
Japie! Nee!
Wachten, Japie!
Japie, laat Cato rustig eten.
Iedere ochtend hetzelfde liedje.
Ontbijttijd
Na de nachtelijke kattiviteiten voor Muisbezorgd soes ik rond het ochtendgloren onder de prikkelbosjes. Bij de eerste buzzer schiet ik overeind. Ik weet dat die over een paar minuten weer klinkt. En nog een keer. Dan pas springt mijn mens uit bed. Nou ja, springen, met haar strammer wordende lijf hijst ze zich eruit. Voordat zij rechtop staat en slaapdronken de trap af is gestommeld, ben ik al vanaf de straatzijde om ons huis heen gerend, onder heg door en klababber door het kattenluik. Zo komen we precies tegelijk in de keuken aan. Fijn dat je er bent, Japie zegt ze dan en geeft me liefkozend een aai over m’n bol. Dan pas komt mijn broer aangerend om luid miauwend om de benen van ons mens te gaan draaien. Ik heb al em al zo vaak gezegd dat hij de boel juist stagneert met zijn gedrentel. Het is tegen dovekatersoren. ‘Eerst de bakjes en zakjes en lekkere hapjes, jongens’, zingt ze steevast. Wat dat betreft heeft ze geen ochtendhumeur. Er volgt gegarandeerd een struikelpartij. Want Foppe loopt zigzaggend voor Mo uit als zij onze ontbijtspullen klaar zet. Na een paar pirouetjes kan ze dan toch aan de slag. Blèrend springt mijn broer tegen de koelkast aan, alsof hij in jaren geen eten heeft gehad. Zo onpotig, want in de koelkast staan juist de meest exquise lekkernijen. Die worden daar bewaard, omdat ik de koelkast niet eigenpotig open krijg.
Lekkerbekkend
In het eerste bakje gaat van die furrukkullukke liquid snack. Met een paar goed bedoelde smakeloze druppeltjes die de klierende klier van m’n tante minder laten klieren. Het water loopt me in de bek als ik dat ruik. Mijn broer en ik rennen smachtend achter dat bakje met lekkers aan. Tevergeefs. Tante Cato zit braaf onder aan de trap te wachten. Met een zwierige zwaai en ‘dames gaan voor’ zet Mo het smikkelgoedje voor haar neus. Als een waakhond blijft ze er net zo lang bij staan tot m’n tante het bakje likje voor likje voor likje voor likje voor likje leeg heeft gemaakt. Voor ik het kan afwassen grist Mo het razendsnel van de grond. Terug naar het aanrecht. Eindelijk worden dan alle bakjes gevuld met vlees. Of nog beter, ik ruik vis. Mijn lievelings. Het kwijl loopt langs mijn bek.
Met twee bakjes balancerend boven haar hoofd loopt Mo weer eerst naar de eetplek van tante Cato. Die rustig aan de vis begint te likken. Foppe springt omhoog om alvast zijn bakje te pakken te krijgen. Ik ren er achter aan in de hoop dat het op de grond klettert. Als een ware acrobaat zet ons mens het met wat omwegen voor hem neer onder de tafel in de woonkamer. Mijn broer trekt een vieze snoet. Alweer dieetvoer. Mo ziet zijn beteuterde koppie en zegt zoals iedere ochtend ‘Sorry, ventje, anders krijg je buikpijn.’ Met lange tanden begint hij er aan, terwijl ook hij liever vis eet. Terug naar de keuken waar ik e i n d e l i j k mijn ontbijt krijg. Dat het afdankertjes zijn van m’n tante daar kan ik mee leven. Die zijn altijd beter dan het niet te vreten dieetvoer van mijn broer. Hap slik hap slik en weg is het. Ik kuier naar de woonkamer om het bakje van Foppe toch maar af te wassen. Iemand moet het doen, toch?!
Berisping
Voor ik naar de gang kan sluipen, hoor ik het. ‘Japie! Nee!’ Ik snap er niks van. Waar is Mo? Ik zie haar niet, maar hoor haar wel. Haar stem gaat rustig maar kordaat verder: ‘Wachten, Japie!’ Ik zet een poot naar achter. ‘Goed zo, lieverd.’ Twee stappen naar voren. ‘Japie, laat tante Cato eens rustig eten.’ En zo gaat het door. M’n tante kijkt onrustig om zich heen, ziet mij liggen en geeft zich gewonnen. Voordat zij zich kan omdraaien om er ijlings vandoor te gaan, zit de vis al in mijn buik. Die lekkernij kan maar binnen zijn. De reprimande die er op volgt, deert me niet. Tante Cato krijgt heus wel nieuw eten. Als ik dan maar niet achter het net vis.
Koppie van Japie
Het meeste hau ik er van als alles GEWOON is, zoals altijd, dus geen nieuwe dingen, en dan fooral niet in mijn huis, want mijn huis is mijn baasis, daar hoort alles te zijn zoals het altijd is, dat is meestal ook zo, maar de laatste tijd gebeurt er zoooveel dat het best moeilijk is voor mij.
Mijn mensen legden me uit dat er nieuwe floerbedekking in de woonkamer komt, net zoals forig jaar in de slaapkamer, en dat het efen ferfelend is maar dat alles weer gewoon wordt, en dat ik nergens bang voor hoef te zijn, maar dat ben ik soms tóch… gelukkig krijg ik dan meteen ekstra knuffels en kusjes, en ook een snekkie.
Misschien weten jullie je nog te herinneren dat ik dit jaar voor m’n verjaardag een hele nieuwe krabpaal heb gekregen. En daar was ik heel erg blij mee, ook al was het maar gewoon een kartonnen paal met touw eromheen, een lekker zacht grijs pootstuk en eenzelfde zacht stukje boven op de paal. Want heel eerlijk gemauwd heb ik niet veel meer nodig om een paar keer per dag m’n stiletto’s aan te kunnen scherpen. En ik kon aan m’n nieuwe paal ook weer prima m’n rek- en strek oefeningen doen. Met m’n voorpoten helemaal omhoog, bovenkant paal aanraken en dan weer omlaag. En dat dan een paar keer achter elkaar, echt, ik kan ‘t iedereen aanraden.
nou? Gelukkig kon ik de neerstortende paal nog net ontwijken, anders was ik midden in m’n vakantie nog in de ziektewet terecht gekomen ook.
Bofkater


Hallo katermannen en kattenpoezen,
Uit de struiken kwam een klein stekelig bolletje tevoorschijn. Een jonge egel, nog wat onhandig op zijn pootjes. Hij snuffelde wat onhandig aan een slakkenhuisje. Achter hem volgde een grote egel, zijn moeder denk ik. Daar achter liepen nog 2 kleine egeltjes en een grote vader egel. Een nest riep ik tegen Bliksem. Volgens mij wonen ze onder de heg.
Nu is het herfst, en op een avond toen de bladeren al begonnen te vallen kwam de moeder egel naar mij toe. Dank je Doerak zei ze zacht, jullie hebben geholpen om de kleine egels groot te laten worden. Nu gaan we ons klaar maken voor de winter. We komen voorlopig elke avond nog wel tevoorschijn. Maar we gaan bouwen aan ons nest om slapend de winter door te komen. En dan zijn we in het voorjaar er weer.