
Wauw miauw, ik ben overdonderd door zoveel reacties op de ontwikkeling van m’n website. M’n bissniss gaat als een tierelier sinds de muismenukaart online staat. De mailbox stroomt over met bestellingen en sollicitaties. Muisbezorgd kan de vraag amper aan. Om de voorraden op peil te houden zijn extra muizenvangers meer dan welkom. Bij de Binnendienst hebben zich al veel snorhaarders gemeld, maar de ploeg die de klauwen uitsteekt kan zeker uitbreiding gebruiken. Meedoen is heel simpel. Je hoeft enkel je goeie kop te mailen naar japie apenstaartje muisbezorgd punt en el. Het is niet nodig om eerst via Beestboek of purrrsoonlijk aan mijn mens te vragen of je mee mag doen. Stuur gewoon een foto van jezelf naar dit mailadres. Furtel erbij hoe je heet en waar je ambities liggen. Alles is goed, zolang het maar gerelateerd kan worden aan Muisbezorgd. Mijn rechterpoot zorgt er daarna voor dat jouw mooie kop bij het Team komt. (psssst, furriendelijk furzoek van de administratie, om het overzicht te bewaren graag enkel mailtjes naar dit mailadres).
Dwiezeliesje
Omdat we onze poten vol hebben aan het wegwerken van de achterstand in de administratie deze keer een furhaal uit Den Ouden Doosch. Het is nog van de poot van mijn oudtante Dwiezeliesje. Degenen die mijn furmilie al lang volgen, kennen haar uit de furhalen van BBB – Blije Beestenboel als Zusje. In 2014 moest Zusje rond Valentijnsdag afscheid nemen van haar furriendjes met lange oren – Dirk en Juf Nijn – en van haar grote broer Bob. Het huis was opeens akelig leeg. En haar hartje wist het niet meer. De Paashaas stuurde haar een lief kaartje en dat gaf haar hoop. Daar schreef ze destijds dit furhaal over:
Paashaas
Geen glimp van de paashaas. Niet in de achtertuin, waar ik het konijnenhok nauwlettend in de gaten hou. Ook niet aan de voorkant. Regelmatig ren ik daar naartoe om een kijkje te nemen, maar geen enkele pootafdruk van Haas. Kon ik het nog maar eens aan Dirk vragen, of aan Juf Nijn, zij wisten vast hoe ik de paashaas zou kunnen herkennen. Verlangend kijk ik naar de zachtgrijze wolkenpartij. Ergens daar achter, daar zal de Regenboogbrug zijn. Zittend op het dak van het nog altijd lege hok breek ik mijn bolletje over hoe daar te komen, zonder mijn aardse jasje te moeten verlaten. Het gekissebis van een stel mussen
haalt me uit mijn overpeinzingen. Opeens heb ik een idee. Als zij nu eens…..
Ik spreek de eerste de beste mus aan en vraag hem op de vogel af op hij voor mij naar de Regenboogbrug wil vliegen om het m’n konijnenvriendjes te vragen. Hij kijkt bedenkelijk, krabt eens achter zijn bruine kopje, overlegt met zijn familie en knikt dan volsnavelig ja. Vol vertrouwen kijk ik de enthousiast tsjilpende troep na tot het laatste stipje niet meer zichtbaar is. Terwijl ik zit te wachten op een teken van leven strijkt meneer Tortel neer op de schutting. Ik nodig hem uit om de restjes van het in allerijl achtergelaten paasontbijt op te peuzelen en vertel hem over het plan. Als hij eindelijk het laatste graantje heeft weggepikt, laat hij weten dat je als levend wezen nooit bij de Regenboogbrug kan komen. Ook niet als je kunt vliegen! Ontgoocheld laat hij me achter.
Regenboogbrug
‘Wat zit je te treuren, kleintje. Is er iets aan de poot?’, hoor ik opeens in mijn oor schreeuwen. Het is Kauw, die dagelijks uit een potje pindakaas komt snoepen. Hoopvol vertel ik hem over de kaart die op de deurmat is gevallen met de groetjes van de paashaas erop; over hoe menslief straalde toen ze de lieve woorden van Haas las en over mijn zoektocht naar de paashaas. Maar ook dat ik niet zo goed weet hoe ik hem kan herkennen, anders dan aan zijn grote oren en mand met eieren. Dan begint Kauw te bulderen van het lachen. Met zijn krassende stem laat hij weten dat de paashaas helemaal niet bestaat. Dat mensen hem hebben bedacht om de lente te vieren. ‘Kijk maar om je heen,’ zegt hij, ‘overal is nieuw leven!’
Ik hef mijn treurende koppie op en inderdaad, nu zie ik het ook. Frisgroen blad wuift mee met de wind, bloesem barst uit de knop, hemelsblauwe vergeet-me-nietjes laten trots hun fragiele bloempjes zien en paps en mams merel vliegen af en aan met wormen om hun kroost groter te laten groeien. Dan breekt de zon door het wolkendek en vuurt vol passie haar stralen richting de aarde. Al van verre hoor ik de mussenfamilie terugkomen. Vanuit de keukendeur strooit mijn mens een handvol voer om de luid kwetterende groep terug
welkom te heten. In geuren en kleuren doen ze hun avontuur uit de doeken. De Regenboogbrug hebben ze niet gezien, laten ze weten. ‘Maar,’ voegen ze er in dezelfde ademtocht aan toe, ‘je hoeft helemaal niet zo ver om Dirk en Juf Nijn te ontmoeten. Ze zijn gewoon daar, waar jij met je hart bent. En daar zul je ook de paashaas vinden.’
Was gemiauwd door Dwiezeliesje
Koppie van Japie met een staartzwaai naar alle sterren

nog vaak ferstopte onder het bed, ik ben de eerste kat die hier woont die muziek maakt op de spieraal van het bed, dat is toch biesonder?, dat beteekent niet dat ik mezelf beeter find dan anderen hoor, echt niet, zo ben ik niet en ik hau daar ook niet van dus ik ga nooit een patser worden, zeker weeten van niet!
Mijn vrouw zei dat niemand beeter is omdat ie meer kan dan een ander, en dat iemand die niet zo veel kan ook niet minder is, dat hoe je je gedraagt veel belangrijker is dan wat je allemaal kunt en hebt, dat we allemaal gelijk zijn, en dat ze trots op me is omdat ik zo lief ben, ze noemde me besch-eiden en vriendelijk, zooo heee ik was er helemaal heppie van!
Volgens mijn personeel is nul brokjes niks. Dus dan moeten twee nullen wel een hele lege etensbak zijn als ik er zo over nadenk.
over hoe ik mijn blogs maak. En dat is bijna letterlijk in de keuken, want de eettafel waar ik wekelijks m’n verhaal aan mauw staat dan wel in de woonkamer, maar daar zit geen muur tussen. M’n personeel noemt dat een open keuken, maar je kunt het eigenlijk net zo goed een open woonkamer noemen. M’n huis is niet zo heel erg groot, maar ik ben heel erg blij met die grote woonkeuken. Of is het eigenlijk toch de keukenkamer?
en zij hun ene. Da’s een kwestie van elkaar furtrouwen dat we voorzichtig zijn, niet met verkeerde vrienden omgaan en altijd weer heelhuids thuiskomen.
Ik ben nou al dagen thuis en ik foel me goed, ik foel me tefreede, en ik foel ook het leefe is nou anders dan eerst.