Alle berichten van Chef

Hoe ik ontdekte wat 1 april was

1 april

Ik wist geeneens wat 1 april was. Dus toen zag ik op de Feesboeksite van de Blije Beesten Boel dat je daar lekker eten kon bestellen in de smaak muis. Hadden ze helemaal bij elkaar georganiseerd. Super, dacht ik.

Muizensmaak

Volgens mij kwam het allemaal door het blog van Katrien waarin ze zei waarom er eigenlijk geen eten met de smaak muis was. Ze had Whiskas ook gemeeld en die zeiden iets flauws over hiegiene. Nou is muis gemakkelijker dan oceaanvis dacht ik maar dat is mijn mening.

Dus toen Whiskas het niet deed toen dachten de katten van de Blije Beesten Boel daar kunnen wij wat mee. Ze hadden er dagen aan gewerkt dus we zaten al met ons allemaal van wanneer komt het nou dan kunnen we bestellen. En ik had al om een intervjoew voor de site gevraagd. Want omdat ik zelf werk als controleur vensterbank ben ik nieuwsgierig naar andere katten die werk hebben.

Bestellen

Nou en eindelijk konden we bestellen! Er kwam een blauwe knop om op te klikken. Het was een serieuze bisnis dat kon je zien. Dus wij thuis, mijn vrouw en ik, meteen klikken want ik wilde eten en zij wilde betalen dus we deden het samen.

Alleen toen was het 1 April. Dus een grap. Dat is dat iets niet waar is en dat het niet erg is. Dus er was geen eten met de smaak muis en je kon niet bestellen.

Trek

Alleen nou heb ik trek in eten met de smaak muis gekregen. Vroeger op straat zette ik weleens mijn tanden in een muis maar dat was anders. Muis uit blik en dan op een bordje dat moet veel lekkerder zijn.

Het is best moeilijk om trek in te hebben in iets dat niet bestaat. Maar misschien komt het nog. En ik vind dat Katrien dan gratis blikjes moet krijgen de rest van haar leven want zij heeft het bedacht.

Katrien over: voorgoed weggaan

voorgoed weg gaan

Hallo iedereen.  Vandaag word het niet een leuk stukje. Eerder een drietig stukje. Het gaat oof afscheid neem.

Manpersoneel

Ik heb het in mijn leventje al twee keer moeten doen. De eerste keer afscheid nemen was van mijn mammie Levie. Ooooh, wat hadden Catoo en ikjes snachts gehuild. Manpersoneel bleef bij ons nadat hij ons hoorde huilen die eerste nacht.

Vrouw en ik

De tweede keer dat ikjes afscheid moest nemen was bijna vijf jaar geleden. Mijn ongelooflijk lieve zus werd heel ziek. Haar alvleesklier was te ziek om beter gemaakt te worden. Op 3 november 2014 is ze om half 11 in de ochtend zachtjes naar de Regenboogbrug gegaan.
Toen mijn personeel weer thuis kwam zag ik ze huilen. Ik vroeg waar is zussie? En toen pakte vrouw me op en begon verschrikkelijk hard te huil. Ooooooh nee…
Mijn zus!!!
Een paar dagen hebben we alle drie heel erg lopen huilen. Vrouw en ik lagen dicht bij elkaar. Ik lag te snikken in haar nek en vrouw troostte mij. Na een dag of vijf wist ik het.. Catoo kwam nooit meer terug. Een tijd lang was het stil. Geen gelach, geen snertkat… niets.
In die week kreeg vrouw een berichtje van het crematorium dat Catoo gecremeerd was. En we kregen een rouwkaartje van Floor. Nou… de tranen vloeide weer. En veel.

Eerste lachjes

Mamma Levie en ons broertje Tommie

Na de eerste week veranderde we. De eerste lachjes kwamen weer. Hele voorzichtige, maar wat was het geweldig weer. Ik had weer wat streekjes gedaan en moest daar zelf ook best om gniffelen.

En nu, vijf jaar later, is het eigenlijk weer helemaal als altijd. Alhoewel… ik ben ook wel veranderd. Ikjes ben verwend, ook omdat ik zo ziek ben geweest. Ik ben een kleine diva geworden die in bijna alles haar zin krijgt.

Sterke eenheid

We zijn er sterker uit gekomen. Wij drie-en zijn nu een sterke éénheid geworden waar niemand tussen kan komen. Mijn personeel komt bij mij op de eerste plek, en ik sta op plek één bij hun.
En eigenlijk is Catoo niet helemaal weg. Ze zit voor vijftig procent in mij. We hadden namelijk dezelfde mamma.
En dit klinkt misschien raar… maar heel soms zien we Catoo nog hier. Maar, en dat is ook raar, ik zie ook twee andere katten en een woef hier. Echt waar!!
Daar ga ik het in een ander blogje over hebben. Dan leren jullie ze ook kennen. De katten heette Grietje en Poekie. Het hondje heette Sweety.

Dit betekend niet dat ik het nooit meer over mijn zus Catoo ga hebben hoor. Want Catoo hoort bij mij, ze zit in mij. Ze is mij.
Ze zal voor altijd bij ons  zijn en blijven. Plus dat ik de meeste dingen met haar beleefd heb.
Veel liefs en een kusje
Katrien (allesoverwinnend prinsesje van beroep)

Wat ik in de vensterbank doe (filmpje)

Ik ben een huiskater die van rieleksen houdt, maar ik ben ook een huiskater die vaak in de vensterbank zit. Dat is mijn werk. Opletten.

Wiekent

In het wiekent was er opeens heel veel zon en dan kunt u zeggen: Bertje ga nou van het leven genieten en doe niks, maar werk is werk. Daarom zat ik daar in de zon. Ik ben dus controleur vensterbank. Dat is zitten en de hele tijd op de straat letten dat ik weet wat er gebeurt. Dit wiekent zag ik:

  • drukke mensen dat was best raar dat er opeens meer mensen op straat waren dus ik bleef kijken
  • auto’s in de straat naast mijn straat dat is normaal
  • aan de overkant van de straat zat een vogel ik werd er gespannen van en toen moest ik dat later eruit miauwen. Ik miauw nooit zomaar alleen om mezelf te uiten dus dan is het nooit een mooi geluid maar wel helemaal uit mezelf en daar gaat het om.

Werk

Dus dat is mijn werk. Dat heb ik zelf bedacht en ik zie ook alles dus ik ben er best goed in. Alleen als er hele moeilijke geluiden zijn of veel vogels, dan voel ik me bang dus dan moet mijn vrouw kijken. En ook als er van die grote auto’s door de straat rijden. Of als de glazenwasser komt. Als je werkt moet je weten waar je goed in bent en wat je niet kunt, dat is gewoon zo.

Bijkomen

Als ik voel nou kan het wel, dan moet ik bijkomen. Meestal meld ik me bij mijn vrouw voor een knuffel en dan kriijg ik ook een compliment. En dan ga ik slapen en dan is de beste manier om bij te komen.

Ik wil ook zeggen dat ik niet elke dag in de vensterbank zit, dat doe ik op gevoel, dat ik van binnen weet nou is het nodig.

Verder help ik thuis met allerlei dingen maar dit is echt mijn werk, en persoonlijk vind ik het belangrijk want daardoor voelt mijn vrouw zich veiliger thuis, dat zegt ze zelf.

 

 

 

 

 

kater Bolle over: in je eentje spelen

in je eentje spelen
Mol ligt natuurlijk in de mooiste stoel

Ik ben een ernstige kater.  Buiten dat ik ernstig ben, ben ik ook nog verlegen en onzeker.
Daarom lig ik graag te slapen op het grote bed, of in mijn tuin. Lekker veilig. En ik denk na. De hele tijd. Over van alles.

Waarom is er leven, waarom houdt het soms ineens op en waarom zijn er honden op aarde?
Allemaal vragen waar ik geen antwoord op weet. Vandaar dus dat ik er over nadenk.
Het kan natuurlijk best zo zijn dat ik op een dag de oplossing vind. Maar tot die dag heb ik geen tijd voor andere dingen.
Zoals spelen.

Eentje

En wat ik dus zeker weten nooit ga doen, is in mijn eentje spelen.  Hoe kan je nou in je eentje spelen? Hoe moet dat? Ik zou het nooit durven. Echt niet.
En waar speel je dan mee? Ik kan toch niet zelf een balletje gooien en er achteraan rennen!?Waarom zou je het trouwens doen, als je ook kan nadenken in die tijd?
Eerlijk waar, ik snap er niks van.
Toch hoor ik van katten die het wél doen.

Seerieus

Mijn mensen dachten in het begin dat ik ziek was, of pijn had, omdat ik niet wilde spelen.
Maar dat is niet zo. Het is gewoon dat ik seerieus ben.
Elke avond speel ik even met mijn mensen en mijn veer. Af en toe ren ik een paar keer achter het leeserlampje aan, of achter een balletje.
Maar soms zie ik mezelf ineens (in mijn hoofd, bedoel ik), en denk ik Nee.  Dat heb ik ook als mijn man komt kijken als ik met mijn vrouw aan het spelen ben, of andersom. Dan hou ik altijd meteen op met spelen. Ik ben geen sir-kus-aap-je!

GroteBeer en Pop

in je eentje spelen
Beer en (liggend) Pop aan het spelen

Mijn mensen zeggen dat de GroteBeer dat ook had.
Die had zijn hele leven in restoorants gewoond, en was geen speelgoed gewend.
Hij stoeide wel elke dag met Pop. Ze renden elkaar achterna, en probeerden elkaar te vangen.
Maar Beer vond speelgoed stom, toen hij bij mijn mensen kwam wonen.
Na tijdje werden mijn mensen soms wakker van allerlei gerommel. Dat was Beer, die stiekem aan het spelen was. In zijn eentje.
Mijn vrouw ging wel eens heel voorzichtig kijken. Als Beer dat merkte hield hij meteen op en ging zich zitten wassen. Alsof hij helemaal niet had zitten spelen.
Later speelde hij wel met speelgoed, vooral samen met Pop.

Speelbeestje

Popje was echt een speelbeestje, zeggen mijn mensen. Hij speelde met alles wat hem voor de pootjes kwam. Propjes papier, allerlei muizen, takjes, blaadjes, het maakte hem niks uit. Hij speelde verstoppertje met mijn mensen, en ook voetbal.
Als hij met mijn mensen wilde spelen kroop hij onder het vloerkleed en ging heel hoog mauwen. Dan wisten mijn mensen wat er van ze verwacht werd!
Pop speelde ook in zijn eentje, en was een heel druk ventje. Hij was altijd bezig.

Op onze stoelen

Mijn Molletje wilde nooit spelen. Niet alleen, maar al helemaal niet met anderen.
Als Pop en Beer met iets aan het spelen waren, rende zij er soms op af. Ze pakte het speeltje af en liep er mee weg. Zo was het tenminste afgelopen met dat gedoe.
Als de mannen (zo noemden mijn mensen Pop en Beer altijd) aan het rennen of aan het stoeien waren, kwam Mol soms mijn mensen halen. Zodat zij konden zorgen dat het ophield. Of ze ging heel hard staan miauwen en grommen, tot de mannen ophielden.
Ik mocht ook niet rennen van Mol, dat heb ik wel eens geschreven.
Ik begreep dat wel. Want het is onrustig, dat rennen en spelen. En het maakt lawaai. Soms lijkt het wel op vechten, als je met zijn tweetjes speelt. En je kunt niet tegelijkertijd op je omgeving letten, of alles veilig is. Dan kan er van alles gebeuren. Dat is dus supergevaarlijk.
Daarom lagen Mol en ik meestal op onze stoelen, in de tuin, te slapen. Heerlijk!

Kinderkatje

Grappig hè, zo is elke kat anders wat spelen betreft. Misschien heeft het er mee te maken hoe je jeugd is geweest. Dat iemand je heeft moeten leren om te spelen, als kinderkatje. En het heeft denk ik ook te maken met hoe je geleefd hebt.
Buiten in de tuinen had ik geen tijd om te spelen. Ik moest overleven, niet achter balletjes aanrennen. Tijd om te spelen had ik niet. Mol was een kind van twee zwerfkatten, en had niet geleerd om te spelen. Beer ook niet.

Ik heb heus wel eens dat ik heel veel zin heb om te spelen. Als dat zo is kom ik naar binnen reesen, en ga in de slaapkamer rondscheuren. Soms schrik ik dan van mezelf, en weet ik niet wat ik nou eigenlijk aan het doen was. Als ik niet schrik, gaan mijn mensen met mij spelen. Superleuk.
Toch vind ik het na zo’n avond weer tijd voor belangrijke zaken.
Mijn vrouw zegt dat dat komt omdat ik “bedachtzaam” ben. Dat kan best. Maar ik vraag me af waarom er honden bestaan. En waarom woont er eentje nou juist naast mij? Waarom doet hij steeds naar mij blaffen? Wat is leven presies? Waarom is mijn Mol een ster geworden? En wat is “bedachtzaam”?

Ik weet het allemaal niet.
Daarover moet ik dus nadenken.
En dan kan ik niet zelf met balletjes gaan gooien.

Waarom ik op bed slaap (soms)

Waarom ik op bed slaap en dan opeens weer niet, dat  kan ik uitleggen. Van thuis hoef ik het niet dus ik mag het helemaal zelf weten.

Naar bed brengen

Wat ik de laatste tijd doe dat is mijn vrouw naar bed brengen.  Na de avondsnek krijg ik knuffels, dan lig ik op mijn kussen en als ik echt rielekst ben gaat zij dingen doen. Verse brokjes. Nieuw water. Dingen in de badkamer. Dan is het tijd om naar boven te gaan. Ze wil graag dat ik meega, maar ze zegt dat ik het zelf moet beslissen.

Nou ik ben zo’n watje dus ik ga mee.

We aaien onderaan de trap en op de overloop en op bed. Dan gaat het licht uit. Ze zegt nog iets tegen me dat is priveee dus dat vertel ik niet. En als ik denk nou kan ze slapen, dan ga ik naar beneden om in de vensterbank naar de autolampen te kijken.

Erbij liggen

Maar ja de hele nacht naar autolampen kijken dat is niet leuk. Dus ik loop wat door het huis en ik hang wat op de bank, ik eet een brokje en dan ga ik weer de trap op om erbij te liggen. Dat betekent op mijn eigen stuk van het bed, daar liggen mijn dekbedden en dekentjes. Vind ik gezellig, erbij. Als ik een knuffel wil dan miauw ik even. Want ze zegt altijd, Bert als er ’s nachts wat is gewoon miauwen.

Het kan zijn dat ik ’s morgens er nog lig maar ook dat ik al beneden ben, dat komt uit zoals het uitkomt.

Hele nacht

Heel erg soms slaap ik een hele nacht op het bed. Dat is als ze overdag lang weg is geweest soms moet dat voor werk zegt ze. Dus dan moet ik samenzijn inhalen en dan ga ik mee naar boven en slaap gewoon de hele nacht door net als zij.

Dus het is elke keer anders. En ik vind het belangrijk dat ik kan doen wat ik wil dan voel ik dat ik zelfvertrouwen heb en dat ik ook iemand ben.