Waarom ik soms de baas moet zijn thuis

de baas

Bij mij thuis is niemand de baas. Ik niet en mijn vrouw niet. We doen het samen, zegt ze altijd. En soms moet ik toch de baas zijn. Dus dan ben ik dat.

Baas

Als je de baas bent, dan moet je zeggen wat er gebeurt. Dus dat moet je weten en je moet ook weten waarom het moet. Dat is best een ferantwoordelijk iets. Vroeger had ik  dat nooit gekund maar nou woon ik al jaren samen en dan snap je alles beter: jezelf,  je vrouw en je leven samen.

Wekker

Wat ik nou de laatste tijd meemaak is dat de wekker op de gewone tijd gaat en dat ze dan toch in bed blijft liggen. Ze gaat weer slapen en als ze dan wakker wordt dan moet alles snel. Mijn ochtendknuffel is dan korter. En ik foel dat er spanning is daar hou ik niet van. En daarom snapte ik dat ik iets moest doen en ook wat het was.

Gisteren ging ik naar de slaapkamer toen ik de wekker hoorde. En ja hoor ze sliep. Ik hing even aan de krabpaal voor het aksiegevoel en toen liep ik naar voor het bed en daar heb ik keihard gemiauwd van hetistijd en opstaanmoet.

“Ja Bertje, je hebt gelijk,” zei ze. Nou daar laat ik me niet door foppen. Ik bleef miauwen, en toen ze naar de trap liep bleef ik erbij. Voor de zekerheid en ook omdat ik de baas was.

Beneden

Toen we beneden waren, was de dag in orde. De ochtendknuffel duurde weer gewoon lang en er was geen spanning. Alles was zoals het moest zijn ’s morgens en dat is voor mij belangrijk. Dus ik had het in orde gemaakt en toen hoefde ik niet meer de baas te zijn en ik kon gaan slapen en dat heb ik toen gedaan.

kater Dorus over: een dag uit mein lefe

DorusHajoooo iedereen. Vandaag ga ik het oofer gehijmpies hebbe. Maar jullie moete wel beloof het nooit door te klets hoor. Anners kjijg ik gedonder met me mensen.

Siekrut kant

Kijk… jullie kenne mij. Alletans… dat denke jullie. Ik hep een hele andere siekrut kant die jullie niet kenne.
Late we met me eete begin. Ik eet foor 95 proosent bjokjes. Folwasse bjokjes. Die sjijn superwekker. Mette kittenbjokkies heppie eigeluk maar 1 smaak. Toktok. Isse wekker, maar as egge boerereikater wil je ook wel eens wat anners. En nu hep ik eg sulke wekkere. Die sjijn foor akketiefe katten. Foor mij dus. Maar 1 keer per dag wil ik een mienie happie moesete. Fanne meneer Deen.
Ikke eet maar de helf. En dat wil ik alleteit sjo rond half 2. Dan gaat ik huiwen en dan geef frauw me dat.
Manmeneer geef me smorgens altijd 2 handen bjokkies. Om half 5. En tege 4 uur kjijg ik nog 1 handje bjokjes van frauw.  Daar moet ik dan mee totte folgene oggent mee doen.

Aafontrietuuweel

En dan hep ik mijn aafontrietuuweel.
Dan voetbal ikke eers een uurtje. Of twee, maar het kanne ook drie uur sjijn. Ikke eet wat bjokkies, spetter met water. En dan moet ikke weer het gemopper aanhoor dat het net een swembad is.
Tege 10 uur worde mijn mense moe.
Nou… hihihi, dan begin ik. Ikke spjing oppe bed en ga dan ik ben stoerrr pele. Mijn mense moete dan heeel snel hun deke over hun heensjaan want ik ga op se pjoffen en bijte. Hihihi.
DorusEn dan hoor ik minstens 5 miljoen keer doorieee stop nau. NEE!! Hette is weuk. Ikke spjing en bijt wat. En dan lik ik handen. Ikke fin oppe bed poinken gwoon weuk. Ikke doe dat mieniemaal 5 minuuten. Ikke ga dan inne teene bijte. Dat sijn hele gefaarluke dinge hoor. Asse se onner dekens wiebele moet je se wel pakke. Wie weet wat se doen as je werkeloos toe gaat kijke.

Egge mannen

Mijn man komp smiddags om fier uur thuis. Hoe diep ik ook sjaap, sodra ik hem binne hoor kome ben ik gejijk wakker en begroet hem. Dan mauw ik en geef ik hem koppies. Ikke eers, dan pas magge hij naar mijn frauw. Denk nau niet datte ik dat ook bij frauw doe. Eg niet. Man en ik doen stoere mannedinge. Wij stoeien alteit. Lekker wuig. Sowals egge mannen. Ikke plof oppe me rug en dan gaat man me op me puik aaien. Hihihi dat kietult. En dan pakke ik hem saggies fast en bijt saggies. En man gaat dan wekker wild kjoele met mij.

Nou… dit wasse het weer foor dese week.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes
Toedeledokie

Als je opeens de zon voelt op je vacht

vacht

Gisteren lag ik rustig op de bank. Brokjes gegeten, badkamerwater gedronken en ik had de ochtendknuffel ook al gehad. Dus ik was rustig van binnen. Toen voelde ik iets superduperfijns.

Zacht

Ik voelde hoe de zon langzaam op mijn vacht kwam. Het werd warm, niet keiwarm zoals in de zomer, maar heel zacht warm net of je geaaid wordt de hele tijd door maar dan zonder hand. Ik bleef gewoon liggen. Van binnen werd ik zachter. Dat is dat je tevreden bent en je veilig voelt en ontspannen en dat je warm bent op je vacht.

Verder gebeurde er niks. In de straat waren geen geluiden. Mijn vrouw zat gewoon aan haar werktafel. De telefoon bleef stil.

Warmer

De zon kroop verder over mijn vacht en ik werd warmer en warmer. Dus ik deed mijn ogen dicht om beter te kunnen voelen, dat is voor de konsentraazie. Als er iets fijns is dan heb ik konsentraazie nodig want hoe fijner iets is hoe beter ik het wil voelen en dat gaat bij mij niet vanzelf.

Slaap

Folgens mij ben ik zo in slaap gevallen. Helemaal warm en van binnen helemaal zacht. Toen ik wakker werd, zei mijn vrouw dat we zo gingen avondeten en dat deden we. Ik bleef van binnen zacht dat kwam door de zon en door de dag. Na het eten kreeg ik knuffels, ook van die hele lieve over mijn buik, daar  ben ik heel gefoelig. En toen werd ik van binnen slap en ik heb toen een lang dutje gedaan dat was ook voor de gezelligheid.

Toen ik wakker werd, kreeg ik een avondsnek. Want toen wilde mijn vrouw naar de slaapkamer en met de avondsnek weet ik dat de dag is afgelopen.

Nou kunt u zeggen Bert je hebt ook  niet veel gedaan gisteren en dan heeft u gelijk. Ik heb haast niks gedaan. Maar ik heb heel veel gefoel gehad alles was even fijn, en dat is geluk, en het begon toen de zon op mijn vacht kwam.

kater Bolle over: als je een tandenborstel krijgt

tandenborstelNu met de stijgers zijn er steeds nieuwe dingen waar ik aan moet wennen.  Er is beivoorbeeld elke dag lawaai. Ik weet van tevoren nooit presies wat voor lawaai het gaat worden.

Net als ik aan een bepaald lawaai ben gewend komt er een ander lawaai. De ene dag is het lawaai aan de voorkant van het huis, dan weer aan de achterkant. En ook nog wel eens aan de bovenkant van het huis.

Veranderen

Verder ziet mijn tuin er elke dag weer anders uit, omdat er houtsnippers naar beneden vallen of sement. En mannen lopen mijn planten helemaal plat.
Ook hoor ik de hele tijd mannen die ik niet ken praten , en soms schreeuwen ze heel hard.
En dan moet ik nog elke dag tot half vier binnen blijven. In die tijd moet ik op mijn binnenweecee. Dat doe ik liever niet, maar soms kan het niet anders.
Ik vind het allemaal best moeilijk. Ik hou er niet van als dingen veranderen. Ik vind het het fijnste als alles gewoon is. Gewoon net zoals altijd.

Druppel

Mijn mensen willen niet dat ik bang wordt van al die nieuwe dingen. Ikzelf wil dat natuurlijk ook niet. Daarom krijg ik elke dag mijn druksdruppel. Die werkt heel goed, en ik vind hem ook niet vies meer.
Maar er zijn nog meer dingen die er voor zorgen dat ik niet helemaal bang word.

Wappie

Er zit een Feeliwee-stekker in het stopkontakt. Daar komt een soort luchtje uit dat rustgevend is voor katten. Als on-der-steu-ning, zo heet dat volgens mijn vrouw.

Ik kreeg een tijdje spesjale brokken van Royaal Konijn, om rustig te blijven. Ik vond die brokken erg lekker, maar ze waren te klein voor mij. Ik probeerde er wel op te kauwen maar het lukte me niet. Dus slobberde ik ze zo naar binnen. En ze slobberden er ook zo weer uit, want ik moest er van spugen. Daarom krijg ik ze niet meer.

Ik mag vaak aan een vaaleerieaan-tabletje likken. Dat vind ik echt heerlijk, ik kom al meteen aanlopen als mijn mensen er eentje pakken. Ik lik en ik lik en ik lik, en ik word helemaal wappie ervan. Ik ga er heel erg van kwijlen, zo lekker vind ik het.

Mijn mensen knuffelen ekstraveel met me. Dat vind ik fijn, want ik ben dol op knuffelen. Knuffelen is altijd goed, vind ik.
En ik krijg meegaaveel kusjes. Op mijn hoofd vooral. Dat is volgens mij ook platter geworden in de laatste weken, daardoor.

De veer

Mijn mensen spelen wat vaker met me. Dan kan ik de zenuwen uit mijn lijf spelen. We spelen altijd met de veer, dat zal niemand verbazen. Maar mijn vrouw en ik hebben nu ook

veer

een nieuw spel. Ik heb namelijk een rond karton gekregen, met gaten erin. Daar kunnen brokjes in en die zou ik er dan uit moeten halen. Je snapt natuurlijk al dat ik dat niet deed. Ik kan het wel, en ik heb het ook een paar keer gedaan. Maar ik vind het stom. Dus ik deed steeds net of ik niet zag dat er brokjes in lagen. Na een week had mijn vrouw het eindelijk door en toen bedacht ze iets anders. Ze doet de veer in één van de gaten en die komt er door een ander gat weer uit. En ik vang hem. Ik vind het geweldig. Mijn mensen klagen wel eens over het spel met de veer, dat ze het saai vinden. Dan zegt mijn vrouw tegen mijn man Nou jij weer een keer met die veer. Raar hè, want het is altijd superspannend, en het spel met het karton is weer helemaal anders.

Tandenborstel

En er is nog iets nieuws dat mijn mensen doen. Mijn vrouw had er over gelezen op internet. Het wordt gedaan bij de opvang van hele mieniekleine beebiekatjes, die zichzelf nog niet kunnen wassen. Dat wassen kunnen ze niet zomaar uit zichzelf, dat moeten ze van hun moeder leren. Als ze geen moeder hebben leren ze het dus niet. Om het ze dan toch te leren doet een mens ze zachtjes over hun hele lijfje borstelen met een tandenborstel. Gewoon een tandenborstel voor mensen.
Dat borstelen met een tandenborstel lijkt het meest op het wassen dat een moederkat doet. Denk nu niet: die Bolle ziet ze vliegen, met zijn druks! Het is eerlijk echt waar, van die tandenborstel.
In het asiel of bij kattenopvang doen ze dat borstelen ook bij volwassen katten die erg bang zijn, of die niet geaaid willen worden. Want het is anders dan dat je geaaid wordt, en het is kalmerend. Net alsof je door je mama wordt gewassen. Mijn mensen doen het bij mij, en ik vind het zalig.
Als ik ergens heel erg bang van ben geworden word ik eventjes met de tandenborstel geaaid op het grote bed. Dan kom ik weer tot rust.

Rustig

rustigHet allerbelangrijkste dat mijn mensen voor me kunnen doen is zelf rustig blijven.
Als ik voel dat mijn mensen zenuwachtig zijn merk ik dat meteen. En ik word daar ook zenuwachtig van. Als ik zelf al een beetje bang ben en ik merk dat mijn mensen ook bang zijn, word ik superbang. Want ik reken er op dat mijn mensen mij beschermen. Ik vertrouw op mijn mensen.
Gelukkig zijn mijn mensen nu best rustig. Mijn man zegt dat dat komt omdat ik het zo goed doe, met de reenoovaatsie. Hij zegt dat als ik me goed voel mijn mensen zich ook goed voelen.
Grappig hè, want ik voel me goed als mijn mensen zich goed voelen.
Dus nu voelen we ons met zijn drietjes goed, ondanks de stijgers. Omdat we elkaar hebben, en dat is eigenlijk alles wat je nodig hebt.

Waarom er een doos in huis was

doos

Ik ben tevreden over het huis, ik bedoel ik snap elke kamer en ik mag overal komen behalve op de berging.Dus alles moet zo blijven. En toen was er opeens een doos in huis.

Snoep

Er zijn heel veel katten die van dozen houden. Ze vinden niks fijners dan een verse doos waar ze dan in gaan zitten of liggen. Het is een spesjaal doos-gefoel. Ik heb dat niet. Nooit gehad. Waarom weet ik niet. Misschien is het iets van vroeger of het kan ook zijn dat het gewoon mijn smaak is dus dat ik niet van dozen hou.

Ik heb het geprobeerd dat moest van thuis. Ze ging het helemaal uitleggen en dan aaien en dan snoep in de doos doen. Ik dacht ze snapt me niet, of ze kan me niet snappen, maar ik wil dat snoep en verder doe ik niks. Nou, uiteindelijk snapte ze het.  Toen ging de doos weg en ik had weer rust.

Doos

Maar nou deze week stond er weer een doos in de kamer. Eerst in de keuken. Toen sleepte ze de doos naar haar werktafel. Ik lag op de bank en ik deed net of ik niks zag maar ik voelde me gespannen. “Bertje, ik heb een nieuwe printer,” zei ze en daar kon ik niets mee, daar heb ik als huiskater geen mening over. Ze ging van alles met de doos doen. Aan friemelen. Opensnijden. Op het tapijt leggen.  Ze keek in de doos. Ze stak haar handen er diep in. En toen zat ze aan haar tafel en ik nog steeds op mijn kussen. Eerlijk is eerlijk ik foelde me onzeker dat ik dacht straks moet ik weer proberen van haar.

Aaien

Nou dat liep anders. De doos ging de huiskamer uit en daarna uit het huis. En ik kreeg knuffels om bij te komen. “Ik weet toch dat je geen dozenjongen bent Bert,” zei ze. “Je mag zijn zoals je bent.” Ja, en toen wist ik dat ook weer. Maar als ik een doos zie, foel ik me toch anders.