Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen over mijn lievelingsdeken, en hoe dat zo kwam.
Ik had vroeger een duidelijke regel: Slapen doe je overal, behalve op een deken. Waarom zou ik ook? De vensterbank had zon, de bank had uitzicht, en het bed van mijn mensen had precies genoeg ruimte om niet in de weg te liggen. Al ging dat laatste toch wel vaak mis.
Maar op een dag, ergens in het midden van een rustige avond, gebeurde er iets dat alles veranderde.
Doerak vertelde
Mijn man mens, zo vertelde Doerak het later aan mij, had een zachte deken over de stoel gelegd om even uit te waaien. De deken rook naar huis, naar warmte…. En een klein beetje naar Doerak en mij. En dat vond ik best wel vreemd.
Ik liep er toevallig langs. Ik wilde er eigenlijk overheen springen, zoals altijd, want dekens zijn alleen maar een obstakel voor serieuze katten. Maar ineens bleef ik stokstijf staan.
Er was iets bijzonders aan deze deken. Het leek net of deze deken mij zachtjes riep.
Voorzichtig tikte ik met mijn poot tegen de deken. Zacht, warm, aantrekkelijk dus.
Nog een tik. Nog zachter. Nog warmer.
En toen, heel onverwachts, liet ik mijzelf zakken. Eerst met mij staart, toen met een poot, toen de andere…. En tot mijn eigen verrassing lag ik ineens helemaal op de deken. Alsof ik erin gesmolten was.
Het voelde alsof deze deken speciaal voor mij gemaakt was. Alsof de deken mij omsloot met een soort magische warmte. Die fluisterde: Bliksem … jij hoort hier.
Even later kwam Doerak aangelopen, hij zag mij liggen en miauwde zachtjes. Nou nou zei Doerak zachtjes tegen mij, dus de Bliksem “ik slaap overal behalve op een deken” is nu eindelijk om?
Ik reageerde niet eens.
Ik deed mijn ogen dicht, duwde mijn neus in de deken, en zuchtte tevreden. Het was de beste slaap die ik in weken had gehad.
Verandering
Vanaf die dag veranderde er iets. De deken lag nooit op dezelfde plek.
Lag de deken op de stoel, dan lag ik op de stoel. Lag de deken op de bank, dan lag ik op de
bank. Werd de deken gewassen? Dan wachtte ik geduldig naast de wasmand, alsof ik toezicht hield op een heel belangrijk iets.
En als er iemand, per ongeluk natuurlijk, op mijn deken ging zitten? Dan kwam ik ernaast zitten, heel dicht bij, met grote ogen die precies zeiden: Je weet toch wel dat je verkeerd zit he!
Sindsdien is de deken een vast onderdeel van mijn dag.
Niet zomaar een stuk stof, maar mijn troon, mijn wolk, mijn veilige haven.
Een kleine, zachte plek, waar zelfs ik als stoere katerman, soms gewoon even kitten mag zijn.
En dat allemaal dankzij mijn grote voorbeeld ome Doerak.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem
Dag liefe frientjes, we fiegen nou gauw het jaar uit ! Mij frouwtje zeg dat hier op Nieuwjaarsdag de hiejaasinten op tafel staan en ze naar het foorjaar toe leef. Maar mij meening is dat je geen daagen kan oferslaan en je in iedere dag iets moois kan zien. Ik ben iedere dag blij met mijn eete, mijn speeltjes en de warme bank. Weete jullie trouwens wat ik van de Sinneklaas hep gekreege?
Ferder komp er nog een kersemusster foor de raame en ekstra kaarse op batterij. Dat is foor de feiligheid, zeg ze. Nou ben ik een poes die iedereen zou wensen, ik doe eg nooit kattekwaad uithaale hoor. Misschien saai, maar ik doe eg niets, en het gekke is ik mag alles hier. Maar het zit gewoon in muzelluf dat ik niet krap aan de bank, geen Kersemuskkeed fan de taafel gris met mijn naaguls, ik flieg niet in de hordeur, en toch ben ik een blije en tefreede poes. Ik wilde gewoon rust en feiligheid toen ik hier kwam, en dat hep ik gekreege! Misschien ga ik wel tegen de kersemusballe tikke met mijn poote. Maar dat komp omdat die op pingpong balle lijken, alleen zijn ze gekleurd en doen ze fonkelen. Maar dat mag heef ze geseg.
Tevreden stap ik door m’n luik de keuken in. Tijdens een tussentijdse inspectieronde heb ik een hoop nieuwe vindplaatsen ontdekt. Purcies wat ik nodig heb. Ik rook ze al van verre. Hoeveel er wonen dat ontdek ik vannacht. Met een beetje mazzel heb ik er dan genoeg. De tijd dringt.
jaar staat mijn hoofd er helemaal niet naar. Om dan ook nog een verjaardag te vieren. Nee hoor, ik heb er geen zin in!’ Even blijft het stil. Tot de andere kant weer begint. Mijn mens reageert niet zo vaak geëmotioneerd. Niet als Foppe tegen de gordijnen pist. Niet als tante Cato vanaf de bovenste traptree aan ver spugen doet. Ook niet als ik de restanten van de jacht onvoldoende heb weggemoffeld. Ze zucht altijd alleen maar als ze weer met een emmer sop in de weer gaat.
Saame met Foppe en tante Cato had ik iets kattastisch bedacht. Zelfs CW vond het een purrrfect idee om groots uit te pakken. Stel je eens voor. Een reusachtige doos met een purrachtige strik er om heen. Als Mo op de ochtend van haar verjaardag uit bed komt, staat het gevaarte als blikvanger midden in de kamer. Daar kan ze niet omheen. Terwijl wij in koor hiep hiep hieper de PIEP miauwen trekt ons mens het lint los. Op dat moment springen er als furrassing zestig muizen uit. Voor ieder levensjaar eentje. Met een grote dikke vette bruine knoeperd extra uit de tuin van KeverT als wens voor het komend jaar. Ik zie het al helemaal voor me.


Nou dacht ik de afgelopen week toch echt dat het alweer voorjaar was geworden. M’n personeel durfde overdag zelfs zonder jas de tuin in en, behalve dan de twee dagen dat ik op ‘t achterpad bijna uit m’n jas woeide, was ‘t ook best wel lekker buiten.
het een beetje te druk worden in z’n huis. Maar hij mauwde dat die vreemde tweebeners wel hele mooie jute zakken bij zich hadden, waar hij voordat ‘ie naar buiten ging nog even snel z’n nagels aan gescherpt had en dat er toen allemaal van die rare bolle brokjes uit waren gevallen die hij niet eens mocht opeten.
tafel werd gezet. En ook daar zaten allemaal lichtjes in, en iets dat m’n personeel slingers noemt. Natuurlijk heb ik die boom op tafel aan een potige inspectie onderworpen, maar ik vind er helemaal niks aan. ‘k Ben zelfs op m’n achterpoten gaan staan om ‘m van de bovenste tot de onderste tak te inspecteren, maar er is iets vreemds mee aan de hand. Hij is zacht genoeg om kopjes tegen te geven, maar ik denk niet dat ‘ie mest of bewatering nodig heeft. En hij ruikt helemaal niet interessant genoeg om mee te spelen, maar m’n personeel is er zo te zien best wel blij mee, dus ik gun ze hun pleziertje en blijf er verder van af.