Alle berichten van Chef

Loesje over: mij eigen naam

naamVorige week lag ik op mij denkpaal te slaape in de zon en me vrouw riep mij. In mij verte hoorde ik mij eigen naam, Loesje.

Mij neus bewoog want ik dacht misschien heb mij vrouw sneks voor mij? Dan wil ik wel mij aandacht erbij houde. Maar ik hoorde alleen mij naam, ik rook niks met mij neus. Van mij eigen vind ik wel, voor mij naam alleen hoef ik niet wakker te worre assie net lekker lig te slaape. Mij naam is mij naam, iedereen heb er een. Mij eigen naam is Loesje en mij vrouw zeg altijd Loesje, er is maar één Loesje!  Vandaag wil ik U vertelle over mij naam en ook over andere naame. En ook hoe ik Loesje ben geworde.

Mij eigen geheim

Ik moet U eerst vertelle wat mij eigen geheim is. En ik vind het best moeilijk want ik heb het nog nooit verteld. Toen mij vrouw mij vond in mij asiel kende mij vrouw mij eigen niet. Ze wist niet dat ik Loesje was en ik zeg het u eerlijk, ik wist het ook niet. Mij naam was anders, mij naam was geen Loesje. Ik vind het moeilijk om te vertelle want voor mij eigen ben ik Loesje. Voor al mij vrienden van mij Feesboek ben ik Loesje. Hoe kan het dan zijn dat ik in mij asiel geen Loesje was.
In mij asiel was ik Rocky, mij vrouw heb het mij later verteld. Ik kreeg moeilijke gefoelens want Rocky ken ik niet. Hoe kan ik mij eigen nou niet kennen? Mij vrouw was lief voor mij en ze nam mij mee. Ze nam mij mee naar mij nieuwe leeve en ze keek in mij ooge. Ik was verleege, ik voelde mij hart. Het was mij bijzondere moment, ik voelde haar hart. Ze zei, Loesje, jij ben mij lieve Loesje. Ik voelde mij traan in mij oog, mij vrouw kende mij. Ze sprak met zachte stem, ik voelde mij eigen rustig worde. Ze aaide langzaam mij vacht en mij kop en ze zei Loesje, ik heb je gevonde. Mij hart ging open van me geluk, toen werd ik mij eigen en het was intens.

Jou naam groeit met jou mee

Een naam voor mij eigen vind ik wel belangrijk, dat jij weet wie jij ben. Mij vrouw heb me wel verteld dat er meer Loesjes zijn in mij wereld. Maar ze zeg ook, jij ben wel jou eigen Loesje. En mij vrouw heb hier wel een punt assie goed nadenk. Jij ben altijd jou eigen en jou naam groeit met jou mee. Zo word jij jou eigen naam.
Als poes houd ik best van naame. Mij visboer heet Toon, van mij Tonijn. En mij Bert heb ze mooiste naam van mij Feesboek. Mij Bert heet Adelbert Cornelis! Mij hart smelt, ik vind het roomanties. Het heb iets te maake met ze familie, maar misschien is mij Bert wel van adel. Hij heb er wel ze loeks voor, mij Adel Bert. En ze vrouw wist ook meteen, dat mij Bert Adelbert was. Hij loop er van ze eigen niet mee te koop, mij Bert is bescheide. Soms zeg ik Adelbert en dan luister hij niet eens. Hij blijf wel een katerman. Misschien word ik ooit nog Loesje Cornelis van mij eigen. Dan heb mij naam ook gelijk ze graatje meer.
Prinses Katrientje heb ook haar eigen bijzondere naam. Het lijk op de naam van mij vrouw maar die is weer geen prinses van ze eigen en Katrien wel. Zusje vind ik ook logies want zij is mij zusje.

Hoe ik reageer op mij leeve

Mij naam is wie ik ben van me eigen en mij naam is hoe ik reageer op mij leeve. Ik luister altijd naar mij naam, ik spits mij oore en soms kom ik zelfs aanloope. Dan heb ik gelijk mij beweeging voor mij dag weer gehad. Ik herken ook mij vrouw ze stem, ik voel liefde assie mij roep. U weet ik ben gefoelig en ik heb nu meer erfaring. Van me eigen bepaal ik nu zelf of ik reageer.
Soms hoor ik dat mij vrouw mij roep om niks, gewoon omdat ze mij aandacht wil. Dan til ik alleen mij ééne oog op en mij vrouw weet dan van ze eigen meteen hoe laat het is. En assie aankom met ze footodinges dan wil ik mij naam niet eens hoore. Maar meestal hoor ik mij naam en ruik ik tonijn door mij letters heen. Dan ben ik ineens bijna atleeties en ik voel, alles in mij eigen sta op scherp. Mij naam breng mij tot mij leeve.

Dat u naam klop

Misschien denk U het maak niet uit hoe mij naam is? Als u beestje maar een naam heb. Maar in U hart wil U dat u naam klop met wie U ben of wil zijn. Van mij eigen wilde ik altijd al Loesje zijn, huispoes ben ik geworde op mij Feesboek. Ik voel mij Loesje van mij kop tot mij staart. Gelukkig wist mij vrouw het ook en heb ze mij de kans gegeeve Loesje te zijn.
Mij hart heb nu een naam. Mijn naam heb een hart. Het klopt van ze eigen…

Liefs van Loesje

Of ik te veel slaap, vroeg mijn vrouw

slapen

Als huiskater zijnde krijg ik de hele tijd commentaar over wat ik doe en wat ik laat. Dat is fijn als het complimenten zijn. Maar er zijn ook moeilijke vragen. Of ik niet te veel slaap, vroeg mijn vrouw laatst. Hoe moet ik dat weten?

Waarom ik slaap

Ik slaap omdat ik het nodig heb maar ook voor de gezelligheid. Als er monteurs zijn geweest slaap ik om bij te komen en dan kan ik ook vergeten dat ik bang was dat verdwijnt dan vanzelf.  Toen ik zo slecht was met mijn tanden, dat was voor de operaazie, toen ging ik slapen omdat ik er even niet wilde zijn. Na de operaazie deed ik dat niet meer. Dus ik bedoel te zeggen dat ik helemaal geen gekke dingen doe met slaap volgens mij want dat dacht ze en te veel slaap ik dus niet. Nou toen zei mijn vrouw iets dat ik niet wist.

Slaapgeluiden

Dat ik soms snurk, dat weet ik. Het kan zomaar gebeuren dat ik wakker schrik van mijn eigen snurk, die is dan even hard geweest.  Daarna slaap ik gewoon weer door.

Maar nou is er wat nieuws. Ze zei dat ik slaapgeluiden maak, dat ik met mijn stem kreun en zaag en zing, en het kan zo hard zijn dat ze er wakker van wordt en dan vindt ze het gezellig en dan kan ze weer slapen.

Ik vond het raar. Zij doet dat nooit en ik zeker wel.

Ontspannen

Persoonlijk denk ik dat het best waar kan zijn omdat ik steeds beter in ontspannen ben. Ik woon hier nou al jaren en het is niet zo dat je als huiskater af bent, je leert steeds meer en dat geldt ook voor mij. Van mezelf ben ik onzeker en ik heb ook angstklachten maar ik heb al heel lang geen druppels meer nodig. En ik durf dingen die ik vroeger moeilijk vond, zoals met kraakpapier spelen. Een hele tijd geleden kwam er een stofzuiger daar kan ik ook tegen.

Dus het is volgens mij logies dat ik nou dieper durf te rieleksen wegens dat ik me eigen hier veiliger voel en gewoon goed. Daar komen de slaapgeluiden dus door. Zo zie ik het.

Katrientje over: waarom er niet een muissmaak is

smaakHeidiehoo… ik benne er weer. Vandaag ga ik het oof iets raars heb. Iets wat er in bijna alle smaakjes is, maar net die ene die we wil is er niet.  Iets wat zowat elke kat wil, maar nergens te koop is.
Iets waarvan er meer dan genoeg zijn… echtjeswaar. Waar heb ik het oof? Nou… katteneten met muissmaak!!

Eerste muis

Een hoop katgenoten vangen muisen. Terwijl anderen niet snel genoeg weg kunnen rennen als ze er één zien. Toen ik acht weekjes was behoorde ik dus tot de laatste kattegoorie. Oooh toen Catoo en ik onze eerste muis zagen gilde we IEEEEEEKS en renden weg. Wat was dat eng zeg. Ik wist niet eens wat een muis was.
Ik kende wel muisjes, hoor. Maar die hadden geen pootjes en zeiden al helemaal geen piep.

Je hep um

Tot ik een half jaar werd en zowaar mijn eerste muis in mijn bek had opeens. Catoo keek mij vies aan. Ik keek haar aan met mijn muis in mijn bek en vroeg haar waarom ze me vies aankeek.
Zei ze dat het toch vies was om een bek vol met haren te hebben. Ik was helemaal in mijn sjok. Vies? Ooooh wat erg.  Ik zei tegen Catoo dat het juist leuk was. Je ziet een muis op balkon rennen en dan schud je met je billies en hoppa. Je hep um.
Catoo heb ook wel eens een muis gevangen hoor. Maar ze was zo stom om hem even los te laat, dat ik hem gelijk afpakte en met hem voetballen ging. Bam tegen de muur ermee. Piep en het batterijtje was stuk. Oooooh zo stom. Nou… dan vinnik er niks meer aan hoor. Maar ik dwaal weer af.

Whisjekas

Nou… ik dus aan vrouw gevraagd over hoe en waarom er niet een muissmaak is. Zei vrouw van stuur whisjekas anders een berichtje over waarom er geen muissmaak is, want ik weet het niet. Ik in mijn beste Nederlands geschreef dat ikjes best wel muisjes in mijn eet wil. En veel.
Nou… ik kreeg antwoord terug dat het met hiegie-jenne te maak heeft. WAT?!?! Muisjes zijn ongedierte kreeg ikjes te lees. Nou ja!!! Snappen jullie het nog? Ikjes naamelijk niet.
Ook stond in het berichtje dat er dan per blik zes muisjes nodig zouden zijn. En dat ze zoveel muizen niet maak kunnen. En dat terwijl er zoveel zijn.

Ik blijf er bij dat ik het raar vin. Er zijn toch zat muisjes in de wereld?  Nou… ik ben nu echt in mijn sjok hoor.
Dit was het voor dees week.
Veel liefs en een kusje
Katrien (spraakeloos en in sjok zijnde prinsesje van beroep)

Soms hoor ik die ene miauw

geluid

Er is bij mij thuis iets aan de hand en mijn vrouw zegt dat het raar is. Soms hoort ze een miauw. Ik ook. Maar ik ben de enige kat thuis.  Zij miauwt niet.

Overdag

Het gebeurt ook als ik gewoon overdag  lig te slapen, zo heeft ze  ontdekt dat ik het niet was. Dan werd ik wakker omdat ze vroeg: “Wat is er Bertje?”  Maar er was niks want ik sliep.  En als je slaapt dan slaap je.

Overdag hoorde ik het ook. Alleen mijn vrouw hoort het vaker want het is voor haar. Er is iemand die miauwt tegen haar dat ze wat moet doen. Tim, de kater die hier voor mij woonde, is het niet. Het is wel iemand die over de Regenboogbrug is gegaan.  Ja, dat is logies. Er is niemand te zien ofzo dus het moet wel.

Ik vind het geeneens eng. Monteurs zijn eng. Dit is niet eng.

’s Nachts

Een keer lag ik ’s nachts op bed te slapen toen ik wakker werd van mijn vrouw die hardop lag te praten tegen iemand. “Hoe kan ik je helpen” dat hoorde ik nog. Toen dacht ik, o die kat van de Regenboogbrug is er weer. En ik sliep weer verder.

Regenboogbrug

Nou weet ik dat iedereen denkt dat katten heel veel zintuigen hebben en van alles aanvoelen en dat als wij zenuwachtig zijn er iets aan de hand is en al die dingen meer. Maar ik zie het heel eenvoudig.

Toen ik hier pas woonde, wist ik dat Tim er nog een beetje was. Dat hij nog niet echt weg wilde gaan. Pas toen hij zag dat het in orde kwam tussen zijn vrouw en mij toen ging hij over de Regenboogbrug en nou is zijn vrouw ook mijn vrouw.

Het kan dus gewoon even duren.  Volgens mij is dit een kat die de weg kwijt is en die hoopt dat mijn vrouw wat doet. En ik weet zeker dat ze wat doet, zo gauw ze ontdekt heeft wat die kat nodig heeft.

kater Bolle over: als je slim bent

slim

Ik ben geen domme jongen, dat durf ik best te zeggen. Natuurlijk is geen enkele kat dom, want dat kan nou eenmaal niet.
Domme katten bestaan niet.

Maar mijn mensen zeggen vaak dat ik een slim-me-rik ben.
Daarmee bedoelen ze dat ik dingen snap, die mensen belangrijk vinden.
Of eigenlijk dat ik dingen snap die mensen ook kunnen begrijpen.

Anders

Mensen denken heel anders over slim-zijn dan katten.
Wat ik slim vind is als het je lukt om een ekstra snek te krijgen, terwijl je gewone eten er nog staat. Of dat je, als je naar de dokter moet, je heel goed gaat verstoppen. Of dat je, als je een pil in je eten krijgt, álles eet. Behalve dat pilletje, dat spuug je uit.
Maar mensen noemen dat dan eigenwijs, of lastig.

Wat ik kan

Ik kan ook nog een heleboel dingen die mijn mensen niet eens kunnen snappen.

  • Ik kan mezelf bijvoorbeeld tussen mijn tenen wassen. Met mijn tong.
  • Ik kan ruiken dat er een muis door mijn tuin heeft gelopen, en ook wanneer dat was.
  • Of dat er vijf tuinen verderop een kat loopt, en wie dat dan is.
  • En of diegene vrolijk is of boos.
  • Ik kan horen dat er vleer-mui-zen boven mijn hoofd vliegen.
  • Ik kan in één sekonde een hele hoge sprong maken, wel vijf keer zo hoog als ik zelf ben.

Mijn mensen, maar ook alle andere mensen, kunnen dat niet. Zal ik een geheimpje verklappen? Ik kan dat omdat ik een kat ben!

Wat mijn mensen zeggen

Maar als mijn mensen zeggen dat ik slim ben, bedoelen ze bijvoorbeeld dat ik kom als ze me roepen. Of dat ik tegen de slaapkamerdeur aanduw, als die bijna dicht is. Zo duw ik de deur dan open. Of dat ik snap wat mijn vrouw bedoelt als ze iets aanwijst.
Als we met de veer spelen en ik kijk de verkeerde kant op (dat kan de beste wel eens gebeuren) tikt mijn vrouw zachtjes tegen mijn voorpoot. En ze wijst naar de plek waar de veer is. Dan kijk ik meteen die kant op.
Of dat ik snap dat ik het leeserlampje niet echt kan vangen, en dat mijn mensen gewoon een lampje vasthouden en daarmee een lichtstip maken.

Wat Boris deed

Mijn mensen vertelden mij een keer van een andere kat die hier vaak in de tuin kwam.
Hij heet Boris, en is lichtrood. Nu is hij verhuisd, maar vroeger woonde hij naast Pop en Beer en mijn Mol.
Op een dag speelde mijn vrouw met Pop en Boris met het leeserlampje in de tuin. Als laatste liet ze het stipje de struiken in lopen. Boris heeft nog een uur lang naar het lichtstipje gezocht! Hij heeft alle struiken afgezocht, maar kon het niet meer vinden.
Uiteindelijk heeft mijn vrouw nog maar een keer met lampje gespeeld, en gezorgd dat Boris het stipje kon vangen. Toen was hij pas tevreden, en is weer naar huis gegaan.
Kijk, dat zou mij nou nooit gebeuren.
Maar Boris kon als de beste rollen met een voerbal, en had binnen een minuut alle brokjes eruit.

Een signaal

Als het donker is, zien mijn mensen mij vaak niet als ze door de kamer lopen. Dan lopen ze dus tegen mij aan. En dat vind ik eng.

slim

In het begin dacht ik dat ze het ekspres deden, en dat ze me schopten. Want ik weet altijd wél waar mijn mensen zijn. Dat hoor ik, en dat ruik ik en dat voel ik met mijn snorharen. Ook als ik ze niet kan zien.
Nu snap ik dat het per ongeluk is, en dat mijn mensen gewoon niet goed zien in het donker. En dat ze me ook niet kunnen horen, of ruiken.
Dus als mijn vrouw of man ’s nachts wakker worden en in het donker door de kamer lopen, dan doe ik iets. Ik maak een piepgeluidje. Ik doe steeds piep… piep… piep… piep… piep.
Ik geef dus een sinjaal dat ik er ben, en ook waar ik ben. Net als een vracht-wa-gen, zegt mijn vrouw.
En ik hou pas op met piepen als mijn man of vrouw me even geaaid heeft. Dan weet ik dat zij weten waar ik ben. Zo lopen ze tenminste niet tegen me op.
Mijn vrouw vindt dat helemaal geweldig.
Ik vind het zelf niet zo biesonder. Ik vind het gewoon logies nagedacht van mij.

Het allerslimst

Ik verbaas me er vaak over dat mensen geen idee hebben over hoeveel katten weten en kunnen en snappen.
Elke kat kan zóveel meer dan mensen ooit zullen kunnen.
Wij horen beter, ruiken beter, voelen beter en ga zo maar door. Wij kunnen keihard rennen, in bomen klimmen, muizen vangen. Wij voelen aan hoe onze mensen zich voelen, wij merken dat onze mensen over ons praten. Wij hebben onze eigen taal, en kunnen heel snel dingen leren – als we dat willen. We kunnen spinnen, we kunnen onze oren bewegen, we kunnen over hele smalle richels lopen. We kunnen om iets lekkers bedelen, en als we daar sukses mee hebben, blijven we dat doen.
Ik weet dan ook presies welke kat het allerslimst is.
Weet je welke kat dat is?
Elke kat!