Lucky en de vogel-tv in Krullieland

Lieve allemaal, hier ben ik weer vanuit een niet al te zonnig en vooral nogal koud Krullieland. Ik kom momenteel niet veel in de tuin want soms is het echt veel te koud daarvoor (eigenlijk alle dagen wel) en eerder deze week was het toch echt zo raar. Je kon amper meer de tuin aan het einde zien of eigenlijk helemaal niet als ik eerlijk ben. Net alsof ze een wit gordijn hadden dichtgetrokken en onze tuin ineens veel kleiner geworden was. Dat noemen ze nu mist zei mijn vrouw maar echt, ik vond het maar heel raar en was blij dat het later weg was hoor. Het kan toch niet zomaar dat ze je tuin dan ineens een stuk kleiner maken denk ik dan maar weer.

Sneeuw

Anyway (dat heb ik van Molly geleerd want zij is een halve Britse korthaar en praat soms Engelands), ik slaap de laatste tijd nogal veel maar dat neemt niet weg dat ik toch wel wat te vertellen heb. Mijn vrouw heeft verteld dat er hier aan het begin van de straat een poezenbeest woont. Een cypers met witte zei ze en die zit vaak voor het raam naar buiten te kijken. Ik weet niet of deze poezel ook buiten komt trouwens maar dat zou kunnen. Ze kwam een paar dagen geleden enthousiast thuis met de mededeling dat daar, in datzelfde huis, ook een zwart witte poezel woont, een heel grote. Dus ik miauw terug: nou, ik denk dat die af en toe bij ons in de tuin te zien is.
Vorige week, toen er weer een mooi laagje witte vlokken op het gras achter was gevallen, zat ik lekker boven de warme plaat op een zacht kleedje naar buiten te kijken. Zie ik me daar toch ineens een andere kattenmans in de tuin verschijnen. Het was een cypers witte maar met niet zoveel wit als de kat die mijn vrouw beschreef en die vooraan in de straat woont. En omdat zij hem ook zag, bedacht ze wel dat dit een andere was. De kat zat heel stil naar een grote struik in onze tuin te staren. En maar te staren en te staren zodat we toch echt begonnen te denken dat er iets aan de poot was daar. Toen de kat een stukje begon te lopen, kwam ineens een groot zwart wit exemplaar uit de struik gewandeld en toen begon het mooiste: ze gingen achter elkaar aan rennen!

Moos

Dat was toch echt een prachtig stukje kattentelevisie om te kijken moet ik zeggen. Ik kijk ook dagelijks naar vogel-tv hier maar dit was heel bijzonder en jullie snappen wel dat ik alles goed in de gaten gehouden heb. Toen beide poezels verdwenen waren, wilde ik ondanks de witte koude laag op het gras toch even naar buiten toe om te inspekdingesen of alles veilig was en ze weer naar hun eigen huisje vertrokken waren. Ik heb een hele poos sporen staan besnuffelen en goed gezocht maar ze waren er niet meer. Dat is niet erg hoor want ik vond het wel leuk ze te zien.
Ik denk dat het misschien net een beetje is zoals bij Kever, die ook in de blog over zijn tuinvrienden schrijft. Hij wil ook liever niet dat ze binnen komen en van zijn brokjes eten en ik denk dat zoiets voor mij ook niet per se hoeft.
Ik vind het leuk dat ze er zijn maar wel een beetje op afstand en misschien kunnen wij dan ook een soort tuinvrienden worden. Niet dat ze hier trouwens echt uit de lucht kwamen vallen zoals Mikkie bij Keef doet hoor. Ik denk dat ze via het weiland hierachter komen maar zover ben ik nog niet geweest. Daarmee wacht ik wel tot het beter weer wordt.
Heb trouwens pas toen er sneeuw was ook muisjes gezien. Nu ja, zeg maar muizen want ze leken me erg groot in vergelijking met de muisjes die ik in onze vorige tuin wel eens zag. Ik zag er pas eentje heel hard rennen door de tuin en hij stak meteen de stoep ook maar over. Ik ga Dropje eens vragen of zij mee wil naar buiten zodat we samen op jacht kunnen gaan. Zij kan dat namelijk heel goed en zo’n grote muis moeten we misschien beter eens met zijn tweetjes opsporen. Zij komt tegenwoordig veel meer beneden dan eerst en ik denk dat ze met zonnig weer wel samen met mij naar buiten wil.
Misschien nemen we Moos dan ook mee. Die kan ik nog veel uitleggen want de laatste weken doet hij echt allerlei dingen die ik allang doe en ik kan hem buiten meteen wegwijs maken. Dat lijkt me een gezellig en goed plan ook. Wat denken jullie?

Knuffels van Lucky en de rest

Kever heeft een mening over ketnip

Toen ik de eerste keer mijn huis binnenkwam lag oferal ketnip, mijn mensen dachten dat ik dat leuk zau finden, Bolle en Beer en Mol en Popje waren er allemaal DOL op, ze konden er niet genoeg van krijgen, dus waren er heeeeeeeel veel speelgoedjes met ketnip, en onder het grote bed waar ik me ferstopte lag ekstra ketnip om rustig van te worden en om mee te speelen.

Zo was het in het asiel ook geweest, ik zat in een aaparte kamer omdat ik zo bang was, Saame met een audere damespoes die ineens haar mens was ferlooren en niet meer wilde eeten, mijn mensen wilden haar ook meenemen maar dat mocht niet van het asiel, omdat we allebei zo bang waren zeiden ze, enniewee in het asiel lag onze kamer fol met ketnip, dat finden katten nau eenmaal fijn spul.

Stroom

Maar ik ben altijd bang geweest van ketnip, ik weet niet eens presies waarom maar ik fond het zoooo grieselig!, ook die takjes om op te kouwen van matatatatabi ofzo find ik moeilijk, maar ketnip was nog wel het ergste, o brrr…. zo freselijk eng!, jullie snappen dus vast wel dat ik hoopte dat ik in een huis zonder ketnippies zau komen en niet blij was dat het oferal lag, maar mijn vrouw merkte al heel snel dat ik reageerde alsof er stroom op stond, zo zei ze dat, en ze haalde alles weg, pfoeh… gelukkig!
Af en toe probeerde ze het weer een keer, en elke keer deinsde ik achteruit, ferstopte me onder het bed en wilde niet meer tefoorschijn komen, dus na een tijdje hield ze er mee op, in de zomer lag ik wel naast de ketnipplanten in de tuin maar als mijn vrouw een blaadje ferfrommelde tussen haar fingers was ik meteen weg, terwijl Mikkie die blaadjes op het dak van het schuurtje kreeg en ervan genoot: hij at ze op, hij ging kwijlen en bleef met grote oogen liggen rollen en was helemaal heppie!

Ik ook hoor, ik was fier jaaren gewoon heppie zonder ketnip, ik heb geen verdoofende middelen noodig om heppie te zijn.

Roze muis

Dat DACHT ik tenminste, want voor mijn twaalufde ferjaardag kreeg ik van oma een roze muis met ketnippies erin, mijn mensen hadden hem eerst bofenin de boekenkast gelegd, maar na een paar daagen liet mijn vrouw me er aan ruiken, ik snuffelde eraan, ik snuffelde nog een keer, ik keek naar de muis, ik duwde mijn hoofd er tegenaan om heel goed te kunnen ruiken, en ineens… werd ik helemaal wild!, ik pakte de muis, beet hem, gooide hem in de lucht en tikte hem met mijn pooten door de hele kamer, ik greep hem steefig vast en schopte hem keihard, ik rende door de kamer met de muis in mijn mond, en ik was echt een tijger, ik was tijgerKever!!, totdat ik ging zitten en een hele diepe zucht deed, echt fanuit mijn teenen, en wat mijn mensen ook proobeerden: ik had geen interesse meer in de muis.
Maar de folgende dag werd ik wéér wild van de muis, en de dag daarop ook, ik snapte ineens wat er leuk is aan ketnippies en aan haai zijn!, maar niet te lang hoor, anders wordt het te gek en ik ben een nette jongen, geen sjunkie.

BAM

Forige week was ik op de leuning van de bank gesprongen en mijn vrouw hield steeds de ketnipaarbei voor mijn neus, ik pakte de aarbei uit haar handen en dan pakte zij hem weer terug, tot na een paar keer tijgerKever ineens kwam en die sloeg zo BAM zijn naagels in de hand van mijn vrouw!, ze moest ervan bloeden maar ze zei ook dat ik er niets aan kon doen, want er zat een dingetje aan de aarbei en daar staat het zelfs op, kijk maar op de footoo!

Elke keer word ik efentjes helemaal wild, ik word tijgerKever en ik raus met de muis of de aarbei, tot het ineens foorbij is en ik heel diep moet zuchten, ik ben weer gewoon Kever die rustig is en lief en die nooit bijt of krabt (nau ja… BIJNA nooit!), en die ZEKER niet schopt tegen speelgoed, ik ben nugter al frolijk genoeg, en ik wil helemaal niet haai worden, dat is nergens goed voor, ik find er niets aan, aan ketnip, wacht eens efen… wat ruik ik?… ruik ik… ruik ik nau echt… KETNIPPIES?!

***

En natuurlijk tetter ik door voor vreede, dat blijf ik doen zolang als het noodig is!!, en ik hoop heel erg dat Mio sterk en gezond wordt!!

Joep en het rustige leven buiten

Ken je dat? Zo halverwege de eerste maand van het nieuwe jaar wordt ‘t zó rustig, dat ik eigenlijk even niks bijzonders te mauwen hebt. Alles in huis is weer zoals het altijd was, personeel is gewoon weer brokjes aan ‘t verdienen, de kerstcadeautjes liggen in m’n mand onder tafel bij ‘t andere speelgoed en buiten is ‘t koud. Alles gaat gewoon weer z’n gangetje, alsof er nooit kerssemus en nieuwjaar is geweest…

Eigenlijk is dat maar goed ook. Want als ik elke dag van die extra lekkere hapjes voor ontbijt, lunch en diner zou krijgen als dat ik af en toe aan ‘t eind van het vorige jaar kreeg, zou ik niet meer kunnen rennen door ‘t huis maar zou m’n personeel me kunnen rollen. En da’s niet goed voor een jonge kater.

Rennen

Dus ik ben nu buiten wat meer aan het rennen over ‘t achterpad om die eindejaarsgrammetjes er weer af te krijgen. Gewoon op m’n gemakkie hoor, want nu ‘t nog steeds koud is buiten is ‘t best wel lekker om een extra laagje binnenvoering in m’n jas te hebben. Maar als ik straatcontrole loop dan maak ik graag even een paar extra rondjes om m’n conditie weer wat te verbeteren. Want als het straks voorjaar wordt hoop ik dat de muizen terug zijn in m’n weiland, en dan wil ik snel genoeg zijn om ze te kunnen vangen. En weer los te laten natuurlijk, want anders blijft er geen muis over als ik in de zomer weer een Weilandfeest zou willen geven.
Ahhh, zomer… Weet je, ik kijk er al weer naar uit om lekker buiten te zijn zonder dat ik kouwe poten krijg. Heerlijk dutten in de zon op de grote tafel in de tuin of in m’n bloempot onder m’n kersseboom. En ik kijk alweer uit naar ‘t moment dat ik kuilen kan helpen graven om nieuwe plantjes in te zetten, samen met m’n personeel. Want zij komen pas weer buiten zitten als ‘t warmer wordt, net zoals alle andere tweebeners langs m’n achterpad.

Warm

‘t Is nu dan ook best wel een beetje stil buiten. De meeste katten blijven denk ik ‘s nachts ook liever binnen bij de verwarming zitten, maar ik wil dan juist graag buiten zijn, al is ‘t maar even een rondje van de voordeur naar de achterdeur, of andersom. Even een frisse neus halen voor ‘t ontbijt geserveerd wordt is altijd lekker. Ik stop dan ook altijd wel even om naar al m’n vriendjes achter de Regenboogbrug te zwaaien, al valt dat de laatste dagen niet altijd mee omdat ik ze niet zie knipogen door de wolken die boven de grond blijven hangen. Maar ik voel gewoon dat ze dichtbij zijn, en dat voelt goed.
Af en toe kom ik op m’n rondes de overbuurkatten tegen, en dan wisselen we de laatste nieuwtjes over de buurt uit. Altijd gezellig. We weten intussen alle beschutte warme plekjes in de straat te vinden om lekker even bij te mauwen, en voordat ik er dan erg in heb wordt ‘t alweer licht en is ‘t de hoogste tijd om m’n personeel wakker te tetteren.

Dutje

Als m’n personeel uit bed is en aan de koffie zit, heb ik al lang de grote poetsbeurt achter de poot en duik ik in het lege grote bed om lekker een dutje te doen. Want na een nachtje buiten is ‘t altijd heerlijk om met ‘t ontbijt achter de kiezen even wat tijd voor mezelf te nemen. En als ik dat gedaan heb is m’n personeel ook weer schoon en hebben ze hun nachtvacht voor de dagvacht omgeruild, dus dan is het speeltijd.
Daar heb ik niet altijd even veel zin in, maar ik wil m’n personeel toch ook niet verwaarlozen dus even een uurtje actie in huis. Ze gooien dan balletjes door de gang heen, waar ik achteraan ren. Het duurde even voordat ze doorhadden dat ze die balletjes dan ook weer zelf moeten opruimen, want ík breng ze toch écht niet terug.
Of we gaan met de vis spelen, die aan een elastiek aan ‘t plafond hangt. En elke keer als ik met die vis m’n personeel weet te raken zodra ik ‘m loslaat scoor ik een punt. En als ik de vis vang scoor ik ook een punt, dus meestal win ik dat spel. Maar ik ben ook de beroerdste kater niet en soms laat ik hullie winnen. Worden ze altijd blij van, en dan weet ik gewoon dat ik een paar snekkies krijg als troostprijs. Dus eigenlijk win ik altijd, zelfs als ik verlies.

Nadenken

Knuffeltijd is altijd wel de hele dag door, zeker als er even geen brokjes verdiend hoeven te worden. Meestal ben ik daar wel voor te vinden en dan lig ik op ‘t grote bed of in de vensterbank als ik aaien of knuffels wil hebben, of gewoon lekker op de bank of in een luie stoel. Plekjes waar m’n personeel makkelijk bij me kan komen.
Maar soms heb ik ook wel ‘s even geen zin in al die aandacht omdat ik druk bezig ben om over dingen na te denken, of nog even wil dutten. Ik ga dan lekker in m’n mandje onder ‘t bed liggen, of op de benedenverdieping van m’n rieten villa. Dat zijn precies de plekjes waar m’n personeel niet zomaar bij kan komen om me te storen, want ze zijn allebei geen twintig meer en ze kraken als ze door de knieën gaan, dus dat zullen ze niet zo snel doen. Ze zien me vanzelf wel weer verschijnen als ik klaar ben voor de volgende portie aandacht of wil spelen, want ík weet ze altijd wel te vinden in m’n huis…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Waarom kan ik nou geen kopjes geefe?

Echt waar, ik dacht dat alles heel goed ging met de intiemiedinges, ook al lukt het soms niet met saame liggen of de ochtendknuffel brengen. En toen vroeg een van mijn vrienden of ik ook kopjes gaf.

Ik keek naar mijn vrouw en ze zei eerlijk: “Dat doe je nooit Ollie.”
En dat is waar.
Weeges ik weet niet hoe het moet. Weet iedereen dat vanzelf? Ik niet.

Wat ik wel doe is met mijn lighaam tegen mijn vrouw gaan hangen, dan weet ze ik wil bij haar horen. En ik laat ook merken als ik een knuffel wil dan weet ze ik heb het gefoel. En ik trappel op het tapijt en op badjassen in de badkamer en oferal dat het huis weet ik ben ook fan Ollie.
En soms slaap ik tegen haar aan op het tapijtje.
En soms geef ik hapjes of likjes.
Maar kopjes? Nee.

Het is wel zo dat ik zacht gefoel heb aan de zijkant van mijn kop dat heb ik deze week ontdekt toen ik daar knuffels kreeg. Heel zacht aaien aan beide kanten tegelijk dat is superfijn. Dus weeges het fijne kan ik het ook niet altijd of oferal. Het kan alleen als het afond is en dan in de keuken of in het donker op het tapijtje, ik weet ook niet waarom dat zo is maar het is zo. En ook niet elke afond daarfoor is het gefoel te intens.

Hoe ik moet leren om kopjes te geefe weet ik niet. Misschien zijn er wel meer katers of poesen die zeggen nou dat doe ik ook nooit. Dan ben ik de enige niet.

Op schoot zitten deed ik alleen toen ik hier pas was dat lukte dan boofe. En nou woon ik beneden en laatst probeerde ik het maar toen lukte het niet. Dus misschien is dat net iets als kopjes geefe dat het een fase is of iets dat er gewoon niet is. Dat kan misschien ook.

Hoe Bert de monteur uit huis kreeg (15)

Bert en ik vonden geleidelijk een ritme van gewone dagen en gewone weken en die vormden zich vanzelf tot een gewoon leven, waarin de tijd min of meer stil leek te staan. Elke dag leek op de vorige, al zei ik ’s morgens tegen hem hoe de dag heette en wat het plan was.
De dag had een andere naam. Het plan was elke dag hetzelfde. Knuffels en samenzijn.
In het weekend kwam er de wiekentsnek bij.

Monteur

Maar de rust van het gewone kon akelig verstoord worden door het bezoek van een monteur. Vrijwel zonder uitzondering was dat een man met een harde stem en met harde stappen, die daarbij nog eens de boel hier flink ontregelde. Kwam de monteur voor de CV-ketel, die boven in de berging hing, dan was er chaos.
Bert snapte niet waarom de monteur wel en hij niet in de berging mocht.
En hij vond het ook hinderlijk dat ik van boven naar beneden ging om de waterkraan uit en aan en dan weer uit en aan te doen. Die onrust, nee.

Overloop

Er kwam een dag dat hij niet meer bang onder de tafel bleef zitten. Die dag zag ik een andere kant van hem. Deze monteur was net als de anderen wat te luidruchtig aanwezig geweest. Nu stond hij in de huiskamer de administratie te doen, er waren papieren die ik moest tekenen.
Terwijl ik wachtte, zag ik Bert onder de tafel uit komen lopen met een dreigende houding. Hij keek naar de monteur. Stap voor stap naderde hij de monteur die argeloos op de papieren keek.
Zelfvertrouwen verdient steun.
Ik pakte het koffertje van de monteur en zei: “Dit gaan we afwikkelen op de overloop” en liep erheen, gevolgd door de verbaasde monteur.

Groot

Toen ik weer in de huiskamer terugkeerde, zat er een kater op het tapijt, die zich tien keer groter was gaan voelen. Hij had de monteur uit huis gejaagd. Hij kon zoiets. Hij was een belangrijke jongen die op het huis en zijn vrouw paste. De hele dag was Bert anders, sterker, zelfs zijn spinnen leek wat harder dan anders.
En ik wist, er komt altijd een volgende monteur, maar dan zou Bert er beter tegen opgewassen zijn. Misschien moest ik zelfs even waarschuwen bij de woningbouwstichting, dat hier een gevaarlijke kater woonde die snel genoeg had van herrie.