Kijk dat heb ik gedaan. Met mijn nagels. Het is de muur naast de deur die naar de gang gaat. Goed werk, hè?
Toen ik dit op mijn feesboek zette, vroegen best veel vrienden of ik dit van thuis mocht. Ja, tuurlijk. Ik voel wel dat mijn vrouw even kijkt wat ik doe als ik aan de muur hang, maar ze zegt niks. Het is ook mijn huis.
Nagels
Mijn nagels moeten scherp zijn en daarvoor heb ik spullen. Beneden een krabpaal en een plank met leuk touw erop. Boven ook. Gebruik ik allemaal en het werkt want mijn nagels zijn goed op scherpte. Maar weet u wat het is als binnenkater heb je soms toch behoefte aan iets anders.
Hier kan ik hangen en het geeft een leuk piepgeluidje, vooral wanneer ik het langzaam doe.
Bank
Dat is dus de muur. Soms pak ik de bank ook mee. Een stuk van de bank is harder dan de rest van de bank en daar hang ik dan aan.
Dit was er al toen ik hier kwam. Het was voor Tim gemaakt, de kater die er voor mij was. Hij hield ook van scherpe nagels. Dus toen heeft mijn vrouw tapijt achterstevoren tegen de bank gespijkerd. Lekker, hoor. Daar kan ik wat mee.
Soms blijf ik hangen aan een ander stuk van de bank. Ja, dat kan gebeuren. Ook dat het scheurt. Mijn vrouw zegt, als jij maar heel blijft Bert, dat is het belangrijkste.
Tanden
Verder doe ik mijn nagels met mijn tanden. Daar ben ik heel gemakkelijk in, ik ruk een oude nagel er gewoon uit en die gooi ik neer waar ik dan toevallig zit.
Ik ben een kater die van netjes houdt, dus niet alleen wassen, verzorging van de nagels hoort daar ook bij zeker als je zoals ik vier poten hebt. Dat doe ik allemaal zelf.
Me vrouw kwam thuis en ze zei dat ze iets voor me had. Oooh ik begon te spinnen en me staartje trilde van geluk. Zou het me tonijn zijn of misschien een nieuwe snek.
De tijd
Me buik begon al te rammelen, ik deed zelfs miaauwen van verlangen. Me vrouw gaf me lieve knuffels en ze zei, Loes het is weer de tijd. Ik dacht de tijd, ik heb de tijd toch aan mij eigen. Ze gaf me een kaart en mijn naam stond erop: Loesje. Maar er stond een andere Loes op de footo! Me eigen vacht is wit met zwart en deze Loes was een tijgerpoes, dus hoe kan het dan over mij gaan? Kijkt u zelf maar op de footo. En hoe zat het dan met me tonijn? Ik was ineens van me slag.
Dokter
We gingen samen zitten in de bank, ik kreeg knuffels. Lange, zachte aaien en ik kreeg ook een snek. Dat was voor de schrik zei me vrouw. Ik trilde nog steeds maar niet meer van geluk. Me kop zat ineens vol met moeilijke gevoelens, in me buik voelde ik onrust. De kaart kwam van de dierendokter. Oooh ik moest weer langskomen, ze wilde me tand zien en me kiesjes, me hartje luisteren. En ik zou ook een prik krijgen want dan word ik niet ziek. Ik ben al wat ouder dus me vrouw vindt dat wel belangrijk. Van me eigen vind ik er niks aan maar ik voelde ook aan me water dat ik daar niks over te zeggen heb. Ik ben best sensietief, ik kan heel veel voelen. Gelukkig kreeg ik wel me tonijn.
Topform
En toen kwam het moment dat we moesten komen. Ik had geen zin maar me vrouw zei, Loes als je straks je kurzus gaat geven moet je wel in goede kondiezie zijn. Ik dacht, oooh ben ik wel in topform? Ik zeg u eerlijk, ik heb er niks mee. Niet met dokters en ook niet met witte jassen. Maar ik moest in het mandje en ik kreeg niet eens de kans om tegen te spartelen. Me vrouw was slimmer deze keer. Ik deed me ogen sluiten en deed me meedietaasie voor als ik het niet meer weet. Dat vind ik dan fijn om te doen. Soms kan ik beter niet weten wat me boven de kop hangt. In de wachtkamer deed ik ook me ogen sluiten. Ik voelde onrust in me hartje en ik wilde naar de bak. En toen hoorde ik ineens me eigen naam: Loesje! Oooh de dokter….
Visboer
Me vrouw droeg me naar binnen, dat is zo als je in een mandje zit. Ik werd op een grote tafel neergezet en ik zag een vreemde dokter in een blauwe jas. Ik snapte het niet want de dokter heeft toch altijd een witte jas? Ik dacht misschien is het niet de dokter, misschien is het de visboer voor me tonijn? Ik rook andere geuren maar ook de geur van me vrouw. Zij hielp me uit me mandje en hield me vast. Ooh het was wel de dokter! Ik wilde niet dat de dokter in me bek keek, maar het gebeurde toch. En ze keek in me oor en ze deed me hartje luisteren of er nog ruis was. Ik moest ook op de weegschaal en ze zei dat ik was aangekomen, maar hoe kan dat nou? Ik had al uren niet meer gegeten en ik had ook honger. Ik voelde belediging.
Toen kreeg ik ook nog een prik, gewoon toen ik even niet oplette.
Ik voelde me eigen niet fijn maar de dokter zei dat ik best wel gezond ben. Oooh ik kreeg ineens heel veel zin in me tonijn en in rennen. Gelukkig maar dat ik weer in me mandje zat want ik heb nooit zin in rennen. En nu ik gewoon in topform ben hoef ik ook niet te rennen met me eigen. Dat hoef ik sowieso niet want ik ben een Maatje Meer. En ik heb de dokter laten weten dat ik trots ben op me volle rondingen. Ik ben voor me eigen opgekomen.
Kondiezie
Later heb ik nog met me vrouw gesproken, over me kondiezie en dat ik nu dus klaar ben voor me kurzus. Me vrouw zei dat ik ook topform in me kop moet hebben want een kurzus geven is best moeilijk. Maar ik moet wel me kennis kunnen verspreiden, het zit toch in me kop. Dat ik iedereen kan helpen ze rustpunt te vinden. Dat is belangrijk voor dier en mens. Iedereen heb ze eigen roeping. Als poes heb ik die ook en soms roept me tonijn, dan kom ik snel aanrennen. Ik moet wel goed eten om in me topform te blijven.
Ik heb geleerd, ik ben een poes met een missie, maar ik blijf wel bescheiden. Dat u niet denkt dat ik me eigen over me paard ga tillen.
Gisteren op Feesboek vertelde ik over mijn werk. Ik ben dus controleur vensterbank. Dus ik zit daar en ik hou de straat in de gaten. Mijn vrouw is dankbaar. Ze voelt zich veiliger. Snap ik.
Nacht
Misschien mag ik het niet zeggen wegens praivussie maar soms is mijn vrouw bang in huis. Dan moet ik helpen. Dus ik zit in de vensterbank voor haar. Dat ze weet: iemand let op. En soms ben ik ’s nachts op bed en dan kijkt ze opeens heel raar en ze vraagt: “Hoorde jij dat ook Bert?” Ik hoorde niks. Maar dan hou ik even mijn kop scheef en zij houdt dan haar adem in, ze zegt niks meer en ze staart intens naar mij. Daar krijg ik meteen hele moeilijke gevoelens van. Dus dan moet ik hard gapen om die spanning kwijt te raken. En zij zegt dan: “O gelukkig.” Dan gaat ze slapen en ik ook. Serieus, samenwonen met een vrouw het blijft dat je zegt waar ging dit allemaal over.
Geluid
Maar eerlijk is eerlijk ik ben ook weleens bang. Vooral als er harde geluiden komen, of monteurs in huis of als mijn vrouw heel erg emo is. Dan ga ik naar haar toe en dan miauw ik dat ze moet ophouden. Met monteurs durf ik dat niet. Haar ken ik.
Geluiden blijven gewoon moeilijk.
Zelfvertrouwen
Toen ik hier pas was, moest ik erg wennen. Pas later toen ik van alles begreep en toen ik ook meer zelfvertrouwen had, toen ging ik in huis meehelpen. De boodschappen controleer ik. En ik help mee het bed opmaken. Ik zorg dat ze pauze houdt. Maar het belangrijkste is dat ik controleur vensterbank ben. In de straat zie ik van alles. Soms kijken er mensen omhoog nou die letten voortaan wel beter op. En andere mensen die kijken nooit omhoog nou daar let ik dan weer beter op.
Het is keihard werken en daarna slaap ik ook extra goed. En ik krijg elke keer complimenten en knuffels. Waardering voor je werk is heel belangrijk zei een Feesboekvriend gisteren en dat is zo.
Daar is ikjes weer. Ik ga vandaag vertellen over dingen die ik van de ene wel mag en de andere niet. Of van beiden wel mag of weer niet.
Personeel
De ene en de andere zijn mijn personeel. Zij heten Johan en Anita. Ikjes heb dus twee slaafjes die er voor mij zijn. Soms zijn ze lief voor mij, maar soms ook supergemeen hoor. Laat ik vertellen. Van haar mag ik bijna niets.
Afdeling saalontaaful:
Ik mag niet op de saalontaful springen van haar. Die taaful is zacht hout en je ziet er elk krasje op. Soms sta ik, op mijn achterpootjes, tegen de taaful aan. En dan hoor ik weer….Katrien,wat zijn wij van plan?
Nou…WIJ zijn niets van plan hoor, IK wil op taaful.
En dan hoor ik nee Katrien, laat dat.
Dan kijk ik haar aan en blijf gewoon staan. Katrien…ben je doof?
Nee hoor, ik hoor je.
Laat dat krijg ik dan te horen.
Ik doe toch niets? Ga weg!!
En dan staat ze op. Oepsie… ik maak dat ik weg kom. Bij manpersoneel is het simpel…hij vind het niet erg.
Afdeling verboden kamertje:
Dan hebben we het verboden kamertje.
Als het aan vrouw ligt mag ik er niet in. Terwijl zij er wel in gaat. Dat klopt niet vind ik. Waarom zij wel en ik niet. Zoveel ligt er niet.
Hooguit woefkluifjes en eten voor katten en speeltjes. Van man mag ik natuurlijk weer wel er in. Hij laat mij er ook soms alleen. Het liefst wil ik overal in of achter daar in dat kamertje. Ik wil de kasten in om er vervolgens weer uit de kast te komen. Één keer had ik me daar trouwens wel in de nesten gewerkt. Ik dacht dat ik achter een kastje kon. Tegnies gezien lukte het me ook. Alleen zat ik vast. Toen kwam manpersoneel me redden. Natuurlijk met een hoop boze woordjes, want man moest alles zowat uit elkaar slopen om mij te pakken. Ik bedankte hem natuurlijk wel met een miauw en de vraag kon je het niet wat sneller doen.
Man keek me nog nooit zo boos aan.
*slik*
Afdeling planten, zowel voor als op balkon:
Dit ben ikjes zelf.
Toen ik nog een ukkebebie was hadden ze een plant in de woonkamer staan. Hadden, want opeens was het weg. Zo raar!!
Ik dacht laat ik een lui-jaard nadoen. Want er zat een uit stekende tak aan. Ik eerst in de plant springen. Toen aan de tak. En dan is het de kunst om omgekeerd te komen, zoals een lui-jaard dus. Dat lukte vrijwel altijd. Natuurlijk kletterde ik wel eens uit de plant, maar dan is het een kwestie van opnieuw doen.
Affijn… ik steeds omgekeerd in de plant hangen. Ik kreeg wel steeds te horen dat het niet mog, vooral van haar. Maar een kat van stand trekt zich, van dit soort nutteloze opmerkingen, vrij weinig aan.
Na een tijdje ga je toch een beetje groeien en je word zwaarder. Ik hoefde niet meer in de plant te springen en kon meteen takhangen. Zo koel. Maar ja….de tak begaf het opeens terwijl ik er in hing. Ik viel met tak en al op de vensterbank. De plant kieperde om en was een beetjeboel kapot. Ik was in orde hoor gelukkig, dus daar hoeven jullie je geen zorgen om te maken. Kreeg ik me daar toch op mijn kop!!! Dat was namelijk al de tweede plant die ik op mijn naam had gezet. De eerste was een clematis op balkon. Die had ik samen met Catootje stuk gemaakt. Wie noemt zijn plant nou een KLIMplant!! Dan vraag je er toch om?
En trouwens, de plant was al heel oud. Al 10 jaar. Stelde toch niets meer voor?
Toen ik in die KLIMplant klom dacht ik echt dat ik in de sjungel was. We konden heel hoog. Nou… op een dag was die plant dus opeens weg. De blaadjes en bloemen vielen er zomaar uit!! Heel raar tijdens de late lentemaanden. Toen was ik zo aardig om ook maar de pot kapot te maken. Afterall…daar had ze toch niets meer aan. Catoo en ik deden wie kan het hoogst springen. Wisten wij veel dat het een aardewerkpot was en dat toen ik ertegenaan sprong het om viel en hij stuk ging. Moesten ze het maar niet zo neerzetten dat het in honderden stukken viel. Niet mijn schuld hoor. We maakte trouwens wel dat we weg kwamen. En ik weet echt niet waarom, maar het personeel kwam bij ons verhaal halen.
Afdeling gordijnen:
Toen Catoo en ik hier kwamen wonen zagen we grote lappen stof hangen in de zlaapkaamer. Wij gingen er voor zitten en keken omhoog, het was hoog zeg. Niet normaal. Het personeel zat in de woonkamer en vrouw (ZIJ weer) zag opeens iets zwarts omhoog schieten. Vlak daarna nog een keer iets zwarts. Opeens hoorde we JOOOO, die snertkatten zijn in de gordijnen geklommen!!
Vrouw kon niet bij ons komen. Wij lachen.
Maar ja… hij wel. Tot we ruim een half jaar waren was gordijnklimmen een soort van oolimpieze sport geworden voor ons.
Wel kregen we steeds van haar op ons dondertje.
Afdeling kerstboom:
En nu ik toch in de bekentenisfase zit, dan ook maar dit opbiegtuh.
Dit mocht van beide niet. Ieder jaar,na 5 december, zetten ze hier een boom in de woonkamer. Waarom…ik weet het niet. Ze zijn er uuuren mee bezig om alle plusje beertjes er in te stoppen. Zus en ik zaten het aan te kijken en we stootte elkaar aan. Hun deden er een beertje in,en wij trokken het er weer uit. Wij natuurlijk maken dat we wegkwamen. Nou hadden we een goede verstopplek. Achter de pjoetertaful.(waar we trouwens ook de sokken verstopte die we stalen) We lagen blauw van bet lachen als man onder het buro moest kruipen om bij onze schatkist te komen.
Het leuke was om naar hun gezicht te kijken. Ze gingen slapen met een boom vol beren, en werden wakker met een half lege boom. Hun tekeer gaan tegen ons.
Ook leuk was het om de boom in te klimmen. Ze hoorde geritsel, en gelijk zeiden ze KATRIEN!!! Toevallig was ik het, maar gutteguttegut. Zo oferdreefen zeg.
Het was echt niet zo dat de boom iedere dag omkieperde. Hooguit 3 keer gebeurd.
Nou… dit was het weer. Tot de volgende keer.
Kusjes,
Katrientje (proofesjoneel sloopster van beroep)
Ik lig hier lekker in de zon te hangen maar u kunt wel zien dat ik slanker ben geworden. Het is nou zes weken dat ik aan de sportbrokken zit. Van de dokter moest ik slanker worden.
Nou dat is gelukt.
Vacht
Het is wel stom dat ik nou ook een wintervacht aan het krijgen ben. Dan is het niet eens goed te zien dat ik aan de zijkant veel rechter ben en dat ik ook veel minder buik heb en volgens mij is mijn kop ook anders maar dat weet ik niet zeker.
Ik heb nou ook lege vacht op mijn buik. Daar had ik meer buik en nou is dat weg maar de vacht daar die hangt nog gewoon te hangen. Dat s best gek. Ik weet dat mensen een operazie doen als ze een buikvel over hebben maar dat doe ik niet, een operazie hoeft voor mij niet.
Snacks
Ik eet dus nou al zes weken anders. En ik heb geen honger dus dat is goed. Wel krijg ik elke avond drie snacks dat zijn hele kleine snoepjes. Die heb ik zo op. Vroeger was dat een bordje vol daar deed ik best even mee. En mijn brokjesbal miste ik in het begin, daar zaten superlekkere brokjes in. Maar ja ik was wel bijna zes kilo door al dat lekkere spul.
En ik lag het liefste te liggen en nou ren ik meer. Ik ga ook weer de trap af om aan de voordeur te ruiken. En ik rol weer met de planken waar touw op zit. Met het lintje heb ik ook al gespeeld. Dat ging allemaal vanzelf.
Dus die sportbrokken daar ga je ook van sporten. Dat had ik niet verwacht.
Dokter
Van de dokter hoorde mijn vrouw dat de sportbrokken nog een tijdje blijven. Dat ik er nog niet ben. En misschien blijven de brokken wel maar krijg ik straks mijn brokjesbal weer terug. Dat zou super zijn. Maar atleties zijn vind ik superduper dat merk ik nou weer.