Nog steeds niet op schoot

op schoot  Ik durf nog steeds niet op schoot. Stom, hè? Mijn vrouw vraagt het soms aan mij met zo’n zachte stem. “Bertje, kom je?” Maar het gaat niet.

Ik ben hier nou drie jaar en ik ben nog nooit bij haar op schoot geweest.

Vroeger

Voor mij woonde Tim hier, een kleine rode kater. Hij had ook angstklachten, maar hij ging wel op schoot. En soms als mijn vrouw op de bank lag, dan ging hij zomaar op haar liggen en dan sliepen ze samen terwijl ze hem zachtjes vasthield. Dat heeft ze aan me verteld. Toen dacht ik meteen, moet ik dat ook, maar het hoefde niet.

Ik hoef alleen te doen wat ik durf, zei ze. En wat ik fijn vind.

Ze vertelde ook dat als Tim bang was, dat hij dan aanviel met bijten en woest kijken. Als ik bang ben, maak ik me klein en ik hou me stil. Iedere kater is weer anders.

Proberen

Ik heb best geprobeerd om op schoot te gaan. Een keer zat ik op de bank achter haar stoel en toen schoof ze de stoel tegen de bank aan. Zij keek. Ik keek. “Toe maar,” zei ze. Ik zette een pootje vooruit en daarna mijn andere poot en toen moest ik overstappen maar ik kan niet door de lucht lopen dus het ging niet. En ik snap een schoot ook niet, volgens mij sta je dan niet stevig en dat moet wel.

Dus ik zette een stap terug. Ze gaf me knuffels en ze zei dat het niet gaf maar ik voelde me toch raar van binnen. Want ik wist dat ze het graag wilde en ik deed het toch niet dus dat was moeilijk voor mij. Als je samenwoont moet je dingen voor elkaar doen.

Misschien

Drie jaar is best jaar om te oefenen. Misschien lukt het wel nooit. Ze zegt dat het niet geeft. Ik wil het wel en ik wil het niet. Raar hè?

Superlange knuffels zijn mijn ideaal

Superlang aaien vind ik het fijnste. Dat het de hele tijd doorgaat en dat je dan helemaal slap bent van binnen en je voelt dat je heel erg fijn samen bent. Lange knuffels zijn mijn ideaal.

Soorten knuffels

Ik heb geleerd dat er heel veel soorten knuffels zijn. De ochtendknuffel is altijd nadat ik brokjes uit de brokjesbal heb gegeten. Dan ga ik op mijn kussen liggen en dan komt mijn vrouw erbij. Ze zegt dan haast niks. Dat hoort ook bij de ochtendknuffel dat je samen heel voorzichtig aan de dag begint.

De avondknuffel heb ik voordat de dag afgelopen is dus dan gaan we naar boven om te slapen. Die is ook op de bank maar dan met praten. Dan zegt ze van alles met een speciale knuffelstem. Vind ik superfijn. Dat is knuffelen voor mijn binnenkant. Ik heb dat ook nodig, maar daar gaat het nou niet over.

Tussendoor

Dus dat zijn mijn vaste knuffels. Ochtendknuffel en avondknuffel. Maar er zijn ook tussendoorknuffels die horen er ook bij.

Na het avondeten wil ik dat ze me aait en dat ze zegt hoe goed ik kan eten en waarom dat zo belangrijk is. Dan ga ik erbij spinnen.

En in het weekend of als de zon schijnt of als we alletwee moe zijn dan gaan we op mijn tapijtje liggen voor een lange knuffel. Ik bedoel dat ik op mijn tapijtje lig en zij ligt bij me en dan gaat ze me kroelen en knuffelen. Het filmpje is van dit weekend dat we zo lagen. Dan vind ik van alles fijn, op mijn buik en ook borstkroelen en dat ze een beetje me heen en weer schudt met haar hand en dan heel zachtjes.

Ja  en dan zijn er ook kleine tussendoorknuffels en ik word af en toe ook even geaaid en dan geef ik ook kopjes. Volgens mij ben ik een knuffelkater.

Loesje vertelt: als me vrouw gaat werken

loesje vertelt
De tas van me vrouw als ze gaat werken

Soms vragen mensen mij hoe het er bij me thuis aan toe gaat. Ik woon met een vrouw en met Floris en Zusje.

Ik moest er over nadenken want soms is me leven ook vanzelfsprekend. Dat ik er niet meer bij stil sta, dat ik gewend ben. Dan is me leven gewoon, dat is het fijnst.

Zalm kan ook

Toen ik hier kwam wonen moest ik alles nog leren. Over de regels in huis en ik moest me plaats weten. Floris is de baas, dat voelde ik meteen. Me vrouw denkt dat ze de baas is, maar dat is anders. Ze is heel lief voor ons en ze geeft ons lekker eten. Van me eigen houd ik van tonijn, dat heb ik wel gezegd toen ik hier kwam wonen. Zalm kan ook nog wel. Me vrouw snapt dat.

In de war

Ik was een paar dagen hier, toen op een avond gebeurde het. We kregen een lekkere snack en ik liep de trap op naar boven. Oooh me vrouw riep me terug, ik snapte het niet. Ze had een grote tas op haar rug en ze zei dat ze ging werken? Ik wist niet wat dat was, werken? Ging ze eten maken? Tonijn vangen? Ze gaf ons een knuffel en ze zei dat ze heel veel van ons hield. Toen deed ze de voordeur open en weer dicht. Ik zag haar niet meer. Ik moest hard en veel miaaauwen. Ik was in de war.

Loesje vertelt
Ik moest heel hard en veel miaauwen

De hele nacht heb ik bij de voordeur gelegen, ik voelde zoveel emozies, waarom ging ze weg? Ik snapte het niet, ik voelde pijn in me hartje. Zou ze nog terugkomen? Zou ze ons verlaten hebben? Ik voelde bang en ik kon niet eten. Alles was al op, ik had geschrokt en ik hoefde toch niet te spugen. Ik was gespannen en ook onzeker. Ik kende het niet dat me vrouw als het donker is weg gaat. Me vrouw kwam gelukkig wel weer thuis. Het was al licht. We kregen knuffels en eten en toen ging me vrouw slapen. Ik snapte het niet maar ik ben toch bij haar gaan liggen. Ik woonde toen met Floris en Bart, zij vonden het gewoon. Ik voelde emo en ik was me weg kwijt.

In de nacht

Me vrouw vertelde me later dat ze meestal in de nacht werkt. Bij mensen die het leven moeilijk vinden en hulp nodig hebben. Ze vertelde ook dat ze anders geen eten voor ons kan kopen. Ooooh maar ik kan niet zonder tonijn van me eigen. Maar ik moest toch wennen. Dat ik in twee werelden leef maar het is toch één leven. Het is me eigen leven.

Kompjuutertijd

Nu ben ik gewend en ik doe mezelf ontplooien. Ik heb veel geleerd. Ik zorg ook voor me broer en soms voor me zusje, maar die is heel druk. Ik heb nu ook meer kompjuutertijd gekregen. Oooh soms ga ik s’nachts schrijven, dan ben ik net als me vrouw. Dan ben ik een werkende poes.
Maar het fijnst is toch gewoon. Als me vrouw thuis is en we kunnen knuffelen. Dat ik haar hoor zingen en dat ik weet, het is goed. In de kast staat tonijn, ik ben veilig en ze houdt van mij.

Liefs van Loesje

interview met kater Jimmy en zijn vrouw Emmy

 Jimmy is mijn Feesboekvriend.  Hij houdt ook van ontspannen en we lijken op elkaar. Ik vroeg hem en zijn vrouw Emmy om een interview en ze wilden meedoen!! Hier komt het.

Hoe heeft u Jimmy ontmoet? Vertelt u dat ook zo graag aan hem?

Ja, en dan vertel ik dit verhaal. Ik zag je voor het eerst toen ik twee weken na je geboorte bij je moeder en je broertje en twee zusjes mocht komen kijken. Ze hadden me gevraagd wat ik het liefste had en ik had geantwoord een vrouwtje.
Bij jullie ben ik op de grond gaan zitten en ik heb jullie allemaal bekeken… en jullie mij ook… wat waren jullie lief.
Jij vond het toch wel reuze interesant wat ik nu was en je kwam al vlug kijken. Je probeerde op mijn benen te klimmen en toen je daar eenmaal was probeerde je via mijn buik naar boven te klimmen.

Ahhhhh wat een lieverd zei ik meteen. Jij vond me geloof ik ook  lief want je kroop in het kuiltje van mijn elleboog en viel daar vredig in slaap. Je had dan ook een hele dagtaak er op zitten!
Jaaaaaaaaaaa deze neem ik.

Nu zeiden de mensen van wie je was: “dit is een mannentje en hij heeft duidelijk jouw uitgekozen… maar je moet nog even geduld hebben want hij moet nog heel veel leren van zijn mamsie.” Drie weken later kreeg ik een triest telefoontje. Jouw mamsie was over de regenboogbrug gegaan en wat ze nu met jouw moesten, wisten ze niet goed.
Ik heb als een speer vervoer geregeld en ben naar jullie toe gegaan. Daar lag je mamsie en ja zat te piepen om haar aandacht.
Na nog even met de mensen gesproken te hebben pakte ik je op en liet je nog even aan je mamsie ruiken terwijl ik haar een belofte deed: “Mamsie ik zal super goed voor hem zorgen.”

Ik nam je in mijn armen en het piepen werd al snel zachter stiller. Je kroop in mijn nek en vond dat wel een lekker plekje.
Thuis aangekomen mocht je alles zelf verkennen. Het was nu tenslotte ook jouw huis.
Je kon nog niet veel want je was zo klein. Met heel veel geduld en liefde heb ik je geleerd brokjes met vocht te eten en op de kattenbak te gaan. Zo ben je geworden wat je nu bent:
een superlieve kater die ook heel vaak bezorgd is om zijn vrouwtje.

Jimmy, nu een vraag aan jou. Kun je iets over je leven van nu vertellen?

Ik  weet niet veel meer van vroeger af maar ik vind me vrouwtje super lief. Mijn vrouwtje heeft zoals ze dat zelf altijd zegt die stomme pijn. Ik weet niet wat dat is maar vind het niet leuk. Als ik merk dat vrouwtje pijn heeft, kruip ik altijd dicht bij haar en probeer haar zo te troosten. Dan  wil ik liever niet spelen omdat ik bang ben dat ik haar  pijn doe maar als zeje met een lintje of zoiets komt dan doe ik wel eventjes mee.

Op een goede dag  kijk ik uit het raam of zit op het balkon de boel in de gaten te houden.
Ik krijg elke dag vleesje uit een zakje want dat vind ik superlekker. Ook krijg ik brokjes en als vrouwtje even weggaat, krijg ik altijd kattensnoepjes zodat ik weet dat ze terug komt.

’s Avonds als vrouwtje naar bed gaat, spring ik ook vlug in bed en ga het vrouwtje een beetje plagen. Lekker op haar plekje liggen, dat mag meestal wel even hoor, maar dan zegt het vrouwtje: “schuif eens op lieverd want dan kan ik er ook bij.” D

Dat is iets wat ik niet altijd snap. Soms wil ik het ook niet snappen, dat is mijn spelletje.

Wweet je wat ik ook lekker vind? Water uit de kraan. Zo lekker vers, mmmmmzaliggggggg Daar kan ik  wel  drie, vier keer per dag van drinken.

Als ik in de keuken zit en vrouwtje heeft dat niet in de gaten, ga ik altijd kijken waar ze blijft Ik blijf net zo lang tegen haar aan wrijven tot ze snapt wat ik bedoel. Meestal vraagt ze: “Wat is er lieverd? Laat het me maar zie.” En dan huppp ren ik naar de keuken.

Ik ben nu acht jaar en ik kan me eigenlijk geen leven meer zonder vrouwtje voorstellen. Maar laatst was ze een nachtje weg en daar was ik toch wel boos om. Toen ze de volgende dag terugkwam, deed ik net of ik haar niet zag. Ik ging expres met mijn rug naar haar toe zitten en dat heb ik zeker wel een minuut volgehouden. Goed hè, nu weet ze tenminste dat ik het niet leuk vond.

Wat ik ook zo lekker en leuk vind is pompen. Dat doe ik elke dag en soms ook ’s nachts. Ze wordt weleens wakker en vraagt ze vriendelijk: “Moet dat nu Jimmy?”
Ik wil nog heeeeeeeeeeel langggg bij vrouwtje blijven.

Emmy kunt u nog iets uit uw leven samen vertellen?

Ho ho, Jimmy nu mag ik weer.
Ik heb je dus leren eten en op de kattenbak leren gaan maar ik heb je ook geleerd dat je als je speelt of bij me ligt niet je nageltjes moet gebruiken. Dan kun je soms iemand pijn  doen. Gelukkig weet je dat heel goed. Maar heel soms als de wijkverpleging of de huishoudelijke hulp over je rug aaien, voel je pijn vanwege je artrose. En dan doe je even lelijk. Dat snap ik best, hoor. Een minuutje later kom je al sorry zeggen door met je kopje langs hun benen te aaien.

Dankjulliewel voor dit interview!!

 

Is het zielig als je de enige kat in huis bent?

enige kat Is het zielig als je de enige kat in huis bent? Daar dacht ik weer over na. Want Loesje schrijft dat ze met meer katten woont en dat ze het heeft geleerd, hoe dat moet bedoel ik.

En toen dacht ik of ik dat ook wilde. Misschien is het fijn na het wennen.

Maar ik wil het liever niet.

Andere katten

Vroeger toen ik nog in het asiel woonde, kreeg ik best vaak tijd om vrij rond te lopen. Ze hadden daar een buiten. Ik liep er niet alleen er waren ook andere katers en poezen. Daar kon ik wel tegen ik bedoel dat ik geen ruzie maakte maar ik wilde ook geen vrienden maken. Ik was nogal op mezelf.

Misschien ook omdat ik van binnen alles niet zo goed wist. Want ik kwam van de straat af en daar was alles moeilijk geweest, dus als je dan binnen zit bemoei je je liever niet met de rest, je kunt nooit weten. Ik was dus nog een beetje straatkater.

Die andere katten, nee.

Thuis

Nou en toen kwam ik hier. Hier, dat is in dit huis met kamers en trappen en er is één mens dat is een vrouw en wij wonen dus samen. Er zijn geen andere dieren.

Soms gaat mijn vrouw weg, ze zegt dat ze geld voor brokjes moet verdienen. Ik heb liever dat ze thuis blijft.

Met haar kan ik wel samen zijn. Een vrouw is toch anders dan een kat. Van binnen voel ik me nou ook zekerder, dat is omdat ik snap hoe het leven hier gaat. Elke dag is bijna hetzelfde als de andere dus dat is goed.

Ander

Daarom wil ik er ook niemand anders bij. Mijn leven is nou rustig en ik voel me veilig en het is zij en ik samen en dat is serieus waar genoeg voor mij.