Loesje vertelt over assie jou boek-pree-sen-taazie geef 

boekAssie mij verhaal van deze week lees is het donnerdag. Mij vrouw heb mij eigen fertel, Loes dan hebbie saafons jou Eeboek pree-sen-taazie. U begrijp, mij heele week heb ik al last van mij zeenuuw.

Zeenuuw

Want er kom feel bij kijke en jij kan jou verkering nie alles alleen laate doen. Mij Bert maak onse Eeboek en hij geef ook onse pree-sen-taazie op ze eigen Feesboek. Nu denk u misschien wat moet Loes dan nog doen van ze eigen? Waar maak ze ze eigen nou zo druk ofer? Assie het zo bekijk dan hebbie wel gelijk maar zo bekijk ik het nie van mij eigen. In mij buik zit zofeel zeenuuw. Het is mij zeenuuwbuik…

Honger

Assie last heb van jou zeenuuwbuik moet jij goed foor jou buik zorrege. Jou buik heb er nie om gefraag dattie jou Eeboek moet pree-se-tee-re. Maar jou buik foel het wel. Mij Bert heb deze week fertel van ze inhaalhonger. Geloof u mij eigen,  mij buik heb zeenuuwhonger. Dattie oferal jou tand in wil zette maar jij heb geen tand. Gelukkig is mij visboer terug van ze faakanzie. Hij was visse in ze Oranje zee. Maar jij geloof mij eigen nie als ik u fertel dat mij visboer nu twee weeke in ze huis moet blijfe. Mevrouw Coorona heb het hem fertel. Hij zit nu met mij tonijn en mij saardiene foor ze akwaarium in zó een moeiluk woord. Het is ies met ze karretênne, maar jij schrik er toch van. Hij heb niks ferkeerd gedaan maar hij mag ze huis nie uit. Mij erfaring is wel dat jou vis na twee weeke toch anners ga ruike. Hij haal ze ouwe nievoo niemeer, zeg maar. Daar kan jij maar beeter eerluk ofer zijn.

Feranwoordelukheid

Mij vrouw heb mij eigen toen ferwen met mij goermet met mij moeiluk spul erdoor. Foor mij niere. Want mij nierdiejeet smaak mij eigen nie assie zofeel zeenuuw heb. En ook al geef mij Bert onse pree-sen-taazie, jij ben wel gaspoes. Saame met mij Doorie, hij is gaskater. Mij Doorie moet alles nog leere, dan foel jij jou feranwoordelukheid wel in jou buik. Hij poink van ze mand op ze balkon en terug. Ik zeg u eerluk, assie een zeenuuwbuik heb dan wor jij daar nie froluk van. Want jou feesje is jou feesje niemeer. Assie zofeel vierus om jou heen heb dan hebbie daar reekening mee te houwe. Jij krijg jou feesje in jou niewe werkelukheid want daar heb mevrouw Coorona foor gezorrug. Daar moet jij allemaal ofer nadenke want jou jeug van teegewoordig lap alles aan ze achterpoot. Assie er jou kop nie bijhouw kannie ofer jou tijdje weer allemaal binne blijfe. Dat moetie nie wille. Ook al bennie misschien net als mij eigen een binnepoes, jou leeve heb meer kleur assie ook gewoon op jou balkon mag koome.

Diegietaal

Gelukkig is mij Bert moodern. Selluf denk ik welees, mij Bert heb ze diegietaale leeve uitgevonne. Hij is ze tijd ver fooruit, geloof u mij eigen maar. Wij heb al jaare onse diegietaale verkering, jij kan onlijn ook heel goed saamezijn. Misschien kan u het gewoon probeere. Dan hebbie ook geen last van mevrouw Cooronaa. Behalfe als u kompjuuter ze vierus krijg, maar dan ga u er gewoon annerhalfe meeter vanaf zitte. Jij merk er niks van. Net als bij onse Eeboek pree-sen-taazie.

Pree-sen-taazie

Ik zeg u eerluk, onse pree-sen-taazie heb ze eigen Cooronaproef en het is diegietaal. U log om seeve uur in op mij verkering Huiskater Bert ze Feesboekpaagiena. U blijf op u annerhalfe meeter afstand en mij Doorie en mij eigen zorrug foor ze hapjes en sneks. Jij bennie foor niks gaspoes en gaskater. Wij heb foor iedereen ies lekkers, ook voor Woefs en voor assie zieke niere heb. Selluf hoop ik dat ik van mij eigen niks laat falle. Jij wor er toch wiebelig van in jou poote assie jou zeenuuwbuik heb. Mij Bert zorreg foor alles wat tegnies is, iets met ze douwnlood. Hij heb er ferstand van en hij leg het u vanavond allemaal uit assie kom.
Nu moet ik mij eigen nog ferzorge want jij wil er toch netjes uitzien assie jou feesje geef. Dat jou vacht en jou snorhaar goed zit. Want ook al bennie diegietaal, jij ben wel in jou beeld. En jij moet er nie aan denke dat jou zeenuuwbuik vast kom te zitte in jou douwnlood. Of dattie van jou zeenuuw zo ofer jou garnaaale nies.

Loesje

Pree-sen-taa-zie Eeboek :  Zoomerafontuure van Dorus en Loesje (inkluusief ekstra hoofstuk en footoos).

Wanneer: Donnerdag 27 augussus
Hoe laat: Seefe uur saafonds
Waar: Feesboekpaagiena Huiskater Bert
Feesje met Huiskater Bert, Loesje Huispoes en Kater Dorus

Waarom het stoer is om een knuffelkater te zijn

knuffelkater

Soms zie ik op mijn Feesboekpagina een jonge kater zeggen dat hij van knuffels houdt. Dan is het net of hij aan Ome Bert hier vraagt of het stom is. Dus ik ga het nou aan alle jonge katers uitleggen die tweifelen.

Erfaring

Ik ben 12 jaar en ik woon al fijf jaar samen met een vrouw dus ik ben een katerman met erfaring. Hiervoor zat ik in het asiel en daarvoor moest ik op straat wonen en van daarvoor weet ik niks meer. Alleen dat er dingen gebeurd zijn en nou heb ik daar nog steeds angstklachten van. Dat betekent dat ik gefoeliger ben voor van alles en snel onzeker.

Straatgefoel

In het asiel werd er aan mij gefriemeld en ik was nog in mijn straatgefoel en ik was ook ziek maar het was toch fijn. Het deed me goed. Ik kreeg meer rust in mijn lichaam. Daardoor zag ik de liefe vrouwen in het asiel beter en ik wist van binnen hier ben ik veilig. Dus ik was nog wel bang maar ik liet de knuffels toe, en als je iemand aan je liggaam laat komen als je bang bent, dat is best stoer.

In orde

Toen ik helemaal beter was, kwam ik dus hier. Dat is een groot ding hoor, naar een nieuw huis. Je kent er niks en je weet niet wat daar normaal is. Maar al diezelfde avond heb ik me laten aaien en ik had er meteen een goed gefoel bij. Wegens dat ik door het aaien snapte hoe mijn vrouw was en dat ik foelde dat ze daardoor mij beter snapte. Dus toen was het in orde voor mij, hier.

Goed en stoer

En zo werd Ome Bert een knuffelkater. Door te erfaren dat knuffels fijn en goed zijn en dat je je daardoor veilig foelt en dat je daardoor erfaart dat je met je vrouw of je man of je mensen thuis een band hebt. Dus jonge katermannen, tweifel niet. Het is goed en stoer om een knuffelkater te zijn. Gewoon doen, hoor.

Minnie: ik kreeg bezoek en het was katdootjesdag

bezoekAfgelopen woensdag ging de deur open terwijl frau gewoon binnen was. Dus ik meteen de trap af rennen! Want frau had het al tegen me gezegd, je mensenopa en oma komen hun kleinkat bezoeken en ze nemen katdootjes mee.

Tas

Ik had ze door tante Coorona al zeker acht maanden niet in het echt gezien. Zij mij wel op filmpjes die frau regelmatig doorstuurde. Er was een tas vol! Dus die ging ik meteen inspecteren hihi. Ze haalde alles uit de tas om op tafel te leggen. Daardoor kon ik hop zo in de tas springen. Mensen vinden dat leuk om te zien. Snappen jullie dat nou? Ik vind het gewoon leuk om in tassen en dozen te zitten en de boel te inspecteren.

Snoep

Als eerste katdootje kreeg ik een eikeltje die ze in het park bij hun hadden gevonden. Om mee te pootballen werd erbij gezegd. Nou, dát laat ik mij geen tweede keer zeggen! Tikkie links, tikkie rechts, daar ging ik. En scoren, echt wel! Onder de stoel was het doel. Mensenopa lachen, die vond het helemaal geweldig.
Toen was het tijd voor het tweede katdootje. Mauw mauw mauw allemaal lekkere snoepjes! Mensenoma wilde graag dat ik op schoot kwam zitten en pakte een zakje met snoepjes. Dus ikke op schoot springen. Ik kreeg een snoepje en rook er voorzichtig aan. Jammie, kip! En ja waar eet je je snoepje het lekkerste op? Op de grond! Dus ik sprong weer van schoot.

Drinkwater

Het volgende katdootje was een mooie drinkwaterbak. Lekker groot zodat ik m’n snorharen niet stoot en met iets erom heen wat voor frau fijn is want dan wordt het niet zo’n zwembad hihi. Ik hoorde wel nog zeggen dat het eigenlijk eerst iets anders was en dat dat niet was gelukt (zelf kattengras groeien) maar daar luisterde ik niet echt naar, want ik zat al lekker water te drinken uit m’n nieuwe bak. En zeg nou zelf, wanneer luistert een kat nou wel.
Daarna wilde mensenopa met mij knuffelen. Hij probeerde me op schoot te krijgen. Maar daar had ik geen zin in. Dus ging ik lekker om de stoel heen lopen en proberen zijn arm te vangen. Dat is me ook een keer gelukt. Alleen schrok ik toen een beetje en beet ik. Toen ben ik maar snel weggerend naar de slaapkamer.

Gras

Maar ik kwam al snel weer terug naar waar ze waren hoor. Want het laatste katdootje was kattengras in een plastic ding. Een plantje heet dat zei frau. Nou konden we er allebei van genieten zei ze. Zij iets moois op tafel en ik lekker jammie kattengras.
Oh wat ik ook nog wil mauwen is dat ik lees dat Bolle soms surft over tasjes. Als ikke hard ren als ik aan het spelen ben en ik moet afremmen dan doe ik ook surfen. Ik glij dan met mijn pootjes hups nog een stukje verder door. En als je denkt hoezo moet je afremmen? Nou omdat ik anders tegen de muur of de bank aan knal. En dat wil ik niet want dat doet au. Of ik word dan een heel plat katje en dat is ook niet leuk.

Gelukkig is het nu weer fijn weer dus kan ik ook weer lekker veel op bed en op schoot liggen. Ik wens iedereen een purrfecte week met hopelijk veel knuffels en sneks.
Pootje van Minnie!

Als je inhaal-honger hebt

inhalen

Nou, ik was weer mijn gewone zelf, dat dacht ik maar toen kreeg ik de hele tijd extra honger. Ik at veel meer brokjes. Een keer kreeg ik dubbel avondeten wegens dat ik bleef vragen. Wat was er nou weer aan de hand?

Gewone dag

Na het tropiese kwam het kei-warme en daarna regen en toen was de dag weer zoals daarvoor. Ik kon weer op de bank liggen. De straat controleren was geen probleem want ik sprong in de vensterbank als ik dacht: nou moet het. En de ventilator was uit, dat vond ik serieus waar ook fijn, stil is toch rustiger. Dus alles was zoals het moest zijn behalve dat er met mij iets was.

Ik had trek. Of nee, ik had honger.
Ik kon opeens superduper goed en snel eten.

Honger

’s Nachts eet ik bijna alle brokjes op, die krijg ik vers voordat we gaan slapen. In mijn gewone leven loop ik erlangs om met mijn vrouw naar de slaapkamer boven te gaan, maar al de eerste keer na het kei-warm bleef ik bij mijn schaaltje staan. Ik eten, of ik ikweetniethoelang al honger had. Doe ik nog. ’s Morgens zei mijn vrouw: “Nounou, Bert, zo ken ik je niet.” En een keer kreeg ik brokjes erbij omdat ik meeww zei, een paar keer, heel intens.

En in het wiekent had ik aan één keer avondeten niet genoeg, ik rondlopen en kijken en meewww roepen. Toen kwam het tweede bord, met moes van zalm. Had ik ook al snel op.

Inhalen

Tijdens de ochtendknufel legde mijn vrouw uit dat ik inhaal-honger had. Wegens dat ik tijdens de hele warme tijd minder had gegeten en ik was ook afgevallen, dus ik zat onder mijn normale gewicht en daarom zei mijn lichaam dat ik extra moest eten om weer te worden die ik was kwa lichaam.
Dat is de natuur.

Ik weet niet of ik de enige ben die dat van de natuur heeft. Maar ik blijf eten, ik heb gewoon trek, veel meer dan anders.

Kater Bolle over als je mensen trots zijn

trotsIemand die mij niet kent en die mijn footoo ziet, denkt vast Wat een grote stoere gespierde kater is dat. Echt zo’n kater die nergens bang voor is. Dat hoop ik tenminste, dat diegene dat denkt.

Voorzichtig

Want ik ben misschien wel groot en gespierd, maar ook vaak bang. Veel minder dan toen ik net bij mijn mensen kwam wonen, maar toch schrik ik nog steeds best snel. Gelukkig gaat dat nu altijd snel over. Maar ik blijf heel voorzichtig en vind het moeilijk om om iets te vragen.

Straf

Ik ben ook geen kater die zomaar nieuwe dingen doet. Dat durf ik niet, want door vroeger ben ik nog steeds bang dat dat niet mag. En dat ik dan straf krijg. Ik heb nog nooit straf gekregen van mijn mensen en ze zeggen dat ze dat ook nooit zouden doen. Ook al zou ik aan de bank krabben, of met fiese voeten over het bed lopen of een lamp omgooien. Mijn vrouw heeft me uitgelegd dat ik NOOIT straf krijg, wat ik ook doe. Ik geloof ook dat het zo is. Maar diep van binnen zit nog een bang gefoel van vroeger. Daar kan ik zelf geeneens bij, zo diep zit het. Een gefoel van angst, dat ik weer klappen of schoppen krijg, of met de riem.
Daarom doe ik nooit iets nieuws en ik wil eigenlijk liever ook niet dat mijn mensen iets nieuws doen. Ik vind net als Bert, dat het het fijnste is als alles gewoon zoals altijd is.

Gelukkig is het meestal ook zo dat alles gewoon is.
Maar soms gebeurt er ineens iets vreemds.

Breed lopen

Ik heb vorige week geschreven over dat ik twee ratjes had gevangen.
Nou, alsof dat nog niet genoeg was ving ik ook nog twee muizen. Die heb ik naar mijn mensen gebracht en aan ze gegeven. De eerste muis leefde nog en mankeerde niks. Mijn man heeft een bakje over hem heen gezet en ik kreeg iets lekkers. Toen heeft mijn man de muis op straat gezet, zodat hij weer verder kon gaan met zijn muizenleven. Een paar avonden later kwam ik binnenlopen met een muis. Mijn vrouw is met mij de tuin in gegaan. Ze praatte tegen me en aaide me zachtjes. Toen legde ik de muis voor haar neer.
Deze muis was zo erg geschrokken dat hij een beetje dood was. Dat was niet mijn bedoeling, ik had hem als oefenprooi meegenomen voor mijn mensen. Mijn vrouw heeft de muis begraven in de tuin, en ik kreeg een toch paar lekkere brokjes als dank.
Ik ging een beetje breed lopen, wegens dat ik het best stoer vond van mezelf.

Knuffels

Mijn mensen zeiden dat ik wel een gewone kat leek, die druk bezig is en van alles doet en durft. Ik kreeg superveel knuffels en kompliementen.
Misschien dat ik daarom nóg iets heel nieuws durfde te doen.

Bank

trotsAl zolang als ik bij mijn mensen woon slaap ik op mijn kartonnen ronde ding, mijn kurk. Ik heb een woonkamerkurk en een slaapkamerkurk. Ik heb ook nog twee manden, daar lig ik in de winter wel eens in. Overdag lig ik graag op het grote bed. Of als één van mijn mensen er in ligt. Dat is al vijf jaar zo en dat is ook helemaal presies goed zo.
In de woonkamer staat een hele grote bank. Daar sliepen Pop, Beer en mijn Molletje graag op. Soms met zijn drietjes, soms met zijn tweetjes, of soms in hun eentje.
Mijn mensen zitten bijna nooit op de bank, want daar was dus vijftien jaar nooit plaats. Ze zijn het verleerd om op de bank te zitten, zo noemde mijn man dat.

Piekoo bello

Mijn vrouw tilde mij wel eens op de bank, maar ik sprong er dan altijd heel snel weer af.
trotsEen paar nachten geleden zag mijn man, toen hij wat water ging drinken, dat ik op de bank lag te slapen. ’s Ochtends lag ik er nog, ik lag heerlijk zacht en kon piekoo belloo slapen.
Toen mijn vrouw opstond liet ze me gewoon liggen, net zolang tot ik wakker werd. Toen kwam ze op de grond bij me zitten en gaf ze me kusjes en aaide ze me. Ik moest keihard brommen, het was heel gezellig. Zó gezellig dat ik vergat dat ik zomaar iets nieuws had gedaan.
De rest van de dag was ik buiten, in mijn tuin. Maar mijn man zei dat ik de volgende nacht wéér op de bank lag te slapen. En de nacht daarna ook en die daarna ook.
Mijn vrouw moest de eerste dag de hele dag lachen, zo blij was ze. En ze zei steeds tegen mijn man Wat leuk hè, dat Bol op de bank lag? Dan zei mijn man steeds Jazeker!
Want mijn mensen weten heel goed dat ik niet vaak iets nieuws durf.

Trots

Mijn mensen noemen me nu een lefgozertje en zeggen dat ik praatjes begin te krijgen. Ik weet niet wat dat betekent, maar ze zeggen dat dat ook niet hoeft omdat het een grapje is.
En dat ze trots op me zijn dat ik nieuwe dingen heb gedaan.
Ik ben zelf ook best trots.
Niet heel erg trots hoor, zo ben ik niet. Maar een klein beetje toch wel.