
Hoi allemaal, afgelopen week, ik weet niet meer welke dag, kreeg ik best wel een sjok van mijn vrouw. Ze kwam terug van sjoppen voor eten toen ze ineens aan mij vroeg of ik floojen heb? Ik keek haar raar aan want wat zijn in hemelsnaam floojen? Kan je dat eten?
Seeriejeus
Koken doe ik niet meer. Dat hebben we al besproken. Zij kookt, ik proef. Maar goed, nu moest ik nog te weten komen wat Floojen zijn. En mijn vrouw keek me best strak aan voor een paar tellen en dan weet ik dat het seeriejeus is. Dan kijkt ze echt alleen maar in mijn oog. Haar gezicht doet verder niks. Geen lach of tanden of zo. Alleen twee grote ogen die staren. Best eng kan ik je zeggen.
Zullen we eens even kijken of je floojen hebt zegt ze tegen mij. Nou ja, mij best, zolang ze geen rare dingen doet.
Mijn vrouw ging naast me zitten en vertelde mij dat zij een heel klein zwart kriebel beestje op haar huid had gevonden. Een floo.
Zo heten ze. Het zijn kleine zwarte kriebel beestjes die eigenlijk alleen maar op de huid van een dier leven en bloed drinken. En niet op mensen horen te zitten. Nou raar hoor, zij is toch ook een dier? Ik vind van wel. Zij geeft mij ook kopjes en neusjes. En soms probeert ze ook te spinnen. Het klinkt bijna hetzelfde maar toch ook weer niet. Hoe dan ook, ik denk dat ze zich beter moet wassen. Maar nu is het zo dat ik dan wel de sjaak ben. Probeer nu maar eens haar op andere gedachten te brengen.
In bad
Het enige waar ik op dat moment aan kon denken was dat ik het bad in moest. Nu voelde ik dus helemaal niks voor de tjek, he. Dat snap je wel. Katermansen horen niet in bad te gaan. Ik zat waar ik zat en ik bleef gewoon zitten. Ik ging nergens heen, ook niet naar dat bad van haar. Als zij wil dat ik in bad ga, dan tilt ze mij maar op en draagt ze me maar. En ik zal heel erg gaan verzetten. Want in bad wil ik niet.
Gekriebel
Eens even kijken, zegt ze terwijl haar hand naar mijn kop gaat. Met haar vingers gaat ze door mijn kopvacht. De duwt de haartjes apart en maakt ze in de war. Nu staan mijn kopharen recht-op. Ik weet niet wat ze van plan is maar dit voelt wel fijn. Het is gekriebel. Haar gekriebel vind ik wel lekker, van die floojen weet ik het niet. Ik denk niet dat ik floojen fijn vindt. Misschien wel als ze de borstkroel doen. Van mijn kop gaat ze naar mijn oor toe.
Ik voel eigenlijk nooit gekriebel anders dan die van mijn vrouw. Folgens mij heb ik geen floojen. Maar dit is wel erg lekker. Met haar hand gaat in ze rond om mijn oren voelen. Haar vingertoppen duwen steeds de haartjes uit elkaar zodat ze mijn huid kan zien.
Hier geniet ik van. Mijn kop van binnen wordt kei-rielekst, bijna zen. Ik kan bijna nergens meer aan denken omdat ik het gekriebel zo super fijn vindt. Mijn lijf strekt zich een beetje uit zodat ik iets makkelijker lig. Zo kan ze overal goed bij.
Mijn lijf
Wanneer ze klaar is met mijn kop, gaat ze door naar mijn borst. Man oh man, dit is echt lekker. Dit soort gefriemel maakt me lam. Dat mijn lijf ook niks meer wil doen. Van binnen in mijn kop en lijf ben ik helemaal slap. Als ze zo mijn hele lijf doet, val ik in slaap. Stiekem hoop ik dat ze dat doet. Mijn vacht op mijn kop en borst staan helemaal door elkaar. Alles is in de war maar dat poets ik straks wel recht. En folgens mij zijn die floojen kei-snel want ze heeft er nog geen één gezien of gefangen anders zou ze dat wel zeggen. Van mijn borst gaat ze naar mijn rug en zo gaat ze mijn hele lijf af.
Snek
Intussen ben ik in slaap gevallen en snurk ik er op los. Dat vertelde mijn vrouw me toen ze me wakker maakte voor een snek. Want die had ik wel verdient. En ze zei kei-blij dat ik geen floojen heb. Nou gelukkig maar.


En mij peettantes kwam op bezoek in mij huis maar ik was ferleege. Toen heb ik achter mij bank gezeete, vlakbij mij peettantes. Dat zij foele, jij ben er wel. En zij heb spesiejaal foor mij eigen zoies lekkers meegebracht. Zij zeg Loes moet weer geluk foele assie eet. Als jou peettantes zoies zeg dan weet jij, het kom goed.
Dankbaar

Me follegenne sjagoffer isse oome Jip. Oome Jip isse foorig jaar twee keer furhuis. Eg!! Eers ging oome Jip fanne huis naar een buffelo. En daar ging hij sefe maane woone. Hij fon hut stom datte al sijn spulle in doose furdwene. Er kwame maar een paar dinge fan oome Jip in die buffelo.
Me laase sjagoffer isse oom Tommy. Hij mag bijna awes. Hij mag op bet wigge (ikke ook!!) Oom Tommy tjek faak hut keuketaafultje. (ikke nooit!!)