Dopey en de vissen

Toen ik pas hier kwam wonen was ik nog heel klein een echt ukkepukkie. Ik had het erg druk met alles verkennen en dan alleen maar wat laag bij de grond was. De anderen sprongen met gemak op het aanrecht of op de hoge kast en dan kon ik alleen maar toekijken en hopen dat ik dat op een dag ook zou kunnen. Maar zover was ik nog lang niet.

Water

Op een dag toen ik lekker bij vrouw in de armen lag te knuffelen zag ik het.
Op het aan recht stond een glazen bak met water en er brandde ook een
lampje in… echt heel mooi om te zien.
Dus ik lag ernaar te kijken en begon wat slaperig te worden en toen opeens zag ik het… er bewoog wat heen en weer in de bak met water.
Ik was meteen klaar wakker en ging rechtop zitten en kijken.
Vrouw had meteen in de gaten wat ik gezien had en ze zei: `Dopey, dat zijn onze visjes, daar kun je niet aan komen want de bak is helemaal dicht.`
Ze zette me op het aanrecht zodat ik de visjes goed kon bekijken.
Echt waar ik zag ze van alle kanten, de voorkant, achterkant en zijkanten, overal waar ik keek zag ik de visjes zwemmen.
Toen een visje dichterbij kwam tikte ik met een poot tegen het glas hihihihihihi
volgens mij was hij geschrokken want echt waar pijlsnel schoot hij de andere kant op. Dat spelen met die visjes vond ik wel een leuk spelletje.
Niet heel lang daarna kon ik klimmen en zelf op het aanrecht komen.
Die visjes bleef ik toch wel heel erg leuk vinden.

Bak

Op een dag zei vrouw tegen me: `kom Dopey we gaan de vissenbak schoon maken.`
Vissenbak schoon maken? Dat was iets heel nieuws voor mij en natuurlijk wilde ik vrouw wel helpen ermee… maar wat moest ik doen?
Nou het was eigenlijk heel eenvoudig, ik moest de visjes bewaken.
Vrouw haalde de visjes uit de bak en deed ze in een kom met water en die kom zette ze op tafel.
Ik moest erbij gaan zitten en opletten dat de visjes niet uit de kom sprongen.
Als ze uit de kom sprongen mocht ik ze niet opeten maar moest ik ze in mijn bek pakken en terug in het water doen!! Nou dat was een makkie toch?
Terwijl ik op de tafel naast de kom met visjes zat maakte mijn vrouw op het aanrecht de bak schoon.
Ik kon de visjes zien zwemmen en dronk eens van het water…..nou niks geks aan de hand met dat water. Dan maar eens kijken of ik een visje met mijn poot kan aantikken misschien springt hij dan wel uit het water.
Neeeeee bah dan krijg ik een natte poot en dat wil ik niet.
Dus ik besloot om maar netjes naast de bak te blijven zitten en alleen maar te kijken.
Toen vrouw klaar was met het schoon maken van de bak kwam ze de kom pakken. Eerst kreeg ik heel veel complimenten omdat ik zo goed opgelet had nou dat vond ik wel tof.
Samen met vrouw heb ik toen de visjes weer in hun bak terug gedaan.
Vanaf die tijd hielp ik vrouw altijd met het bewaken van de visjes als ze in de kom op tafel stonden. En vrouw? Die was helemaal trots op mij.

Liefs Dopey

Japie: wie wil er een stukje Japie

Mijn letters voor deze keer zijn heel simpel. Het is een vraag. Een vraag die wellicht vragen oproept. Wees gerust, ik zal ze allemaal in dit furhaal beantwoorden. De vraag is: Wie wil er een stukje van mij hebben?

Rustig, rustig, niet allemaal door elkaar miauwen. Ik zal eerst vertellen waarom ik dit vraag. Eerlijk gemiauwd gaat dat al eventjes terug. Naar Oom Bert om purcies te zijn. Onze nestor waar ik ieder donker met veel liefde naar zwaai. Oom Bert wilde best graag een Meen Koen zijn. Van binnen voelde hij zich denk ik ook zo. Een heuse leeuw met woeste manen, grote voeten en een brul waar een huistijger jaloers op zou zijn. Oom Bert had alles in zich om zich een Meen Koen te voelen. Alleen die lange manen ontbraken.
Toen hij op een frisse najaarsdag zo’n anderhalf jaar geleden liet weten dat hij het een beetje koud had, keek ik eens goed naar mijn vacht en dacht ‘die jas is groot genoeg voor Oom Bert en mij Saame’. Ik stelde het voor aan mijn mens. Ze woelde met haar handen door mijn zachte haren. ‘Het is heel genereus van je, jochie, om je jas te delen met Oom Bert. Maar op dit moment is hij nog niet dik genoeg. We moeten wachten tot het kouder is. Dan krijg je een wollige ondervacht en worden de haren bovenop heel lang. Dat geeft je gelijk tijd om een plan te maken hoe je zelf warm kan blijven als je geen jas meer hebt?’ Daar moest ik over nadenken. Want in mijn blote niksie naar buiten als het hartje winter is, is inderdaad niet zo’n goed idee.

Klittenbaal

Ik moest eerder een oplossing bedenken dan gedacht. Want het werd januari 2024 en het werd kkkkkkkoud. Mijn eens zo keurige jas veranderde in mum van tijd in één grote klittenbaal. Hoe meer ik me waste om mijn haren terug in de plooi te krijgen, hoe erger het werd. Mo kwam aan met borstels en kammen. Voorzichtig probeerde ze me te helpen om mijn eens zo mooie jas uit de knoop te krijgen. Al ging ze nog zo zachtjes te werk het deed al pijn zodra ze bij me in de buurt kwam.
Als vanzelf sloegen mijn stiletto’s uit en klauwden zich venijnig in haar handen. Ondanks de gaten in haar vel ging ze door. Toen moest ik wel mijn vlijmscherpe hoektanden inzetten. Het werd een gebed (en gevecht) zonder end.

Schaar

Er zat niets anders op dan het afknippen van mijn ooit zo lange lokken die inmiddels als vervilte ballen tegen mijn huid aan zaten geplakt. Met minuscule knipjes moest een ieniemienie schaartje het werk doen. Haartje voor haartje werd voorzichtig los geknipt, beetje bij beetje, tot uiteindelijk de hele klit los kwam. Ik moet erbij miauwen dat hier dagen per klit over heen gingen, omdat ik bij ieder knipje in de handen van de kapper beet. Handen die ik ook al in de klem had met mijn stiletto’s.
‘Zachtjes, Japie,’ zei de kapper steeds, ‘anders knip ik nog in je velletje en dan zijn we verder van huis.’ Het dreigement van witjas èn het vooruitzicht van kipsnackjes na iedere knipbeurt hielden me op de poot. Na weken, zeg gerust maanden, van knippen was mijn jas dusdanig gekortwiekt dat ik weer opgelucht kon ademhalen. De kou was toen allang voorbij. De sjaal voor Oom Bert van echt Meen Koenhaar zouden we in de zomer gaan breien, zodat die op tijd klaar zou zijn voor als het weer kil zou worden. Oom Bert heeft de halsdoek van mijn haren nooit kunnen dragen.

Suikerspin

Deze winter gebeurde het weer. De ene dag zit mijn jas soepel om mijn lijf, alle haren keurig gekamd. Een dag later trekt een hardnekkige mist op en binnen 24 uur tijd verandert mijn kapsel in een grote suikerspin waar de kapper van met de handen in het haar zit. De schaar doet opnieuw knip knip knip. De berg plukjes wordt met de dag groter.

Daarom de vraag: ‘Wie wil er een stukje Japie hebben? Bij iedere plukje is het net of je Oom Bert weer een beetje dichterbij kan voelen.’

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over drie Kevers

Nu het winter is merk ik wel dat ik geen fijf of acht jaaren meer ben, en al helemáál geen beebiekitten meer, als je jong bent maakt de kau je niet veel uit, en zeker als je nog maar een mini bent ben je de hele dag aan het speelen en ontdekken en groeien, zonder je iets aan te trekken van kau of reegen.

Ikzelf heb al heel veel dingen ontdekt en ik hoef niet meer te groeien maar speelen doe ik nog wel, alleen niet meer de hele dag, een paar minuutjes per keer find ik genoeg, ik bedoel maar: hoe vaak kan je een pluusjen muis fangen?, omdat ik een seeniejor katerjongen ben heb ik wel belangrijkere dingen te doen, mijn vrouw roept nu Slapen zeker!, en ja, dat wilde ik dus net gaan fertellen.

Auder

Deze winter heb ik voor het eerst ontdekt hoe heerlijk het is om lekker in mijn warme kermusmand te slapen, en dan bedoel ik niet alleen in de nacht, maar ook oferdag, dat deed ik nooit, in forige jaaren snapte ik de winter nog niet zo goed en ferfeelde ik me de hele tijd, maar dit jaar ga ik efentjes buiten een plasje of een poeps doen en ik kom meteen weer binnen om geborsteld of gekamd te worden, dan speel ik met mijn ketnipmuis of mijn ketnipaarbei en daarna kruip ik zó weer in mijn mand bij de ferwarming om te knorren.

Mijn mensen moesten er aan wennen, en ik hoorde mijn man zeggen dat hij er een beetje ferdrietig van wordt, omdat het laat zien dat ik auder ben geworden, daar moest ik over nadenken, over dat auder worden, en ik kwam tot de konkluusie dat het niet anders kan.

Drie

Ik kan alleen maar fooruit leefen en niet achteruit, stel je voor: ik moet er niet aan denken dat ik weer een beebiekitten zau worden en heel druk zau moeten doen!, ik ben juist blij dat ik een erfaren audere katerjongen ben die geleerd heeft dat het fantasties is om in een kersmusmand te liggen dromen over mijn furkering Milamuis, over snekkies, of over de zomer.

Ik ben al jong geweest en dat draag ik nog met me mee, kleine Kever woont in mijn hoofd, net als de Kever die folwassen was maar nog niet echt auder, PLUS nog seeniejor Kever, er zijn dus eigenlijk wel drie Kevers in mijn hoofd, en zo heb ik echt keiveel erfaaring!

Maar ik denk dat ik wel een beetje snap wat mijn man bedoelt, hij denkt er aan dat onze tijd Saame die we nog voor ons hebben steeds korter wordt, en dat is waar, maar we hebben al een tijd Saame achter ons, en die zit in ons hart en ons hoofd, nu op dit mooment zijn we ook Saame, en hoe lang dat gaat duuren weeten alleen de sterren maar zij hauden dat geheim, ik zau het ook niet willen weeten van teforen, wat heb je daaraan?, dus foorlopig gaan we met zijn drietjes fooruit en worden we auder, gelukkig maar.

***

Ik stuur heel veel kopjes naar Mio, en naar mevrouw Jeanine, en ik zwaai naar een klein rond sterretje dat Tollie heet.

Joep heeft zin in de lente

Donderdag was er ineens zon. En blauwe lucht met witte wolken. Tenminste, dat laatste vertelde m’n personeel me, want zelf zie ik niet alle kleuren die zij zien. Maar ik kan wel heel goed in ‘t donker kijken, en dat kunnen zij dan weer niet. Ik merk dat zij, net als ik, heel blij worden van zon en mooie blauwe luchten en witte wolkjes. Dat voel ik gewoon, en dan genieten we saame. Lekker buiten in de tuin, alsof het alweer voorjaar is. Verschil is alleen nog dat m’n personeel met een dikke jas aan in de tuinstoelen zit, dus ik denk dat het nog niet zo ver is.

Knuffels

Toch kan ik de lente alweer bijna ruiken. En ik zie ‘t ook denk ik, want in m’n tuin zitten alweer hele kleine puntjes op de kale takken. Die schijnen groen te zijn, of wit, of een kleur daar tussenin. Daar komen als ‘t weer wat warmer wordt dan ineens allemaal kleine blaadjes uit, die steeds groterderder groeien, tot alle takken weer bedekt zijn met groen. En dan weet ik ‘t helemaal zeker dat het weer voorjaar is geworden.

Gisteren was weer nat en grauw en veuls te koud om lekker veel buiten te zijn, dus ik ben binnen boven in ‘t mandje van m’n kaktuskrabpaal gaan liggen nadenken. Over wat ik allemaal ga doen als de lente weer komt. Want als jonge katermans wil ik natuurlijk wel goed voorbereid zijn als ik straks weer vaker naar buiten ga.
Want dan wil ik spelen, nog meer leren en ontdekken. Zwemmen in m’n wedstrijdbad naast ‘t achterpad. Rennen door ‘t weiland daarnaast, op zoek naar muizen. Boompje klimmen, slootje springen en verstoppertje spelen in ‘t hoge gras, saame met m’n vrienden. Alleen nog maar thuiskomen om te dutten na een lange dag, of om te eten als ik honger heb. Of omdat ik aan de stem van m’n personeel hoor dat ze me missen als ze m’n naam roepen. Want ook als straks de zon vaker gaat schijnen en ‘t buiten weer lekker warm wordt, wil ik tijd maken om met m’n personeel te knuffelen. Gewoon, omdat dat heel errug lekker is.

Buiten

Als dan de lente weer zomer wordt dan komen er hopelijk ook weer feesten. Ik kijk er nou alweer naar uit om al m’n vrienden weer te ontmoeten, bij te mauwen onder ‘t genot van een hapje en een drankje. Dan wordt ‘t ook weer flink aanpoten met Japie, want zijn bedrijf Muisbezorgd gaat ‘t dan nóg drukker krijgen met al die grote bestellingen. Ik sta alweer te trappelen om de poten uit de mouwen te steken om ook dit feestseizoen de koelwagens vol te kunnen afleveren. En ik hoop natuurlijk dat Chef Tiga dan ook weer van de partij is. Hij heeft deze wintermaanden vast een heleboel overheerlijke recepten verzonnen waar ‘t water me nu alweer van uit de bek loopt bij de gedachte alleen al…
Misschien ga ik dit jaar m’n tweede weilandfeest wel organiseren, want het was vorig jaar zó ontzettend gezellig. Maar ja, ga ik dan weer voor die grote dubbele wokkelglijbaan, of ga ik op zoek naar een ander spektakel? En zou Leootje dan ook wel weer voor een live verbinding willen zorgen? En zou iedereen die er vorig jaar bij was ook wel weer willen komen?

Binnen

Terwijl ik nu al m’n gedachten door zit te mauwen en de letters op de leptop verschijnen kijk ik naar buiten. De lucht is grijs en ‘t regent. Alweer. Of nog steeds?
Zo te zien heb ik nog heel veel tijd om te bedenken wat ik allemaal weer ga doen als de winter voorbij is. Dat heeft nog helemaal geen haast dus straks ga ik eerst maar ‘s lekker ontbijten en daarna een dutje doen. En als ik dan wakker wordt en de zon is er nog steeds niet, ga ik met m’n personeel spelen. Of knuffelen. Of misschien wel allebei. Want ik denk dat ‘t nog wel even kan gaan duren voordat ‘t weer lente wordt…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Dit is mijn nieuwe hobbie

Net toen ik dacht nou folgens mij snap ik alles van het huis hier, toen kwam er iets nieuws en dat was poosietief. Ik had er opeens een hobbie bij.
Het ging zo.

Film

Elke afond zit mijn vrouw aan haar werktafel tot het geluidje van haar telefoon gaat, als ik dat hoor weet ik nou gaan we spelen. En ik weet van binnen als het afond is wanneer het komt, dat foel ik gewoon. Dus soms ga ik bij de tafel zitten wachten, dat is op het kleine tafeltje erbij, daar heb ik een matje.
Dus daar zat ik te wachten toen ik een potlood zag, nou mijn poot ging meteen van hier komen potlood alleen toen gebeurde het. Ze tilde me op en zette me op schoot en ik zat er meteen in mijn gefoel van wat-nou wat-nou en toen wees ze van “kijk eens Ollie.”
Ik kijken.
En ik bleef kijken want ik zag op het grote scherm foogels. Kleine en grote en ook beestjes, het was een film, speciaal voor katten. Dus met alleen wat wij leuk vinden.
Dat iets geluid maakt, niet groot maar gewoon net spannend dat je foelt wat is dat.
En dat iets beweegt dus dat je ernaar wilt kijken en diep van binnen weet je wel ik ben feilig.
En dan de hele tijd door.

De afond erna zat ik er weer en toen langer. Voor mijn zekerheid heb ik ook achter het scherm gekeken maar daar was niks te zien. Ik heb ook goed gesnuffeld aan de tafel.

Op schoot

Toen ontdekte ik van de film is ook op de tablet te zien weeges ik wil niet altijd op schoot daar ben ik eerlijk ofer. Alleen toen was het toch te spannend ik durfde geeneens echt dichtbij.
Wat ik nou geleerd heb is van spannende dingen kan ik wel maar dan heb ik steun van thuis nodig dus foortaan ga  ik naar de film kijken als ik op schoot zit. En dat is dus mijn nieuwe hobbie.