December kwam en daarmee de zorgen over hoe Bert zou reageren op het vuurwerk, en het piekeren wat ik kon doen om dat voor hem gemakkelijker te maken. Al in de eerste dagen kwam er een andere zorg bij.
Scheef
Ik zag dat Bert brokjes at op een nieuwe, vreemde manier. Hij hield zijn kop scheef. Elke keer weer, of de brokjes alleen aan de ene kant en niet aan de andere kant mochten komen. Dat was raar. Logisch nadenken kon ik al snel niet meer dus ik belde zijn dokter voor een huisbezoek.
Op maandag 3 december kwam een andere dokter aan huis. Dat vond Bert moeilijk. Hij verschool zich onder de tafel. Ik wilde er graag bij.
Het onderzoek wees uit dat zijn tandvlees er rood en paars uitzag. Hij mocht pijnstiller (Onsior) en er kwam nader overleg met betrekking tot een operatie.
Toen de dokter weg was, ging ik alsnog even bij Bert onder de tafel liggen. We aaiden wat. We hingen wat. Ik zweeg over wat misschien ging komen.
Kliniek

Meteen al donderdag gingen we naar de kliniek. Geen eten die ochtend, en ik dan gespannen, dan nog de taxi in en de luchten van de dierenarts, ik was graag in zijn plaats gegaan, maar zo lagen de kaarten niet.
Het moeilijkste was Bert achterlaten.
Wat te zeggen, wist hij wel dat ik voor hem terug kwam, dat ik altijd voor hem terug kwam, voelde hij dat van binnen wel, dat hij echt-echt bij me hoorde?
In tranen liep ik terug naar huis, bijna een uur lang, om daar te wachten tot ik weer heen kon.
Stofzuigen.
Het raam verder open dan anders, wat opeens kon en toch een innerlijk alarm liet afgaan.
Kijken of de telefoon het deed.
Een lijstje met klusjes maken en die afstrepen, dan deed ik tenminste nog iets met de tijd, anders maakte ik mezelf ook veel te overstuur met wat-als gedachten, en ik wilde sterk zijn voor Bert.
De foto’s op de Facebookpagina van de kliniek hielpen niet. Die tralies. Dat oppakken. Hoe hij er lag na de operatie. Ik wilde erheen, uitleggen wat hij wel en niet fijn vond en hoe het moest. Maar ik hield me in.
Naar huis
In de namiddag haalde ik een slappe slaperige Bert op, die weinig bezwaar maakte tegen de taxi. In het korfje bleef het stil. De tanden kreeg ik mee in een busje. No way dat ik iets van Bert buiten mijn bereik liet.
Die nacht sliepen we samen op de bank in de huiskamer, met de deuren dicht. Traplopen was niet verantwoord; hij stond wankel op de pootjes. Bert sliep uitstekend en snurkte tevreden over de knusse nabijheid.
Hij was niet boos op mij, hij nam me niets kwalijk, terwijl ik het toch was geweest die hem gebracht had.
De dag erna at hij met smaak van het aansterk-eten, aangelengd met wat warm water tot een geurige massa mousse.
Hij hield zijn kop recht.
De dag erna ook al.
Brokjes waren het spannendste, want hard en zo’n operatie is nogal wat. In mijn logboek lees ik:
Dag #6 van herstel. Leek te willen dat ik bij hem bleef toen hij brokjes at en ik zag: soms scheef, soms verplaatst hij een brokje, soms kraakt en eet hij goed.
Zo wilde Bert het: brokjes eten terwijl ik erbij bleef. Dat deed ik dus, want een kater die om steun vraagt, die weiger je niet. Aaien leidt tot eten, het is een universele wet.
Geleidelijk hernam het gewone leven zich, alsof het nooit anders was geweest. Op zondag 23 december noteerde ik: ‘Bert at 40 gram brokjes. Hij gaapte gisteren in mijn gezicht en ik ademde het in en alles leek gewoon.’
Ja, alles leek gewoon.
Maar het kleine busje met de tanden herinnerde me eraan hoe breekbaar het gewone leven was. Dus dat borg ik op, uit het zicht.
Wat je niet ziet, dat is er niet.
Ziezo, de dagen waren weer goed.
Lieve allemaal,
Maar je moet toch ies met al die emoozies? Als je deze in je lijf of kop laat dan wordt het nog moeilijker. Het is goed om eefe emoozies te foele maar na een tijdje zou het minder moeten worden. Dat je weer wat ruimte in je kop en lijf krijgt. Dat je weer een beetje roetiene kan doen in je leefe.
Wiewen
Belle: ik heb opgesloten gezeten in de kleerkast. Vrouw ging het bed verschonen en had de kast open laten staan. Ik dacht nou daar ben ik nog nooit geweest dus ik wil er wel eens een kijkje gaan nemen. Dus liep ik rond te snuffelen in de kast en opeens ging de deur dicht.
had wat rond gelopen en in de andere tuinen gekeken maar ik begon ook wel moe te worden. En eigenlijk was ik ook wel bang.
En dan opeens… bammmm de garagepoort dicht.
Alle rattenoren bij elkaar! Hoor ik mijn mens daar al aankomen? Ze is eerder thuis dan ik had verwacht. Opgejaagd kauw ik de laatste stukken van de stevige staart door. Hap slik, wat een heerlijk gevoel om ze zo door mijn slokdarm mijn buik in te laten glijden. De furrukkulluke ingewanden moeten maar even wachten. Die bewaar ik voor straks. Onder de bank vallen ze niet op. Bezorgd kijk ik in de rondte. Het ziet er best oké uit. Sterker nog, het ziet eruit om door een ringetje te halen. Vind ik. De brokstukken van de lamp worden aan het oog onttrokken door het tafeltje in de hoek. De vlekken zitten achter het gordijn. Nog even mijn snorharen oppoetsen en het is alsof er niets is gebeurd.
een weergaloos Kat&Rat-spel, waarbij de bruine slimmerik met glanzende kraalogen en ik behoorlijk aan elkaar gewaagd waren.
Betrapt
Ik kan nau gewoon helemaal alleen in de slaapkamer in mijn kersmusmand liggen, dat heb ik forige week ferteld, maar ik durf NOG iets nieuws!, het begon er mee dat ik de laatste tijd een paar keer op de fensterbank in de slaapkamer probeerde te klimmen omdat ik naar buiten wilde kijken, alleen is die fensterbank heel klein en smal, ik pas er maar met één voet en één bil op, en dat zit niet lekker.
durfen en zo iemand ben ik toefallig, op de doos stond dat het spesjaal voor grote en zwaare katten is, nau dan!!, maar mijn mensen zeggen ook dat ik ze elke keer weer ferras, zoveel als ik ineens durf, en ze geefen me heel veel kompliementen, ik moet eerlijk zeggen dat ik best een beetje trots ben, ik had nooit ferwacht dat ik nog zoveel nieuwe dingen kan leeren terwijl ik toch al twaalluf jaaren ben.