De laatste weeken had mijn mensen me niet echt gekamd, alleen maar geborsteld, en toen mijn vrouw me een paar daagen geleeden weer eens met mijn spesjale kam kamde kwamen er wel een miljoen haaren van me af, ze merkte dat er ook al wat klitten in mijn fagt zaaten, daarom zei ze Geef je been eens, Keef en pakte alfast mijn voet, ik stak meteen mijn been uit en legde het in haar hand, zodat ze me goed kon kammen, daarna draaide ze me om en stak ik mijn andere been uit, het deed een beetje pijn en ik moest me goed fasthauden aan mijn krabkarton om tegendruk te geefen, ik piepte een keertje dat het echt niet fijn was, maar ik bleef netjes liggen.
Lief

Mijn vrouw zei Dank je wel Keverettie, wat ben je toch een lief jongetje, ze findt dat ik zo makkelijk ben met moeilijke dingen, zoals wanneer ik pillies moet slikken, of van die fiese druppels tegen pijn in mijn beenen, bah!, mijn vrouw heeft ze door allerlei dingen gedaan: moes, likwit sneks, sous van natvoer, kvark, ik proefde het zelfs op het allerlekkerste dat er bestaat: kalkoenfileeplakjes, dat eeten sommige mensen en mijn mensen kopen het heeeeeeel soms voor mij, maar met dat spullie erop laat ik het gewoon staan.
Dus doet ze het zo met een spuitje in mijn mond, jakkie, ik probeer om mijn kiezen op elkaar te hauden of om het uit mijn mond te laaten lopen, maar dan geeft ze het me gewoon opnieuw, erg hè?, het is echt een gedoe, en toch kom ik ALTIJD meteen naar haar toe als ze me roept, ik ferstop me nooit, ook al laat ze me dat spuitje zien, ze legt uit dat ze me niet wil foppen, dat find ze niet eerlijk, dus natuurlijk ga ik naar haar toe, ze is toch mijn vrouw?!
Boos
Ik ben wel eens een heel klein beetje boos hoor, als ik bijfoorbeeld van die druppels tegen vlooitjes krijg, die stinken en foelen kaud aan in mijn nek, dan ga ik voor straf efentjes onder de stoel zitten en kijk ik niet naar mijn vrouw, dat zal haar leeren!, maar als ze zegt Sorrie Keef, kom eens knuffelen kan ik niet anders dan meteen weer naar haar toe.
Ik blijf nooit boos, want wat heb je daar aan?, ik hau niet van ruusie of harde stemmen, daar word ik bang van, dus ik maak zelf nooit ruusie, dat is loogies, mijn mensen zeggen vaak dat ik een biesonder jongetje ben, ik weet niet of dat waar is want ik ben altijd mezelf geweest en find mezelf heel gewoon, en trauwens: wie zau ik anders kunnen zijn dan Kever?
Ik weet dat mijn mensen mij de liefste Kever finden, dat fertellen ze me elke dag, niet één keer maar wel honderd keer, en ik fertrauw mijn mensen, ook al find ik het soms niet leuk wat ze doen, ik foel me feilig en ik foel me presies goed zoals ik ben, ik ben Kever en daarom hauden mijn mensen van me.
***
Ik tetter weer door voor vreede, en ik geef het nooit op, echt niet hoor!
En iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes.
De hele afgelopen week zag ik al overal hartjes als m’n personeel ‘s avonds voor de kijkkast op de bank zat. Die vorm herken ik namelijk uit duizenden, want af en toe komt m’n natte ontbijt of diner ook uit een hartje en zeker nu er hartjes met kalkoen of rund met kaas in m’n voorraadkast staan hou ik die natuurlijk scherp in de gaten zodra het etenstijd is.
vensterbank, en iedereen die m’n voortuinpad op komt hou ik in de gaten totdat ik het bromblik van m’n personeel weer aan hoor komen. Want dan is mijn werktijd weer voorbij en is ‘t tijd om te spelen en te rennen door ‘t huis. Want omdat ik deze wintermaanden niet zoveel buiten kan trainen als in de zomer, moet ik toch m’n catditie op peil houden en tussen het dutten door zorgen dat m’n jas niet te klein is geworden wanneer ik over een tijdje weer meer buiten ben dan binnen.
Maar voor nu ga ik eerst nog even dutten, want dat moet ik als sportkater natuurlijk ook goed bijhouden.
Miauw lieve lezers, we hebben weer een nieuw avontuur om te furtellen. Zoals de lezers van onze blog wel weten zijn we, terecht, weleens kritisch en dat was afgelopen weekend extra nodig. We leggen het jullie uit.
koor naar onze mensenbroer. De plafondkrabpaal kwam dit jaar niet meer door de jaarlijkse Algemene krabPaal Keuring heen. Zo gemiauwd, zo gepiept of hoe gaat die uitdrukking ook alweer…’
Proef-krab-periode
Hallo lieve katermannen en kattenpoezen.
Ik begon bij de voordeur. Rook aan de mat, en aan de schoenen. Onderzoek afgerond. Niets gevonden. Verdachte nummer 1: de duif. Ik sprong op de vensterbank. De duif zat er weer. De duif keek terug, ik keek terug naar de duif. Er was stilte. Toen sprong de duif op en vloog weg. Verdachte nummer 2: Roover. Ik liep op hoge poten richting Roover. Roover lag heerlijk op zijn stoel zoals alleen hij dat kan. Ik ging voor hem staan en staarde hem aan. Roover staarde terug. Ik miauwde: heb jij mij een kaart gestuurd? Roover likte rustig zijn poot, draaide zich om en ging vervolgens verder met relaxen. Het antwoord was duidelijk. Roover was niet zijn geheime Valentijn.
Dag liefe frientjes,
wild en speelde wild, ik was gewoon enthouwsiejast. Niet dat ik dat nu niet meer ben hoor, maar ik ben gewend in huis en aan mijn frouw, en is alles rustigur geworden en hep ik mijn plek. Ik speel heus nog wel hoor, maar lig ik ook vaak gewoon lekker op de warrume teddiepleet.
Tullupe