Loesje vertelt assie jou prik ga krijge…

prikDeze week was mij spannende week. Assie groonies niesziek ben dan kan jij somaar ineens moete niese. Dattie jou eigen nie meer kan beheerse.

Kwesbaar

Van mij eigen heb ik er nu mij jaarelange erfaring mee. Het begin bij jou oog en assie pech heb dan eindig jij met jou antibiootie in jou mand met lappe. Mij vrouw heb mij eigen zo goed in mij gaate gehouwe. Mij preifusie heb ik niemeer kunnen vinde. Jij denk dattie beeter ben want jij ben op jou hooge denkpaal geklomme. Jij maak jou eigen steetment, jij ben niemeer ziek. Jij wil jou eigen befrijde uit jou reefaaliedaasie want jij ben er wel klaar mee.
Mij vrouw heb mij oog iedere dag schoongemaak. Zij zeg Loes jou onsteeking is ofer maar jou oog blijf kwesbaar. Daar zit jij dan, met jou mooie gedachte dattie beeter ben. Mij vrouw keek mij eigen aan en in mij hart foelde ik mij onseeker zijn groeie. Jij weet nooit wat jou vrouw nu weer in ze schille voer.  Zij heb ook ze erfaring met mij groonies niesziek zijn. Zij zeg altijd Loes jij kan het zien aan jou kleur van jou oog. Offie jou waas voor jou oog krijg.
Toen heb ik met mij waas voor mij oog 7 makkareele verslonde.

Kleine nies

Maandag was mij spannende dag maar ik wist het niet van mij eigen. Mij vrouw kwam thuis van mij tonijn ferdiene en zij heb niks gezeg. Ik heb toen gewoon mij zallum van mij onbijt gekreege en mij knuffels. Maar jij foel het hang in jou lucht en jij kan er nie bij van jou eigen. Ik ben toen wel door mij huis gaan beweege. Dat is dat ik van mij eetensbak naar mij denkpaal loop. Maar dattie dan met jou gekweste oog ook alles wat jou vrouw doe mee in jou gaate hou. Mij fertrouwe foelde breekbaar. Van mij eigen was ik op mij kwievieve.
Ik vind het wel sonde dat ik zo een moeiluk woord moet gebruike foor mij gemoedtoestand. Maar als poes ga ik wel met mij tijd mee en jij leer steeds meer. Jij kan wel denke Loes heb ze reefaaliedaasie, maar Loes heb ook ze eigen taalknoppel. Mij Bert heb mij op mij weg gehollupe maar daarna moet jij toch jou eigen ferder onwikkele. Daar ben ik nu mee beezig maar jij kan nie zonder jou oog. En jij wil ook nie steeds ofer jou letters niese.
Van me eigen heb ik wél moete niese, ik zeg het u eerluk. Maar het was mij kleine nies en mij vrouw was nie thuis. Dan tel het eigenluk nie vin ik van me eigen. Maar jij kan telle wat jij wil, mij vrouw zeg Loes wij ga nu naar jou dieredokter! Toen heb ik ligge bibbere in mij mandje….

Kontroleer

Mij dieredokter heb mij eigen van mij kop tot mij poot gekontroleer. Hij zeg Loes jou oog zie er goed uit. Van me eigen zat ik toen al weer klaar om naar mij huis te gaan. Maar jij heb er niks ofer te zegge. Hij heb naar mij hart geluister en hij heb in mij oor gekeeke. Jij fraag jou prikeigen af wattie daar hoop te zien? Toen hebbie in mij bek gekeeke en hij zeg Loes jou twee laatste kieze zijn nie goed. Die moet eruit.
Jij weet nie wat jij hoor. Jij denk dattie nog één tand heb maar jij heb nog twee kieze in jou bek. En hij begin over mij maatje meer. Hij zeg Loes jou maatje is teveel, jij moet er ies aan doen van jou eigen. Toen heb ik mij kop weg gedraai,  jij kan ook te ver gaan! Jij kom foor jou oog en jij krijg jou heele betoog. En ik kreeg ook nog mij prik, u kan het zien op mij footoo.

Kom goed

De rest van mij dag ben ik in mij sjok gewees. Het dreun door jou kop dat jij er ies aan moet gaan doen. Toen heb ik nie meer gehoor dat ik nu ziek kan worre van mij prik. Mij vrouw prikheb het mij eigen fertel.
Mij kop kan er nie bij, waarfoor krijgie dan jou prik? Assie toch ga niese kan jij net zo goed in jou huis blijfe. Mij vrouw was ook uit ze doen. Zij zeg Loes het kom goed, jij hoef nie bang te zijn. Wij ga eers bijkoome en het is pas folgend jaar Maar van mij eigen ben ik nog in mij sjok. Mij hart foel ze eigen onseeker want wanneer is mij folgend jaar? Nu moet ik alles ferwerke. Jij denk dattie klaar ben maar jij sta pas aan jou begin.
Dan moetie jou plan bijstelle. Daar denk ik nu ofer na…

Loesje

Waarom warme voorpoten belangrijk zijn

voorpoten

Op de foto ben ik druk met mijn voorpoten. Die moeten warm blijven en dat gaat niet vanzelf dus daar moet ik iets voor doen.

Warm

Bij mij thuis staat de verwarming aan dus dat is in orde. En als er zon is dan kan ik in de vensterbank meteen erin liggen of later komt de zon op de bank waar ik dus lig. Ook heb ik mijn wintervacht af die is goed dik geworden. Maar dan blijf ik nog niet vanzelf warm in mijn voorpoten.

Lichaam

Wat ik vaak doe is op mijn voorpoten liggen met mijn hele lichaam. Dan vouw ik mijn poten op en op de foto ben ik daar druk mee. U ziet dat ik me konsentreer. Eerst doe ik de ene poot en dan pas de andere. Dan wacht ik tot mijn gefoel zegt dat ik goed lig of niet. Soms moet ik verliggen en dan weer wachten op mijn gefoel. Het is niet zomaar dat ik lig en het meteen goed is zo werkt dat niet.

Pas als mijn gefoel ja zegt, dan heb ik rust. Mijn voorpoten liggen presies goed onder mijn lichaam en ze worden langzaam warm.

Ik kan alleen slapen met warme poten anders lukt het niet.

Nou over mijn achterpoten.

Sterk

Over mijn achterpoten ben ik tevreden. Ze zijn keisterk dat merk ik als ik de trap naar boven neem, dat ik me goed kan afzetten en dan ga ik meteen door, soms ren ik naar boven dan krijg ik altijd complimenten van thuis. Dat is een fijn gefoel voor van binnen.

Maar nou het rare. Mijn achterpoten blijven vanzelf warm. Daar hoef ik nooit op te gaan liggen. Ik hou ze onder tegen mezelf als ik lig maar dat gaat zonder dat ik erover nadenk. Als ik lig dan zit ik op mijn achterpoten het gaat vanzelf.  Misschien zijn mijn achterpoten wel meer oer dan mijn voorpoten.  Want daar moet ik de hele tijd op letten dat is toch ook gek!!

kater Dorus over mijn lefe

Dorus
Hajoooo iedeween. Hier benne ik weer. Waar gaane we hut oofer heppe? We sjien wel. Ikke ga gewoon klessen. Ikke ben daar best goet in hoor.

Kles

Ikke kles de hele dag door. Frauw seg dat ikke soms haar oore fan haar kop pjaat. Hette begon al toen ikke nog een BeebieDoorie was. Frauw segge dat ik nog een beebie ben, maar daar benne ik het niet mee eens. Nog fijf maante en dan benne ik jaarug. Dan wor ik 1 jaar. Ooooh auwt al he?

Boerderij

Weet jullie nog toen ik kwam? Oooh watte jullie niet wete hoe ik hier kwam.
Nou… ikke was dus oppe boererei geboor. Bij paardjes en sjaapies en koe-jen. Eg!! Die ware agt weke mein fjientjes. Ikke benne agger het asiel geboore. Saame met Poppy.
Maar waar ikke woonde reje geen boes offe trem. Mijn mense heppe een skoeter, en daar ginge se mee naar mij toereide. Frauw hielt de reiskooi fast en man reet. Na een uur soeke fonde se eindeluk mijn huis. Se reeje wel twintug keer fauwt hihihi.

Nau… uit mijn eindeluk fonde se de boererei. Wei sate haar al op te wagge. We waar bang en blaaste naar haar. Toen se ons fast hat zate we te spinnen. Toen wert frauw flieft oppe ons. Se wau 2 meisies. Er wert ook segt datte we meide ware. Dus ginge se ook niet rammele met ons. As se dat nau wel daan hat hat se kunnen hore datte we joggies ware.
Frauw was so bjij dat se ons in haar hande hat. Flak hierfoor was ooma Katrien oofer de jegenboogbjug gegaan.

Weeg huis

Frauw sei waarom ze ons dolgjaag wau. Ze miste leefe in huis. Ze miste ooma Katrien ook nog. En datte se het sorgen voor miste. Se haatte hut datte se in een weeg huis kwam.
Se wilde niet meer drietig sijn. Frauw sette een atfurrtensie oppe markpjaats. En ikke reejaageerte. De follegende dag kwame se me ophaal. Mette skoetert!
Na een uurtje werte we in onse eige reiskooi gestopt. Dus we maakte ons op op onse eerse boesreis. Huh? Oooh se seien we gaan oppe skoeter en jullie gaan, mette reiskooi, oppe knie fan frauw.

Skoeter

Het sauw een uur wopen sein om bij de boes te koome. En oppe skoeter sauwe we al mette half uur thuis sjijn. We kjege een helmpje op en weg ginge we. Sjooo hey… wat ginge we snel. Wel 50 harde kieloos per uur.
En de res wete jullie. Want we mogge gewijk oppe feestboek.
Jullie ontfingen Poppy en mij so wiefdefol. Ikke hielt gelijk fanne iedeween. Jullie gafe mij de teit om iedeween te lere kenne. Ik wisse niet datte ik sjofeel ooms en tantes hat.
Maar de allerwiefste mefrauw die we leerde kennen was mijn mamsie.
Sei isse so mooi. So wief. Mamsie hat nog furdriet om ooma Katrien. We begreep dat, maar ook niet. We saag haar soms huiwen.
Maar dat huiwen wert minder. Mamsie leerte ons een hoop. Maar 1 ding weigurde mamsie te doen. Ons een sjone lui-jer te geef. Dat moeste mijn mense doen.
So erg stonken ze niet.

Sjow

Twaalf  juli werd een donkere dag. Poppy was al een dag offe 3 siek en hij moese naar de regenboogbjug gaan. Iedeween was in sjok. Weer hat mijn mamsie furdjiet. Maar dit keer deden we er wat mee. Mamsie kwam op de herdenkingshoetjessjow. Om ooma, Poppy en Dorusalle andere diertjes te herdenken die dit jaar over die bjug zijn gewopen. Ooooh wat een werk was dat. Ikke moese de foowtoows keure en mamsie gaf iedeween een mooi hoetje. De sjow werd een suukses. Ikke hoop datte we dit ieder jaar gaan doen. Om onse fjientjes te herdenken.

Tante miela sei ies heel moois laas tege mij.
Se hoopte dat de regenboogbrug, foor dit jaar tenminste, dichtgetimmert word. Er sjijn genoeg fjientjes daar. Er zitten al 2 plankjes fast. 1 fan haar en 1 fan mei. Mijn fjaag is nu… willen jullie ook een plankje vasttimmeren?

Dit was het foor deze week.
Ikke sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Pee es… pjettige kers iedeween!!

Als er zon komt en het is winter

zon
Ik weet dat het winter is want ten eerst ik heb mijn wintervacht af en ten tweede ik kan het zien als ik naar de straat kijk, daar zie ik hoe het buiten is. En toch komt er dan opeens zon.

Zomer

Zon in de winter is anders dan zon in de zomer. Dan kan het echt keiwarm zijn dat ik het geeneens kan uithouden in de vensterbank. Ik probeer het wel maar het gaat serieus waar gewoon niet. Dus de zon in de zomer die is moeilijk en toch hou ik daar het meeste van, wegens dat ik dan wakker word en ik kan meteen met mijn kop in de zon daar verlang ik soms heel erg naar. Meteen dat warme.

Winter

Nou is er de zon van de winter. Niet eens elke dag. Het is zon maar wel helemaal anders dat ik het niet goed kan voelen. Zit ik in de vensterbank dan heb ik wel zon op mijn vacht maar   het is een ander gefoel. Veel minder warm. Dat is raar want zon is zon en ik hou er het meeste van.

Binnenkater

Als binnenkater heb ik ook gefoel voor de natuur. Dat zit gewoon in me. Het is een beetje oer en een beetje van vroeger toen ik op straat moest leven en een beetje omdat ik het ook als binnenkater meemaak. Ik zie het in de straat dat zei ik al. En in de zomer is het huis warmer en dan staan alle deuren open. In de winter niet. Dan is het beneden bij de voordeur koud daar ga ik dan soms ekspres aan ruiken en dan is mijn neus koud en mijn oren ook. Dus dan is het superfijn in de huiskamer met de verwarming dat snapt u wel. Ik snap het ook.

Elke dag hoop ik dat de zon komt, ook al is het niet echt warm, want zon is zon, zo denk ik erover.

Kater Bolle over: als je veel veren hebt

veren
Omdat ik de laatste weken vaak binnen ben, wegens de reenoovaatsie, doe ik niet zoveel.

Patroeje

Als ik gewoon naar buiten mag loop ik een paar keer per dag mijn patroeje, en ik loop vaak ook een stuk over de daken van de schuurtjes. Soms moet ik zelfs een stuk rennen, omdat er ergens katten ruzie maken en ik daar dan ga kijken.
In ons huis kan ik niet zoveel lopen, want het heeft maar twee kamers. En een badkamer. Daar kijk ik altijd even in het putje en ik ruik er aan. Het is een biesondere lucht, van water en onder de grond. Meer is er niet te doen, in de badkamer. Er is in ons huis ook nog een klein gangetje, waardoor ik naar mijn tuin kan. Maar mijn huispatroeje is dus altijd zo klaar.
Mijn mensen zijn nu bang dat ik nog weer een beetje dikker word. Ook omdat ik door de pilletjes om rustig te blijven veel meer ging eten.
Daarom spelen ze ekstraveel met me, zodat ik toch genoeg beweeg.

Spelen

Mijn vrouw zegt dat dat spelen nog niet meevalt, omdat ik niet veel dingen leuk vind.
Balletjes snap ik niet zo goed. Meestal zit ik beleefd te kijken als mijn mensen balletjes verengooien, maar ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee wat ze nou presies van me willen.
Ik heb een paar puzzels, voor brokjes. Daar kijk ik naar, en héél af en toe pak ik er een brokje uit.
Ik heb een vis met ketnip, waar ik vroeger aan likte. En ik kreeg een nieuwe banaan, een kussentje en een muis, allemaal met ketnip. En ik doe er niks mee.
Maar er is één ding waar ik altijd mee wil spelen. Daar kun je me voor wakker maken, eerlijk waar.
Als je me een beetje kent weet je vast wel dat ik mijn veer bedoel.

Stip

Meestal speel ik het spel met de veer met mijn vrouw en met Stip, mijn rode kleedje.
Mijn vrouw haalt de veer onder Stip door en ik vang de veer. Ik speel dit spel al vier jaar, maar het gaat nooit vervelen.
Volgens mijn mensen krijg ik altijd hele grote ogen, en soms ook een dikke staart als we met de veer spelen. Ik moet zelfs gapen van de zenuwen, zo superspannend vind ik het.

Nieuwe spelletjes

Mijn mensen zeggen wel eens dat ze het saai vinden, de hele tijd hetzelfde spel. Daarom heeft mijn vrouw een paar nieuwe spelletjes met de veer bedacht. Zij kent me goed en ze weet presies wat ik leuk vind, soms zelfs voordat ik dat zelf weet.
Eigenlijk hou ik niet zo van nieuwe dingen. Ik wil graag dat alles altijd het zelfde is, dan voel ik me veilig. Maar de nieuwe spelletjes durfde ik meteen te doen. Dat vinden mijn mensen superstoer van me, dat ik dat durf. Ik ben zelf ook best een beetje trots dat ik zoveel durf.

Kleedje

verenHet eerste nieuwe spel is met een nieuw kleedje in de slaapkamer. Mijn vrouw heeft het een tijdje geleden gekocht en was een beetje bezorgd dat ik er bang voor zou zijn. Maar ik zag het kleedje en ging er meteen languit op liggen, en aan krabbelen.
Nu spelen we op dat kleedje met de veer. Elke dag ga ik een paar keer op dat kleedje zitten en kijk naar mijn mensen. Die weten dan meteen wat ik bedoel.
Eén van mijn mensen beweegt de veer onder het kleedje en ik spring er bovenop. Soms doen ze het kleedje dubbelvouwen, zodat er een soort tunnel is. Daar kijk ik dan steeds in, of ik de veer al zie.

Wat ik dan weer nóg leuker vind is als mijn vrouw een tasje op het kleed legt en de veer zich daaronder verstopt. Het is een tasje van dunne stof en als ik zie dat de veer onder het tasje zit neem ik een sprong en schuif op het tasje een stuk over het kleed. Alsof ik aan het surven ben, zeg maar. Ik maak een prop van het tasje en ik bijt erin, net zolang tot ik de veer heb gevangen.
Als ik de veer heb beginnen we weer opnieuw.

Poten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook kan de veer nog om de poten van de eettafel heen gaan, heel snel. Dan ga ik aan de andere kant van de tafelpoot staan en sla mijn voorpoten om de poot heen, en probeer de veer te pakken te krijgen.

Grappig hè, dat je zoveel kunt doen met een veer? Dat had ik nooit gedacht.
Mijn mensen kiezen altijd de veer uit waar we mee gaan spelen, want ik heb heel veel verschillende veren. Kleine veren, grote veren, veren in een bosje aan een stokje,
veren aan een touwtje. Ik heb veren van Vlo gekregen, van vogels die bij hem in de buurt wonen. En sinds kort heb ik ook veren van pouwen, met een oog erop.
Mijn man vraagt wel eens hoeveel veren ik eigenlijk nodig heb.
Nou, in prinsiepe maar ééntje, maar meer is altijd beter.
Zo zie ik dat, met veren. Van veren kun je er nooit teveel hebben.