Alle berichten van TegnieseDienst

Joep heeft gewone speciale wensen

Begin deze week was het eigenlijk meer van ‘t zelfde, een beetje zoals voorgaande weken… Zowel overdag als ‘s nachts lekker warm, dus prima weer om de hort op te gaan.

Avond

Op zulke dagen zie ik m’n personeel weinig, al probeer ik er wel voor te zorgen dat ik binnen ben voordat ze het rolgordijn laten zakken, de steen voor de tuindeur wegschuiven en de deur dicht doen. Want als ik te laat ben zit er niks anders op dan op de tuintafel te springen en onder ‘t gordijn door naar binnen te loeren, in de hoop dat ik opgemerkt wordt. Als me dat te lang duurt dan geef ik een hele harde mauw, en dan is er altijd wel iemand die de deur voor me open doet. Ik heb m’n personeel inmiddels best goed getraind, al mauw ik dat zelf.
Ze weten dat ik, voordat ze gaan slapen, altijd nog wel iets lekkers lust. Dat kan een knabbelstaafje zijn, wat snekkies in m’n snoeptoren of een cupje kattenmelk. En ik wil natuurlijk nog even met ze spelen, knuffelen en geaaid worden. Omdat ik ze op warme zomerse dagen al zo weinig zie wil ik niet dat ze zich genegeerd voelen, want ik vind ze nog steeds reuze lief. Maar ik ben met dat mooie weer ook zo graag buiten…

Nacht

Als ik m’n snekkies op heb en ‘t geknuffel en gekroel lang genoeg geduurd heeft, ga ik alvast op een tactische plek op ‘t grote bed liggen voordat m’n personeel instapt. En de eerste tijd lig ik dan lekker tussen hullie in, krijg ik van twee kanten kriebeltjes en kusjes en aaien, en doen we wie het eerste in slaap valt. Meestal win ik dat, maar zodra m’n personeel begint te snurken verhuis ik naar ‘t voeteneind van ‘t bed, leg m’n voorpoten over m’n oren en slaap ik lekker verder.
Meestal wordt m’n personeel midden in de nacht wakker om op hun eigen bak te gaan. Om een reden die ik nog steeds niet snap vertikken tweebeners het gewoon om, net als ik, de planten in de tuin of ‘t gras in ‘t weiland te bemesten en bewateren. Dat hoor ik ook van de buurtkatten die ik mauw. Ze blijven veel liever binnen op die rare stoel met stromend water zitten. Maar goed, wie ben ik om te mauwen dat ze dat niet mogen. Ze zijn er gelukkig mee, dus dan is ‘t goed.

Zodra m’n personeel uit bed stapt, weet ik dat ‘t tijd is om op te staan. Als volwassen katermans ken ik inmiddels de nachtelijke gewoontes van m’n personeel als de achterkant van m’n voorpoot. Ik blijf nog even lekker op ‘t grote bed liggen totdat ik hoor dat er een papiertje gescheurd wordt. Dat is het signaal om me even uitgebreid uit te rekken en te kijken of de rest van m’n personeel ook al wakker is. Tegen de tijd dat de personeelsbak dan wordt doorgespoeld zit ik al op de mat bij de voordeur en zodra de bakdeur open gaat hoef ik maar één mauw te geven om m’n personeel te laten weten waar ik ben en dat ik naar buiten wil.
‘t Heeft even wat tijd gekost hoor, om ze dit aan te leren. Want het liefste hebben ze eigenlijk dat ik de hele nacht gezellig tussen hullie in op ‘t grote bed blijf liggen als ik geen straatcontroledienst heb. Maar ja, als jager ben ik op m’n best tijdens de kleine uurtjes, dat zat al in de genen van m’n verre voorouders, dus bij mij begint ‘t dan ook te kriebelen en moet ik gewoon de deur uit.

Ochtend

Meestal kom ik dan ‘s morgens rond een uur of 5, 6, 7 weer thuis, en even afhankelijk van de route die ik gewandeld heb meld ik me dan weer met een mauw bij de voor- of achterdeur. Want tegen die tijd heb ik al best wel weer trek in een hapje brokjes of nog beter, een bakje met sappig natvoer. Soms heb ik geluk, want als Junior vroeg moet werken zit ik vaak al om half 6 aan m’n ontbijt. Maar op andere dagen kan het ook wel ‘s half 8 worden voordat ze eindelijk ‘t grote bed uit komen.
Mij hoor je daar niet over hoor, als m’n personeel wat later is. Maar van de week had ik best een drukke nacht buiten gehad, en was ik daarna lekker onder wat struiken in slaap gevallen. Ik schrok wakker van de buurkindjes die buiten kwamen spelen, en ik voelde m’n maag een beetje knorren. Toen ik m’n kop tussen de struiken door stak zag ik dat de zon al heel hoog boven me stond en ‘t was al behoorlijk warm, dus hoog tijd om naar huis te gaan voor m’n ontbijt. Tenminste, dat dacht ik.
Zodra ik het voortuinpad opliep zag ik dat het slaapkamerraam open stond, dus ik kon zonder gemauw naar binnen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was om zo laat thuis te komen, liep ik op m’n gemak door de gang naar de keuken, maar wat denk je? Er werd om 1 uur ‘s middags niet eens meer ontbijt geserveerd! Nee, ik kon een soeppie krijgen, of wat kattenmelk. Gelukkig was m’n bak met brokjes wel bijgevuld, anders was ik zeker verhongerd voordat ‘t avondeten werd opgeschept.

Ontbijt

Binnenkort maar ‘s even met m’n personeel om de tafel. Om ze te beloven dat ik ga proberen niet meer zo laat thuis te komen, want ze hebben zich urenlang zorgen gemaakt omdat ik niet kwam opdagen op de gebruikelijke tijd.
Maar ik ga ook m’n poot stijfhouden, want ik vind dat zodra ik na een nachtje buiten weer thuiskom, dat het gewoon tijd is voor een lekker nat ontbijtje, ongeacht het tijdstip van de dag.
Maar vandaag ga ik eerst even een dutje doen, na een heerlijk ontbijt. ‘t Is nu toch geen weer om buiten te zijn.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Tante Fleur, Doerak en Bliksem

Hoofdstuk 1: Tante Fleur en de Sterrenhemel

Sinds die bijzondere zomeravond in Doetinchem, waarin Tante Fleur, zonder dat Doerak dat wist, haar laatste wandeling maakte door de tuin vol lavendel en oude rozenstruiken, voelde Doerak wel dat er iets aan het veranderen was. Tante Fleur was niet meer zo snel, haar ogen keken verder dan de heg, alsof ze iets zag wat anderen niet konden zien.
Op een zachte avond, toen de maan hoog stond en de sterren fonkelden als diamanten, sprong Doerak op de tuinstoel naast haar. Tante Fleur zuchtte diep, keek naar de hemel en fluisterde:
“Lieve Doerak, mijn tijd hier is bijna voorbij. Maar ik zal altijd bij je zijn, als een ster aan de hemel. Wanneer je me mist, kijk omhoog. En wanneer je hulp nodig hebt… dan zal ik je een teken geven.”
Die nacht verdween Tante Fleur stilletjes, vredig, alsof ze oploste in het maanlicht. En toen Doerak de volgende avond naar boven keek, zag hij een nieuwe ster, helderder dan alle anderen. Hij wist: dat is haar.

Hoofdstuk 2: De komst van Bliksem

Dagen gingen voorbij. Doerak voelde zich alleen, maar bleef trouw aan Tante Fleur’ s woorden. Op een stormachtige avond, waarin de bliksem de lucht spleet en de regen tegen de ramen sloeg, hoorde hij een zacht gemiauw vanuit de woonkamer.
Daar zat hij: een klein, zwart-wit katermannetje met ogen vol vuur en nieuwsgierigheid. Hij begon Doerak gelijk te besnuffelen en te onderzoeken. Doerak voelde een rilling over zijn rug. Boven hem flonkerde Tante Fleur’ s ster extra fel.
“Is dit jouw teken?” fluisterde hij.
Het katertje heette Bliksem — snel, eigenwijs, en vol energie. Alles wat Doerak ooit was als kitten. En nu begreep hij zijn taak: hij moest Bliksem opvoeden, net zoals Tante Fleur hem had opgevoed. Met geduld, liefde, en een beetje kattenwijsheid.

Hoofdstuk 3: Een nieuw begin

Doerak leerde Bliksem hoe je stil door de nacht sluipt, hoe je kan klimmen in de jungle, hoe je oer wordt, waar de beste vis te vinden is in Doetinchem, en hoe je mensen kunt laten lachen met één blik. Soms keek hij omhoog, naar de ster van Tante Fleur, en glimlachte.
“Kijk eens, Tante Fleur. Hij leert snel.”
En zo begon een nieuw hoofdstuk. Tante Fleur bleef waken als een ster aan de hemel, Doerak werd een wijze mentor, en Bliksem… werd een legende in wording.
En zo beginnen mijn avonturen met Bliksem. Omdat er veel emo was in die periode ben ik nu wel geholpen om de letters op papier te krijgen. In mijn vervolgverhaal kan ik mijn vriendjes en vriendinnetjes nieuwe avonturen gaan vertellen.
Allemaal weer veel zon, brokjes, snacks en verse vis gewenst.
Veel knuffels en pootjes van mij en Bliksem.

Minnie en de APkat

Mauw. Wat ik nou toch weer heb meegemaakt. Ik zou zeggen pak een brokje, neem een slokje en lees ferder.
Het begon er dus mee dat Frau een es em esje kreeg. Er stond in dat het weer tijd was foor mijn APKat. En dat je kon appen foor een afspraak. Dus ik zei nog tegen Frau mauw mauw dat isse niet nodig hoor! Ze keek me aan en aaide me oofer mijn koppie. Ja dat is wel nodig lieve Minnie. Elk jaar een tsjekup is goed foor je gezond. Dus ik ga een epje terug sturen met wanneer ze hier langs kunnen komen.

Vinkjes

Want zoals ik forig jaar al eens had gemauwd en folgens mij ook wel eerder. De witjas komt altijd bij ons thuis. Dat is foor zowel Frau als mij errug fijn en feel minder stressfol. Dus zij ging eppen en ik ging ff fensterbank controle doen. Want wat er ook gebeurd op een dag of hoe het ook loopt die controle moet altijd gebeuren. Is de straat nog feilig, gebeuren er geen gekke dingen, hoe zitten de foogels erbij, zijn er nieuwe katjes of hondjes. Je weet wel dat soort dingen.
Nadat ik daar klaar mee was dribbelde ik weer naar beneden. Frau keek mij aan. Ze zei dat er nog geen blauwe vinkjes bij het epje stonden. Ik keek haar furrbaasd aan. Wat zeggie me nou, wil je dat er fooguls in je telefoon komen? Dat is fast weer zoiets mafs wat alleen tweebeners kunnen of willen hihi. Frau moest ook lachen. Nee lieve Minnie zei ze. Als je iemand op je telefoon een epje stuurt en die persoon heeft het gelezen dan komen er twee blauwe dingetjes bij staan. En die dingetjes heten vinkjes.

Erheen

Nou liefe leesers ikke kwam niet meer bij fan het lachen. Miauw hihi miauw dat furrzin je toch niet. Eefe later hoor ik haar bellen in de gang. Het klonk niet goed. Toen ze terug kwam in de kamer gaf ik haar een kopje en keek ik haar fraagend aan. Tsja Minnie ik denk dat wat ik je nu ga furrtellen dat je dan niet meer zo lacht. Oef. Ze was ineens heel serieus.
Dus ik klom bij haar op schoot en wachtte op wat ze ging zeggen.
Ze furrtelde me dat onze witjas er zomaar mee gestopt was. Het epje dat ik weer APKat moest krijgen ging autoomaties. Dat hadden ze nog niet uitgezet. Dus ik freef in mijn pootjes en dacht nou dat is toch helemaal niet errug? Ben ik mooi van die heisa aan mijn lijfje af. Ja maar je gezond dan? Tsja ok daar had ze wel een punt. Mijn gezond is wel belangrijk. Dus toen ging ze mensenopa bellen om te fraage wat nu te doen.
Ik hoorde haar zeggen dat er op tien minuutjes rijden met de bus ook een witjas zat. Toen zei ik wel eefe keihard MAUW! Want ho eens eefe! Ikke ga niet in een bus en ik ga al helemaal niet in een mand in de bus. Ikke ben de Minniester Purresident dus witjas komt hier als het zo nodig moet foor dat onderzoek. Frau schudde met haar hoofd. Min het is niet anders. Maar mensenopaa heeft beloofd dat hij met ons mee zal gaan.

Nadenken

Nou oofer deeze ontwikkelingen moest ik toch eens heel goed na gaan denken. Dus toen ben ik boofe op het wasrek gaan liggen. Ik had de aaipet meegenomen omdat ik wel benieuwd was naar die nieuwe witjas. Dus ik ging dat ff opzoeken. Frau had de site namelijk al opgezocht dus ik hoefde ferder niks anders te doen dan alleen maar te kijken. Want zeg nou zelf heb jij wel eens een kat iets zien typen? Ik zou niet weten hoe. Sweipen dat gaat wel. Want dat is gewoon schuifen met je pootje. Maar typen dat lukt niet zo goed met onze poezelige poezepootjes.
En wat ik toen zag! Er stond dat katjes bij deze witjas een eigen ingang hebben. Dat is luukse zeg! En dat ze katjes zo lief finden dat ze de roode loper foor ze uitleggen. Nou toen was ik wel een beetje gerustgesteld. Find het nog steeds niet leuk dat ik in mijn mand en in de bus moet. Maar find het nu wel iets minder erg dan eerst.
Nou dit was het weer foor deze keer. Blijfen jullie nog steeds mee tetteren foor Freede? Ikke wel!
Pootje van Minnie

Lucky over buiten en binnen zijn

Lieve allemaal, na het verhaal van Moos en de vlinder van vorige keer wil hij iedereen graag even bedanken die het gelezen heeft. Hij vond het spannend om op de blog te komen schrijven maar ook leuk en dat er mensen een reactie hadden gestuurd of het verhaal geliked hadden, vond Moos zeker ook erg fijn.

Rustig

Hij denkt erover na om een nog een keer wat te schrijven als hij weer wat beleefd heeft. Nu moet ik eerlijk zeggen dat we de afgelopen twee weken niet heel veel ondernomen hebben maar het was ook vaak erg warm dus dan houd je je het beste rustig en doe je niet te veel. Dat is ook het beste, zeker als je de tips van Molly volgt. Zij ligt op zolder en daar vind ik het momenteel te heet maar goed, de wapperaar mag ook aan en dan is het wel te doen als je in de wind gaat liggen.
Er zijn wel een paar bijzondere dingen gebeurd trouwens. Het eerste was wel speciaal want dat had ik nog nooit eerder gezien en Moos trouwens ook niet. We lagen een beetje te doezelen in de kamer, ik fijn midden op tafel en Moos op de koele vloer en ineens zagen we iets in de struik dat er anders niet in hoort te zitten.
Er was een grote ballon in allerlei mooie kleuren aan komen waaien en die hing ineens vast in de struik. Dat was wel heel bijzonder om te zien. De ballon deed nog wel allerlei pogingen om los te geraken maar het touwtje zat om de takken van de rozenstruik heen gedraaid en kwam hoe langer hoe vaster te zitten. Ik heb wel eens eerder een ballon gezien maar dan binnen en niet zomaar eentje die er ineens was.

Soms doen mensen een ballon buiten in de lucht en laten ze deze los. Dan zit er wel eens een kaartje aan zodat je kunt zien wie de ballon gestuurd heeft en waar deze vandaan komt. Dan kun je het kaartje eraf halen en naar de jongen of het meisje sturen die de ballon vrij gelaten heeft. Dat kan wel eens heel ver weg zijn vertelde mijn vrouw, want zij heeft ooit wel eens een ballon in de tuin gevonden die helemaal uit Frankrijk kwam en dat is heus ver. Als het veel en hard waait, gaan ballonnen hoog de lucht in en kan het lang duren voor ze een keertje landen in een struik of de grond raken natuurlijk.
Mijn man is in de tuin gaan kijken of er een kaartje aan zat maar dat was niet zo. Hij heeft de ballon toen maar losgemaakt en weer de lucht in gestuurd. Hij ging best hoog maar we konden hem nog lang zien. We hebben net zolang gekeken tot hij heel ver weg gevlogen was.

Achterdeur

Omdat het de laatste dagen niet een beetje warm is maar zeg maar gerust tropisch, mag de achterdeur al heel vroeg open. Als mijn man gaat werken, is het nog donker maar dan zet hij de deur al open. Dat is wel heel speciaal want dan kunnen we als het nog donker is in de ren en kijken wat er zoal te zien is in de tuin. De eerste keer dat hij het zo deed was ik wel erg verbaasd maar liet de kans toch niet voorbijgaan om buiten te gaan zitten. Moos kwam ook dus we hebben toen samen een hele poos naar de beestjes zitten kijken die in het donker voorbij komen en die dan ook al wakker zijn. Dat is reuze spannend.
Ik mag dan niet vrij in de tuin want dan kunnen mijn mensen me niet zien als het donker is en dat vinden ze toch te gevaarlijk. Ikzelf niet hoor maar goed, in de ren is al prettig natuurlijk. Als de grote ren er is en deze is opgebouwd, komt er een luik in de deur zodat we altijd naar buiten of naar binnen kunnen als we willen. Jullie weten alleen wel dat ik geen fan van dat soort luikjes ben dus ik zal toch eerst maar eens overleggen met mijn mensen of ze dat ding niet gewoon altijd open kunnen zetten. Dat kon waar we eerst woonden ook dus het lijkt me dat zoiets in Krullieland ook geen probleem kan zijn. Wordt vervolgd.

Veel knuffels van ons allemaal

Kever heeft een mening over genoeg

Forige week had ik geschreefen dat iedereen zijn of haar eigen hoofd heeft, en dat dat hoofd presies goed is zoals het is, en dat is natuurlijk ook zo!, alleen zau ik soms weleens een kat willen zijn die alles durft en alles snapt, maar dat is lastig met mijn eigen hoofd… misschien zau ik met een ander hoofd veel meer durfen en begrijpen?

Toen ik dat aan mijn vrouw froeg zei ze dat zij ook weleens een ander hoofd zau willen hebben, maar dat dat niet kan, ze fertelde ook dat je WEL met je eigen hoofd iets nieuws kan leeren, want je hoofd zit dan wel vast, maar van binnen kan er van alles bij en af en in en uit, zooo heee daar moest ik over nadenken.

Nieuwe dingen

Op mijn stoel in de tuin, in het donker, dacht ik er over na, en ineens wist ik het, het is waar!, ik HEB al best veel nieuwe dingen in mijn hoofd gestopt.

Met het troopiese weer heb ik een paar nachten buiten in mijn tuin geslaapen, op mijn stoel, de lucht was zo heerlijk zacht dat dat prima kon, en ik durf dat ook best, wat kan me gebeuren in mijn eigen tuin waar ik elk blaadje en takje ken?, ik foel me in mijn tuin net zo feilig als in mijn huis, maar dat is niet altijd zo geweest.

Ik kan het me nau bijna niet meer foorstellen, maar toen ik hier net kwam woonen fond ik de tuin zoooo griezelig, ik zag vogels en insektjes en allemaal andere dingen die ik niet goed kende en het was heel moeilijk voor me, en fooral als mijn mensen OOK in de tuin waren…o nee dat was me echt veels te veel!, ik rende dan snel weer naar binnen en ferstopte me onder het bed, zo eng fond ik dat.

Mijn mensen zijn maanden bezig geweest met gaaas in mijn tuin maaken, zodat ik maar een klein stukje tuin in kon, en dan steeds ietsje ferder, maar na drie maanden snapte ik het ineens: het is MIJN tuin!, en sinds die tijd ben ik elke dag in mijn tuin, ik heb er mijn twalet, mijn gras, mijn stoelen, mijn gaaas om stiekem naar de buuren te kijken, mijn tuinvrienden, mijn ratjes en mijn vogels.

Snappen

Dat beteekent dat ik in mijn hoofd nieuwe informaatsie heb gestopt, en dat mijn hoofd nau een beetje anders is geworden dan het eerst was, en toch is het mijn eigen hoofd nog steeds!

Dus misschien snapt mijn hoofd op een dag ook dat het niet bang hoeft te zijn voor andere mensen, of snapt mijn hoofd hoe ik over het hek in mijn tuin kan springen, Nee Keef, roept mijn vrouw nau, Je hoeft niet alles te snappen, over het hek springen is gefaarlijk!, en dat find ik eigenlijk ook wel, ik hoef niet naar een andere tuin, genoeg is genoeg, mijn eigen tuin past presies in mijn hoofd, het is een perfekte Kevertuin voor in mijn Keverhoofd, ik ben helemaal heppie met dit hoofd en met alles wat er in zit.

****

Zeker weeten dat ik weer KEIhard tetter voor vreede, het is dringend!!
En iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes.