Alle berichten van Chef

Loesje vertelt: over me uiterlijk 

uiterlijk

Soms vragen mensen hoe ik denk over me uiterlijk. Over hoe ik eruit zie. En of ik me uiterlijk belangrijk vind?

Ik moest er goed over nadenken want ik ga nu ook me kurzus geven. Moet ik dan een mooi uiterlijk hebben? Ik ben toen langs de spiegel van me vrouw gelopen. Dat doe ik anders nooit maar hoe kan ik anders naar me eigen kijken? Ik denk ik moet erover schrijven want het is  belangrijk.

Me binnenste

Me uiterlijk is me buitenkant, me vacht, me rondingen. Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Ik zeg U eerlijk, ik ben meer een poes van me binnenste. Van me emozies en van eten. Ik werk altijd hard om me binnenste gevuld te krijgen. Dat doe ik met me tonijn, garnaale en zalm. Maar soms ook met forel of witte vis, als me vrouw niks anders heb. Zo krijg ik wel een mooier uiterlijk want me rondingen groeien dan van ze eigen.

In sjok

Maar ik heb ook een trouwma, ik vind het best moeilijk om te vertellen. Er was een vreemde man in huis, die kwam iets maken voor me vrouw. Het was een monteur. Hij zag me en zei tegen me vrouw dat ik een hele dikke poes was! Toen heb ik op één dag de hele viswinkel naar binnen gewerkt. En me vrouw heb de monteur buiten gezet!
Ik was in sjok!

Onzichtbaar

uiterlijkVroeger was ik nooit met me uiterlijk bezig. Ik was mager en niet me eigen. Ik was onzeker en ik zeg U eerlijk. Ik dacht dat ik geen uiterlijk had. Ik was onzichtbaar.
Maar me vrouw zei dat iedereen een uiterlijk heb van ze eigen. Ik had geen idee. Ik had geen verkering dus ik dacht waarom moet ik dan een uiterlijk hebben? Ik was ook nog niet me eigen aan het ontplooien. Ik hoefde nog niet zo nodig. Ik moest nog Loes worden. Ik wil ook toegeven, ik vond tonijn belangrijker. En garnaaale ook.

Kurvie

Toen zag ik Me Bert op Feesboek. Ik voelde iets gebeuren in me buik. Dat ik mooi wilde zijn van me eigen, dat Bert me knap zou vinden. Ik ging meer eten want persoonlijk vind ik een maatje meer wel fijn. Dat ik mooi rond ben, een echte kurvie poezedame. Ik heb een volle, dikke vacht. Dat is me eigen bontjas.
Ik liep weer langs me spiegel, maar ik durfde niet goed te kijken. Ik wilde op Feesboek gaan maar daar heb iedereen ze mening. Oooh ik was onzeker.
Moest ik aan de poezebootoks? Moest ik plasties sjirurgie? Ik wilde het niet, ik wilde alleen maar me eigen zijn.

Ajsepteere

Me Bert vindt me mooi, dat is voor mij belangrijk. Als je verkering heb wil je er toch goed uitzien van je buitenkant. Hij leerde mij me eigen te aksepteere. Dat ik goed ben zoals ik eruit zie, met me dikke vacht, me baard en me bek. En me Bert zegt ook, Loes ik vind het belangrijk hoe je er van binnen uitziet. Me Bert is wijs. Hij weet waar het om gaat. Dat je lief en aardig bent en dat je genoeg te eten krijgt.
Ik vind van binnen ook belangrijk. Dat je gelukkig bent en niet onzeker. Ik vind, ieder heb ze eigen uiterlijk en ze buitenkant. Dat is altijd goed.
Als ik nu langs me spiegel loop zie ik me eigen pas echt. Dan zie ik me ogen en me ziel. Ik zie Loes, me binnenste die me buitenste mooi maakt…
Ik voel me eigen rijk…

Loesje

Twee stapjes verder en toch weer terug

op schoot “Toe dan Bertje,” zei mijn vrouw. “Kom op schoot.” Ze keek me aan en ik voelde dat ze het graag wilde.  Ik stond op de bank. Zij zat ernaast met een speciaal dekentje op schoot.

“Bertje?” vroeg ze. Ik keek nog eens.

Aarzelen

Al sinds ik hier ben, ga ik niet op schoot. Dat is dus langer dan drie jaar. In het asiel deed ik het soms wel, even, en dan ging ik weer van schoot af. Maar als je samenwoont en het wordt steeds gevraagd, ja dan ga je toch aarzelen.

Ik wel.

Stap

Gisteren dus was zo’n moment. Ik voelde gewoon hoe graag ze het wilde en dat trok me naar haar toe. Ze klopte op haar schoot, ik bedoel op het dekentje en voor ik het wist, zette ik mijn twee voorpoten op de bank.

Ze keek blij. Daar kreeg ik het een beetje benauwd van, eerlijk is eerlijk. Straks kon ik niet meer weg en je moet weg kunnen, altijd, dat heb ik vroeger op straat geleerd.
Daarom bleef ik gewoon staan waar ik stond en ik deed niks.

Naam

Toen zei ze mijn naam op die hele zachte speciale manier waar ik niet tegen kan. Zij kan er niet tegen als ik mijn kop scheef hou en een piepmiauw doe, nou en ik kan er niet tegen als ze op die manier praat.
Dus ik zette mijn linkerpoot op haar schoot.
Daarna zette ik mijn rechterpoot erbij.

En toen dacht ik opeens: waar ben ik mee bezig? Ik stapte meteen terug naar achteren en zo kwam ik weer op de bank terecht, nou gelukkig maar.

Aaien

Ik kreeg knuffels en ze zei dat ik dapper was geweest en dat het er misschien nog weleens van kwam, misschien morgen al over over twintig jaar of helemaal nooit en dan was alles nog steeds helemaal goed tussen ons.

Daarna moest ik wel gaan slapen. Voor mij was dit best spannend geweest.

Katrien over: de dagelijkse dingen die ik doe

dagelijkse dingenHallo, daar is ikjes  weer. Vandaag ga ik hebben over de dagelijkse dingen die ik doe. Dat is heel wat.

De ochtend:

De wekker gaat om kwart voor 5 ’s morgens. Dan weet het personeel, mijn man dan, dat ik eten wil. Dan begint het wachten daarop want als jullie denken dat dat meteen gebeurd hebben jullie dat mis hoor. Soms kan ik wel tot 5 uur wachten.  Ik ben bereid één keer naar mijn etensbakje toe te lopen.
Daarna moet het naar mij gebracht worden.
Dat kan zijn op mijn innig geliefde wolletjedeken of als ik op de grond tussen het personeel in zit.

Dan gaat manpersoneel centjes voor mijn eten verdienen. Het meest erge is als ze zeggen dat ik hun de oren van het hoofd eet. Nou ja!!! Ik lust niet eens oren. Omdat ik toevallig alleen maar whisjekas eet? Tsssss
Na mijn brekfust ligt het er aan wat ik daarna doe. Eerst ga ik natuurlijk uitbuiken. Dat kan best wel een uur of wat duren. Ligt eraan hoe lekker mijn ontbijtje was.
Vrouw pakt dan meestal dat stofmonster. Ooooh als zij denkt dat ikjes bang ben heeft ze het zo mis.
Om 8 uur ’s morgens spreek ik dan ook nog even met bert. Dan kan ik mijn hart luchten over hoe gemeen het personeel is tegen mij. Bertje begrijpt mij.

De middag:

Nou… vrouw gaat boodschappen doen. Natuurlijk eis ik dat ze lekkers voor mij koopt. Ik ben gek op soesjiezoute haring. Ooooh, daar kan je mij wakker voor maken hoor. Ik krijg het alleen niet zo vaak. Dan ga ik het huis kont-trooleertje doen. Heeft ze wel goed opgeruimd? Heeft ze gezien dat ik op het nepperstapijt een kado had achtergelaten? Ze lopen hier altijd blootpoots dus dan is het dubbelop leuk als ze er in trappen. Hoe ze dan op één poot probeert te lopen.
Om één uur ga ik lopen zeuren om mijn eten. Dit heb ik over gehouden van toen ik ziek was. Toen kreeg ik ieder uur een lepel eten. Dan moet je haar horen!!!
– Katrien, je wacht maar even.
Pardonnetjes?
– Heb je me niet gehoord Katrien?
Jawel, maar jij hoort mijn maag niet!!
– Je wacht maar!!

Nou…kwader kan je mij niet krijgen. Ik ga beginnen met zingen. Eerst zachtjes.

– Katrien…hou op hoor ik dan.
Geef me dan eten!!
– Nee!! Je wacht maar tot half twee.
Maar dat duurt nog zo lang hoor!!
Ooooh dan barst het los. Ik ga krijsen. En niet zachtjes hoor. En natuurlijk nonstop.

Lekkers

Om half twee heeft ze daar dan meer dan genoeg van. Dan loopt ze naar de keuken, opend de koude kast en pakt mijn blikje er uit. HOERA!!! Ik heb mijn zin gekregen.
Om kwart over vier komt man weer thuis. Vrouw geeft hem een kus op zijn mond. Gadverdegatverdarrie. Hoeft ze bij mij niet te doen hoor. Zo vies. Ik ga dan even naar hem toe.
– Hallo Katrien.
Hallo personeel, heb je lekkers?
Dan pakt hij mijn bakje en zet het voor me.  Dan ga ik eten. Het personeel praat wat en manpersoneel valt daarna even in slaap. Vrouw zei mij eens dat dat komt omdat hij zwaar werk heeft.

De avond:

Nadat het personeel hun eten heeft gegeten (ik inspekteer het natuurlijk wel eerst of ik het niet lust) gaan ze weer praten.  Ik besluit dan om gezellig mee te doen. Miauwwwmauw. RRRRRRauwww. Soms gaan ze dan verder met mij praten, en soms zeggen ze van kan het iets minder overdreven?  Ikjes overnogwatten? Hoe durven ze.
Nadat ze vies bruin water hebben gedronken gaan ze weer opruimen. Ook gaan ze dan mijn weecee schoonmaken. Soms hoor ik van zoooo jij kan stinken zeg!! Nee….jullie ruiken naar roosjes als jullie naar de bak zijn geweest.

Trappenhuis
Soms mag ik dan het trappenhuis in. Ik mag er niet lopen, want beneden is de deur naar het enge buiten. Ik mag dan op vrouw haar arm. Jullie moeten weten, ik haat het om opgetild te worden.  Maar goed… als ik in het trappenhuis ben vind ik dat zo keigaaf. Dan maakt het mij ook niet uit dat ik langer in haar armen zit.
Ik spin vrij weinig tot nooit. Maar als ik in het trappenhuis ben dan barst het los. Ik word alleen maar geaaid en ze loopt wat met mij rond.
Ik miauw vrolijk en vrouw zegt tegen man moet je haar voelen spinnen. Dan zet man zijn vinger tegen mijn keeltje en hij voelt het hoor… prrrrprrrrprrrr
Na een paar minuten is mijn bak schoon en gaan we weer naar binnen. Ik kont-trooleer mijn schone bak en stop er een kado in.
Dan is het rosjebieftijd. Oooooh zo lekker. Vrouw scheurt iedere keer een stukje los en ik eet het. Mjammie.
Daarna spring ik op mijn heerlijke wolletjedeken en ga ik met vrouw verder knuffelen. Tot ik heerlijk wegdoezel.

Dit was het voor deze week.

Kusjes,
Katrientje (kont-troolerend prinsesje van beroep)

Waarom ik met een dekentje moet oefenen

dekentje

Er zijn katten die superdiep onder een dekentje durven te liggen. Vind ik dapper. Want ik durf het niet, ik ben iemand die het wel fijn vindt maar ook heel eng. En daarom moet ik oefenen met onder een dekentje liggen.

Tim

Aan die deken ligt het niet. Die is van Tim geweest de kater die hier voor mij woonde, die kreeg een deken helemaal voor zichzelf. En toen ik hier kwam, heeft mijn vrouw de deken in stukken geknipt en in de wasmachine gedaan. Dus toen was het wel iets dat van Tim was geweest maar toch ook iets dat nou speciaal van en voor mij was.

Het is een goede deken. Warm en wollig. En mijn vacht komt er goed tegen uit, dat is ook een plus. Ja, ik ben toch een mediakater dan let je op die dingen.

Warm

Van mijn Feesboekvriend Bram heb ik geleerd dat een warm achterwerk belangrijk is en ook fijn. Dat snap ik. Warme pootjes zijn ook fijn. En warme oortjes. En knuffels op mijn buik dan voel ik me van binnen warm.

Dus daar doe ik het voor.

Doezelen

Dat oefenen met een dekentje doe ik niet alleen want dan is het te moeilijk. Mijn vrouw helpt mee. Het gaat zo. Ik lig op mijn kussen op de bank en dat legt ze het dekentje over me heen en ze aait me een beetje.
Vind ik fijn. Dan heb ik warme gevoelens van binnen. En het dekentje voelt ook veilig. Het kan ook verder over me heen dat is ook lekker warm. Ik kan ook doezelen dat ik bijna slaap.

Gewoon

En omdat ik er dan zo ontspannen uitzie gaat mijn vrouw weer aan haar werktafel zitten. Ik  kan haar zien vanaf mijn kussen. Dus ik weet dat ze er is.

Maar dan vind ik het toch eng dat dekentje. Ik weet niet waarom. Maar ik wil het niet meer. Dus ik friemel me eronderuit en dan voel ik me weer gewoon.

Raar, hè?

 

 

 

kater Bolle: over bang zijn en een thuis vinden

bang zijn

Bert schreef deze week iets over bang zijn, en Loesje ook. Bang zijn begrijp ik heel goed. Het is helemaal niet fijn. Maar soms kan je het ineens zijn.

Bang

Vroeger was ik de hele tijd bang.
Voordat ik in mijn huis van nu kwam wonen, heb ik al ergens gewoond. Ik wil niet zeggen waar dat was, want ik wil er liever niet meer aan denken. Ik was daar heel bang geworden voor mensen. Want mensen slaan en schoppen, vooral manmensen. Daarom wilde ik niet meer in een huis wonen, en bleef buiten in de tuinen wonen.
Tot ik mijn grote liefde Molly zag. Bij haar durfde ik wel in huis te wonen. En als zij de mensen die er bij hoorden lief vond zou ze wel gelijk hebben, dacht ik.
Ik vond het wel eng. Super eng. Gelukkig durfde Molly zomaar alles in huis, en hielp ze mij door er gewoon te zijn.

Molletje

Tot ze een hele mooie ster werd. Toen was ik ineens alleen. Met mensen, die nu ineens alleen van mij waren.

Ik was stiekem heel blij dat ik een huis had, maar ik durfde er niet op te vertrouwen dat ik mocht blijven. En dat mijn mensen me geen pijn zouden gaan doen.
Het eerste jaar zat ik alleen op mijn krabkarton, of op bed – als mijn vrouw me daar op tilde. Verder ging ik nergens kijken in huis, want ik was bang dat ik dan straf kreeg.
Ik was zó moe van alles wat ik had meegemaakt dat ik alleen maar sliep en at.

En ik zocht mijn Molletje. Maar ik kon haar niet meer vinden. Alleen haar geur was er nog, en de herinneringen aan haar. En dat mijn mensen moesten huilen. Dat begreep ik heel goed, want ze misten haar ook.

Au

Als mijn vrouw me aaide, ging ik spinnen. En daarna beet ik, of ik krabde. Dan had mijn vrouw een bloederige kras, of een rij tandjes in haar arm.
Mijn vrouw stopte dan met aaien en zei “Au!” En wilde me eventjes niet meer aaien. Dat snapte ik heus wel, dus na een tijdje hield ik op met bijten en krabben. Want ik wilde mijn vrouw geen pijn doen, maar ik wilde wél geaaid worden.
Eén keer trok mijn vrouw haar riem uit haar broek terwijl ze me aankeek. Toen ben ik op mijn buik naar buiten gekropen, zo bang was ik. Mijn vrouw moest een beetje huilen en probeerde me weer naar binnen te lokken. Ze zei dat ze er helemaal niks mee bedoelde. Maar ik durfde pas na een half uur terug te komen.

Verleden

Als mijn man zijn jas aandeed, of een colbert, raakte ik elke keer zo in paniek dat ik laag bij de grond naar buiten rende. Ik zag dan niet meer dat het mijn man was, maar ik was dan helemaal terug in het verleden. Ik zag alleen de vorm van een manmens. Die me pijn ging doen.
Dus deed mijn man zijn jas of colbert niet meer aan in huis, maar pas op de gang.
Ook het ritselen van die jas vond ik al eng, of het ritselen van een plastic zak, of het ritselen van papier, of als mijn mensen bewogen, of als ze hoestten. Gewoon alles, eigenlijk.
Zo is het een hele tijd gegaan, ik denk in mensentijd wel een jaar.
Het was voor ons alledrie geen makkelijke tijd.

Eieren

Ik weet echt wel dat mijn vrouw het er erg moeilijk mee had. Ze vond het erg dat ik zo bang was. Soms zei mijn vrouw dat ze de hele tijd op eieren moesten lopen. Maar die heb ik nooit zien liggen.
Een keer zei mijn vrouw dat ik misschien beter ergens anders kon gaan wonen, waar ik niet bang zou zijn. Toen werd mijn man boos, en zei waar dan? Dat ik ergens anders nóg banger zou zijn, en dat ik toch zelf hier wilde wonen, en binnen bleef komen.

Ja, dat is waar. Dat bleef ik ook doen. Ik was mijn mensen aan het uittesten, of ik op ze kon rekenen.

Thuis

bang zijnNa zo’n anderhalf jaar van uitproberen durfde ik er uiteindelijk op te vertrouwen dat ik veilig was en dat ze me geen pijn zouden doen. En dat ik mocht blijven.

Soms schrik ik nog wel eens hoor, maar niet meer zo vaak.

Tegenwoordig was ik mijn man, en ga ik op mijn rug liggen zodat mijn vrouw mijn buik kan kussen en dan was ik haar haar.
Ik lig languit op bed, of opgerold in één van mijn vier mandjes, of ik ga op de krant liggen die mijn vrouw aan het lezen is.
Ik kom hard aanrennen als ze me roepen in de tuin.
Ik speel het spel met de veer, en durf daar om te vragen.
Ik maak kikkersprongen op het bed.
Ik kruip naast mijn man als hij in zijn eentje in bed ligt.
Ik ben thuis.