Loesje vertelt over assie bijwerkinge heb en mij operazie

operazie

Foorige week heb ik u fertel dat mij dokter mij nog meer antibiootie heb gegeeve. Hij zeg Loes moet heelemaal beeter zijn dus hebbie meer antibiootie noodig. Mij vrouw heb het met mij dokter aan ze teelefoon besprooke.

Antibiootie

Zij zeg Loes nies nog steeds en toen konnie koome foor mij antibiootie. Mij eigen is niks gefraag. Mij vrouw zeg Loes het is foor jou beswil, jij moet beeter worre. Dan kan jij hoog springe of jij kan laag springe, jij kom er nie onderuit. Gelukkig spring ik van mij eigen nooit, behalfe als mij vrouw mij ferse tonijn serfeer. Dan spring ik in mij gedachte zo een gat in mij lucht. Maar foor mij antibiootie kom ik nie in mij beweeging.
En ik zeg u eerluk, jij wor er nie fitter van. Van mij eigen slaap ik nu nog meer. Mij vrouw zeg Loes het zijn bijwerkinge. Dan schrik jij wel want van mij eigen geef ik niks om bijwerkinge. Assie zofeel moet niese dan hebbie daar al genoeg mee te stelle foor jou eigen. Waarom moet jij dan ook nog jou bijwerkinge krijge van jou antibiootie?

Ongelukje

Misschien fraag u ze eigen af welke bijwerkinge ik van mij eigen heb gekreege van mij antibiootie. Mij dokter zeg, Loes heb misschien minder eetlus! En zij kan last krijge van ze darme en dattie ze eigen misseluk foel en misschien moetie ook nog spuuge! Assie soies hoor dan fraagie jou eigen wel af offie nie beeter gewoon kan blijfe niese. Dan weet jij wattie heb.
Maar mij vrouw zeg Loes het is tijdelijk! Het is foor jou gezond en alles kom goed. U weet van mij eigen ben ik poesietief, maar jij kan ook oferdrijve! Minder eetlus heb ik van mij leeve nog nooit gehad en ook nie van mij antibiootie. Mij dokter snap er niks van maar mij vrouw ken mij gelukkig goed. Zij geef mij eigen gewoon mij eete, alleen doe ze er nu stiekum mij antibiootie in. Assie het goed ferstop eet ik alles gewoon op en mij vrouw heb er nu zofeel erfaring mee. Jij wil het nie weete.
Mij darme heb er ook geen last van gehad anders had mij vrouw het wel teege mij eigen gezeg. Alleen had ik foorige week wel mij ongelukje en assie een nette poes ben zoals mij eigen dan hebbie daar jou heele avond nog last van.

Troos

Mij vrouw had mij eigen net ferwen met mij zallum en het was patee. Mij antibiootie was ferhoog, dan moet jij weer wenne. Jij heb er geen errug in en jij eet met jou smaak en jou eene tand als offie twee weeke niks heb gehad. Mij vrouw was thuis en assie thuis is ga ik altijd bij mij vrouw ligge. Dattie saame ben en jou geluk foel in jou hart. Maar assie zo misseluk ben van jou antibiootie foel jij weinig geluk in jou hart.
Toen heb ik gespuugd, ik zeg het u eerluk.
Drie keer en al mij zallum lag in mij huiskaamer. Jij wil het nie maar jij kan het nie teege houwe. Ik vin spuuge niks aan en mij vrouw heb ook liefer verse freesiejas op ze taafel. Maar zij heb het wel opgeruim en zij heb mij zachte knuffels gegeeve. En zij zeg Loes, het geef nie het zijn bijwerkinge! Jij kan er niks aan doen van jou eigen. Toen heb ik nog mij heele tijd naar mij vloer zitte staare. Jij ben heelemaal uit jou eigen doen. Jou zallum had ze beetere lot ferdien.
Mij vrouw heb mij getroos en wij heb saame in mij bank geleege. Mij heele avond heb ik boove op mij vrouw geslaape op mij eigen deeke. U kan het zien op mij footoo. Daarna kreeg ik van mij vrouw nog mij beetje tonijn. Ik wilde meer maar mij vrouw zeg Loes, rustig aan. Hoe kan jij nou rustig aan doen assie mij tonijn geef en assie niks meer in jou buik heb. Bijwerkinge zijn moeiluk.

Teelefoon

Nu zijn mij bijwerkinge ofer en mij niese is gestop. Mij vrouw heb mij dokter weer opgebeld met ze teelefoon. Mij dokter heb het zo druk, mij vrouw moes heel lang wachte. Toen heb wij saame geslaape want mij vrouw had in mij nacht ook mij tonijn ferdien.

Operazie

operazieOm drie uur in mij middag belde mij dokter mij vrouw met ze eigen teelefoon terug. Hij zeg, we gaan het doen! Van me eigen lag ik nog bij mij vrouw op ze schoot. Mij hart foelde mij vrouw ze schrik. Toen heb ik met mij angst in mij oog mij vrouw aangekeeke. Jij weet nie waar het ofer ga maar jij foel, het is moeiluk. Mij dokter heb gezeg Loes krijg ze operazie maar ze mag nie weer gaan niese. Dan heb ze een rie-sie-koo. Loes moet gezond zijn en haar neus moet schoon zijn. Offie mij eigen ooit ga zien met mij fieze neus! Van me eigen ben ik schoon, mij vrouw zeg jij ben schoon bijna vijf kieloo aan mij haak! Dan kom jij weer tot jou eigen want jij weet jou vrouw akzepteer jou eigen zo assie ben.

Wennen

Mij vrouw zeg Loes, mij lieve Loes. Wij ga nu eeve aan het ideej van jou operazie wenne en jij ga nog ferder opknappe nu jou antibiootie stop. Assie niemeer ga niese krijgie jou operazie. En het is op donderdag 23 april. Gelukkig weet ik van mij eigen nie wanneer 23 april is, jij krijg er alleen maar jou zeenuuw van…

Loesje

 

Waarom ik in en uit de kast spring

kast

Ik mag niet in en uit de kast springen die op de slaapkamer staat als het nacht is en toch doe ik het. Dat gaat bijna vanzelf.

Wat niet mag

Thuis mag ik heel veel,  geloof ik. Want wat ik niet mag is best weinig:

  • ik mag niet aan kabels knagen, nou daar heb ik geen zin in
  • ik mag niet naar buiten,  toefallig ben ik liever binnen
  • ik mag niet eten van mijn vrouw haar bord, net of menseneten altijd lekker is

En nou is er dus iets anders bij:

  • ik mag ’s nachts niet in en uit de kast springen die op de slaapkamer staat

Over de kast

Die kast kwam er een paar jaar geleden. Allemaal rare geuren van heel veel planken, toen ging mijn vrouw van die planken een kast maken en die was heel groot. De kast stond in een hoek van de slaapkamer en eerlijk waar, ik heb maanden gedaan of die kast er niet was. Ik vond het eng.

Daarna rook de kast naar thuis en toen dacht ik, wat is dat eigenlijk voor kast. Ik kijken. Er lag een handdoek in, dat was voor mij. Dus daar ging ik soms op liggen. En ik zag bijna bovenin een ruimte waar ik misschien wel in kon springen.

BOOM.

Ik was in de kast.

BOOM.

Ik was uit de kast. En ik voelde me oer.

Nacht

Daarna ontdekte ik iets gaafs. Dat is dat het ’s nachts nog veel leuker is. Dan is het huis donker en stil en wegens dat mijn vrouw slaapt is het huis eigenlijk van mij dus ik kan doen wat ik wil. En dat is in en uit de kast springen. Het klinkt keihard als ik op de planken kom. En ook als ik in de kast kom.

Soms moet ik wel zes keer springen eer mijn vrouw wakker wordt. Dan roept ze Bertje. Eerst dacht ik dat is een compliment. Toen zei ze dat het springen ’s nachts niet mag.

Dus dat weet ik nou. En ik weet ook dat ik toch weer spring het gefoel is gewoon sterker dan ik.

Minnie over: hoe ik mijn eigen thuis vond

senior

Ik weet niet veel meer van hoe het is om een kitten te zijn. Frau ook niet. Want ik was al twee toen ik bij haar mijn furrever home kreeg. Er is frau verteld dat ik een boerderijkitten was, net als Dorus.

Moos en Max

Frau heeft heel lang in Amsterdam gewoond en daar had ze twee siamezen. Dat heeft ze me verteld omdat ze het grappig vond dat Dorus ook een Amsterdamse PanterSiamees is. De twee siamezen waren halfbroertjes en de een heette Moos en de ander heette Max. Moos was toen hij jonger was een sjowkat. Dat is dat je netjes moet zitten en dat je gekeurd wordt. Heel naar lijkt me dat. Toen Moos samen met Max bij frau kwamen toen hoefde Moos nooit meer een sjowkat te zijn. Siamezen zijn biesonder heeft frau mij verteld. Het was soms net alsof Moos een mens was en Max deed altijd alsof hij een konijn was. Moos luste zuurkool nou yegh dat hoef ik echt niet hoor! Max dauwde zijn snuit wel eens in een bakje ijs, kijk dat snap ik nou weer wel.

Reizen

Moos ging als eerste over de regenboogbrug en Max een paar jaar daarna. Toen is frau gaan reizen. Ze heeft toen ook Au-stra-liese katten gezien, die leven aan de andere kant van de wereld. Na het reizen kwam ze een manmeneer tegen die ze leuk vond en toen ging ze van haar eigen huis naar een ander huis. Een jaar later kwam ik.

Naar mijn frau

Ik  had eerst een andere manmeneer en frau. Daar deed ik veel plassen en bijten. Dat vonden de baasjes niet leuk en toen ben ik naar Zwerfdier gebracht. Daar ben ik goed verzorgd en kon ik bijkomen. Ook kreeg ik goeie brokjes en medisjinen enzo. En toen moest ik een selfie. Omdat ik graag een furrever home wilde ben ik op mijn mooist gaan zitten. Die foto werd op feesboek gezet. En toen zag frau mij! Ze belde meteen om kennis met mij te maken heeft ze me verteld. En toen gebeurde het… Ik mocht mee! De eerste tijd had ik dus frau, manmeneer en ook nog mini-frau. Die laatste is dus de kitten van manmeneer, dochter heet dat bij mensen, vertelde frau me. Frau zelf heeft geen kittens. Ik ook niet. Dus daarin zijn we hetzelfde.

Samen

Bij frau ging ik me steeds veiliger voelen. En ik durfde ook steeds meer. Soms iets teveel hihi. Ik heb een paar keer vast gezeten verderop bij een van de huizen omdat ik dacht dat ik wel van dak naar dak kon springen. Moesten frau en manmeneer me in de stromende regen komen redden! Soms moest ik toch nog wel per ongeluk plassen op plekken die niet de bak waren. Dan moest frau het weer schoon maken. Maar omdat ik dan ernaast ging zitten en heel lief keek, was ze nooit lang boos.

Nu wonen frau en ik alleen met zijn tweetjes ergens anders. Dat is gekomen omdat manmeneer en frau steeds vaker naar elkaar gingen blazen. En toen is frau een ander huisje gaan zoeken. Alleen met zijn twee is eigenlijk ook wel leuk. Nou heeft frau altijd tijd voor mij. En als zij teevee kijkt dan lig ik lekker op haar schoot.

Kompjoeter

Frau zag op feesboek dat katten hun eigen pagina hadden. En toen vroeg ze aan mij of ik dat ook wilde. Ja nou eh ok zei ik toen. Via Kees&Koos en Luna Poes kwam ik tijdens kompjoetertijd ook op de pagina van Bert en van die van Loesje uit. Nou wat leuk allemaal kattevriendjes! Enne toen zag ik ook nog dat Bert een blog had. Toen heb ik frau gevraagd of ik soms ook op de blog mocht typen naar de andere katten en dat mocht. En nou is het weer een tijdje verder en deel ik samen met Dorus om de week een blog op de dinsdag. Miauw! Ikke ben echt een hele blije kat nu.

Groetjes, pootjes en kopjes van Minnie

Waarom zijn er nou duiven in mijn straat?

duiven

Mijn straat is altijd mijn straat en omdat ik al jaren in de vensterbank kom, weet ik wat gewoon is en wat niet. Maar dat van die duiven dat snap ik niet.

Straat

Mijn straat is klein en aan de ene kant om de hoek zijn ze een garage aan het bouwen die hoek kan ik niet zien. Aan de andere kant kan ik de grote autoweg zien. Vooral ’s nachts is het mooi met al die lichtjes. Daar kijk ik graag naar.

Overdag zijn er mensen en de buurhond. Soms wat vogels die zitten aan de overkant op de huizen. Toen kwam het fierus en daarna kwamen de duiven.

Vogels

Duiven zijn andere vogels, dat weet ik gewoon. Ze maken keihard geluid WOEWOEWOE achter elkaar, nou dan kan ik niet meer eten en ook niet meer slapen, iets in mij zegt opletten Bert dit is belangrijk. Ook zitten de duiven aan mijn kant van de straat en soms zelfs op mijn huis. Dan zie ik wat bewegen, ze zijn heel snel die duiven, en dan heb ik een schaduw vanaf het dak van mijn huis. Dus dan zijn ze dichtbij. Ik vind dat een beetje eng. Ook door het keiharde geluid.

En ze komen de hele tijd. Ook als ik net wil gaan slapen en slapen dat lukt me dan niet meer. Of als ik net avondeten krijg, laatst kon ik wel dooreten maar het gefoel erbij is dan toch anders.

Opletten

Ik snap niet waarom er nou opeens zoveel duiven zijn. Mijn vrouw weet het ook niet. En op het interwebs staat er niks over. Dus misschien is het alleen zo in mijn straat. Dat kan.

Dus dan ga ik proberen om ferantwoordelijk te zijn en steeds op te letten of ze komen en waar ze heen gaan. Dat is mijn werk als controleur maar eerlijk waar, gemakkelijk is het nou niet.

kater Bolle over als de zon schijnt

zonZomaar ineens is het zomer geworden.  Eerst deed het alleen maar regenen en waaien en was er zelfs keiharde wind. Elk wiekent was er storrem, eerlijk waar.

Zomer

Maar als je even met je ogen knippert is het plotseling superlekker weer geworden. Ook al is dat fierus cooroonaa er, het wordt toch nog gewoon mooi weer. Daar ben ik blij om.
Het is nu al een tijdje droog en het wordt steeds warmer. En elke dag is er zon.
Bert schreef afgelopen maandag dat de zomer voor zijn deur stond, en ik denk dat de zomer vanaf Berts deur door het hele land gaat. In mijn tuin is het al een paar dagen zomer. Heerlijk vind ik dat.

Aaien

Ik lig de hele dag in mijn tuin als het mooi weer is. Eerst ga ik op de tegels liggen, als het nog vroeg is. De tegels zijn altijd lekker warm. Als mijn vrouw naar me toe komt stort ik om. Zo noemen mijn mensen dat. Ik zak door mijn poten en rol op mijn zij en rol door zodat ik op mijn rug lig. Dat betekent AAIEN! Dat weet mijn vrouw heel goed en dat doet ze gelukkig ook. Na een tijdje in de zon ben ik helemaal warm en slap. Ik lijk net een sliert gekookte spaagettie zegt mijn vrouw. Ik vind dat aaien in het zonnetje zo fijn dat ik er van ga kwijlen, en ik krijg er nooit genoeg van. Maar na een tijdje houdt mijn vrouw toch op. Dan legt ze op de tegels wat brokjes voor me neer en die eet ik als ik er zin in heb.

Wiew

zonNaast de tegels groeien mijn ketnipplanten. Ik heb er twee. In de zomer komen er paarse bloemen in en ga ik vaak tussen de planten in liggen. Of mijn vrouw doet een paar blaadjes over de tegels wrijven en daar ga ik liggen. Dat heeft ze vanochtend ook gedaan. Ik rol, ik lik, ik wrijf mezelf helemaal in met de ketnip. En dan ben ik knetterstoont.
Van Kater Bram heb ik een wiewzakje gekregen. Ik vind het een prachtigmooi kadoo, en ik ben er heel erg blij mee. Ik ga vaak met het zakje in het gras liggen. Met het zakje doe ik net als met mijn ketnip, alleen lik ik ook aan het zakje en ik bijt erin. Ik wrijf het zakje over mijn hele hoofd. Volgens mijn mensen ruik ik daarna zelf helemaal naar wiew.

Slapen

Ik heb in mijn tuin van alles waar ik in kan gaan liggen. Ik heb een soort rond huisje, een tent, een kartonnen doos, een echt kattenhuis en een hele mooie rieten mand met een heng-sel, zo heet dat. Die heb ik van oma gekregen. Daar lig ik nu het liefste in te slapen. De mand is zo groot dat ik er wel drie keer in pas, dat ligt heel fijn.

aa-lert

Echt slapen doe ik nooit in mijn tuin want ik moet aldoor blijven opletten. Er kan van alles gebeuren. Er vliegen soms vogels voorbij, er is geritsel, ik hoor de hond van de buren, ik hoor stemmen van mensen, er bewegen blaadjes, er lopen kleine beestjes of er kan zelfs een andere kat voorbij lopen over mijn schuurtje. Je snapt dat ik dus niet kan gaan liggen slapen. Soms lig ik wel te doezelen of te dutten, maar als ik ook maar iets hoor of zie ben ik meteen weer aa-lert.
Als mijn mensen erbij zijn durf ik wel te slapen. Want ik weet dat ik veilig ben met mijn mensen.
Ik wil graag dat mijn mensen in mijn tuin zitten, dat vind ik gezellig.

Wappie

zonAls ik vind dat het te lang duurt voordat mijn vrouw bij me komt zitten ga ik haar halen.
Ik loop naar binnen en kijk haar aan, en doe een prrt? geluid, en loop alvast weer naar de deur. Ik blijf haar aankijken en ga bij de achterdeur zitten. Soms zegt mijn vrouw dat ze even geen tijd heeft, maar meestal loopt ze met me mee naar buiten.
In de middag komt mijn man vaak bij me zitten, achterin mijn tuin. Hij doet me aaien en knuffelen in het gras. Daar word ik helemaal wappie van en ik rol alle kanten op, met mijn poten in de lucht. Mijn man gaat op een stoel zitten, en ik klim op mijn eigen stoel. Ik doe me wassen, en ik kijk naar alles wat er om me heen gebeurt. De laatste paar dagen komt mijn vrouw er ook nog bijzitten. Dan zitten we met zijn drietjes in het zonnetje. Iets fijners kan ik me niet voorstellen. Mijn mensen praten tegen elkaar, en zeggen steeds Hè Bol? tegen mij. Dan knip ik met mijn ogen, dat het inderdaad zo is. En na een tijdje zitten we alledrie een beetje te soesen in de zon.
Ik zou wel willen dat het elke dag zo zou zijn.

Want volgens mij ziet het paradeis er zo uit.