Kitten verhaal van Doerak 🐾
Hallo allemaal,
Hier een nieuw (jeugd) verhaal van Doerak.
Er was mij door Ollie gevraagd of ik wat wilde vertellen hoe ik bij mijn mensen ben gekomen en hoe die eerste jaren waren toen ik nog een baby kitten was. Dat wil ik natuurlijk wel doen. Mijn geheugen is harstikke goed. Als senior van 13 heb ik al veel meegemaakt.
De eerste keer dat ik mijn mensen ontmoette zat ik nog in de kittenopvang Doetinchem van mevrouw Lisette. Mevrouw Lisette had mij gevonden samen met mijn moeder, broertjes en zusjes op een vakantiepark in Doetinchem. Wij werden meegenomen en zo kwamen wij bij de kittenopvang terecht. Dat was superfijn. Want ik was nog heel klein en buiten was het niet altijd fijn. Het was soms koud en nat.
Bij Lisette was het warm, kregen we eten en konden we veel spelen.
Mijn naam
En ineens stonden mijn mensen bij mij in de speelkamer. Lisette wist dat mijn mensen op zoek waren naar een nieuwe kitten. En ze wilde graag een rooie. Nou dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik en mijn broertje waren harstikke rood. Terwijl mijn mensen daar in de speelkamer stonden was ik ontzettend druk aan het spelen met muizen, balletjes en klimdingen.
Eigenlijk had ik geen aandacht voor ze maar toen kwam de man mens bij mij staan en begon te aaien. Toen dacht ik dat is best wel een mooie klimpaal en voor je snacks kon zeggen klom ik helemaal omhoog naar de schouders van mijn mens. Volgens mij deed dat met mijn scherpe nageltjes best wel zeer maar mijn man mens begon te lachen en riep wat een Doerak zeg. En zo was mijn naam geboren en heette ik ineens Doerak. Wist geeneens dat zoiets kon.
Tante Fleur
Maar ik kon niet gelijk mee met mijn nieuwe mensen. Vanwege dat ik nog een paar prikjes en onderzoekjes van de witte jas moest hebben. Maar 2 weken later was het dan zover. Mijn mensen kwamen mij ophalen. Dat vond ik best wel oké. Mijn mensen roken namelijk naar een andere kat en als baas Doerak dacht ik: Hier wil ik meer van weten ik blijf bij ze in de buurt en liep zo hun poezenmandje in die ze op de grond hadden gezet.
Nou daar ging ik dan, in mijn mand en in de auto. En ik vond dat helemaal niet eng of raar. Bij de mensen in mijn nieuwe huis ging het deurtje van de poezenmand open en ik liep er zo uit en begon gelijk overal te snuffelen, op te klimmen en op de vensterbank ging ik gelijk zitten en naar buiten kijken. Eigenlijk was dat al mijn eerste vensterbank controle denk ik. Stoere man Doerak hoorde ik roepen door mijn man mens. Maar zo ben ik nu eenmaal. Een echte Doerak. Ineens zag ik een brokkenbak staan. Daar rende ik op af en begon gelijk te eten. Dat smaakte goed alleen rook ik iets bij de brokkenbak. Mijn neusje ging als een gek tekeer, snuffel snuffel snuffel. Wat was dat toch?
En toen gebeurde het, ik draaide mij om en toen stond er ineens een hele grote zwart witte poes voor mijn neus. TANTE FLEUR! Ik schrok me een hoedje maar tante Fleur bleef rustig staan, keek me aan en begon aan mij te ruiken. Ik kreeg een lik over mijn kop en wist het gelijk: Tante Fleur is speciaal. Die gaat mij in de gaten houden en heel veel leren. Raar maar dat wist ik gelijk. Wij gaan dikke vriendjes worden. Tante Fleur werd mijn nieuwe moeder.
Bed
De rest van de dag was ik vooral bezig met ontdekken. Tot het donker werd. Toen gingen mijn mensen naar boven en ik snapte er helemaal niks van. Echt waar. Wat gebeurt er nu? Tante Fleur stond bij de trap naar boven, keek mij aan en keek toen de trap omhoog. Ineens snapte ik het. Ik moest Tante Fleur achter na lopen. Dat deed ik en boven in de grote kamer stond een bed. Tante Fleur sprong erop. Dat kon ik nog niet, maar klimmen kon ik
wel. Dus ik klimmen en op het bed lag tante Fleur en mijn mensen.
Nooit meer heb ik beneden geslapen. Dit is mijn slaapplek. Super zacht en supergezellig. Dit was het eerste wat ik van tante Fleur geleerd hebt.
Zo begon dus mijn leven als kitten bij mijn mensen en met mijn nieuwe naam Doerak. En met de grote zwart witte poes tante Fleur. Die is bijzonder dat wist ik gelijk.
De volgende keer vertel ik verder over mijn avonturen als kitten en hoe ik een jonge katerman werd.
Allemaal een fijne week met veel snacks, zon en knuffels.
Poot van Doerak
🐾 Poot van Doerak 🐾
Miauw, daar ben ik weer op Minnie’s blog dinsdag. Waar zal ik het deze keer eens oofer gaan mauwen. Daar zat ik over na te denken terwijl ik op de rand van de leuning van de bank zat. Toen hoorde ik klik klik en zag ik dat Frau een footoo van mij maakte. Zucht moet dat nou alweer? Dat froeg ik. Frau moest lachen. Ja Minnie bij jouw blog horen drie mooie footoo’s en je zat er net heel erg mooi bij fandaar dat ik even klik klik deed. Ok nou fooruit dan maar. Ik zou inderdaad niet willen dat er drie heele lelijke footoo’s bij de blog zouden staan. Alhoewel? Ben al mauw ik het zelf best een mooi poesje. En mensenoma fond dat ook. Dus dan is het zo!
Rieleksen
Hoe je ook kan rieleksen is door in de fensterbank te gaan liggen. En nee ikke bedoel niet foor de controle. Alhoewel als andere katjes dan niet in je tuin komen dan is dat mooi meegenomen natuurlijk. Nee ik bedoel in de fensterbank gaan liggen als de zon schijnt. Want die warmt je lijfje zo lekker op. Daar wordt je vanzelf soeselig fan en dus ook super lekker rielekst. Pas wel op dat je deze manier niet doet als het buiten echt suuper heet is. Want we willen natuurlijk geen gebraden kat op het menu. Deze manier van rieleksen kan je doen tot een graad of 25 ofzo. Je mens weet wel wanneer het dat wel en wanneer het dat niet is. Dat kunnen ze zien op een ep of op een meter die buiten aan de muur hangt.
Hoi lieve allemaal, het is hier bijzonder weer moet ik zeggen. De ene dag is het warm en schijnt het zonnetje lekker en de andere dag komt het er met bakken uit gevallen. Er is zelfs af en toe donder en bliksem bij dus dan zul je mij niet buiten zien hoor. Ik vind dat nogal eng en dan mag ik ook niet buiten want dat kan best gevaarlijk zijn. Ze noemen dat soort weer wisselvallig op de televisie maar ik weet niet precies wat dat is. Ik vind het vooral raar als het zeg maar eerst lekker warm en zonnig is en ik dan buiten lig te genieten en ineens naar binnen moet omdat er spontaan druppels vallen. En soms nog veel ook. Ik moet dan wel steeds aan de ooievaars denken want die worden dan toch wel kletsnat als het zo hard regent. Dat vind ik maar sneu. Maar ja, die kunnen nu niet binnen bij iemand gaan wonen want zo is de natuur nu eenmaal niet bedacht. Ze hebben gewoon lekker veel ruimte buiten nodig om te wonen en vooral ook te kunnen vliegen.
Daar zou ik denk ik wel in passen maar daar begin in toch maar niet aan. Ik heb het hele ding besnuffeld tot ik zeker wist dat het oké was en ben toen maar verder de tuin in gelopen. De fiets staat inmiddels aan de andere kant van het huis en gisteren kwam mijn vrouw ermee thuis. Ik had haar als eerste gehoord en stond natuurlijk direct in de gang toen ze binnen kwam om haar welkom te heten en een knuffel te krijgen.
Van mij hoeven ze dat eigenlijk nooit te doen maar als de postmevrouw het niet doet, dan weten mijn mensen natuurlijk niet dat ze iets wil komen afgeven. Ik weet nu hoe de auto van de postmevrouw klinkt en ik zal je zeggen, als ik deze hoor, dan brom ik ook zachtjes. De post heeft een elektrische auto zegt mijn vrouw dus die hebben een speciaal geluid dat we goed herkennen. Moos hoort niet zo goed maar hij weet het zelfs wanneer ze eraan komt. Als ze dan op de bel druk, schrikken we toch nog vaak en dan ren ik als een speer naar boven want daar zit Molly en die kan me helpen als ik bang ben. Moos rent vaak naar de kamer van de computer want daar kun je je heel goed verstoppen achter de gordijnen. De postmevrouw komt nooit binnen en ze brengt meestal wat voor ons mee dus dat scheelt veel. Ze geeft het af en sjeest weer weg met haar knalgele mobiel. Mooi zo want dan kunnen wij weer snel tevoorschijn komen en gaan inspecteren wat ze gebracht heeft. Altijd belangrijk natuurlijk.
Deze zomer is mijn leefen net als de zon – rond, warm en frolijk, ik leef ook MET de zon; elke dag ga ik heel froeg in de ochtend naar mijn tuin en geniet ervan dat het nog lekker frips is, iedere middag kruip ik onder de struiken omdat het warm wordt, en in de afond als het weer koeler is ga ik in mijn gras liggen of op één van mijn stoelen.
want ik doe hem niets, maar soms ren ik ineens naar hem toe, het is een grapje en dat weeten we allebei, ferder is elke dag hetzelfde en dat find ik heerlijk.
dan foel ik altijd dat ik heel hard knuffels noodig heb, en zeker als ik buiten heb geslaapen heb ik natuurlijk URGENT (dat is een moeilijk woord voor dringend) knuffels en aandagt noodig, dus naar binnen en hop de toeter aan!
Nou, wat mij deze week overkomen is… ongelofelijk gewoon. ‘t Weekend was kattastisch geweest. En de dinsdag tot en met nu ook. Maar de maandag… Die liep toch even wat anders dan ik in m’n kop had.
Ik sprong op m’n kussen dat op de tuintafel ligt en drukte m’n neus tegen de pas gewassen ramen aan, om te zien of ik m’n personeel binnen zag… Maar niks hoor. Ik mauwde twee keer heel hard, maar er kwam helemaal niemand.
Even een lekkere lange dut, en als ik daarna dan wakker werd zou de tuindeur vast alweer open staan.