Belle en de anderen zaten opgesloten

Belle: ik heb opgesloten gezeten in de kleerkast. Vrouw ging het bed verschonen en had de kast open laten staan. Ik dacht nou daar ben ik nog nooit geweest dus ik wil er wel eens een kijkje gaan nemen. Dus liep ik rond te snuffelen in de kast en opeens ging de deur dicht.
Ik miauwen en miauwen… en toen hoorde ik vrouw zeggen ja, ja Panda ik kom naar beneden en maak je de deur open.
En ik miauwde nog van: ‘vrouwwwww ik ben het Belle, in de kleerkast’ maar het hielp allemaal niet.
En opeens hoorde ik vrouw weer in de slaapkamer en ik ben meteen voor de deur gaan zitten die open had gestaan.
En eindelijk ging de deur open en sprong ik er als een speer uit… zo snel dat vrouw schrok en een gil liet. Tja dan had ze me maar niet moeten opsluiten. Ik had een uur vast gezeten.

Dopey

Toen ik nog klein was is mijn vrouw mij in de tuin vergeten.
Opeens ging de achterdeur dicht en stond ik nog buiten. Ik heb gemiauwd en gemiauwd maar ze hoorde me niet.
Toen konden we de tuin nog uit en ik dacht ik ga maar eens in de andere tuinen kijken. Ik had wat rond gelopen en in de andere tuinen gekeken maar ik begon ook wel moe te worden. En eigenlijk was ik ook wel bang.
Na nog even gelopen te hebben kwam ik voren op straat uit en besloot om op de stoep langs de auto´s te lopen want misschien kon ik wel even onder een auto een dutje gaan doen.
Toen hoorde ik een deur open gaan en mijn naam roepen.
Vrouwwwwww… gelukkig en pijlsnel rende ik naar binnen.
Wat was ik blij dat ik de nacht weer lekker dicht tegen mijn vrouw aan kon liggen en niet buiten hoefde te slapen.

Izzy

Ik heb ook al eens een nacht in de tuin moeten slapen omdat vrouw mijn vergeten was. Het was gelukkig warm weer dus ik heb het niet koud gehad.
Net als bij Dopey ging de achterdeur deur dicht. Ik dacht nog van hij zal dalijk wel weer open gaan… dus niet. Ik ben niet zo bang uitgevallen en ben gewoon in een tuinstoel gaan liggen slapen. Maar toen ik wakker werd had ik honger en wilde naar binnen om te eten. Maar de achterdeur was nog steeds dicht.
En opeens ging hij open en wat zei vrouw?
“Izzy wat doe jij nou in de tuin?’ Wat een stomme vraag vrouw je hebt me zelf vergeten naar binnen te halen.

Moby

Ik ben degene die het vaakst opgesloten heeft gezeten in de garage.
Gelukkig dat ik niet zo bang ben uitgevallen omdat ik altijd op straat heb geleefd. Maar toch is het niet leuk om in het donker heelllll lang opgesloten te zitten.
Ik heb er een gewoonte van gemaakt om stiekem de garage in te glippen als vrouw hem open maakt. Ze heeft dan niet in de gaten dat ik er ook ben.
En dan opeens… bammmm de garagepoort dicht.
Ik dacht ik snuffel nog even op mijn gemak door de garage en dan gaat de poort wel open… nou dus niet.
Dus toen het wat langer duurde begon ik maar eens op vrouw te miauwen en steeds harder en harder want die poort ging maar niet open.
Na heel lang wachten hoorde ik vrouw achterom en voren mijn naam roepen en ik miauwde terug echt heel erg hard.
En toen ging eindelijk de poort open ppppfffff wat was ik blij.
Vrouw vertelde dat ik 5 uur lang opgesloten had gezeten.
Dat was wel heel erg lang.
Nu let ze altijd heel erg op als ze de garage in moet en het liefst doet ze dat als ik veilig binnen ben. Want ondanks alles probeer ik toch nog steeds de garage in te glippen als de poort open staat.

 

Japie houdt een klauterwedstrijd

Alle rattenoren bij elkaar! Hoor ik mijn mens daar al aankomen? Ze is eerder thuis dan ik had verwacht. Opgejaagd kauw ik de laatste stukken van de stevige staart door. Hap slik, wat een heerlijk gevoel om ze zo door mijn slokdarm mijn buik in te laten glijden. De furrukkulluke ingewanden moeten maar even wachten. Die bewaar ik voor straks. Onder de bank vallen ze niet op. Bezorgd kijk ik in de rondte. Het ziet er best oké uit. Sterker nog, het ziet eruit om door een ringetje te halen. Vind ik. De brokstukken van de lamp worden aan het oog onttrokken door het tafeltje in de hoek. De vlekken zitten achter het gordijn. Nog even mijn snorharen oppoetsen en het is alsof er niets is gebeurd.

Suf

Als een malle sjees ik door de deur die de woonkamer van de gang scheidt. Precies op tijd kom ik tot stilstand en zet mijn allerbraafste smoel op. Tante Cato en mijn broer halen opgelucht adem. We zijn compleet. Zodra ze het geluid van de auto hoorden, zaten ze al paraat. Terwijl ik wacht op de sleutel in het slot droom ik nog even terug. Dit keer was het een weergaloos Kat&Rat-spel, waarbij de bruine slimmerik met glanzende kraalogen en ik behoorlijk aan elkaar gewaagd waren.
Het begint als altijd. Elkaar eerst een beetje aftasten op de favoriete ontmoetingsplek van de Kraalogen. Ik heb mijn keus snel gemaakt. Het moet die dikke worden die in de achterhoede een beetje suf voor zich uit zit te staren. Nu weet ik dat hij het spel verrekte goed speelde. Als er iemand niet suf was, was het deze Kraaloog. Hem vangen is een makkie. Daar draai ik mijn poot niet meer voor om. Die kattieken heb ik sinds de Weilandfeesten tot in de puntjes van mijn snorharen furfijnd. De medewerkers van Muisbezorgd moeten immers wel het goeie voorbeeld krijgen. Aan zijn nekvel sleur ik hem door de tuin.

Foetsie

De gang door het kattenluik verdient nog wel de nodige aandacht. Want als er één ding is dat je niet moet doen, is het het beest loslaten voordat je zelf binnen bent. Daar gaat het nog wel eens mis. Dat konden jullie vorige keer lezen. Die snoodaard schoot onder het aanrechtblok linea recta een keukenkast in. Deze rent richting de woonkamer. Rat in het bakkie, dacht ik. Eenmaal in de woonkamer zie ik em nergens meer. Niet onder de bank, niet achter de kast, niet in het krabhuis, niet in de mand van tante Cato, niet achter het tafeltje in de hoek. Hij kan toch niet zomaar verdwenen zijn?!
Opnieuw volg ik het spoor. En kom weer uit in die ene hoek. Het lijkt alsof de wind de gordijnen laat wapperen. Maar dat kan helemaal niet, want ’s nachts zijn de ramen dicht. Als ik de stof weer zie bewegen, speur ik de lap af. De geur is overduidelijk. Hij moet hier ergens zijn. Turend tussen de plooien zie ik zijn stugge staart. Ik bedenk me geen moment en zet met mijn klauwen in het okergele gewaad. Terwijl ik de stof heen en zweer zwaai, houdt Rat zich bovenin stevig vast. Tijd voor plan B.
Ik spring op het tafeltje en laveer tussen snuisterijen door. Waarom legt Mo dat nou zo vol? Zo kan ik toch geen aanloop nemen. Katzijdank is door het boomklauteren de kracht in mijn achterpoten enorm gegroeid. Ik verbaas mezelf door met één sprong bijna tot bovenin het gordijn te komen. Rat schrikt zich half dood. Na een kleine worsteling glijden we allebei naar beneden. Ik haak mijn stiletto’s in de gordijnen om te voorkomen dat ik te pletter val. Dat de glazen lamp naar beneden kukelt, daar kan ik echt niets aan doen. Ik ben al blij dat ik zelf niet gewond raak aan die scherven. Op het moment dat Rat versuft blijft liggen, sla ik opnieuw toe en sleep hem naar een andere hoek om het karwei af te maken. Totdat ik word gestoord door de te vroege thuiskomst van mijn mens.

Betrapt

De voordeur zwaait open en neemt een golf koude lucht mee. Het vermoeide gezicht van Mo klaart acuut op als ze Foppe, tante Cato en mij keurig in de gang ziet zitten. ‘Ik ben zo blij om jullie te zien,’ kirt ze. Ze aait ons liefdevol over de bol. Opeens hoor ik haar zeggen dat ze het gevoel heeft dat er iets niet klopt. Ik ben gelijk in opperste staat van paraatheid. Katzijdank word ik gered door mijn huisgenoten die bedelen om eten. Eerlijk gemiauwd kan er bij mij geen hap meer in, maar ik wil geen argwaan wekken. Terwijl ik tegen heug en meug mijn bakje in de keuken leeg eet, doet Mo de lampjes aan en de gordijnen dicht. Nu is het tijd om een spurt richting kattenluik te nemen. Net als ik buiten stam, hoor ik haar vanuit de woonkamer schreeuwen: “JAPIE, WAT HEB JE NU WEER UITGEVRETEN!’

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over naar buiten kijken

Ik kan nau gewoon helemaal alleen in de slaapkamer in mijn kersmusmand liggen, dat heb ik forige week ferteld, maar ik durf NOG iets nieuws!, het begon er mee dat ik de laatste tijd een paar keer op de fensterbank in de slaapkamer probeerde te klimmen omdat ik naar buiten wilde kijken, alleen is die fensterbank heel klein en smal, ik pas er maar met één voet en één bil op, en dat zit niet lekker.

Krukje

Mijn vrouw was bang dat ik zau fallen en had daarom een krukje voor het raam gezet, zodat ik daar op kon zitten, dat snapte ik niet, wat moet ik met zo een kruikje?, froeger heb ik een krabpaal gehad die voor het raam stond maar ik fond er niets aan, ik heb er presies één keer opgezeten omdat mijn vrouw me er op had getild, toen kwam er buiten iemand langs lopen en daar schrok ik zo van dat ik me achterofer liet fallen, gelukkig kon mijn vrouw me opfangen, maar mijn mensen haalden die krabpaal meteen weg, en ik heb hem NOOIT gemist.

Doos

Tot ik dus naar buiten probeerde te kijken en niet op de fensterbank paste, mijn vrouw ging daarom op de Aaipet op zoek naar een krabpaal voor mij, eentje waar ik zelf op zau durfen klimmen, en ja hoor!, na een week kwam er een heeeeele grote doos waar ik een beetje bang van was, en weer twee daagen later stond er in de woonkamer een groot ding van haut, ik keek efentjes en liep meteen door naar buiten, naar mijn tuin, ik hau niet van nieuwe dingen, alleen als het om te eeten is, dan wel, maar ik wist natuurlijk meteen dat ik dat ding niet kon eeten.

Gras

Toen ik terug kwam uit mijn tuin stond dat ding in de slaapkamer, voor het raam, naast de stoel waar ik altijd aan krab, en ik rook meteen iets heeeeel lekkers: een grasplantje!!!, o dat find ik zo heerlijk om aan te knabbelen!, er was alleen een probleem: dat plantje stond

Hier zie je hoe ik op mijn krabpaal kan klimmen, fia de stoel!

bofenop het nieuwe ding… wat nu?!

Ik probeerde om op de stoel te gaan staan en het gras te eeten, dat lukte niet: ik kon er niet bij, ik wilde het eigenlijk al opgeefen maar mijn vrouw kwam bij me staan, ze zei Kijk eens Keef en liet me zien dat ik fia de stoel op dat ding kon klimmen en zo mijn gras kon eeten, het was echt heel spannend en moeilijk, maar ik deed het!, en terwijl ik mijn gras zat te eeten ontdekte ik dat ik OOK NOG naar buiten kon kijken, zooo heee het was echt fantasties!!!

Al diezelfde afond klom ik helemaal in mijn upje op het ding, dat ging prima, en nau zit ik er elke dag een paar keer op, om gras te eeten maar fooral om naar buiten te kijken, ik weet niet of ik net als Bertje de straat durf te kontrooleren, maar ik hau wel een beetje in de gaaten wat er presies voor mijn huis allemaal aan de poot is, en dat daar niks geks gebeurt.

Omdat ik nau zo hoog zit kijk ik altijd of ik mijn vrienden kan zien, ik tetter zachtjes Hallo!, en ik hoop dat jullie mij kunnen horen, ik stuur neusjes naar mijn Milamuisje, en als het donker is zwaai ik naar Bolle, Bertje, Loes, mijn Brammievlinderleeuw en alle anderen sterren.

Trots

Om mij een beetje te plaagen noemen mijn mensen het grote ding een bejaardenkrabpaal, maar dat klopt dus echt niet!, het is een krabpaal voor keidappere tijgers die altijd alles durfen en zo iemand ben ik toefallig, op de doos stond dat het spesjaal voor grote en zwaare katten is, nau dan!!, maar mijn mensen zeggen ook dat ik ze elke keer weer ferras, zoveel als ik ineens durf, en ze geefen me heel veel kompliementen, ik moet eerlijk zeggen dat ik best een beetje trots ben, ik had nooit ferwacht dat ik nog zoveel nieuwe dingen kan leeren terwijl ik toch al twaalluf jaaren ben.

Wie weet wat ik allemaal nog ga leeren en ontdekken, de hele weereld ligt ineens voor me open, er zijn zoooo veel dingen die ik nog kan probeeren, misschien klim ik wel een keer op de bofenste plank van mijn krabpaal, dat is nu nog te grieselig maar het kan best dat ik dat ooit WEL durf!!!

***

Ik stuur Doerak nog steeds heel veel beeterschapskopjes, ik denk aan mevrouw Door, en ik tetter gewoon door voor vreede, fanaf mijn krabpaal dus dan ben ik NOG beeter te hooren!!

Joep heeft een probleem met zijn Feestboek

Bijna anderhalf jaar geleden kreeg ik m’n eigen FeestBoek pagina. Onder personeelstoezicht natuurlijk, want ik was toen nog veels te jong om zelf allenig de hele wereld over te gaan. Ik had ook nog helemaal geen snekkies gegeten van leptopgebruik, dus alle hulp was welkom. Want ik mauwde geen tweebenerstaal, en ik had m’n personeel hard nodig om m’n verhalen om te zetten naar letters die tweebeners met een beetje ervaring konden lezen. Of voorlezen, natuurlijk.

Leptop

Niet alleen dat, maar als kittenkater kreeg ik het ook niet voor elkaar om maar één letter op het toetsenbord in te tikken. Die dingen zijn gewoon niet gebouwd op kattenpoten. Ik kon wel met één stiletto een letter aantikken, en als dat had gemogen zou ik nu volgens een perfect 2-nagelsysteem kunnen tikken, maar m’n personeel voelde er niks voor om elke letter voor me te spellen. En volgens hun hier zou ‘t op den duur ook teveel toetsenborden gaan kosten.
Dus kwam er leptoptijd, waarin ik samen met m’n personeel op het scherm kon meekijken.
We begonnen altijd met een foto uitzoeken en ik mauwde daar dan iets over terwijl m’n personeel het vertaalde naar tweebenerstaal. Dat kreeg ik dan weer teruggemauwd om te checken of het verhaal klopte. Want als startende sjoernalist moest ik daar natuurlijk wel streng op blijven, vond ik.

Vrienden

Op die manier hebben we een hele lange tijd bijna dagelijks iets gepost over een belevenis op die dag. Uiteindelijk waren Junior en ik elke dag wel even bezig om iedereen te antwoorden, en ik kreeg volgers op mijn pagina uit Zuid-Afrika, Canada, een paar Verenigde Staten en andere landen waar ik nog nooit van gehoord had. Maar ook dichter bij huis werd ik ‘ontdekt’.
Volgers werden Vrienden, waarmee lief en leed gedeeld werd. En zo begon mijn wereld steeds groter te worden dankzij andere katten en hun personeel, maar ook met blafvrienden en hier en daar een fladder- en knaagvriend wisselde ik graag van gedachten.
Er kwamen ook tweebeners zonder huisdier die vrienden werden, terwijl ik écht geen allemanstweebenersvriendje ben. Maar zo naast m’n eigen personeel, in de vertrouwde veiligheid van m’n eigen huis, mauwde ik er op los alsof ik iedereen al jaren kende. Dat was altijd gezellig, zo saame met z’n allen.

Verandering

’n Week of 6 geleden begon er iets te veranderen op m’n FeestBoek, zonder dat ik daar blijkbaar iets aan kon doen. De mensen in het bedrijf bij wie ik m’n pagina had aangemaakt vonden blijkbaar dat ik nog meer vrienden nodig had, en deden de meest vreemde voorstellen. Soms moest ik wel 25 verzoeken om te volgen wegklikken voordat ik de berichten van m’n eigen lieve vrienden zag. En dat vrat best wel veel tijd. Ik merkte dat ik FeestBoek op deze manier toch niet meer zo leuk vond als voordat die andere mensen zich ermee gingen bemoeien, en ik zat een heel stuk minder samen met m’n personeel achter de leptop om m’n verhaaltje te doen…

Misschien zag die grote baas van FeestBoek dat als een uitnodiging om nog meer rotzooi op m’n pagina te gooien, want ineens kreeg ik ook allerlei advertenties te zien waar ik helemaal geen belangstelling voor had. Zoals van een bedrijf dat vond dat ik wel een haartransplantatie kon gebruiken. Ik snap niet waar ze het idee vandaan halen, want zowel ik als m’n personeel zijn prima tevreden over onze vacht.
Ik kreeg een uitnodiging om te komen werken bij de overheid. Maar ik heb al een heerlijke baan, lekker dicht bij huis, met prima arbeidsvoorwaarden. En of ik belangstelling had voor een vakantiehuis op Curaçao, naar een dansfeest wilde komen of yoga wilde leren. Nee, nee en nog ‘s nee.
Net zo min als dat ik aluminimale deuren in m’n huis wil laten zetten, schoenen of een nieuw huis wil kopen of naar de sportschool wil. Ik heb m’n eigen trainingsparkoers naast m’n huis, lekker in de buitenlucht. Dus ook allemaal nee.

Advertenties

Ik geloof ook nooit dat m’n personeel blij zal zijn als ik de auto ga inruilen bij een garagebedrijf aan de andere kant van ‘t land. En ik hoef helemaal geen brilletje, ik zie alles wat ik wil zien en de rest ruik ik wel, dus die aanbieding van een brillenwinkel tweehonderd kilometer de andere kant op, die heb ik ook weg laten klikken.
Maar ik ben een beetje bang dat ik met alleen wegklikken niet meer van al die advertenties af kom. Nee, m’n personeel moet aangeven waarom we die reclame niet willen zien, dan laten weten dat we ‘m niet meer willen zien en dán pas kunnen we ‘m afsluiten. Maar dat geduld hebben we na 28 ongevraagde advertenties vaak niet meer, dus ik doe op dit moment nog maar weinig met m’n eigen Feestboekpagina.

Drukte

Stilletjes hoop ik dat het ook allemaal ooit over gaat, die drukte op m’n pagina. Net zo plotseling weer verdwijnt als dat het er ineens onverwachts op stond. En dat ik, als ik ‘m over een tijdje weer ‘s open, gelijk de berichten van m’n eigen lieve vrienden weer zie zonder al die gekkigheid er omheen die ik eerst moet wegklikken. Want ik mis m’n Feestboekvriendjes toch wel…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Van wie is de bank?

De bank was stuk en toen weer heel en daarna kwam er weer wat anders dat was ook raar. Want alteit zat ik op de bank en ik haal de muis van de bank als ik speel en toen ging mijn vrouw opeens op de bank liggen en ze zegt: “Hè-hè.”

Van mij

De eerste keer dat het gebeurde heb ik meteen over de bank gerend, heen en weer en toen kwam ik weer op het tapeit daar ben ik blijfe liggen. Want ik wist de bank is van mij.
En dan snapte ze toen ook.
Maar daarna gebeurde het weer dat ze op de bank ging liggen. Steeds langer. En ik keek dan en ik rende en dan ging ik weer aapart liggen en kijken. Want de bank is toch van mij.

“We gaan oefenen met delen, Ollie,” zei ze en toen zag ik het. Een deken en gaan liggen en gewoon blijfe liggen. Nou ging ik toch kijken. Want wat is dat de bank delen. En ik liep naar mijn stuk en daar ging ik zitten. “Goedzo Ollie,” zei ze en toen: “Hè-hè.”
Eerlijk daar fond ik niks aan en daarom ging ik weer weg van de bank ik sprong in de fensterbank en daar moest ik nadenken. Want van wie is de bank?

Oefenen

Ik heb mijn eigen matjes in de fensterbank en ik heb mijn dekentjes en ik heb mijn doos en ik heb mijn meubel dat is zeker weete allemaal van mij. Daar komt nooit iemand aan dat kan gewoon niet.
En mijn vrouw heeft het bed daar mag ik ook op en de stoel daar ga ik ook in zitten en de badkamer alleen daar ga ik ook kijken.
Op het kleine tapeitje liggen we samen dat is in orde. Op het gewone tapeit ook.
Ze zegt van we kunnen best saame op de bank liggen. Maar ik weet dat niet. Want het is heel erg dichtbij en ik kan dan niet slapen en waarom ga ik dan anders op de bank liggen. Eerlijk waar het is iets moeilijks dat met de bank, en ik weet niet of ik daarmee kan oefenen.