Was het een kunstje of was het dat niet?

  Deze foto heb ik pas op mijn Feesboek gezet en ik schreef erbij dat het een kunstje was.  Iedereen vond het leuk.

Later vroeg mijn vrouw aan me: “Bertje, weet je wel héél zeker dat het een kunstje was?”

En toen wist ik dat ineens niet meer.

Hoe het ging

Thuis ga ik best vaak op de foto dus dat ben ik gewend. Ik kan stil zitten als het moet of iets anders doen als het nodig is voor de foto. Mijn verkering Loesje zegt dat ik een mediakater ben en volgens mij is dat ook zo.

Dus ik zat te poseren. Mijn kop zus. Dan weer zo.  En toen wilde ik me wassen en toch weer niet. Of ik moest gapen en toch weer niet. Er was iets maar ik weet geeneens meer wat. Iets dat begon en niet meer verder ging.

Dus toen stak mijn tong er een beetje uit en zo kwam ik op de foto.

Expres

Ik deed het dus maar  een beetje expres en volgens mij is een kunstje iets dat je helemaal expres doet.  Ook als er iemand om vraagt. Daar moet ik nog op oefenen, geloof ik.

Kunstjes

Wat ik wel kan als mijn vrouw het vraagt, is een kopje geven. Zacht of hard net wat ze wil dat doe ik dan. Volgens mij is dat ook een kunstje.
En ik spring op de bank als ze dat vraagt. Dan zegt ze dat ik dat goed kan, springen.

Tong

Maar dat met de tong dat deed ik vroeger niet. Ik bedoel toen ik hier kwam te wonen. Het is iets dat ik dus heb geleerd. Misschien is het dus toch een kunstje.

Het is best leuk dat ik iets kan. Dan voel ik me toch een kater van betekenis. Maar ik vind ook dat een kater geen hond is, en ik weet dat een hond veel van kunstjes doen houdt, maar voor een kater hoeft het eigenlijk niet. Misschien één kunstje.

Katrien over: spugen en poetsen

wassen en poetsen

Halloo, daar is ze weer. Vandaag ga ik het over spugen en poetsen hebben.  Overgeven, kotsen, over je nek gaan en het aloude waswerk. Dat dus.

Nu ikjes weer aan het verharen ben moet ik me natuurlijk netjes houden. Ik was me dagelijks meerdere keren.  Dat is iedere dag een behoorlijke klus hoor. Daar kan je, als je het goed wilt hebben, uren aan tijd kosten.  Vooral als je je haartjes precies goed wil hebben leggen. En als prinsessemeisje zijnde wil je dat ook.

Waspootje

Als eerste ga je je waspootje lekker nat likken. Dan ga je daarmee over je oortjes. Afhankelijk hoe de haartjes liggen doe je dat een paar keer achterelkaar likliklik, pootje omhoog en wrijf.
En die stappen herhaal je dan een paar keer. Dan doe ik de zijkant. Daarbij gebruik ik geen pootje. Althans… niet om mee te poetsen. Nee.. ik moet wel op mijn voorste pootje leunen om bij mijn koninklijke bips te komen.
Dat is me een werk. Niet dat ik een grote bips heb, maar ik neem mijn hele zijkant gelijk mee.

Killerloek

En dan komt het ergste van het ergste. ZIJ krijgt het dan in haar kop om mij opeens te aaien!!! Oooooh wijjjjjj? Al mijn keurig gepoetste haartjes liggen doorelkaar. Dan kijk ik haar aan met mijn killerloek, ik mopper me suf en begin weer opnieuw. En dan krijg je een ooooh sorrie hoor te horen. Nou.. daar heb ik wat aan.
Echt… dit is net zo erg als de preifussieschending.

Haartjes

Maar goed… door het poetsen krijg ik ook haartjes binnen. Nee personeelsleden, het smaakt niet lekker. Jullie vinden het ook vies, en dat laten jullie echt zo merken. Soms schaam ik me echt oofer jullie rejaksies.
Dan hoor ik opeens GGGGGGGHHH.
– Huh? Doe eens normaal zeg!!

En dan hoor ik gatverdarrie, er zat een haar van de kat in mijn keel! DE KAT??
Ikjes maar DE KAT?
Dan ben ikjes zo boos omdat ik maar de kat ben.

Mensenmand

Maar door al mijn gepoets stapellen de haartjes zich op in mijn maagje.
Dan ga ik om me heen kijken. Nee… daar niet. Dan spettert het, je wil toch niet dat het op jouw schone vacht komt?
Catoo had een vaste spuugplek. Kostte haar veel nadenkwerk, hoor. Maar ze had wel iedere keer bingo. Ze deed het voor de mensenmand. Als vrouw opstond dan stapte ze er gelijk middenin. Wij lachen. Vrouw niet zo.

Tapijt

wassen en poetsenIk doe het het liefst op het nep-perstapijt in de woonkamer. Gegarandeerd dat ze er in trapt.  Hoe ze dan naar de natte kamer loopt. En dan heb ik het nog niet eens over de geluiden die ze maakt. Echt van die oergeluiden.
Man mag het meestal opruimen.
Soms spuug ik ook mijn aafondeten er weer uit. Komt omdat ik alles naar binnen schrok. Soms is het eten te lekker gewoon. Vandaar dat ik het eten in gedeeltes krijg. Elk half uur een paar happen.

Nou… dit was het voor deze week.
Veel liefs en kusjes

Katrien (haarbaleksper van beroep)

kater Bolle: ik heb maar anderhalf oor

anderhalf oor

Mensen en katten die mij voor het eerst zien, vragen vaak wat er met mijn oren aan de hand is. Of eigenlijk: wat er met mijn OOR is.

Ik heb namelijk maar anderhalf oor. Mijn rechteroor is een gewoon oor, maar mijn linkeroor is een half oor. Ik heb er zelf helemaal geen last van, en het doet ook geen pijn.
En als ik wil, kan ik alles horen.

Linkeroor

Ik kan me eigenlijk niet eens meer de tijd herinneren dat ik twee oren had.
Het is ook al best lang geleden.
Mijn oor is ooit afgeknipt toen ik bij de dierenarts was en narkoos kreeg. Toen haalden ze iets weg zodat ik geen kinderen meer kon krijgen (máken, zegt mijn vrouw. En het heet kastraatie). En ze knipten een stuk van mijn oor af.
Ik heb daar natuurlijk allemaal niks van gemerkt want ik sliep, van de narkoos.
Als je linkeroor is afgeknipt dan ben je een jongen, en als je rechteroor is afgeknipt ben je een meisje. Handig hè, zo hoef je daar nooit meer over na te denken!

Kinderen

Nou denk je misschien: maar waarom moet dat oor er af, en wat heeft dat met kindertjes te maken?
Eigenlijk heeft dat oor er ook niks mee te maken, maar de dokter doet dat bij katten die buiten wonen. Katten die geen huis hebben en die dat ook niet willen. Omdat ze het niet gewend zijn, of omdat ze bang zijn voor mensen. Maar die wél buiten gevoerd worden door mensen. Zo’n kat heet dan een WILDE kat.
Door dat oor kan iedereen zien dat je geen kinderen meer kan maken of krijgen, en dat er iemand is die een beetje voor je zorgt. Dus dat mensen niet de dierenarts of het asiel hoeven te bellen om te zeggen dat er een zwerfkat loopt.

Groep

Ik ben dus ook een wilde kat geweest. Het klinkt wel stoer, vind ik. Maar zo wild voelde ik me vaak helemaal niet.
Ik woonde buiten, in een groep van elf of twaalf katten.
En de meesten daarvan waren mijn eigen kinderen. Ja, ik heb het druk gehad, met mijn twee oren!

Buitenleven

Wij durfden allemaal niet in een huis te wonen, maar we kregen wél eten van hele lieve mensen. En er stonden een soort kleine piepschuimen huisjes in de tuin, waar we in konden slapen of ons konden verstoppen.

Maar ik kon daar niet meer blijven. Want mijn eigen zoons wilden me daar niet meer hebben. Ze vielen me steeds aan en probeerden me weg te jagen. Want nu ze volwassen waren, wilden zij de baas zijn, en de sterkste kater.
Zo gaat dat in de natuur. Nou, mooie boel dan, die natuur. Ik vond er niks aan.
En eerlijk gezegd was ik het buitenleven ook zat. Als het mooi weer is, is het fijn. Maar als het regent of stormt of koud is, is er niks aan. Dan zat ik maar in mijn piepschuimen huisje te wachten tot het over was. Er was verder tenslotte niks te doen. Zeker niet nu mijn oor er af was.

Molly

Dus ik ben daar weggegaan, op zoek naar een beter leven. Zo kwam ik bij mijn mensen terecht. En bij mijn grote liefde Molly. Het maakte Mol niks uit dat ik maar anderhalf oor had.
En trouwens, mijn Molletje was doof geworden, dus die had ook wat met haar oren!
Mol was een beetje bang omdat ze ineens niks meer kon horen en durfde niet meer in haar eentje de tuin in te gaan. Ik kon haar helpen door met mijn anderhalf oor voor ons tweetjes te luisteren naar alles wat je in de tuin hoort. En ik liet haar dan weten wat ik hoorde, en of we veilig waren. Dus zo hadden we samen toch weer complete oren!

Haartjes

Mijn mensen vinden het zo leuk dat er haartjes boven mijn afgeknipte oor uitgroeien. Mijn vrouw geeft mij vaak kusjes op mijn halve oor. Het hoeft voor mij niet echt, maar ik laat haar maar een beetje heen doen.
Mijn man zei in het begin dat er wel een érg groot stuk van mijn oor af is geknipt, en dat hij dat zielig vond.
Maar nu denken we eigenlijk nooit meer aan dat halve oor en valt het ons niet meer op. We weten niet meer beter.

En we weten alle drie dat ik alles kan horen. En dat ik niet luister als ik dat niet wil. Oor of geen oor.

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe

wiew

Als ik wiew dan weet ik niet wat ik doe. Echt serieus waar niet. Op de foto ziet u dat ik zo’n leuk groen visje heb. Daar zat spul in. Ik scheurde het open. Toen scheurde ik met de krant. Daarna heb ik superheerlijk geslapen.

Spul

Mijn vrienden op Feesboek dachten dat er catnip in zat, dat is kattenkruid. Vroeger kreeg ik dat weleens om te proberen maar het deed me nooit veel. Het is wel lekker of nou ja, een beetje dan maar verder niks.

Toen op een dag kreeg ik spul dat was valeriaan. Nou ik wist niet wat ik rook. Het was geen mensen-valeriaan maar katten-valeriaan, dat is anders.

Dus die dag ontdekte ik het wiewen. Dat is wat er in je kop gebeurt als je spul ruikt.

Wiewen

Als ik wiew dan voel ik me raar en anders op een fijne manier. Wat doe ik dan:

  • rollen en dan net iets langer dan anders
  • liggen en dan kijk ik naar de geuren die tegen me praten
  • ik wil dan heel zacht en lang geaaid worden
  • ja en volgens mij ga ik nou ook scheuren met de krant

Scheuren

Dat scheuren is heel eenvoudig. Ik hap en ruk met mijn kop. Scheurrrrr. Zo, weer een stuk eruit. Ik spuug het ergens neer of ik schud met mijn kop dan valt het vanzelf. Dat doe ik een paar keer net tot ik het niet meer leuk vind.

Die krant ligt ervoor op de grond. Voor mij. Ik heb er al hele stukken uit gescheurd dus ik zie vanzelf waar ik ben gebleven.

Mijn vrouw heeft die krant al uit. Dus het kan. Thuis krijg ik de krant altijd als tweedes. Daar ga ik op liggen en daar kan ik mee scheuren.

Erna

Na het wiewen ga ik lekker slapen. Heerlijk. En als ik dan wakker word wil ik eten en knuffels. Mijn vrouw vraagt dan: “Heb jij dat gescheurd?” Ja, kan best. Als ik wiew, dan weet ik niet wat ik doe.

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen

goed liggen

Waarom het belangrijk is dat je goed moet liggen. Nou dat is heel simpel anders kan je niet slapen. Als ik lig en voel: dit is het niet dan blijf je liggen zonder te slapen. Dus dat moet niet.

Bank

Beneden heb ik een vaste plek om te slapen en dat is mijn kussen op de bank. Soms krijg ik dan een dekentje over me heen, een beetje maar hoor. Is moeilijk voor mij. Ik voel me dan benauwd en bang, net of ik niet weg kan. Dus dan haalt mijn vrouw het weer weg. Als ik op mijn kussen lig, kan ik naar mijn vrouw kijken als ze aan haar werktafel zit. Dus dat is gezellig.

Maar ik heb nou een tweede plek. Die is op het andere einde van de bank. Dan lig ik wel op de bank maar anders. Ik lig dan dichter bij mijn vrouw en ik lig ook nog eens achter een plankenkastje, dus helemaal superveilig.

Alleen, hoe moet ik daar liggen.

Deken

Eerst  had ik een handdoek op een dekbed om op te liggen net als boven op het bed. Dus dat was wel fijn maar toch niet dat ik zeg o wat lig ik hier lekker. Een bed is anders dan een bank. Daar lag het aan. Ik heb het serieus geprobeerd want ik draaide en keerde wel honderd keer om en nog lag ik niet lekker.

Dus de handdoek ging weg. En ik kreeg een deken.

Dat was ook wennen. Want iets anders, dat is toch anders dan je gewend bent.

Wennen

Als ik moet wennen, dat duurt dat zolang het duurt, dat zegt mijn vrouw en volgens mij heeft ze gelijk.

  • eerst liep ik over de deken over het dekbed op de bank
  • o nee, eerst moest ik eraan ruiken en ernaar kijken
  • ik ging op de deken zitten en toen ging ik slapen op mijn kussen
  • en net toen mijn vrouw dacht hij vindt het niks, toen was ik gewend en kon ik op mijn deken lekker slapen

Het is een fijne deken. Ik lig er graag. Maar het allergraagste lig ik op mijn kussen en dat mijn vrouw dan haar arm om me heen legt en zegt dat we altijd en altijd samen blijven.