
Lieve furriendjes, daar zijn we weer met onze letters van deze week. Vandaag gaan onze miauws over herfst- en winterkriebels en wat dat zijn. Wegens dat Willem meer levenservaring heeft, miauwt hij vandaag het woord.
Willem

Gewoonlijk worden de meeste katers en poezen in de lente of zomer furliefd. Voor mij, Willem, ging dat anders. Met de kersemus van 2022, hartje winter, kreeg ik de winterkriebels. We kregen een kersemus kaart van een familie die ook op Beestboek zit maar die we nog niet kenden. Dat was een leuke furrassing en we hadden er opeens een heleboel furriendjes bij. Één van die furriendjes is Cato en mijn oog viel meteen op haar toen ik op Beestboek ging kijken.
Het was voor mij op slag furliefdheid ook al was het winter, dat maakt niet uit als je zo’n bijzondere poezendame (of katerman) tegen komt.
Wat vind ik zo leuk aan Cato? Nou, ze is natuurlijk heel knap al is dat niet het belangrijkste. Ze heeft haar duidelijke mening, en heel belangrijk; een hele goede smaak voor ligplekjes. Laatst kwam ze met goede ideeën om in de winter ook Saame van het balkon te kunnen genieten. Catootje stuurde mij een email en miauwde van: “Zal ik terrasfurwarming aanvragen?”, daar was ik zelf niet op gekomen. Nu kunnen we het hele jaar door op het terras picknicken en beschuit met muisjes eten en liquid snacks delen. De koude maanden voelen nu al warmer aan. Dat zijn de najaarskriebels.
Furkering
Het duurde even voor ik furkering vroeg want ik ben een furlegen kat-uit-de-boom-kijk katerman. Het was aftasten en we zeiden lieve dingen via Beestboek en de mail. Soms stuurt ze mij een purrtret of andersom stuur ik soms een nieuwe foto van mijzelf voor boven haar mandje.
Op een dag dacht ik; het zou leuk zijn om officieel furkering te hebben. Dus afgelopen Valentijn voelde ik; nu is het moment. Ik ga iets romantisch doen. En toen stuurde ik de postduif richting haar woonhuis. Die duif kende de weg inmiddels en pakte de zoveelste envelop in zijn bek om ermee weg te vliegen richting mijn bijna-furkering.
Die kaart opsturen was heel spannend want wat zet je erop en hoe vraag je furkering? Nou gewoon, je furtelt wat je leuk aan haar vindt. Zo is Catootje de knapste poezendame van allemaal. Dat heb ik dus gemiauwd. En daarna kan je furkering vragen. Dat gaat ongeveer zo van ‘wil je furkering met mij?’ Gelukkig zei ze ‘ja’. En nou zijn we alweer best wel lang Saame, zeker als je het in katten-tijd telt.
Maar hoe zit het met mijn katten zusjes en hun liefdeslevens? Hier onder furtellen ze er kort over.
Frou Frou

Frou Frou: “Heel eerlijk, ik heb nog geen furkering maar ik heb heel veel liefde in mij, eerlijk waar. Voor mijn mensenbroer, mijn kattenbroer Willem en mijn grote zus Jajim. Als iemand van hen wakker wordt dan kom ik er meteen aan en ga ik heel hard van ‘PRRR PRR PRRR’. Stiekem ben ik wel een beetje furliefd op een knappe katerman van Beestboek, zijn foto staat ook op mijn kuipje natvoer dus hij is nog purroemd ook, een soort Brad Pitt maar dan dus een kater. We hebben geen furkering maar wel sjans en dat is ook echt leuk. We hebben al een keertje ijs gegeten in Zandvoort met zijn camper, dat was romantisch en gezellig. Nu ben ik nog best wel jong denk ik maar wie weet komt er ooit een dubbel date met Willem, mevrouw Cato en met mijn crush”.
Furliefdheid
Jajim: “Furkering? Mij niet gezien, ik zit liever aan de 0,0 catnipwijn en kattentaart met furriendjes of speel met de hengel of gooi mijn pluchen muis door de kamer. Ik ben een poes die liever furriendjes heeft en dat is ook goed. En eigenlijk kan ik in elk seizoen de kriebels krijgen. Maar dan van blijdschap en niet per se van furliefd zijn”.
Furliefd zijn is soms onzeker maar het is vooral supurr leuk en gezellig en feel good. Of het nou herfst, winter, lente of zomer is maakt niet uit. Furliefdheid kan altijd, ik kan het weten.
Kopjes van Willem, en ook van Jajim en Frou Frou
Miauw, wat een windie woei was het de laatste dagen buiten he! Er floog van alles foorbij hier voor de ramen. Ikke was wel blij dat ik lekker binnen zat dat miauw ik je eerlijk. De fooguls hoefde nauwelijks hun fleugels te bewegen die gingen gewoon zo vooruit. En foor degene die nu denkt, ja maar Minnie, wat nu als ze tegen de wind in moeten fliegen. Nou haha zo suf zijn fooguls natuurlijk niet he. Die snappen ook wel dat tegen de wind in fliegen niet zo slim is. Daar krijg je zere fleugels en wordt je suuper moe fan.
In de straat zag ik ook een hondje loope. Tsja die kunnen niet binnen op de bak. Of nu ja misschien kunnen ze dat wel maar ze doen het gewoon niet. Wat dus betekend dat ze weer of geen weer. Regen of geen regen. Wind of geen wind. Altijd naar buiten moeten als ze naar de wc moeten. Sowieso lijkt me dat wel een ding hoor. Ik bedoel, als ikke naar de bak moeten dan kan ik daar gewoon meteen op gaan. Nou ja meestal dan. Als Frau de bak aan het furrschonen is dan kan het natuurlijk eefe niet. Maar gelukkig is ze daar wel altijd snel klaar mee. Stel je bent dus een hondje dan moet je dus je plas of je poep ophouden tot dat je mensen besluit dat het tijd is dat je uitgelaten wordt. Pfoe heel eerlijk dat zou mij niks lijken.
je fijn binnen zit dan is dat niet erg. Dan geniet je van het saame zijn en doet alles wat er buiten is eefentjes niet toe.
Hoi allemaal, ik weet niet of het jullie al eens overkomen is terwijl je al een hele poos in hetzelfde huis woont met een tuin die wel verandert maar een huis dat veelal hetzelfde blijft, behalve dat de plafonds een andere kleur krijgen maar verder gewoon hetzelfde blijven? Nou, zo’n huis hebben wij dus ook waar ik allerlei favoriete plekjes heb maar waarbij de bank en de krabton zeker bovenaan mijn lijstje staan om te doezelen en te slapen.
Dat is ook wel fijn om te horen maar eerlijk, na drie keer weet ik dat wel. Ze heeft me ook gevraagd of ik eens extra bij Jip wilde kijken omdat die wat slecht eet maar nu heeft ze snoepjes met zo’n gaatje erin en die eet ze erg graag. Ik ben net nog wezen kijken en lig nu weer in de hangmat. Dat geeft toch eigenlijk best een vertrouwd gevoel moet ik zeggen.
Ik ben niet de enige die een nieuwe slaapplek gevonden heeft. Mijn broer Moos slaapt sinds een poosje veel in de kelder. Ik vind het er te koud maar hij niet en er staat inmiddels ook voer en water daar. Hij heeft er wel een zacht en warm kussen gevonden dus zijn idee om daar te slapen is nog lang zo gek niet ook. Maar hij mag van me hoor. Hij komt ook regelmatig weer boven natuurlijk als er wat te snoepen valt en ik vind het ook gezelliger als we dan weer samen zijn. Zo zie je maar dat je toch ineens weer een andere, fijne plek vindt.


Alle katers, wat vliegt de tijd. De zomer lijkt nu toch écht wel voorbij na de storm van eergisteren, want de meeste blaadjes zijn nu toch wel van de bomen gewaaid.
Druif
dagen gelegen zonder dat ze ‘m zagen. Nou kan ik ze dat eigenlijk ook niet kwalijk nemen, want het was de afgelopen week nou niet echt lekker weer voor hullie om in de tuin te zitten. Maar toen ik de muis katsoonlijk aan hun voeten had gelegd omdat het anders misschien nog weken zou duren voordat ze ‘m vonden, konden ze m’n katdootje toch nog enorm waarderen en kreeg ik extra lieve woordjes, knuffels en aaien. O, en een lekker snekstaafje om me te bedanken. Nou, en dan is ‘t de moeite waard, hè.