Frou Frou en Jajim over kattenkwaad

Miauw lieve lezers, we hebben weer nieuwe letters gemaakt en die gaan we met jullie delen. Je zou het echt niet denken maar we halen weleens kattenkwaad uit, het is bijna niet te bevatten maar het is echt zo. De mensen noemen het kattenkwaad en dat is vast om een reden.. dus wij proberen af en toe toch aan de furwachtingen te voldoen. En soms gaat het purr-ongeluk.

Stiekem

Frou Frou: “Het was op een lange, lange nacht weet ik nog.. het duurde en duurde voor onze mensenbroer de grote mand uit kwam. Eigenlijk furlangde ik naar knuffels maar hij lag in een diepe slaap, dat weet ik omdat hij lag te knorren. Wat moet je dan? Nou, toen moest ik mezelf zien te furmaken. Het duurde immers nog een heeele lange tijd voor het licht zou worden, zoiets voel je als poes.
Nou heb ik iets met tuinieren. En dan niet alleen plantjes bijsnoeien, nee, ik was ook net begonnen met een cursus van planten furpotten. Het was dus al lang donker en onze mensenbroer was naar zijn grote mand.. De nacht was nog niet zo lang geleden pas begonnen en ik wist al, het duurt nog een tijd voor we weer kunnen knuffelen. Dus ik furveelde mij een beetje, liever was ik Saame wakker gebleven.
Nou had ik het geluk dat de volle maan net genoeg licht naar binnen scheen zodat ik zag dat de plant die ik al een tijdje op het oog had, binnen pootbereik stond. Met nadruk op stond. De vetplant zoals die heet, stond op een boekenplank, toen nog. Het was geen grote klim, één tree omhoog en een uitgestoken poot om mee te hengelen en ik had de plant te pakken. Alleen viel het uit mijn pootjes en lag ‘ie prompt op het laminaat, allemaal zand er omheen.. dat was niet helemaal volgens plan. Ik wilde alleen maar even van dichterbij kijken wat voor groen spul het purrcies was wat in die pot zat. Als poes wil je ook weleens wat nieuws ontdekken toch? En je moet wat, tijdens die lange nachten… Bovendien, die keer ging het even niet volgens mijn idee maar oefening baart kunst zegt mensenbroer altijd.

Purr ongeluk

Nou zal ik miauwen, al miauw ik het dus zelf, dat ik eigenlijk een hele rustige en brave poes ben. Heel soms doe ik wel aan kattenkwaad, soms purr-ongeluk en soms ook omdat het zo heet. Maar van mijzelf ben ik echt lief en ook rustig en gooi ik geen plantjes van planken af. Het was puur en alleen voor mijn educaasie dat ik dacht van misschien kan ik kijken wat het is, of kan ik het eten of bijsnoeien. Dat bijsnoeien kan ik dan weer heel goed en dat doe ik altijd in de lente en zomer. Dan hebben we lavendel en rozemarijn op ons balkon en die furzorg ik. Iemand moet het doen. Maar dat is niet stout want die planten staan goed binnen pootbereik en niet op een plank waar ze van af vallen en ze groeien er beter van denk ik. Alleen ging het nou eigenlijk over katten-boevigheid dus de rest van het tuinieren is nu niet zo purrlangrijk.

Soms doe je als lieve en rustige poes of kater of gemberneutrale poezenkat ook weleens iets wat niet jouw bedoeling was. Zou het daarom kattenkwaad heten? Het woord blijft wel een gek iets hoor want als je kattenkwaad uithaalt, hoef je niet per se kwaad te zijn volgens mij.

Of onze mensenbroer boos was toen hij met het slaap nog in de ogen in de potgrond stapte? Welnee, boos worden op ons is toch onmogelijk. Bovendien had ik mijn meest onschuldige blik opgezet, zo van “ik weet van niks” en liep ik heel nonchalant de andere kant op.

Jajim en de bank

Nou heeft mijn grote zus ook een speciale vaardigheid waar ze al veel jaren voor getraind heeft. Ze kan heel goed krabben. Aan alles wel maar een favoriet is de bank. Dat noemt ze her-decoratie en ze is ondertussen expert en heeft een neus voor details. Het is zelfs gelukt om de vulling uit de bank te halen en de bank heeft ook een hele andere uitstraling nu. Eentje van een echt kattenhuis miauwt ze zelf, en toevallig zijn we dat. Als onze mensenbroer ons aan het werk ziet zijn de reacties furschillend. Met de plantjes is alles best en komen er zachte kriebels door mijn vacht. Bij Jajim zie je zijn ogen soms een beetje groeien en slaat hij de armen om haar lijfje om haar bij de plafond krabpaal te zetten. ‘Dáár mag je krabben’ zegt ‘ie dan. Maar een hobby is een hobby dus als hij even ergens anders is, dan gaat de her-decoratie gewoon verder natuurlijk.

Wij zijn benieuwd of jullie ook weleens aan kattenkwaad doen. Laten jullie het weten in de reacties? Misschien kunnen Jajim en ik daar nog inspiratie van opdoen.

Zachte kopjes,
Jajim en Frou Frou

🐾 Bliksem en de Magische Deken…

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen over mijn lievelingsdeken, en hoe dat zo kwam.
Ik had vroeger een duidelijke regel: Slapen doe je overal, behalve op een deken. Waarom zou ik ook? De vensterbank had zon, de bank had uitzicht, en het bed van mijn mensen had precies genoeg ruimte om niet in de weg te liggen. Al ging dat laatste toch wel vaak mis.
Maar op een dag, ergens in het midden van een rustige avond, gebeurde er iets dat alles veranderde.

Doerak vertelde

Mijn man mens, zo vertelde Doerak het later aan mij, had een zachte deken over de stoel gelegd om even uit te waaien. De deken rook naar huis, naar warmte…. En een klein beetje naar Doerak en mij. En dat vond ik best wel vreemd.
Ik liep er toevallig langs. Ik wilde er eigenlijk overheen springen, zoals altijd, want dekens zijn alleen maar een obstakel voor serieuze katten. Maar ineens bleef ik stokstijf staan.
Er was iets bijzonders aan deze deken. Het leek net of deze deken mij zachtjes riep.
Voorzichtig tikte ik met mijn poot tegen de deken. Zacht, warm, aantrekkelijk dus.
Nog een tik. Nog zachter. Nog warmer.
En toen, heel onverwachts, liet ik mijzelf zakken. Eerst met mij staart, toen met een poot, toen de andere…. En tot mijn eigen verrassing lag ik ineens helemaal op de deken. Alsof ik erin gesmolten was.
Het voelde alsof deze deken speciaal voor mij gemaakt was. Alsof de deken mij omsloot met een soort magische warmte. Die fluisterde: Bliksem … jij hoort hier.
Even later kwam Doerak aangelopen, hij zag mij liggen en miauwde zachtjes. Nou nou zei Doerak zachtjes tegen mij, dus de Bliksem “ik slaap overal behalve op een deken” is nu eindelijk om?
Ik reageerde niet eens.
Ik deed mijn ogen dicht, duwde mijn neus in de deken, en zuchtte tevreden. Het was de beste slaap die ik in weken had gehad.

Verandering

Vanaf die dag veranderde er iets. De deken lag nooit op dezelfde plek.
Lag de deken op de stoel, dan lag ik op de stoel. Lag de deken op de bank, dan lag ik op de bank. Werd de deken gewassen? Dan wachtte ik geduldig naast de wasmand, alsof ik toezicht hield op een heel belangrijk iets.
En als er iemand, per ongeluk natuurlijk, op mijn deken ging zitten? Dan kwam ik ernaast zitten, heel dicht bij, met grote ogen die precies zeiden: Je weet toch wel dat je verkeerd zit he!
Sindsdien is de deken een vast onderdeel van mijn dag.
Niet zomaar een stuk stof, maar mijn troon, mijn wolk, mijn veilige haven.
Een kleine, zachte plek, waar zelfs ik als stoere katerman, soms gewoon even kitten mag zijn.
En dat allemaal dankzij mijn grote voorbeeld ome Doerak.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Belle en de gezelligheid thuis

Dag liefe frientjes, we fiegen nou gauw het jaar uit ! Mij frouwtje zeg dat hier op Nieuwjaarsdag de hiejaasinten op tafel staan en ze naar het foorjaar toe leef. Maar mij meening is dat je geen daagen kan oferslaan en je in iedere dag iets moois kan zien. Ik ben iedere dag blij met mijn eete, mijn speeltjes en de warme bank. Weete jullie trouwens wat ik van de Sinneklaas hep gekreege?

Ping pong

Een set ping pong balle, 6 stuks! Waarom zofeel? Ze zijn zo licht en je kan er keihard op meppe en dan gaat het van pingpong oofer het laaminaat. De meeste furrdwijne achter de bank en daar kan ik nie onder, ik ben te dik geworden. En frouwtje zeg dar het moeiluk is iedere keer de bank te verschuifen, die is zwaar. Fandaar 6 pingpong balle, dan hep ik foorraad. En als ze op zijn dan ga ik hard krijse, dat ze weet dat ze achter de bank moet kruipe. Doe ze wel hoor foor mij.
Ik hep een krapplank en die is oud. Ik ben er tefreede mee hoor, maar er zitte nu groote gaate in en ik fin, het kan eg niet zo langer. Die krapplank is trouwens nog van Stokkie-Stefan en van Oscar, kan je nagaan. Ik heb ook nog een krappaal, een groote klimpaal zeg maar. Ik krap daar ook wel aan, maar niet zo vaak. Omdat ik zwaarder ben geworden staat die klimpaal niet meer zo steevig tegen het plafond. En als ik ga krabbe dan doet die paal krrrrrrrr, krrrrrrr, en als ik er op spring dan doe die swiepe. Frouwtje moet de klimpaal goed vastdraaie teege het plafond fin ik, maar ze heef geseg dat ze niet meer op een trap ga staan. Ze zeg dat de dan duiselig wor als ze naar boofe moet kijke. Dus er moet een keer een werkman koome of de buurman. Foorloopig krap ik op de ouwe plank en krijg ik een nieuwe fan de Kersemusman kadoo heef ze gezeg.
Fanmiddag komer er hier aksie in huis. Frouwtje ga het hier furrsiere foor de Kersemus. Ze heeft balle, die hang ze aan de klimpaal, dan kan ik meppe heef ze geseg. Er komp een kerremusboompie naast de houtkachel en nog een klein boompie op taafel, met lichies natuurlijk.

Kersemus

Ferder komp er nog een kersemusster foor de raame en ekstra kaarse op batterij. Dat is foor de feiligheid, zeg ze. Nou ben ik een poes die iedereen zou wensen, ik doe eg nooit kattekwaad uithaale hoor. Misschien saai, maar ik doe eg niets, en het gekke is ik mag alles hier. Maar het zit gewoon in muzelluf dat ik niet krap aan de bank, geen Kersemuskkeed fan de taafel gris met mijn naaguls, ik flieg niet in de hordeur, en toch ben ik een blije en tefreede poes. Ik wilde gewoon rust en feiligheid toen ik hier kwam, en dat hep ik gekreege! Misschien ga ik wel tegen de kersemusballe tikke met mijn poote. Maar dat komp omdat die op pingpong balle lijken, alleen zijn ze gekleurd en doen ze fonkelen. Maar dat mag heef ze geseg.
Op de eettaafel ga ze Kersemus servies klaarzette. Het lijkt op een eetensbak met een deksel, maar frouwtje zeg het is een schaal, waar je stoofpeere in kan maake, of warrumme punch in kan doen om te drinke. Er zit een gezellig lichie onder zodat het warrum blijf, en er koome ook Kersumusbeekers op taafel. Ik weet nog presies van forig jaar hoe het er hier allemaal uitzag met Kersumus Dus ik kijk uit naar fanmiddag als alles foor de dag komp. Tot die tijd doe ik nog eefe een lekker dutje op de bank in mijn sagte teddiepleet.

De folgende blog komp op Oudejaarsdag zie ik, dat is gezellig. Dan ga ik schrijfe aan jullie hoe fijn saame met frouwtje, de Kersemus is geweest. Ik furrheug mij er op!
Ik wens jullie allemaal liefe frientjes, baasjes en frouwtjes, een mooie Kersemus saame, met feel
liefde, warrumte en ekstra lekker eete.
Een dikke knuf van,
Belle

Japie: moet het feest doorgaan?

Tevreden stap ik door m’n luik de keuken in. Tijdens een tussentijdse inspectieronde heb ik een hoop nieuwe vindplaatsen ontdekt. Purcies wat ik nodig heb. Ik rook ze al van verre. Hoeveel er wonen dat ontdek ik vannacht. Met een beetje mazzel heb ik er dan genoeg. De tijd dringt.

Zodra het donker wordt, ga ik doelgericht op pad en sla toe. Eerst thuis de afwas doen, want ook die taak hoort erbij en doe ik met overgave. Mijn tante heeft iets heerlijks voor me laten liggen. Ze snapt maar al te goed dat alles van mij afhangt. Alleen met een goed gevulde buik kan ik mijn werk voor Muisbezorgd serieus doen.
Voor deze opdracht ben ik extra gemotiveerd. Gulzig begin ik aan de restanten van de vis die tante Cato niet meer blieft. Na het schoonlikken van de binnen- èn de buitenkant laat ik mijn tong over mijn snorharen glijden. Ik ben zo bezig met nagenieten dat ik amper door heb wat er in de woonkamer aan de poot is. Daar kom ik snel genoeg achter.

Ze wil niet

Mijn mens zit met verhitte wangen op de bank, de telefoon op haar schoot. Vanuit de speaker hoor ik vragen: “Maar waarom zou je het niet vieren? Het is toch een kroonjaar?! Heeft het met de doosjes *) te maken?” ‘Ik vier mijn verjaardag nooit en ook nu niet.’ Mo klinkt resoluut. ‘December is toch al niet mijn favoriete maand met al die feestdagen. Dit jaar staat mijn hoofd er helemaal niet naar. Om dan ook nog een verjaardag te vieren. Nee hoor, ik heb er geen zin in!’ Even blijft het stil. Tot de andere kant weer begint. Mijn mens reageert niet zo vaak geëmotioneerd. Niet als Foppe tegen de gordijnen pist. Niet als tante Cato vanaf de bovenste traptree aan ver spugen doet. Ook niet als ik de restanten van de jacht onvoldoende heb weggemoffeld. Ze zucht altijd alleen maar als ze weer met een emmer sop in de weer gaat.
Maar nu, tijdens dit telefoongesprek, hoor ik hoe haar stem langzaam een paar octaven hoger wordt en er frustratie in doorsijpelt. De beller snapt niet waarom mijn mens geen dagje vrij neemt. Aan alles merk ik dat degene aan de andere kant van de telefoon graag langs wil komen brengen. En dat is nou net waar Mo geen zin in heeft. Ze vindt het niet erg om een jaartje ouder te worden. Maar ze houdt er niet van om in de schijnwerpers te staan. En al helemaal niet om nog meer spullen te krijgen.
‘December is een maand van veel te veel overvloed,’ zegt ze, ‘daar hoeft niet nog meer bij. Ik ben die dag gewoon aan het werk. Als je echt iets wilt geven, maak dan iets over aan een goed doel. Dat levert veel meer blije snoetjes op.’

Groots uitpakken

Ik denk aan de eenenveertig muizen die al klaar liggen. Nog maar negentien te gaan. Het zou een knaller van een katdo moeten worden. Maar na het afluisteren van dit gesprek ga ik twijfelen aan ons plan.
Saame met Foppe en tante Cato had ik iets kattastisch bedacht. Zelfs CW vond het een purrrfect idee om groots uit te pakken. Stel je eens voor. Een reusachtige doos met een purrachtige strik er om heen. Als Mo op de ochtend van haar verjaardag uit bed komt, staat het gevaarte als blikvanger midden in de kamer. Daar kan ze niet omheen. Terwijl wij in koor hiep hiep hieper de PIEP miauwen trekt ons mens het lint los. Op dat moment springen er als furrassing zestig muizen uit. Voor ieder levensjaar eentje. Met een grote dikke vette bruine knoeperd extra uit de tuin van KeverT als wens voor het komend jaar. Ik zie het al helemaal voor me.
Maar nu weet ik het niet meer. Wat denken jullie?

Koppie van Japie

*) zie mijn letters op de Beestboek van een tijdje geleden

Kever heeft een mening over twee bange jongetjes

Ik was van mijn slag af

Op een dag forige week liep ik mijn tuin in, het was niet zo heel kaud dus ik was van plan om oferal te snuffen en dan lekker op mijn stoel te gaan zitten, daar had ik echt zin in, maar wat ik toen zag in mijn tuin… 🙀… ik schrok me de tandjes en wist niet hoe snel ik naar binnen moest komen, ik knalde door mijn luikje heen en ferstopte me onder het bed, zo fer mogelijk naar achteren.

Aalert

Mijn vrouw probeerde me te aaien maar dat wilde ik niet want ik moest aalert zijn, ik had dus geen tijd voor knuffels en ik durfde ook niet onder het bed fandaan te komen, mijn vrouw keek door het raam naar de tuin, daar was niks te zien en er waren ook geen harde geluiden, ze snapte er niets van, maar net foordat ze zich omdraaide zag ze ineens een klein roodwit katje op hooge pootjes rondlopen, ze kon zien dat het een katertje was, hij snuffelde oferal en klom toen over mijn gaaas, zo mijn tuin weer uit.

Ik zat nog steeds ferstopt en ik durfde pas na een hele tijd te foorschijn te komen, en het duurde nog langer foordat ik met mijn mensen naar buiten durfde, ik liep foorzichtig door mijn tuin toen ineens iemand keihard ging blaazen… het was het jongetje, hij stond bij de buren en gilde en blies, zooo heee ik rende meteen weer naar binnen!!

Laater ging ik nog een keer naar buiten, eerst ging het jongetje weer gillen en roepen en grommen, hij bleef blaazen totdat hij merkte dat ik niets deed, en Juultje ook niet, tegen haar had hij ook gegild en geblaazen, maar zij maakte zich klein en liet zo zien dat ze ongefaarlijk was.

Het katerjongetje ging liggen op mijn schuurtje, Juultje lag een stukje ferderop en ik lag in mijn tuin, en het was een tijdje stil, totdat er een andere kat langs kwam en het gegil weer begon, ik fond het allemaal veels te moeilijk en ging naar binnen, ik was helemaal van mijn slag.

Nerfeus

Hij riep voor aandagt!!

Het katertje rende de hele dag over de schuren en door tuinen, hij riep steeds heel hard en klaaglijk, mijn mensen waren er nerfeus van, ze dachten dat hij nieuw was in de tuinen, en hoe moest dat nau ferder met die gilkip en mij?, ze zagen ook dat het ventje heeeeeel erg bang was, hij stond te trillen van angst, daarom begon hij ook steeds te blaazen naar iedere andere kat, maar pas in de afond toen een buurvrouw zei dat het leek alsof hij zijn huis zocht, begrepen mijn mensen het ineens: het jongetje was de weg kwijt!

Mijn vrouw heeft de Dierenambulans gebeld, het ferhaal ferteld en de mensen van de ambulans froegen of mijn mensen hem konden fangen, dan zauden ze hem op kwamen halen.

Met mijn grote reismand gingen mijn mensen de tuin in, in het donker, het katertje lag op mijn schuurtje en was eindelijk weer rustig, mijn vrouw zette mijn reismand op het dak, en raad eens?, het katertje liep er zó in en ging liggen, hij foelde zich eindelijk weer feilig!!

De mensen van de ambulans zagen dat hij wél een sjippie in zijn nek had, maar dat daar geen naam of teelefoon bijstond, dus hij ging mee naar het asiel, en het jongetje, mijn mensen en ik waren blij dat hij niet meer buiten hoefde te gillen om hulp.

Het jongetje wilde knuffels!!

Sieprus

In het asiel is hij na twee daagen al weer opgehaald, door zijn eigen mensen, en weet je wat zo biesonder is? hij woont bij mij om de hoek!, het jongetje komt uit Sieprus, hij woont pas een paar weekjes hier en was stiekum uit het raam geklommen, nu moet hij eerst een tijd binnen blijfen en geopereerd worden, daarna mag hij pas weer naar buiten.

Dan ga ik hem vast wel weer zien, dat is misschien efentjes wennen, maar als we allebei bang zijn van elkaar, omdat we ferleegen en gefoelige jongens zijn, is er toch eigenlijk geen reeden om bang te zijn?, misschien kunnen we wel vrienden worden, als twee bange jongens Saame, ik denk wel dat dat kan.

***

Ik tetter nog steeds voor vreede en ik geef het nooit op!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.