer had met Freek. Ik had altijd honger en bij het asiel schooide ik om eete. Dat kreeg ik daar ook meteen. Dus ben ik daar gebleefe. Ik heb Freek meegenomen zodat hij ook kon eete en same woonde we toen op het buiten terrein van het asiel. Dat is jaare goed gegaan tot dat we allebei ouder werden en meer aandacht wilde. Ik vond de kriebels aan mijn kop heel fijn en ik wilde steeds meer. Omdat we niet meer bang waren, besloten de mensen dat we niet meer op straat hoefde te leefe en mochten we binnen wonen. Mij liefe jonge Freek heeft een aantal jaar geleden zijn koffer gepak en is gefloge naar de regeboogland.
Als ik klaar ben met denke en slaape dan wil ik eete. Lekkere saus en fleesjes. Mij bek heb geen tanne meer dus ik schep het eete met mij onderkaak op en met mij tong. Dat gaat prima. Ik schrok alles op. Dan doe ik uitbuike op een paal binne. Een paal is zo breed dat ik er twee keer op kan, die is het fijnst. Daar kan ik mijn poote strekke als ik lig. Meestal wacht ik op de kriebels van de schoonmaker van die dag. Dat is elke dag anders. Soms krijg ik wel een likwit snek, soms niet. Ligt aan de schoonmaker. Maar meestal zijn mijn daage hetzelfde. In de nacht kijk ik naar de sterren in de lucht. Als ik moe wordt ga ik naar binnen om te slaape. En dan komt de ochtend weer. Ik vind mij leefe goed nu. Ik heb altijd eete en een warm bed. De andere laate mij met rust en dat is fijn. Ik hoef nie meer te schooie en ik krijg ook kriebels.
in mij wiekent lag ik op mij denkpaal want u weet, mij denkpaal is mij faavooriet. Jij heb bijna geen errug in jou wiekent assie zo een fijne denkpaal heb.
ken dan weet u, Loes is ze heele leefe al binnepoes. Zij kom nie ferder dan ze balkon. En ik heb ook mij eigen klok en die heb niks met mij vrouw ze afond te maake. Waar heb zij het ofer?
Toen heb ik in mij nacht ligge denke, want jij ben toch van jou slag. Mij vrouw was mij tonijn ferdiene, u weet dan zorreg ik foor mij broer Oopa Floris. Maar hij snap er nog minder van weeges ze deemenzie. Maar jij fraag jou eigen wel af, wie begrijp zoies? Van mij eigen foel ik wel mij vrouw vinnut moeiluk. Als poes hebbie daar jou zorreg ofer. Ferder kan jij nie meer doen dan slaape en wachte tot jou vrouw er weer is. Toen ben ik wel eeve foor mij raam gaan zitte, dattie zeeker weet dat jou vrouw jou huis wel kan vinde. Jij foel aan jou buik, het is jou tijd.
Na mij onbijt heb mij vrouw mij op ze schoot geroepe. Ik zeg u eerluk, van mij eigen lag ik net in mij uitbuikmoodus en als poes wil jij ook jou preifussie. Maar assie al zofeel tijd saamewoon weet jij wanneer jij jou vrouw kan negeere en wanneer jij denk beeter van nie. Mij vrouw zeg Loes het is moeiluk in de weereld door mevrouw Coorona.